Plus

Reünie Kattenburger en Wittenburger: Voor eeuwig eilanders

Kattenburgers en Wittenburgers vochten in de jaren vijftig bij het Kippebruggetje op leven en dood. Water en vuur waren de eilanders. Op de reünie waren er vooral mooie herinneringen.

Wittenburger Kitty van Valkenburg (met hoedje) is 'gemengd gehuwd' met Kattenburger Cor Beeld Rink Hof

Het ging niet zonder slag of stoot als een Kattenburger op één knie ging voor een Wittenburger. Maar trouwen met iemand uit de Jordaan was helemáál uit den boze. En als een eilander naar het 'buitenland' - de Indische Buurt of Noord - verhuisde, vloeiden er tranen.

Robbie Schoenmaker (72, Wittenburger) loopt naar de andere kant van de zaal waar 130 reünisten van Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg zich hebben verzameld. Hij komt terug met Bertha, een van zijn oude buurmeisjes.

"Toen zij in de jaren vijftig naar Australië emigreerde, was de hele straat er ziek van. Echt ziek! Vijf jaar later kwam ze terug en iedereen was weer blij." Bertha knikt. "Ze hadden de hele straat voor me versierd."

Woningsanering
De eilanders hebben maanden uitgekeken naar deze reünie, die elke twee jaar wordt georganiseerd. Toon Haenen, inmiddels overleden, nam in 1992 het initiatief voor leden van de Amsterdamse Korfbalvereniging Wittenburg (AKVW). Later mochten ook de Katten- en Oostenburgers komen, omdat het korfbalgezelschap uitdunde door de vele overlijdensgevallen.

De reünie is elke keer weer een doorslaand succes. Een unieke bijeenkomst voor buurtgenoten die hun wijken nog kennen van voor de woningsanering van de jaren zestig, waarbij vrijwel alle huizen werden afgebroken.

Er hangen foto's van het beruchte Kippebruggetje, het inmiddels verdwenen badhuis, de volgepropte winkel van Ditje Wolf die bh's, nylonkousen en andere kleding verkocht, de (wieler)Ronde van Kattenburg en het viscollege aan de Nieuwe Vaart. Allemaal stof voor verhalen.

Buurtvriendje verdronken
Op de foto van het Zandje - het strandje op de Prins Hendrikkade dat moest wijken voor de aanleg van de IJtunnel - staan nagenoeg alleen kinderen. "We hingen daar altijd aan de voorbij varende dekschuiten. Ferry Krook, een buurtvriendje, is er nog verdronken," zegt Cor van Valkenburg (72). Lenie Kriegelstein-Starreveld (74) bestudeert de foto.

"Hier gaat mijn hart van open," zegt ze. Nooit wil ze verhuizen van de eilanden. "Ik ging er ooit drie maanden weg en heb drie maanden gehuild."

Veel namen komen langs: ome Jan van Dam, melkboer Heerschap beter bekend als de Prutter omdat hij zijn duim in de kaas stak als hij een stuk afsneed, en de allesziende burgemeester van Kattenburg: Klaas Mayer. De een is een échte Kattenburger, de ander een 'ingetrouwde' eilander.

Familie
Bij de sanering moesten de Kattenburgers, ook wel 'de Bijltjes' genoemd omdat ze de gebogen bomen voor de spanten van de schepen uit het Kromhout hakten, als eersten weg. De meesten gingen naar West. "Veel woningbouwverenigingen wilden ze niet huisvesten. Ze zagen ze als armoezaaiers," zegt Ally van Mourik (76).

Robbie Schoenmaker - "Ik was een soort Ciske de Rat" - legt uit wat de eilanders bindt. "Alles speelde zich af op straat. We spraken dezelfde taal. We waren arm, maar dat maakte niet uit. Iedereen was arm."

De eilanders uit de kinderrijke buurten waren als een familie. "Ook als ze geen familie waren. We noemden ze allemaal oom en tante. Als tante Door ziek was, kreeg ze een pan soep. De mensen hingen altijd uit het raam of zaten voor hun deur. Als driejarige liep ik al in mijn eentje over straat. Iedereen hield elkaar in de gaten," zegt Schoenmaker, die naast de speeltuin woonde en net als zijn vader in de autobanden zat.

Hij trok vaak op met Jan(tje) Dieke (71), oud-worstelaar die ooit voor ondernemers op de Wallen de rust bewaarde. Schoenmaker: "Altijd aan het rotzooien, altijd haantje-de-voorste." Ze zaten vaak bij de politie. "Zo vaak dat we er de koffie konden rondbrengen."

Kwajongens
Hij is dertien jaar geleden getrouwd met Annemarie van Feggelen (69), zijn oude buurmeisje. Hij kwam haar dertien jaar geleden tegen op een reunie. "We waren allebei net gescheiden. We dansten samen en het klikte, het was vertrouwd." Vroeger bleef ze nog uit de buurt van Robbie en Jantje. "Omdat ze kwajongensdingen uithaalden."

De avond is nog jong als de polonaise wordt ingezet en carnavalskrakers, rock-'n-roll- en Hollandse hits luid worden meegezongen. Wittenburger Léon van Mourik (71) pakt de microfoon en zingt het lied dat voddenboer Eli ooit voor hem schreef:

Ik hou van de eilanden
Die mooie eilanden
Waarop een keer mijn wiegie heb gestaan
Daar hebben we lol en gein
En nooit geen chagrijn
Ik ben zo trots een Wittenburger te zijn.

Van Mouriks familie richtte midden jaren vijftig cabaretvereniging TOP op: Tot Ons Plezier. Opa speelde mondharmonica, een ander familielid kon op zijn vingers fluiten, de derde vertelde leugenachtige verhalen. De artistieke leiding was in handen van de voddenboer, die ook zong en teksten schreef.

TOP trad op tijdens feestavonden, entree voor een gulden. Plaatselijke winkeliers hingen aankondigingen op. Van Mourik: "In 1959 had Eli geld voor een tv en zei: 'Ik stop ermee. Ik ga televisie kijken.' Zo ging het cabaret ter ziele."

Beruchte strijd
Tinie Bruens-Rozekrans (66) en haar zuster Truus (62) kijken op de reünie naar de dansende feestgangers. "Onze grootvader was bakker op Wittenburg. Een warme bakker hoor. Ach, we hebben zo'n leuke jeugd gehad. Kerstbomen verbranden, rolschaatsen."

De anekdotes concentreren zich op de beruchte strijd tussen de Wittenburgers en de Kattenburgers op Luilak. Een soort Ajax-Feyenoordvete, die jaarlijks werd uitgevochten bij het Kippebruggetje - de scheidslijn tussen Kattenburg en Wittenburg.

Een strijd die volgens Robbie Schoenmaker dikwijls gewonnen werd door de Wittenburgers, omdat zij 'slimmer' waren. De maandagochtend erna zaten de schooljongens met blauwe ogen in de banken. Truus Rozekrans: "Ook de meiden deden mee, met stenen, stokken en kettingen. Ik was meer een jongen."

In het boekje Eilander gedichten staan de mooiste verzen, zoals die van wijlen Jan Altelaar: Wittenburg: Ik heb je gekend met mastloze daken/ en straten waarin je nog slagbal kon doen (...)Ik zag het/ je werd elke dag ouwer/ Wat schotser, wat schever/ je huizen wat grauwer.(...)Adieu Wittenburg/ jouw tijd was voorbij.(...)/ Ik mis je, je roddeltjes, gein,/ mijn leven, mijn jeugd./ Adieu Wittenburg,/ Je moest verdwijnen,/ daarom huil ik stiekem al lijk ik verheugd.

Ally van Mourik (76) schiet er vol van.

Zonder paspoort
Wat de Oostelijke Eilanden Kattenburg, Oostenburg en Wittenburg zo speciaal maakten, was volgens Van Mourik de sfeer. "Je voelde je veilig. Het was eigen." Wittenburger Rietje Werts-Haenen (73): "Als iemand vertrok, huilde ik."

De eilanden waren geen gescheiden werelden. "Ik kwam ook op Kattenburg, zonder paspoort," lacht van Mourik, geboren Oostenburger. Ze trouwde met een Kattenburger. "Dat was wat. Op dansles mocht je niet zomaar met een Kattenburger dansen."

Kattenburger Cor van Valkenburg en Wittenburger Rietje Werts-Haenen: 'Als iemand vertrok, huilde ik' Beeld Rink Hof

Maar als je doorzette, werd het wel geaccepteerd, zegt Lenie Kriegelstein. Haar man Hans komt uit de DDR. Toen hij haar voor het eerst opzocht, hing heel Wittenburg uit het raam. "Maar hij werd wel door hen opgenomen."

Hans Kriegelstein: "Het eerste wat ik leerde kennen, waren de cafés: café Brinkman en café Jaring, familie van fotograaf Cor Jaring. Ik heb nooit problemen gehad. Wel moest ik even laten zien dat ik me niet zomaar onder tafel liet drinken."

Communist
Kitty van Valkenburg-Bergh (64) is ook 'gemengd gehuwd'. Zij is een Wittenburger, haar man Cor (72) een Kattenburger. Cors vader uit de Kleine Kattenburgerstraat had een winkel in toneelkostuums. "Alle kinderen stonden begin december voor de deur, want elk half uur kwam er weer een Sinterklaas naar buiten."

De CPN was groot op de eilanden. Velen vonden een baan bij Werkspoor, Stork, Proost & Brandt en Kromhout. "Ik ben communist in hart en nieren," zegt Rietje Clerx-Altelaar, dochter van wijlen tante Marie Altelaar, die in de tijd van de woningsanering succesvol streed voor het behoud van lage huren en naar wie een plein werd vernoemd.

Jan Dieke - één grootmoeder woonde op Kattenburg, de andere op Wittenburg - denkt met liefde terug aan de enorme saamhorigheid. "Ik zou mijn jeugd zo weer over willen doen. Ja, inclusief armoede." 'Cabaretier' Léon van Mourik mijmert: "We hadden hier goed gebekte meiden. Ze zagen er mooi uit. Als je tussen je oogharen doorkijkt, zie je het nog."

Luchtfoto Kattenburg, 1974 Beeld Stadsarchief

Van de oude volkswoningen bleef nauwelijks iets over

Een luchtfoto uit 1974, te vinden bij het Stads­archief, schetst de kaalslag van volkswoningen op Kattenburg. De gemeente wilde in de jaren zestig cityvorming realiseren, waarbij onder meer de Jordaan, de Oostelijke Eilanden en de Jodenbuurt moesten plaatsmaken voor kantoren en asfalt. De Pijp en de Jordaan ontsnapten de dans, maar de eilanden niet.

Midden jaren vijftig stonden er ruim 3100 woningen, waarin ongeveer 10.000 mensen woonden, aldus Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS). Daarna volgde de afbraak van de arbeiderswoningen op Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg.

Toen de verdreven bewoners terugkwamen, waren er nog 1349 woningen en 4290 eilanders over. Nu staan er drieduizend huizen en wonen er 5500 mensen.

Er zijn twee schilderachtige straatjes overgebleven van voor de sanering: de gerestaureerde Nieuwe Oostenburgerstraat en de Nieuwe Oostenburger­dwarsstraat. Goede woningen, zeker zo mooi als de huizen in De Pijp.

De laatste generatie eilanders die hun oude buurtje nog van voor de kaalslag kennen, dunt snel uit. Als een van hen overlijdt, gaat hun sociale huurwoning in de verkoop of (dure) verhuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden