Plus

Restwarmte uit de industrie straks gebruikt voor stadsverwarming

Met een uitgestrekt stadsverwarmingsstelsel - kosten: 1,4 tot 1,7 miljard - denkt de regio rond Amsterdam veel energie te besparen. Bijvoorbeeld door restwarmte van Tata Steel te gebruiken die anders toch maar door de schoorsteen gaat.

Westelijk havengebiedBeeld anp

De provincie, de gemeenten, maar ook energiebedrijven in de regio hebben woensdag hun handtekening gezet onder een eerste ontwerp voor één regionaal warmtenet van IJmuiden tot Almere en van Zaanstad tot Aalsmeer.

Ze hebben een overzicht gemaakt van energiecentrales, fabrieken en andere warmtebronnen die via zo'n warmtenet hun restwarmte kwijt kunnen aan woningen, andere gebouwen en de glastuinbouw bij Aalsmeer. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan de hoogovens van Tata Steel en de industrie in de Zaanstreek, maar ook aan de vele datacenters in en om Amsterdam en rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Almere
Per 2040 maakt dat een jaarlijkse besparing van 6 petajoule mogelijk, het jaarverbruik van zo'n 100.000 huishoudens. Voorwaarde is wel dat de hoeveelheid warmte die in en om Amsterdam wordt uitgewisseld, bijna verdriedubbelt naar het equivalent van wat 500.000 woningen per jaar gebruiken voor verwarming.

In vooral Amsterdam en Almere staat de teller via onder meer afvalenergiebedrijf AEB en Nuon nu op 170.000 huishoudens.

Maar ook in Haarlem, Zaanstad en de IJmond zijn plannen voor warmtenetten. Overigens wordt de groei bepaald niet alleen in woonwijken gezocht. De warmtebehoefte in de tuinbouw kan bijna de helft van de toename opsouperen.

Alternatief
De afspraken voor het regionale warmtenet zijn 'geen blauwdruk' en worden aangepast op basis van actuele inzichten, benadrukken gedeputeerde Jack van der Hoek (Duurzaamheid) van Noord-Holland en 'warmteregisseur' Jan van der Meer. Die is speciaal door regio-orgaan Amsterdam Economic Board aangesteld om te onderzoeken waar restwarmte in en om de stad een alternatief kan zijn voor aardgas.

Daarbij staat voorop dat de regio zich moet voorbereiden op een toekomst zonder gas en andere fossiele brandstoffen. Die raken op en veroorzaken klimaatverandering. Maar vanuit de milieubeweging worden ook wel kanttekeningen gemaakt bij stadsverwarming.

Omdat gasgestookte elektriciteitscentrales door de investeringen langer rendabel blijven, bijvoorbeeld. Of omdat het alternatieven die schoner kunnen zijn in de weg staat. Bij de verbranding van afval en aardgas komen nog steeds broeikasgassen vrij, zelfs al gebeurt dat veel efficiënter dan in duizenden afzonderlijke cv-ketels.

Maar veel warmte wordt nu geloosd en dat is hoe dan ook zonde, werpen Van der Hoek en Van der Meer tegen. En de zware industrie is naar verwachting wel de laatste bedrijfstak die zonder fossiele brandstoffen kan voor haar op extreme hitte gebaseerde productieprocessen.

Waterkoker
Daar komt bij dat ze het voor mogelijk houden fossiele energiecentrales te vervangen door schone warmtebronnen zoals geothermie, aardwarmte van kilometers onder de grond. Of door biomassa, zoals de Purmerendse stadsverwarming nu goeddeels draait op houtsnippers van Staatsbosbeheer.

Verder kan het warmtenet fungeren als buffer voor wind- en zonne-energie, zegt Van der Meer. "Windmolens op de Noordzee gaan in de toekomst veel elektriciteit produceren, ook op momenten dat het niet nodig is. Die kunnen dan als een waterkoker water warm maken en voeden op het net."

Hoe dan ook wordt levering van warmte betrouwbaarder als plaatselijke netten worden verbonden, zegt Van der Hoek. Zo ligt het in de lijn der verwachting om het warmtenet rond de afvalverbrandingsinstallatie van AEB die Noord en Nieuw-West verwarmt, te verknopen met de leidingen rond de Diemencentrale van Nuon, die Zuidoost, de Zuidas en Almere bedient. Een 'bypass' rond Nieuw-West maakt het mogelijk de hele wijk van warmte te voorzien.

Voor de energiebedrijven heeft een robuuster net het voordeel dat ze minder reservecapaciteit achter de hand hoeven houden. De verschillende energiebedrijven kunnen de investering in zo'n hoofdleiding alleen nooit terugverdienen, voor die investeringen start de regio daarom een lobby in Den Haag.

Het voordeel is dat zich meteen het begin van een open net vormt, waarop nieuwe leveranciers van warmte kunnen aanhaken. Nu hebben aanbieders van stadsverwarming op hun eigen net helemaal geen concurrentie.

Kwetsbaar
Verder blijkt uit een doorrekening van onderzoeksbureau CE Delft dat zo'n warmtenet vele malen goedkoper is dan gebouwen één voor één isoleren. Voor een vergelijkbare energiebesparing zou 5 miljard aan isolatie nodig zijn en, anders dan de investering in het warmtenet brengt dat zichzelf niet op door meer banen, CO2-besparing en een betere luchtkwaliteit.
Wel schrijft CE Delft dat zo'n warmtenet kwetsbaar is omdat het zwaar leunt op enkele grote warmtebronnen, zoals Tata Steel en AEB.

Of geothermie zoveel warmte oplevert als de regio verwacht, is allerminst zeker. Daarvoor zouden twintig boringen op 2 tot 4 kilometer of vijf ultradiepe boorputten naar meer dan 7 kilometer diepte moeten slagen. "De potentie is groot," zegt Van der Hoek. Hij wijst op hoopgevende eerste initiatieven rond Aalsmeer, Almere en het Haarlemse Schalkwijk. Maar de eerste ultradiepe boring moet nog plaatsvinden.

Verder vraagt CE Delft zich hardop af of het benodigde aantal van 15.000 nieuwe aansluitingen per jaar op het warmtenet wel gehaald wordt. De laatste jaren zit de groei vooral in nieuwbouwwoningen. Bestaande gebouwen worden maar mondjesmaat aangesloten op een warmtenet.

Grafische weergave van het nieuwe warmtenetBeeld Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden