Opinie

'Rendementsdenken bedreigt journalistieke onafhankelijkheid'

Kan de journalist in tijden van Google, Facebook en crisis nog objectief en onpartijdig zijn? Tijd voor een debat, schrijven Huub Wijfjes en Jo Bardoel.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Het recente incident rond Brandpunt-journalist Fons de Poel toont aan hoe gevoelig de journalistieke onafhankelijkheid ligt. Een journalist die bijklust door bedrijfscongressen voor te zitten wordt 'de schijn van belangenverstrengeling' verweten, op het eerste oog een zwaar oordeel voor een nogal licht vergrijp. Maar anderzijds: wie morele autoriteit claimt, moet zelf brandschoon blijven, en dat geldt voor iedereen, of je nu Günter Grass heet of Fons de Poel.

Het voordeel van zo'n incident is dat we opnieuw de grenzen kunnen vaststellen van wat we wel en niet toelaatbaar vinden. In dit debat vertolkte mediaethicus Huub Evers het klassieke standpunt: een goede journalist hoort principieel niet bij te klussen. Hoogleraar journalistiek en onderzoeksjournalist Jeroen Smit toonde juist alle begrip voor de 'ondernemende journalist', een fenomeen dat je zou kunnen omschrijven als een freelancer die inventief, met creatieve middelen en op verschillende podia, een inkomen bij elkaar sprokkelt. 'Ik geloof dat een moderne journalist alleen met een ondernemende houding tot echte onafhankelijkheid (professionaliteit) en goede journalistiek kan komen,' schreef Smit op 23 april in de Volkskrant.

Het is een stelling die inmiddels in brede kring wordt onderschreven, want hoe moet de journalistiek anders haar weg vinden uit de economische crisis? Het laat ook zien dat het oude model van de industriële journalistiek, met journalisten in vaste dienst op grote redacties, op de terugtocht is, terwijl steeds meer nieuwe en jonge 'netwerkjournalisten' op freelancebasis en in nieuwe en onzekere verdienmodellen aan de kost moeten zien te komen.

Deze ontwikkeling kan een ondergraving betekenen van lang gekoesterde normen en het einde van de principiële scheiding van hoofdredactie en directie in mediaondernemingen. Die is al meer dan een eeuw een hoeksteen van de journalistieke onafhankelijkheid, want invloed van adverteerders of aandeelhouders op de inhoud van de krant moet worden voorkomen.

Het heeft geleid tot redactiestatuten, stichtingsvormen of andere constructies om die invloed koste wat kost te voorkomen. Maar dat alles wankelt. In het enorme dagbladconglomeraat dat De Persgroep in korte tijd in Nederland heeft gevormd, duiken allerlei nieuwe, vermengende functies op. Daar bestaan naast de hoofdredacteuren zowel een 'directeur journalistiek' als een 'zakelijk hoofdredacteur'. Beide functies lijken de klassieke, op professionele autonomie gebaseerde, journalistieke cultuur te willen doorbreken. Ondernemen moeten we om te overleven, is het adagium. En geef ze eens ongelijk, want het water staat tot aan de lippen.

Begin
Ongebreideld commercieel denken lijkt dus helemaal terug te zijn in het journalistieke domein. Als we bijvoorbeeld zien welke impact de nieuwe en sociale media op de journalistiek hebben, dan zijn de huidige discussies over journalistieke onafhankelijkheid nog maar het begin van veel ingrijpender ontwikkelingen. In de wereld rond nieuwe en sociale media wordt de vermenging van commerciële en journalistieke waarden zelfs in het geheel niet meer geproblematiseerd. Daar maakt de aloude redactionele journalistiek, waarin journalisten nieuws selecteren, plaats voor door Google, Amazon en Twitter gefaciliteerde algoritmische journalistiek. Aan de voor de gebruiker onzichtbare achterkant van het selectieproces is de invloed van adverteerders allesbepalend.

Een gevolg is tevens dat de Nederlandse media plaatsmaken voor globaal opererende, meest Amerikaanse spelers voor wie de journa­listieke traditie van onafhankelijkheid en een kritische houding vreemd is.

Peulenschil
In plaats van de beloofde democratisering van media en journalistiek worden de activiteiten van burgers en nieuwsorganisaties steeds meer bepaald door de technologische en commerciële logica van sociale media, zo voorspellen de nieuwe president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen José van Dijck en Thomas Poell in de bundel Journalistieke cultuur in Nederland. Hun conclusie: 'Het is belangrijk om journalistieke onafhankelijkheid te waarborgen in relatie tot politieke macht en tot de economische belangen van mediaconglomeraten, maar ook in relatie tot de technologische en commerciële mechanismen van sociale platformen'.

In deze context is de faux pas van Brandpunt en Fons de Poel slechts een peulenschil. In plaats van het ritueel slachten van een bijklussende journalist die slechte grappen verwart met serieuze duiding, zouden we ons beter fundamenteel kunnen bezinnen op de manier waarop journalistieke kernwaarden als onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en objectiviteit in de nieuwe mediawereld vorm en inhoud krijgen. In het publieke belang, want laten we dat speelveld vooral niet geheel en al uitleveren aan het rendementsdenken van de nieuwe mediawereld.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Huub Wijfjes Beeld Jeroen Oerlemans
Huub WijfjesBeeld Jeroen Oerlemans
Jo Bardoel Beeld
Jo BardoelBeeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden