Plus

Relatie Joden en koningshuis in Joods Historisch Museum

Van 'hofjoden' en onderlinge theevisites tot een bekoelde verhouding na de oorlog: de banden tussen de Joden en het koningshuis zijn dermate interessant dat er nu een tentoonstelling over is.

Cadeau van Willem V in 1771 aan echtpaar Mendes Beeld Carola van Wijk

De relatie tussen de Joden en de Oranjes gaat 400 jaar terug en is afwisselend in hevigheid: van sterke liefde en grote loyaliteit tot hevige teleurstelling.

Ruim honderd objecten illustreren in de tentoonstelling Joden en het Huis van Oranje. 400 bewogen jaren de veranderende band tussen de Joodse gemeenschap en de Oranjes. Koning Willem-Alexander heeft de tentoonstelling dinsdagochtend in de Portugese Synagoge geopend.

De nauwe band ontstond na 1600 toen vermogende Portugese Joden, die hun rijkdom verdienden in de internationale handel, zich vestigden in de Republiek. De Joodse kooplieden en bankiers leenden destijds geld uit aan de stadhouders om hun militaire avonturen of vorstelijke uitgaven te bekostigen.

Vorsten leenden liever geld bij hen dan bij de staten of de steden die dikwijls een politiek wensenlijstje ertegenover stelden, staat in het nieuwe boek Joden en het Huis van Oranje van Julie-Marthe Cohen en Bart Wallet, dat is verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling.

Aan vrijwel alle hoven in Europa waren 'hof­joden' actief, die voor de adellijke vorsten optraden als bankiers, adviseurs en diplomaten bij militaire of diplomatieke operaties. Er ontstonden vriendschappen waarbij ze op elkaars huwelijken kwamen en op theevisite gingen.

Sommige van de rijke kooplieden verhuisden naar Den Haag om dicht bij het hof te zijn. Ze woonden in huizen aan het Lange en Korte Voorhout.

Degenen die in Amsterdam bleven of zich in de zomer terugtrokken in hun riante landgoederen aan de Amstel of de Vecht, kregen soms bezoek van de stadhouder. Zo ontving David de Pinto (1691-1751), eigenaar van landgoed Tulpenburg aan de Amstel, in 1749 stadhouder Willem IV van Oranje.

Huwelijksgeschenk
Ook de relatie met de Hoogduitse Joden werd intussen aangehaald. Inhuldigingen en huwelijken van de koninklijke familie werden door de Joden altijd uitbundig gevierd. Er verschenen in elke stadswijk in Amsterdam erepoorten. Grote gebouwen in de stad werden versierd.

Een van de topstukken op de tentoonstelling is een hanger van diamant, smaragd en robijn die de Amsterdamse diamantslijper Mozes Eliazar Cohen Tartaas de Vries jr. als huldeblijk had geslepen en waarin het silhouet van koning Willem III te zien is. Het was het huwelijksgeschenk van Willem III in 1879 aan Emma.

Na de Tweede Wereldoorlog bekoelde de relatie. Veel Joden vinden dat het koningshuis in de oorlog te weinig voor hen heeft gedaan. Op de tentoonstelling zijn authentieke film- en geluidsfragmenten, waaronder van Beatrix te horen.

Julie-Marthe Cohen, conservator van het Joods Historisch Museum: "De Joden vinden dat ze in de oorlog niet goed zijn beschermd door het koningshuis. Wilhelmina sprak voor Radio Oranje nauwelijks over de Jodenvervolging. Beatrix maakte dit goed door in haar toespraak in de Knesset in Israël in 1995 wel de Holocaust te noemen. Zij zei daarin dat de Nederlandse bevolking niet had kunnen voorkomen dat de Joden werden vermoord. Het was een handreiking aan de Joodse gemeenschap. Ze stond er als koningin van de Nederlandse bevolking."

Vanaf de jaren zeventig herstelde de relatie tussen de Joden en de Oranjes zich.

T/m 30 september, Joods Historisch Museum.

Bruidspaar

De Joodse koopman en juwelier Jacob Franco Mendes (1752-1804) trad in 1771 in het huwelijk met Sara Teixeira d'Andrade. Stadhouder Willem V en Wilhelmina van Pruisen waren op dit huwelijk in Den Haag aanwezig en gaven het bruidspaar een tuimelring met hun eigen portretten en de waaier cadeau.

De tuimelring bestaat uit goud, ivoor en diamant en dateert uit het eind van de achttiende eeuw. De waaier is gemaakt van zijde, parelmoer, goudverf en is beschilderd met olieverf.

Tuimelring Beeld Michiel van den Berg
Tuimelring Beeld Michiel van den Berg

Fotoalbum

Koningin Wilhelmina en prins Hendrik bezochten in 1910 de diamantslijperij van Asscher in de Tolstraat. Zij ontvingen bij die gelegenheid ieder een eigen fotoalbum met afbeeldingen van de fabriek. Wilhelmina kreeg een album in wit en goud met de letter W. Hendrik ontving het boek in blauw en goud met de letter H. Op een blad van perkament was het eigen koninklijk wapen afgebeeld.

Fotoalbum Wilhelmina Beeld Peter Lange
Fotoalbum Hendrik Beeld Peter Lange

Erepoort

In de negentiende en twintigste eeuw verschenen tijdens koninklijke inhuldigingen erepoorten en versieringen in de stad. Modehuis Maison Hirsch op het Leidseplein werd tijdens de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 versierd. In de Joodse buurten werden de poorten dikwijls voorzien van Joodse symbolen als de davidster.

Bij de inhuldiging van Wilhelmina werd op het Markenplein de Vinkenpoort gebouwd. Deze leek op een versterkte burcht uit de tijd van de stadhouders. Voor 25 cent konden de torens en het platform beklommen worden. Op de foto is rechts de Rapenburgerstraat te zien. Ook staan de gebouwtjes rondom de Portugese Synagoge op deze foto.

Vinkenpoort Beeld Stadsarchief Amsterdam

Huis ten Bosch

De punchkom met deksel en schotel behoort tot een groep voorwerpen van Haags porselein met Nederlandse topografische voorstellingen. Op het deksel van deze bowl staat het Paleis Huis ten Bosch afgebeeld. Op de kom zelf zijn de Portugese synagoge en de Hoogduitse synagoge te zien.

De combinatie van deze twee afbeeldingen maakt het volgens het Joods Historisch Museum aannemelijk dat de opdrachtgever een Portugese Jood was die relaties in de hofkringen had. De kom is gemaakt in porseleinfabriek Ansbach en beschilderd door porseleinfabriek Den Haag tussen 1777-1790.

Punchkom Beeld Rijksmuseum Amsterdam

Appeltjes van Oranje

Stadhouder Willem III schonk dit schilderij met Oranjeboompje in porseleinen vaas in de zeventiende eeuw aan de rijke koopman/bankier Francisco Lopes Suasso (1710-1770).

De Joodse bankier (alias Abraham Israël Suasso) kreeg het schilderij omdat hij de stadhouder geld had geleend om de overtocht te maken van de Republiek naar Engeland. Het werk diende oorspronkelijk als haardstuk.

"Dit zijn de appeltjes van Oranje," zegt conservator Julie-Marthe Cohen van het Joods Historisch Museum.

Oranjeboompje Beeld René Gerritsen AHM
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden