Rekentruc leidt tot daling achterstandsleerlingen

De politiek juicht over de daling van het aantal achterstandsleerlingen. Maar scholen hebben juist minder geld om leerlingen te helpen.

De kinderen op de foto komen niet in het verhaal voor Beeld anp

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) presenteerde donderdag onderzoek waaruit blijkt dat het aantal achterstandsleerlingen in Nederland dit schooljaar 28 procent is gedaald ten opzichte van het jaar 2011-2012. In Amsterdam was die daling zelfs 37 procent. Op het eerste oog lijken de cijfers reden tot highfiven voor de beleidsmakers. Hoe minder achterstandsleerlingen, hoe beter.

De praktijk is anders. De kwalificatie van achterstandsleerling heeft niets te maken met het niveau van de leerling zelf, maar met dat van de ouders. Als blijkt dat ouders laagopgeleid zijn, wordt een kind aangemerkt als achterstandsleerling en krijgt de school geld voor extra begeleiding - de zogeheten gewichtenregeling.

Het geld wordt door scholen gebruikt voor kleinere klassen (dus meer individuele aandacht), extra taallessen, klassenassistenten, het bevorderen van ouderbetrokkenheid en remedial teaching. Het risico dat kinderen van laagopgeleide ouders zelf ook met een lage opleiding van school komen moet hiermee worden ingeperkt.

'Etniciteit'
Vanwege bezuinigingen in Den Haag is tien jaar geleden flink gesneden in het budget voor de gewichtenregeling. Het punt 'etniciteit' is uit de beoordeling gehaald en alleen als de ouders louter basisonderwijs of maximaal twee jaar voortgezet onderwijs hebben, maakt een school nog aanspraak op extra geld.

En daar zit een van de knelpunten. Door de herdefiniëring van een achterstandsleerling - of: 'gewichtsleerling' - vallen veel kinderen onterecht buiten de boot. Basisscholen krijgen voor hen geen geld voor extra ondersteuning, terwijl de taalachterstand even groot is.

Vooral op basisscholen in grote steden leidt dat tot onwerkbare situaties. Dat zegt ook Arzu Aslan, docent op een basisschool in Osdorp waar het overgrote deel van de leerlingen van Turkse of Marokkaanse afkomst is. De problemen zijn hetzelfde, maar omdat niet meer naar etniciteit wordt gekeken, krijgt de school veel minder geld. Daardoor zijn er grotere klassen met minder leerkrachten, en dus minder aandacht voor de leerlingen met een taalachterstand.

Aslan: "Voorheen had ik klassen van zeventien leerlingen en hulp van onderwijsassistenten. Nu hebben we klassen met 29 leerlingen en geen onderwijsassistent. Als er in een rekenopdracht staat: 'Wat is de helft van veertig?', dan moet ik eerst uitleggen wat 'de helft' betekent. Als je minder tijd hebt om stil te staan bij de woordenschat, bouwen leerlingen meer achterstanden op. En dat terwijl ze later al minder kansen hebben op de arbeidsmarkt door discriminatie."

Formulier fout ingevuld
Toch heeft de daling in het aantal kinderen dat als achterstandsleerling wordt aangeduid niet alleen met herdefiniëring te maken. Afgelopen jaar heeft accountantskantoor Deloitte in opdracht van minister Jet Bussemaker (Onderwijs) de formulieren gecontroleerd waarop scholen moeten aangeven wat het onderwijsniveau is van ouders. Als een formulier verkeerd blijkt ingevuld, moet de school het extra geld dat daardoor werd toegewezen, terugbetalen.

Het werd een slagveld, zegt Alex Bakker, directeur van een basisschool in Noord. "Heel veel scholen moeten geld terugbetalen dat al is uitgegeven aan extra ondersteuning van de leerlingen. En dat terwijl het de scholen in lang niet alle gevallen te verwijten valt dat de formulieren niet goed zijn ingevuld. Ouders zijn soms uit schaamte niet eerlijk over hun opleidingsniveau of begrijpen niet wat ze precies moeten invullen. En scholen moeten zelf bepalen hoe diploma's die in het buitenland zijn gehaald, worden geïnterpreteerd."

Volgens Bakker werden de regels ook halverwege nog aangepast; formulieren moesten steeds gedetailleerder worden ingevuld.
Dat het aantal achterstandsleerlingen in Amsterdam met 37 procent is gedaald, heeft al met al in de praktijk dus vooral een administratieve reden, zoals onderwijswethouder Simone Kukenheim ook toegeeft. Achterstandsleerlingen en basisscholen zijn juist slechter af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden