Plus

Reddingsbrigade bestaat 100 jaar: 'Veel speelde zich af rond de Dam'

De Reddingsbrigade bestaat honderd jaar, al bekommerde men zich al veel langer om de vele drenkelingen in de grachten. Door ze na redding in een boom te hangen bijvoorbeeld.

Leden van de Reddingsbrigade tijdens een oefening ijszwemmen Beeld De redder in nood

Op 3 maart 1913 maakte een schip dat aan de Oosterdoksdijk lag afgemeerd door onbekende reden snel water en begon te zinken. Aan boord lagen vier kinderen te slapen, terwijl de ouders even ergens op visite waren.

Op de kade stonden de twee gebroeders Meyer te kijken naar hoe het noodlot zich voltrok. Zij waren goede zwemmers, maar werden door de politie tegengehouden toen ze het water in wilden duiken: het was te gevaarlijk, er moesten vooral niet nog meer slachtoffers vallen.

Al snel kwamen een aantal notabelen van de stad bijeen in het hotel van de familie Meyer: Hotel Palais Royal, op de hoek van de Paleisstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal, waar nu de Albert Heijn zit. In het hotel werd er een plan gemaakt om nieuwe drama's te voorkomen: er moest een reddingsbrigade komen.

Hoofd in een warme mesthoop
Het was niet de eerste reddingsbrigade in het land. In Den Bosch was er een paar jaar eerder ook al een opgericht. Na Amsterdam volgden ook Haarlem, Den Haag en Breda en precies honderd jaar geleden - op 16 september 1917 - kwamen vertegenwoordigers van de vijf brigades in Hotel Palais Royal bijeen om een landelijke vereniging op te richten: De Nederlandsche Bond tot het Redden van Drenkelingen. Beter bekend als De Reddingsbrigade, de vereniging die inmiddels 166 lokale afdelingen heeft.

"In de geschiedenis van de Reddingsbrigade speelt Amsterdam een belangrijke rol. Veel heeft zich afgespeeld in een paar honderd vierkante meter rond de Dam," zegt historicus Micha Peters.

Samen met Jurryt van de Vooren schreef hij het boek De redder in nood, 100 jaar Reddingsbrigade Nederland dat zaterdag aan de koning wordt overhandigd. Vanaf de Paleisstraat, waar de reddingsbrigade werd opgericht, loopt Peters richting het Rokin. Daar staat boven de deur van nummer 114 'Maatschappij tot Redding van Drenkelingen' staat.

Reanimatiemethodes
Hij vertelt hoe die club ­- bekend als de Maatschappij - al in 1767 werd opgericht, ook met als doel het voorkomen van verdrinkingslachtoffers. Peters: "En door de combinatie van kroegen, drankgebruik en grachten waren dat er in Amsterdam nogal wat. Op 31 december 1790 verdronken zelfs negentig mensen in de grachten, vanwege een zeer dichte mist die nacht."

Omdat weinig mensen nog konden zwemmen in de achttiende eeuw, richtte de Maatschappij zich vooral op het bestuderen en verspreiden van kennis over reanimatiemethodes. Zo hangt in de prachtige vergaderzaal een originele blaasbalg tabaksklisteer: een apparaat waarmee tabaksrook via de anus het lichaam in kon worden geblazen.

En de medici hadden destijds nog wat andere opmerkelijke adviezen: de drenkeling aan zijn benen in een boom hangen bijvoorbeeld, om het water uit zijn maag te krijgen. Of dat proberen te bewerkstelling door hem over een ton te rollen. Het hoofd in een warme mesthoop begraven gebeurde ook nog wel eens.

Gouden legpenning
Daarnaast voerde de Maatschappij de druk op het stadsbestuur op om hekwerk te plaatsen waar veel mensen in het water vielen. En de Maatschappij probeerde mensen aan te sporen te helpen in het geval van een drenkeling.

Bij de nieuwe fontein op het Rokin, bij het Beurspoortje, legt Peters uit dat in de tweede helft van de achttiende eeuw, toen dit nog de Vijgendam heette, hier de boekhandel van Pieter Meyer zat. Mensen die meenden een drenkeling te hebben gered en gereanimeerd, konden zich bij hem melden.

Als hun claim bleek te kloppen, kregen ze een gouden legpenning of zes gouden dukaten. "Dat liep natuurlijk al snel uit de hand. Er waren veel mensen die verdrinkingen en reddingen in scène zetten en hier hun beloning kwamen claimen. Daar zijn ze dus op een gegeven moment mee gestopt."

Bekronen van reddingsacties
Toen honderd jaar geleden de plannen werden gemaakt om een reddingsbrigade op te richten was de Maatschappij bereid de nieuwe organisatie te steunen. Sindsdien is de taakverdeling helder. De Maatschappij - die nog steeds bestaat en dit jaar een 250-jarig jubileum viert - richt zich vooral op het bekronen van reddingsacties.

Jaarlijks deelt ze gemiddeld zestig medailles uit. Dat aantal is ook een teken dat de Reddingsbrigade, die zich vooral bezighoudt met de praktijk van het redden, nog hard nodig is.

De redder in nood, 100 jaar Reddingsbrigade Nederland. Micha Peters en Jurryt van de Vooren. Uitgeverij Hollandia, €14,99

Niet op volle zee

Jaarlijks voeren de vrijwilligers van de Reddingsbrigade zo'n 9000 hulpverleningsacties uit, waarvan zo'n 300 reddingen uit een levensbedreigende situatie. Er zijn 23.000 leden en 5.000 actieve vrijwilligers.

Ze houden toezicht en ook wordt van de Reddingsbrigade ingeschakeld bij evenementen als Sail, Nieuwjaarsduiken en Sinterklaas­intochten. Bij ­grote rampen als de watersnood (1953), de overstroming van Tuindorp Oostzaan (1960) en de overstromingen in Limburg in de jaren negentig helpt de reddingsbrigade bij de reddingswerkzaamheden.

De Reddingsbrigade is niet actief op volle zee. Voor de hulp aan in nood verkerende schepen langs de kust is er de ­Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden