Plus Klapstoel

Raymi Sambo: 'Ik ben een pitbull, ik laat niet los'

Raymi Sambo (1971) is acteur en theatermaker. In de Melkweg is deze week zijn film Aan niets overleden te zien. Later deze maand presenteert hij daar ook zijn jaarlijkse theateravond Je suis, over gaybashing.

Raymi Sambo: 'De Bijlmer vond ik fantastisch. Het was er groen, er was water en we woonden op zevenhoog' Beeld Harmen de Jong

Curaçao
"Mijn vader was engineer bij Shell, mijn moeder leidinggevende bij een schoonmaakbedrijf. Overdag werkte ze op het vliegveld, 's avonds in Punda, een wijk in Willemstad. Tussendoor kookte ze en zorgde ze voor de kinderen. Ze was heel dominant. Wat gebruikelijk is op de Antillen, het is een matriarchale samenleving: wat mama zegt, dat gebeurt. Ik, de jongste van zeven kinderen, was de enige die er tegenin ging. Mijn moeder sloeg, ook gebruikelijk op de Antillen - je komt, toch wel, uit een slavencultuur. Op mijn vierde schijn ik tegen haar te hebben gezegd: 'Je moet niet slaan, ik ben van mezelf.' Ik was een eigenwijs kind, had ook een grote bek. Later, en dat was echt volstrekt not done, ging ik mijn ouders ook tutoyeren."

Bijlmer
"Op mijn twaalfde ging ik er wonen. Ik ging mee met een zus, twee andere zussen woonden al in Amsterdam. Ik deed een beetje aan zushoppen. De zus bij wie ik het meest woonde was tien jaar ouder dan ik. Nu denk ik: een meisje van 22 nog maar, krankzinnig. De Bijlmer vond ik fantastisch. Het was er groen, er was water en we woonden op zevenhoog. Op Curaçao was alleen laagbouw, hier keek ik van bovenaf op de wereld. Ik vond de Bijlmer ook eng. Het was de tijd dat er een verkrachter rondliep. In Curaçao gaat om half zeven de zon op. In de Bijlmer moest ik in het donker naar school. Op een dag kwam er ineens een man uit de bosjes gerend. Daar ga ik, dacht ik. Maar hij rende alleen maar zo hard omdat hij de metro wilde halen."

Aan niets overleden
"Gaat over een moeder die haar aan aids lijdende zoon verbergt voor de buitenwereld. Op de Antillen en Suriname bestaat een grote schaamtecultuur. Je ziet er op straat geen invaliden, die worden thuis weggestopt. Een van mijn zussen is overleden aan obesitas. Ze werd op Curaçao door mijn moeder in huis gehouden, niemand mocht weten hoe dik ze was. Toen ik een keer mijn moeder aan de lijn had, vertelde ze dat een jongen die ik van vroeger kende héél ziek was geworden. Wat had hij dan? Fluisterend zei ze: 'Hij heeft aida'. Wát? Het bleek om aids te gaan, een woord dat ze niet eens durfde uit te spreken. Een jaar of twee later vroeg ik mijn moeder hoe met die jongen ging. Ze wist het niet. Mijn zus had ook geen idee. Er waren verhalen dat hij naar Amerika zou zijn gegaan, maar niemand wist hoe het precies zat. Daar ga je op de Antillen ook niet naar vragen: dat zijn hun zaken, niet de onze."

Speelfilm
"Ja, na het stuk is er nu de film. Ik had eerder wel korte films gemaakt, deze duurt een uur. Independent gemaakt met een all black cast en een budget van maar 120.000 euro. Ik regisseer steeds vaker, ik vind het inmiddels leuker dan acteren. De film wordt eerst vertoond in filmhuizen, daarna zie ik wel. Het stuk heeft veel losgemaakt in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap - we hebben ook in Paramaribo gespeeld. Maar vergis je niet, zulke dingen komen niet alleen daar voor. De Randstad is niet heel Nederland, hoor. Bij een nagesprek in Breda vertelde een witte Nederlander dat zijn vriend die aids had door diens ouders bij hem werd weggehaald. Tot op de dag van vandaag heeft hij geen idee waar die vriend is begraven."

Haar
"Ik heb alles gehad: curly, lang, permanent... Vanaf mijn 27ste begon ik kaler te worden. En op 32ste was het einde oefening en heb ik alles er rigoureus afgehaald. Nu is het een automatisme dat ik 's ochtends een scheermes over mijn schedel haal. Die kale kop mijn handelsmerk? Ik zou toch liever gewoon haar hebben."

Zoon
"Een half jaar oud is hij nu. Een lang gekoesterde wens kwam op mijn 46ste alsnog uit. Kom als homo maar eens de juiste vrouw tegen om dat avontuur aan te gaan. Zijn moeder, die lesbienne is, ken ik via mijn werk; ze is schrijfster, heeft ook voor mij geschreven. We verdelen de zorg voor Nicolai, dat is met mijn onregelmatige werktijden soms even puzzelen, maar het werkt. En het gaat héél goed met Nicolai. Laatst zei een collega: wat een leuk kind, jullie boffen maar. Waarop ik zei: 'Nee, Nicolai boft. Zijn moeder en ik zijn goede ouders, we zijn lief voor elkaar en dat straalt op hem af.' Het begint niet met het kind, het begint met de ouders."

Aids
"Het is hier geen dodelijke ziekte meer. Je hoort er ook veel minder over dan vroeger, het lijkt geen issue meer. Het aantal hiv-besmettingen neemt daardoor wel toe. Laatst belandde ik met een jong in bed die onveilig wilde vrijen. 'Wat maakt het uit, dan nemen we toch een pil?' Ik heb een enorme angst voor hiv en aids. Ik heb Rufus Collins, de theatermaker, goed gekend, hij was mijn mentor. Hij leed aan aids en de laatste twee jaar van zijn leven heb ik hem verzorgd. Dat verval, dat lijden, verschrikkelijk. Als zo'n jong persoon voorstelt onveilig te vrijen, beginnen er bij mij meteen allemaal alarmbellen te rinkelen. Ook al is aids gereduceerd tot een chronische ziekte: nee, dank je."

IJburg
"Ik liep er over de boulevard, hoorde het water klotsen tegen de kade en was op Curaçao. Hier moet ik wonen, wist ik. Inmiddels woon ik er tien jaar en ik ben heel tevreden. Ik houd van dingen die nog moeten groeien, waar alles nog niet helemaal af is, waar mogelijkheden zijn en waar je iets aan kan bijdragen. IJburg af? Nee hoor, nog lang niet. Er komt nog een eiland bij. En daarna nog één."

All Stars
"Ik speelde Paul, de flashy guy, die ervan droomde beroemd te worden en hordes meiden achter zich aan te krijgen. Ik had voor All Stars al het nodige gedaan, maar het was wel mijn doorbraak. Daarna heb ik veel verschillende dingen gedaan. De rode draad? Dat ik het allemaal zelf heb moeten doen. All Stars leverde me lang niet zo veel op als mijn witte collega-acteurs. Voor zwarte acteurs is er minder werk. Maar er bestaan geen zwarte rollen, er bestaan róllen. Mijn rol in All Stars had ook niets met mijn huidskleur te maken. Ik houd niet van klagen en janken. Ik houd van initiatief nemen, ik ben een pitbull, laat niet los. Dus na All Stars ben ik niet naast de telefoon gaan zitten wachten tot ik werd gebeld, maar ben ik zelf aan de slag gegaan en heb mijn eigen werk gecreëerd. Ik ben nog steeds dat jongetje dat zijn eigen plan trekt."

Surinamer
"Word ik vaak voor aangezien, ook door donkere mensen. Ik heb niet echt een Antilliaans hoofd. Mijn moeder werd ook wel voor Surinaams aangezien. Vond ze verschrikkelijk. Ik zit er niet mee. Vroeger was het de Surinamers tegen de Antillen, wij en zij. Dat is niet meer zo. Kijk naar Kwaku. Dat is allang niet meer alleen Surinaams. Je ziet er ook Afrikaanse en Antilliaanse kramen. Men is slimmer geworden. Ik ben drie keer in Suriname geweest. Ik vond het er fantástisch, maar de eerste keer had ik wel een cultuurshock. Ik kende Suriname van de tv, van de mooie plaatjes. Maar het is ook een derdewereldland, ik waande me in Afrika."

Sambo
"Het betekent letterlijk roetmop. In de VS moet je het echt niet wagen iemand Sambo te noemen, hier is het geen scheldwoord meer. Ik weet ook niet hoe mijn familie aan die naam komt. Ik heb het proberen te traceren, maar dan loop je vast in de slaventijd. Er is ook dat boekje Sambo, het kleine zwarte jongetje. Kun je je toch ook niet meer voorstellen, dat dat gewoon werd uitgegeven. Ik heb het wel. Ik was vroeger ook gek van Kuifje en Suske en Wiske. Als ik nu zie hoe daar donkere mensen in werden afgebeeld, denk ik: hoe kan het dat ik me daar toen niet aan stoorde?"

Harry Piekema
"Ik heb zo een repetitie met hem. We spelen in Poz Paradise. Poz staat voor positive, van hiv positive. Het gaat over drie mannen met hiv, vijftigers, die zich hebben teruggetrokken op Gran Canaria. Ze dachten dat hun leven ten einde liep, maar toen kwam de combinatietherapie. Ze zijn ingehaald door de tijd. Harry is een betrokken acteur, vol goede ideeën. In het begin moest ik wennen; net als voor alle Nederlanders was hij ook voor mij die filiaalmanager van Albert Heijn. Of ik zelf zo'n reclame zou doen? Zeker weten. Ik zou het geluk hebben dat mensen me al kennen, net zoals nu met Frank Lammers in de Jumboreclame. Harry had ook een carrière voor AH natuurlijk, maar voor de meeste mensen was hij nieuw. Het kost tijd om dan weer van zo'n typetje los te komen."

Pride
"Ja, dat komt er ook weer aan. In de tijd dat ik ambassadeur was, heb ik twee keer op zo'n boot gestaan. Leuk, maar het voelt ook een beetje of je een halve dag bent opgesloten. Je kunt niet van die boot af. En als je moest piesen, moest je je zo ongeveer opvouwen om in dat kleine wc'tje in het vooronder te passen. Ik ga altijd naar Pride met heterovrienden. Feest. Ik zuip me klem en ga kruipend terug naar IJburg. Dit jaar zal ik me netjes moeten houden. Ik speel ­'s avonds Poz Paradise."

Jacqueline Grandjean
"Van de Oude Kerk? Daar ben ik nooit geweest. Wel in de Nieuwe Kerk. Ik had daar graag de tentoonstelling over Mandela, Gandhi en King gezien. Als jongetje heb ik nog eens in de Nieuwe Kerk opgetreden met een folkloristische Antil­liaanse dansgroep. Nu dans ik nauwelijks meer. Ja, op Pride."

Aan niets overleden, Melkweg Cinema, 24 en 25/7. Poz Paradiso, Stadsschouwburg, 23/7 t/m 5/8. Je suis, Melkweg, 30/7

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden