Plus

'Rare vogel' meerkoet trekt de stad in

De meerkoet heeft zich ontwikkeld tot het vuilnismannetje van de Amsterdamse grachten. Ecoloog Remco Daalder schreef een boek over de opkomst van deze nieuwe inwoner.

Een meerkoet heeft een nest gebouwd van takken, kranten en ander afval uit de stad Beeld ANP

Nog een paar weken wachten, dan zijn ze er weer. De groep van vijftig meerkoeten, die elke herfst en winter weer postvat bij de pontsteiger aan de Buiksloterweg in Amsterdam-Noord. Daar aan de overkant van het IJ op een paar honderd meter lange grasstrook tussen het Noordhollandsch Kanaal en de pontsteiger overwinteren ze, elk jaar weer. En ze weten waar eten valt te halen: bij de wandelaars en de fietsers die op weg zijn naar of van de pont.

Het waren deze 'pontkoeten' die Remco Daalder op het idee brachten een boek te schrijven over de meerkoet. "De pontkoeten zijn trekvogels, die na hun broedseizoen in Duitse, Poolse of Russische moerassen in Amsterdam-Noord overwinteren. Vanaf dag één voeren ze hun bedeltrucjes uit. En het zijn er altijd vijftig, nooit tien of honderd."

Dat de meerkoet (Fulica atra) een trekvogel is, is slechts een van de opmerkelijke feiten die Daalder noteert in zijn boek. "Ik heb veel sportvissers gesproken die dachten dat koeten alleen maar een beetje kunnen watertrappen."

De meerkoet kan dus vliegen - wat hij overigens alleen 's nachts doet - en sommige exemplaren kunnen flinke afstanden afleggen. Een in 2011 op een Amsterdamse gracht geringde meerkoet werd zes maanden later boven Rusland neergeschoten. Toch zijn er ook minder avontuurlijke, honkvaste types.

Slechts een paar kilometer noordelijker van de pontkoeten overwinteren grote groepen soortgenoten op de Gouwzee, waar ze enorme eilanden vormen. Deze 'Gouwzeekoeten' vissen hun ­eigen kostje bij elkaar: voornamelijk waterplanten en driehoeksmossels.

Tussen Gouwzee en pont zijn er ook nog autochtone meerkoeten in sloten en parken die hun territorium trouw blijven en dat ook na het broedseizoen fel verdedigen. Want vechtjassen zijn het, soms tot bloedens toe. "Mensen vinden het vaak agressieve rotbeesten. In de grote wintergroepen zijn de ruzies minder grimmig, spelen de hormonen minder op."

Vuilnismannetjes
Trekken de pontkoeten bij het aanbreken van de lente weer terug naar hun broedgebieden aan de Oostzee, dan beginnen ook de allochtone meerkoeten aan hun nesten. In de grachten zijn de meerkoeten bij gebrek aan natuurlijke basis als oevers of plompenbladen daarbij aangewezen op bootjes, vlotten of andere kunstmatige constructies.

In Rotterdam kiezen meerkoeten er opmerkelijk vaak voor te nestelen boven op fonteinkoppen. Na uitkomst van de eieren worden deze fonteinen tijdelijk uitgezet om de jongen een kans te geven.

Ruim 87 procent van de grachtennesten heeft een kunstmatige basis. Bij gebrek aan natuurlijk nestmateriaal verzamelen de 'vuilnismannetjes van de gracht' alles wat los en vast zit. Daalder: "En elk nestpaar heeft zijn eigen voorkeuren, voor vorm, materiaal of zelfs kleur. Mijn zus parkeerde eens haar fiets op een brug en zag een broedende meerkoet toekijken. De volgende dag lag haar zadel in stukken in het nest."

Bacardikoeten
De meerkoeten die Daalder heeft geobserveerd in zijn buurtpark en op de grachten maken vaak meerdere broedsels per seizoen. Uit onderzoek blijkt dat jongen alleen goede overlevingskansen hebben als ze de eerste tien dagen voldoende dierlijke proteïne binnenkrijgen.

Aan insecten zoals schietmotten is in het voorjaar geen gebrek, maar in het naseizoen is dat een ander verhaal. Waarom de broedparen het toch blijven proberen tot diep in de herfst, is hem een raadsel.

Zo ook bij de 'Bacardikoeten' die elk jaar in zijn buurtpark een nest bouwen vlak bij de favoriete hangplek van jongeren. Kunnen ze in het vroege voorjaar nog ongestoord op het nest zitten, in het broedseizoen wordt het nest omringd door lege Bacardiblikjes. "Het aantal jongen dat ze de laatste jaren succesvol groot hebben gebracht is nihil. Het zijn ongelooflijke opportunisten die trouw blijven aan hun stek."

Bron: Vogelbescherming/Sovon Beeld Shutterstock/Laura van der Bijl

Uit het moeras

Meerkoeten en grachten, het lijkt een eeuwenoude combinatie. Maar de meerkoet heeft pas net de stad ontdekt als broedplaats. Vijftig jaar geleden was het nog een bejaagde moerasvogel. Het eerste broedpaar in de Amsterdamse grachtengordel is pas waargenomen in 1989. In Alkmaar is tussen 1984 en 2014 het aantal broedparen toegenomen van 40 tot 295 koppels. En Amsterdam is mooier dan Parijs, vindt ook de meerkoet. Remco Daalder: "Ze komen voor in heel Europa, maar in Parijs broeden geen meerkoeten. De vogelatlas van Parijs meldde in 2009 acht meerkoeten, die tijdens een vorstperiode op de Seine werden gezien. Dat was me nog eens wat!"

Remco Daalder: De Meerkoet.
Uitgeverij Atlas Contact, €19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden