Column

Rahma heeft haar naam nog nooit in de krant of in een boek gelezen

Mano Bouzamour Beeld Floris Lok

Afgelopen week had ik twee bijzondere lezingen. Ik was uitgenodigd door 'Writers Unlimited Winternachten' festival om tijdens de openingsavond in het Engels te debatteren over de vrijheid van expressie. De grote Karl Ove Knausgård hield een vurige openingstoespraak. We zaten naast elkaar. Dat vond de norse Noor een hele eer, fluisterde hij mij in.

Ik vroeg heel netjes of hij even zijn bek dicht wilde houden en wees plechtig naar de spreekster op het podium. Een Libische journaliste was bezig met speechen. In het Arabisch. Het werd op grote schermen in het Engels vertaald. De mollige mevrouw had een jurk aan die op een parachute leek. Ik zag Knausgård gniffelend naar haar kijken. Ik gaf hem zachtjes een knietje. Hij sloeg zijn verweerde vingers om zijn schaterende smoel. Keek uit zijn ooghoeken naar mij, wees naar haar en zei: 'Volgens mij zag ik generaal Kadhafi onder haar jurkje!'

Ik zei: 'Kappen, Knaus.'
Op het podium hadden we het over hoe ver je als schrijver kon gaan. Het nut van provoceren. Waar de grens lag. Ik vroeg: 'Welke grens?' We hadden het natuurlijk ook over de toename van jihadisten in ons vredelievende landje, dat trouwens zaken doet met het nog vredelievendere Saoedi-Arabië. Vooral in de wapenhandel. Maar daar hebben we het nu niet over. Ik vertelde: 'Wel, die jihadisten zoeken hun waarheid in religie. Ik zoek mijn waarheid in fictie. Het is ongeveer hetzelfde, want iedere religie is natuurlijk fictie.'

De volgende dag moest ik een lezing geven op het Bredero Lyceum in Amsterdam-Noord. Ieder jaar organiseren vier leerlingen een schrijversavond. En dit jaar schreven zij mij een keurige brief met de vraag of ik wilde langskomen om te vertellen over mijn schrijven en over de vrijheid van meningsuiting. Na het rillende tochtje met de pont scheurde ik op mijn Vespa over de Buiksloterweg, de ijzige wind trotserend.

Aangekomen in de feestelijke aula werd ik ontvangen door de vier leerlingen. Eén van hen, Djurney, zette meteen de toon: 'Gelukkig ben je er! Ik had gedroomd dat je niet zou komen.'
'Waarom droomde je dat?'
'Je bent Marokkaan, dan weet je het nooit.'

Tijdens het vragenuurtje vroeg een lief meisje met een hoofddoek wat ik van hoofddoeken vond. Ik zei: 'Hij staat je beeldig.' Een meisje vroeg of de seksscènes in mijn boek fictie waren. Ik zei: 'Daar geef ik geen antwoord op.'

Na de lezing kwam er een meisje naar mij toe. Verdrietig zei ze: 'Ik wil je iets vertellen.'
'Vertel.'
Ze keek naar de neuzen van haar schoenen.
'Ik heb echt pech.'
Ik vroeg: 'Hoezo?'
Ze keek me in de ogen en zei: 'Ik heb mijn naam nog nooit in de krant of in een boek gelezen.'
'Hoe heet je dan?'
'Ik heet Rahma.'


m.bouzamour@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden