Plus

Racisme op school: 'Pas als iemand me slaaf noemt, gaat het te ver'

Koelie, neger, Chinees of tata. Middelbare scholieren slingeren elkaar grove, discriminerende opmerkingen naar het hoofd. Is dat onschuldig geplaag of racisme? 'Je kunt niet leren dat zaken niet in orde zijn, als je er nooit op aangesproken wordt.'

'Tata', 'mocro' en 'kutneger' zijn speelse woorden die niet beledigend bedoeld zijn Beeld Shutterstock

Buiten tegen de muur van het Hervormd Lyceum Zuid hangen groepjes scholieren. De pauze is net begonnen, het is koud, maar jassen blijven toch liever open dan dicht. Er wordt wat geduwd en getrokken, gelachen en geroddeld. De school voor havo en vwo staat bekend als een witte school. Of we even over racisme kunnen praten, vragen we Stijn (17), Kick (16) en Florian (18).

Natuurlijk maken ze grappen over stereotypen, zeggen ze, maar ze weten heus wel wat kan en wat niet. Sterker, ze zijn zich heel bewust van wat over de schreef is. 'Tata', 'mocro' en 'kutneger' zijn speelse woorden die niet beledigend bedoeld zijn.

Noem hen maar 'kaaskoppen'. Stijn is een 'boer', omdat hij uit Abcoude komt. Ze hebben een gemengde vriendengroep, en iedereen krijgt het weleens te verduren - jongens onder elkaar.

Vooroordelen
Dan komt Winston (17) erbij staan, capuchon op, grijns op zijn gezicht. 'Spleetoog' noemen ze hem soms. 'Nummer 39, sambal bij.' Winston haalt zijn schouders op. "Het boeit me niet zo."

Jadian (17) stompt Stijn tegen zijn arm. "Sta jíj nou over racisme te lullen? Gast, jij zei vanmorgen nog tegen me: hé Zwarte Piet, moet je niet via de schoorsteen naar binnen?'" Het is een kunst om elkaar zo hard mogelijk te beledigen. Jadian over Stijn: "Als hij me kutneger noemt, is hij de koe uit Abcoude."

Hoe grover, hoe grappiger. Jadian: "Dan zegt iemand: je vader ging naar de supermarkt en kwam niet meer terug. Want zwarte vaders zijn er nooit. Ja, dat zijn vooroordelen. Maar ik vind het juist grappig hoe creatief mensen kunnen zijn."

Het elk jaar feller wordende zwartepietendebat bevestigt vooral wat veel Nederlanders met een andere kleur of achtergrond allang weten: racisme speelt hier wel degelijk. Of het nou om stagediscriminatie, onschuldig bedoelde vragen over hoofddoeken of te lage schooladviezen gaat.

Hoofddoek
Hoe ervaren middelbare scholieren dat? In Amsterdam heeft meer dan de helft van de jongeren een biculturele achtergrond. Hoe gaan ze met elkaar om? Hoe noemen ze elkaar? En wat voor rol spelen vooroordelen onder jongeren in een stad als Amsterdam, waar scholen wit of juist supermulticultureel zijn?

Een ander stadsdeel, een andere school. Het Comenius Lyceum in Nieuw-West voor havo en vwo telt 750 leerlingen van vooral Turkse en Marokkaanse komaf. Een groepje jongeren aan een tafel in de aula swipet net door wat foto's van een knappe jongen met een donkere huid. "Zou jij met een donkere jongen mogen gaan?" vraagt Mo (17) aan Souhaila (17).

Mo, Souhaila, Ayoub (16) en Soufian (16) uit 4 havo willen best praten over racisme. Mo zegt meteen: "Marokkanen zijn racistisch." Hij legt uit dat de meeste Marokkanen, zeker van de oudere generatie, afkeurend zouden kijken naar een Marokkaans meisje en een zwarte jongen.

"Over het algemeen zijn Antilliaanse en Surinaamse jongens gewoon niet zo serieus, ze zijn vooral uit op seks." Om er snel aan toe te voegen: "Alle jongens van 17 zijn niet zo serieus." Souhaila kijkt hem verwijtend aan. "Hoe weet je dat nou?"

Geen minderheid
Zelf weten ze maar al te goed hoe racisme voelt. Laatst nog liep Souhaila in de stad. Zei iemand: "Ik spuug op jou." Souhaila: "Ze kijken vaak vies omdat ik een hoofddoek draag." Ayoub stond niet lang geleden op een roltrap in een winkelcentrum, met zijn moeder nota bene. Riep een groepje jongens 'Allahu akbar' en renden ze lachend weg. Het maakte hem woest. "Maar wat moest ik doen? Als ik iets terug doe, krijg ik de problemen."

De leerlingen zijn op deze school geen minderheid, zoals ze zich buiten hun eigen buurt en school kunnen voelen. Hier is het veilig. Ze weten dat anders-zijn pijn kan doen. De paar witte Nederlanders op school kent iedereen bij naam en die worden juist heel erg geaccepteerd, vinden ze. Kijk daar loopt Mark, die is cool. "Hij praat met ons mee, hij zegt wallah." Marokkaans voor 'ik zweer het'.

"Ze noemen ons Russen," zeggen Annamaria (16) en Sonila (16). Dat Annamaria Servisch/Kroatisch/Bulgaars is en Sonila Albanese roots heeft, maakt niet uit. "Ze zien het verschil niet, en wat maakt het uit, we zijn hier allemaal buitenlands."

Ze vinden het prima als leerlingen grappen maken over Bulgaarse orgaansmokkelaars of Albanese kinderhandelaren. In een omgeving waar iedereen een minderheid is, is het toch veilig. Hier heerst een ander perspectief. Toen bij maatschappijleer een foto werd getoond van vijf mannen, allemaal met een andere huidskleur, en de leraar vroeg wie de crimineel was, riep de hele klas: "De witte Hollander!"

'Domme Marokkaan'
Buiten school maken deze jongeren met een migratieachtergrond andere dingen mee. Misschien is het racisme niet altijd expliciet, institutioneel en structureel is het wel. Ze krijgen lagere middelbareschooladviezen dan je op basis van hun Cito-toets mag verwachten, vinden niet zo snel een stage en komen moeilijker aan een baan.

Neem Rajae (17), leerling van het Comenius: welbespraakt, toegewijd en geëngageerd. Opgeklommen van de mavo naar de havo en met de ambitie iets in de scheikunde te gaan doen, kwam ze op een open dag van Inholland.

Bij de hbo-opleiding biologie en medisch labonderzoek was ze de enige met een migratieachtergrond. Niemand wilde met haar in een groepje. En toen zij als enige een vraag goed had beantwoord, keken ze naar haar alsof het niet mogelijk was dat 'de domme Marokkaan' het juist had.

"Ach, ik ben het wel gewend," zegt Rajae schouderophalend. Discriminatie is zo 'normaal', daar heeft ze het niet eens meer over met haar vriendinnen. "We gaan niet dagelijks tegen elkaar zeggen: hé, ik ben weer uitgescholden voor kut-Marokkaan."

Slim, lui en gierig
Op het ir. Lely Lyceum zit een groepje vriendinnen in de kantine. Dit is een school in Zuidoost, waar de schoolleiding trots vertelt dat de school 46 verschillende nationaliteiten telt.

Het groepje bestaat uit Shaniska (15), Asmara (15), Elion (15) en Tiara (15). Ze noemen elkaar 'domme Afrikaan', 'rare Suri', 'kaas' of 'neger'. "Wij mogen dat tegen elkaar zeggen, we zijn vriendinnen, iemand anders moet me niet 'neger' gaan noemen, dan zeg ik: doe 's rustig jij," zegt Asmara.

'Koelie' noemen ze Dilraj (15), die verderop in de kantine staat. Maar dat is alleen omdat hij iedereen uitscheldt, zeggen zijn vrienden. Het blijven grappen, hoor. "Pas als iemand me slaaf noemt, gaat het te ver," vindt Tyrone (16).

Achter hem kijkt Gabriel (15) ineens op: "Ze zeggen altijd Chinees tegen me." Gabriel is Filipijns. "Dan zeggen ze dat ik hond eet. Maar ja, sommige Filipijnen doen dat ook."

De moraliserende docent
Ashley (17) hangt in de vensterbank en weet hoe de wereld in elkaar zit. Aziaten zijn slim, Surinamers lui, Hollanders gierig. "En als een Hollands kind de beurt krijgt in de klas, zeggen we dat dat alleen maar is omdat hij of zij blank is."

"Ik probeer vaak met een grap, in plaats van met een wijzende vinger, het gesprek op gang te brengen," zegt Imane Bentaher, oud-docent maatschappijleer en Nederlands op het Caland Lyceum en nu lerarenopleider op de Hogeschool van Amsterdam. "Ze hebben toch al vaak zoiets van: daar komt weer de moraliserende docent aan."

Zeggen ze 'homo!', dan zegt Bentaher: 'O, weet jij meer dan hij? Vertel.' "Het heeft geen zin om te zeggen: 'Je mag niet zo denken.' Belangrijker is het gesprek met de klas aangaan over vrijheid van meningsuiting en uitsluiting."

"Waar liggen de grenzen van vrije meningsuiting en hoe voelt het om de ander uit te sluiten op basis van kenmerken waar diegene niks aan kan doen? Leerlingen worden zich bewust van hun ideeën en gedrag en dat vraagt om een professionele aanpak van de leraar. Ban je daarmee racisme en discriminatie uit? Nee. Kun je als leraar empathie bevorderen? Ja."

Klankbordgroep
Conrector Rachael Clydesdale van het ir. Lely Lyceum kan er een dagtaak aan hebben om scholieren erop te wijzen dat ze respectvol met elkaar moeten omgaan. "Je weet nooit hoe kwetsend iets echt is. Ook al doet iemand stoer en zegt dat het hem niet raakt."

Op school hebben ze een klankbordgroep van leerlingen. Het bestuur vroeg hen of ze zich veilig voelen op school en wat er in dat opzicht beter kan. Niemand kwam met racisme. Homoseksualiteit, dat lag gevoelig. De meisjes uit de kantine bevestigen dat.

"Als je homo bent, weet meteen de hele school het. Meisjes vinden het niet erg, maar jongens hebben er moeite mee, ook door wat ze thuis leren," zegt Shaniska.

Aardrijkskundeleraar Thomas Woltering grijpt altijd in als hij hoort dat er grapjes worden gemaakt over stereo­typen. "Ik zeg altijd: door grapjes ga je een denkbeeld vormen."

Choqueren
Robin (18) uit 4 havo is een van de weinige witte Nederlanders op het Lely. Als ze door de kantine loopt, hoort ze bij elk groepje dat ze passeert wel een keer 'tata' - straattaal voor witte Nederlander. Tijdens een debat een maandje terug op deze school vertelde een leerling dat een witte jongen in de klas er altijd werd uitgepikt. Was dat toch racisme? De enige zijn maakt je kwetsbaar.

Middelbare scholen zijn hoe dan ook jungles. De wet van de sterkste, de mooiste, de populairste geldt. Speelt kleur daar überhaupt een rol in? Of gaat het meer om wie mee kan komen, wie een grote bek heeft of de beste kleding?

Op het Hervormd Lyceum Zuid val je eerder op als je geen jas hebt van Canada Goose dan als je toevallig Chinese ouders hebt. Bij het ir. Lely Lyceum moet je vooral geen gaten in je broek hebben en op zijn minst sneakers van Nike of Adidas dragen.

Pubers dagen elkaar uit, het liefst doen ze dat zo choquerend mogelijk, zegt Jeroen Rijlaarsdam, rector van het ir. Lely Lyceum. "Als ze dat met een bepaalde term kunnen doen, zoals kanker of iets anders provocerends, doen ze dat graag. Maar voor hen heeft dat een andere lading."

Zelfstereotyperen
Racisme kun je het niet per se noemen, legt Juliette Schaafsma, hoogleraar cultuur en interactie aan de Universiteit Tilburg, uit. "Als dat zo zou zijn, zou er een ideologie achter moeten liggen van inferieure of superieure mensen, op basis van hun biologische kenmerken of achtergrond."

Schaafsma ziet wel dat minderheden zich soms meer laten welgevallen om niet te worden afgewezen. "Zij doen mee met de grappen. Het gevaar is dat mensen moeten gaan zelfstereotyperen. Dat kan op termijn vervelend zijn, want stereotypen blijven zo in stand."

Je moet bij puberexpert Marina van der Wal niet aankomen met 'pubers zijn pubers'. "Het is menselijk gedrag om te denken dat je ruimte hebt om van alles te zeggen op basis van jouw indruk van de vriendschap. En dan geen rekening houdt met de anderen."

"Misschien lacht de puber die net 'koelie' is genoemd. Maar dat is ook overlevings­gedrag. Want als je er wat van zegt, wat haal je je dan op de hals?" Het hoort bij pubergedrag om grenzen te ontdekken en eroverheen te gaan, maar onderling is er geen correctie. "Dat is de taak van volwassenen," zegt ze. Van school, van ouders.

Arabier of Berber
En wat als juist die volwassenen het slechte voorbeeld geven? Laura Polder, docent burgerschap op het ROC van Amsterdam, ziet dat haar studenten soms gewend zijn om in stereotypen te denken, omdat het thuis en op straat ook gebeurt.

Polder: "Onder Marokkaanse jongeren worden grappen gemaakt over of je uit het zuiden of het noorden komt. Ben je een 'Arabier' of ben je 'maar een Berber'? Onder Surinamers ben je een 'marron', 'stadsmeid' of 'koelie'."

"Maar ze wéten vaak niet dat het niet kan. 'Bij ons thuis en op straat wordt het zo gebruikt,' zeggen ze dan. En als we het bespreken, zijn ze bang dat ze hun gezin en vrienden afvallen. Het kan lastig zijn die nieuwe kennis met de oude te rijmen."

Strafbaar
Leraren zelf zijn ook niet altijd de braafste van de klas. Laatst ging er een stuk tekst over zwart en wit en moest Dewi (15) van het Hervormd Lyceum Zuid van de leraar maatschappijleer het stukje over zwarte mensen lezen. Toen dacht ze wel even: waarom ik?

Lucienne Gena, adviseur op scholen over de inclusieve samenleving en tot voor kort voorzitter van het Meldpunt Discriminatie Amsterdam, hoorde een docent zeggen: 'Als ik een Marokkaan zie, zie ik problemen.' Gena: "Er zijn docenten die kinderen een naam geven, een bijnaam met een racistische lading."

Scholen moeten afspraken maken, vindt zij. "Wat pesten is, weten mensen wel, maar iemand een bijnaam geven of algemene opmerkingen maken over Marokkanen, vinden scholen moeilijker te plaatsen. Terwijl discriminatie strafbaar is."

Op het ir. Lely Lyceum corrigeren ze waar ze kunnen. Op vmbo-school Clusius in Noord ook. Daar hebben ze een veiligheidscoördinator, Louis Kabel. "We zitten er erg bovenop," zegt hij.

Zwarte Piet
Soms loopt het uit de hand met leerlingen van hun school, waar veel witte scholieren op zitten, en leerlingen van het ABC Noorderlicht, een zwarte vmbo-school aan de overkant. "Maar dat is geen racisme, het zijn gewoon twee scholen naast elkaar."

De ouders van Jadian, van het Hervormd Lyceum Zuid, moeten dit artikel niet lezen, want ze zouden het vreselijk vinden als ze wisten hoe hij tegen zijn vrienden, en zijn vrienden tegen hem praten. "Ze zeggen dat ik er te makkelijk over doe. Maar ouders zijn sensitief. Ze begrijpen het niet."

Maar als ouders en scholen niet corrigeren - wat dan? Altijd maar Zwarte Piet worden genoemd, of Chinees als je Filipijn bent. Wat doet dat met je?

Puberexpert Van der Wal noemt het gevaarlijk. "Als je dit stilzwijgend toestaat, geef je stilzwijgend je akkoord. Je kunt niet leren dat zaken niet in orde zijn, als je er nooit op aangesproken wordt."

Psychische klachten
Docent Bentaher heeft meer vertrouwen in jongeren. "Racisme is iets wat in ons hoofd zit. We denken allemaal in hokjes. Als leerlingen elkaar plagen, spreken ze hun vooroordelen uit. Maakt ons dat allemaal racist? Nee."

En toch, dat stempel, of opgedrongen gevoel van minderwaardigheid, kun je je hele leven met je meedragen. Je kunt het normaal gaan vinden, en meegeven aan je kinderen.

Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van discriminatie, zegt hoogleraar Schaafsma. "Op het moment dat mensen te maken hebben met discriminatie, voelen ze zich minder goed. Ze hebben gemiddeld genomen vaker psychische klachten. Het kan je bovendien passief maken, of juist tot negatieve, boze reacties leiden. Het kan vijandige beelden over de andere groep oproepen en polarisatie voeden."

"Vroeger vond ik het vervelend, maar nu ben ik het gewend," zegt de 15-jarige Gabriel, de Chinees die Filipijns is. En die gewenning is toch een beetje eelt op de ziel. Hoe leuk de grap voor de anderen ook altijd was.

Schoolcijfers

Concrete cijfers over discriminatie en racisme op scholen zijn vooral te vinden in een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2014. Daaruit bleek dat 1 op de 10 scholieren op een of andere manier te maken heeft gehad met discriminatie in het voorgaande jaar.

Een derde van de Turks-Nederlandse scholieren meldde discrimatie, tegen een kwart van de Marokkaans-Nederlandse en Surinaams-Nederlandse leerlingen. Ze werden uitgescholden of gepest of hadden de indruk dat ze een lagere beoordeling kregen op basis van hun afkomst.

In 60 procent van de gevallen kwam de discriminatie van ­leraren, in 40 procent van medeleerlingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden