Plus

Racefietsen populair, maar wielrenclubs zien toekomst somber in

De racefiets is populairder dan ooit, maar slechts weinig Nederlanders melden zich bij een wielerclub. Amsterdamse verenigingen hopen het tij te keren door jonge renners kennis te laten maken met wedstrijdrijden.

De wielerbaan van ARC Ulysses. Van de zeventig leden verschijnt de helft weleens op de baan.Beeld Elmer van der Marel

"Hier is het elke dinsdag oorlog." René Smits staat in zijn blauwe wielertenue voor het clubhuis van wielerclub ARC Ulysses in Noord en wijst naar een afgesloten stuk asfalt. Zijn omvangrijke kuiten verraden een flink aantal fietskilometers. Ze zijn zongebruind en bovendien geschoren.

Smits (1959) is voorzitter van Ulysses, een wielervereniging die nog geen vijf jaar geleden op sterven na dood was. "Soms stond ik met mijn vrouw op de dijk, zag ik de ene na de andere fietsploeg langs cruisen. Bij welke club zijn die wielrenners lid, dacht ik dan. Dat was en ís dus het probleem: ze zijn nergens lid."

Ondertussen maken bijna 25 wielrenners zich klaar voor de vaste trainingswedstrijd, oorlog dus, op dinsdagavond. Na ruim een uur racen en ontelbaar veel rondjes op het afgesloten parcours van 1,6 kilometer, steeds weer langs het Friendship Sports Centre, wordt de winnaar van de avond gekroond.

Het prijzenpakket bestaat steevast uit de vangst van een bezoekje aan de dichtstbijzijnde kruidenier. Deze avond zijn het zes koeken en een zak drop.

Voor de senioren de fiets het parcours opdraaien, krijgen de jeugdleden training. Al met al heeft Ulysses zeventig leden, inclusief jeugd- en vrouwenafdeling. Van de leden rijdt ongeveer de helft wedstrijden. De rest is amper actief.

"Dat is de doodsteek voor veel verenigingen en wedstrijden," zegt Smits. "Steeds meer Nederlanders kopen een racefiets, maar de clubs merken er niets of nauwelijks iets van."

Vrijblijvend rondjes fietsen

Zonder leden kan een club als Ulysses niet ­bestaan. "Ik heb verschillende groepen fietsers, honderden mensen, benaderd om via ons hun toertochten te organiseren," zegt Smits. "Weet je hoeveel van die honderden mensen interesse hadden? Slechts één. De wielrenners van tegenwoordig willen vooral vrijblijvend rondjes fietsen, zonder verplichtingen."

Het beeld dat Smits en veel anderen hebben van het groeiende aantal racefietsers, klopt ­gedeeltelijk. Uit cijfers van de Nederlandse Toer Fiets Unie (NTFU) blijkt dat het aantal actieve racefietsers - personen die minimaal twaalf keer per jaar sportief fietsen - de afgelopen twee jaar is gestegen van 815.000 naar 849.000.

Die stijging is evenredig aan de bevolkingsgroei, zegt Esther van der Heijden van de NTFU. "Het wielrennen groeit even snel als andere sporten. Het beeld dat er steeds meer wielrenners op de openbare weg rijden, wordt vooral versterkt door sociale media. Elke ergernis van andere weggebruikers over wielrenners wordt online gedeeld."

En het effect van Nederlands succes in de Giro d'Italia of de Tour de France, die zaterdag begint, op de populariteit van het wielrennen is volgens Van der Heijden te verwaarlozen.

"In de cijfers zien wij daar weinig van terug, en de overwinning van Tom Dumoulin in de Giro is te kort geleden om er al iets over te kunnen zeggen."

Tegenover de geleidelijke toename van het aantal toerfietsers staat een daling van het aantal licentiehouders.

Vorig jaar stonden 10.238 wielrenners bij de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU) ingeschreven als wedstrijdrijder; die sporters zijn dus actief lid van een vereniging. Vijf jaar daarvoor waren dat er ruim 700 meer.

In clubhuizen van wielerverenigingen door het hele land wordt bijna wekelijks gebrainstormd over de vraag hoe die negatieve trend is te keren. Samen met verenigingen uit de regio, waaronder die andere Amsterdamse club, ASC Olympia, is Ulysses een laagdrempelige jeugdcompetitie gestart om de jongste leden alvast te laten ruiken aan wedstrijden.

Beeld Laura van der Bijl

Van Groningen tot Limburg
Van de vijfentwintig jeugdleden van Ulysses hebben er slechts drie of vier een licentie om nationale wedstrijden te rijden. "In mijn jeugd reed ik zestig wedstrijden per jaar," zegt Smits. "Een koers organiseren kost te veel geld en energie, waardoor steeds meer wedstrijden op nationaal niveau verdwijnen. Voor de ouders betekent dit dat ze met hun fietsende kind van Groningen tot Limburg moeten rijden voor koersen. Al dat reizen kost veel tijd."

En juist die welwillende ouders zijn essentieel om toptalenten voort te kunnen brengen, zegt Smits. "Alle topwielrenners van nu, zoals Tom Dumoulin en Dylan Groenewegen, zijn in hun jeugd door hun ouders van wedstrijd naar ­wedstrijd gebracht. Op het scherp van de snede strijden met leeftijdsgenoten, daar word je als renner sterker van."

Met de jeugdcompetitie bieden zeven verenigingen in en om Amsterdam jongeren een alternatief voor de nationale wedstrijden. Elke week is een andere vereniging op haar eigen parcours, dus niet in de openbare ruimte, verantwoordelijk voor een wedstrijd.

Net als vroeger
"Die wedstrijden zijn puur bedoeld om de jeugd te stimuleren," zegt Smits. "We hopen dat ze het zo leuk vinden dat ze er meer mee willen doen. Uiteindelijk hopen we dat onze jeugdleden zich ook weer laten zien op nationaal niveau. Net als vroeger."

Smits en andere bestuursleden van Ulysses hebben ook al eens aan een zeer onorthodoxe maatregel gedacht om meer wielrenners aan de verenigingen te binden. Smits: "Om te schaatsen moet je lid zijn van een club, anders mag je de ijsbaan niet op. Wielrennen is nog populairder dan schaatsen; als je het wielrennen op de openbare weg verbiedt, krijg je hier een heksenketel."

Meiden en handbikers

ASC Olympia, de oudste wielervereniging in Nederland, ziet een voorzichtige ledengroei. Twee weken geleden meldde het tweehonderdste lid zich aan. "Ons ledenbestand neemt de laatste jaren toe," zegt voorzitter Martin Spel. "Maar die groei is niet evenredig aan de groei van het aantal toerrijders."

De ledenstijging bij Olympia is vooral toe te schrijven aan een breed aanbod van activiteiten. Waar voorheen alleen echte diehards bereid waren contributie te betalen, kun je nu in de kantine ook een toerclub voor vrouwen of voor handbikers tegenkomen in clubtenue.

Spel denkt dat ongeveer tweederde van het ledenbestand actief fietst. "Zonder de uitbreiding van de club met de Fietsbelles, een groep waarin meiden op een laagdrempelige manier kunnen kennismaken met wielrennen, en met de handbikers, waren we de afgelopen jaren helemaal niet gegroeid."

Net als Ulysses is ook Olympia betrokken bij de jeugdcompetitie. Het aantal jeugdleden is de laatste jaren gegroeid van 28 naar 40. Spel hoopt net als Smits dat wedstrijdrijders vervolgens kunnen doorstromen naar landelijk niveau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden