Plus

Quote-hoofdredacteur maakt tv-serie over familiebedrijven

Sander Schimmelpenninck stort zich met het programma De opvolgers op familiebedrijven. Wildenthousiast over zijn tv-debuut is hij niet. 'Ik had me er liever meer tegenaan bemoeid.'

Sander Schimmelpenninck: 'Als grachten-gordeljournalistje was het ook goed om weer eens het land in te gaan.' Beeld Martin Dijkstra

Een onbekende in televisieland is Sander Schimmelpenninck (34) niet meer. De afgelopen anderhalf jaar ging er nauwelijks een week voorbij waarin de Quote-hoofdredacteur niet op de buis te zien was. Hij won De Slimste Mens, gaf zijn mening over alles waar je een mening over kunt hebben en groeide in uit tot lieveling van de talkshow­redacties.

Er werd flink aan Schimmelpenninck getrokken. John de Mol wilde hem naar Talpa halen, hij kreeg een dagelijkse talkshow aangeboden, maar wees alles af. "Ik heb bij Quote de allerleukste baan die er is. Die ga ik niet opgeven."

Nu heeft hij toch een eigen programma. Voor WNL maakte hij De Opvolgers, een serie over tien familiebedrijven waar de volgende gene­ratie op het punt staat om het stokje over te ­nemen. Dat gaat vaak goed, maar soms ook ­helemaal fout.

"Bij de overdracht zit de spanning. Dat zijn soms persoonlijke drama's: zoons die zich gepasseerd voelen, kinderen die geen zin hebben om het bedrijf van papa over te nemen, gedoe met geld. Daar kun je interessante verhalen uithalen," zegt Schimmelpenninck.

Of dat gelukt is? "Niet altijd," zegt Schimmelpenninck eerlijk. "Ondernemers zijn geneigd om heel saaie dingen te zeggen. Van die politiek correcte clichés als 'people, planet, profit'. Je moet dan echt trekken om een scherp gesprek te krijgen, dat was lastig. Als schrijvende journalist ben ik gewend om zelfs van het sufste ­gesprek nog wel een aardig stukje te maken. Bij televisie werkt dat anders."

Redactionele keuzes
Schimmelpennick is niet dolenthousiast over zijn debuut als presentator. "Het was leerzaam, men was best tevreden over hoe ik het deed en als grachtengordeljournalistje was het ook goed om weer eens het land in te gaan. Omdat ik pas in een laat stadium bij het programma werd ­betrokken en door mijn werk bij Quote niet overdreven veel tijd had, was ik niet echt betrokken bij de redactionele keuzes. Ik had me er liever meer tegenaan bemoeid."

Ook over de Hilversumse omroeppolitiek is Schimmelpenninck kritisch. "Al die zendertjes, al die omroepjes, al dat doelgroependenken, het voelt allemaal heel ouderwets. Laat Netflix maar snel deze kant op komen, dan kunnen we echt mooie dingen maken."

Patronen
Voor De Opvolgers ging Schimmelpenninck ­onder meer langs bij de familie Westland, bekend van kaassoorten Old Amsterdam en Maaslander, de familie Meens van de Alfa Brouwerij en de familie Stuy, van kermiskoning Frans Stuy. Hij ontdekte een paar patronen.

"De eerste generatie, de mensen die het familiebedrijf zijn begonnen, zijn vaak lefgozertjes. Tamelijk simpele lui met een grote bek. Dan komt een nieuwe generatie en die zijn voorzichtiger. Zij moeten het bedrijf uitbreiden en denken in termen van reputatiemanagement. De derde generatie is het grootste risico voor een familiebedrijf: dan groeit zo'n tent door of het gaat op de fles."

Wat Schimmelpenninck ook opviel was het grenzeloze optimisme van de ondernemers. "Ze zetten heel weinig op papier over de overdracht. 'Dat komt wel goed', denken ze. Wat er gebeurt als er ruzie ontstaat binnen de familie, daar denken ze nauwelijks over na. Gelukkig gaat het ­vaker goed dan dat het verkeerd gaat, en niet zelden komt dat door de 'koude kant'.''

''Veel ondernemers noemden de aangetrouwde mensen dan ook 'de frisse wind', en hoewel ik dat eerst heel suf vond klinken hebben ze daar wel gelijk in. Iemand van buitenaf betekent vaak een nieuwe impuls voor het bedrijf."

Graaf Schimmelpenninck weet uit eigen ervaring hoe kapitaal van generatie tot generatie gaat: zijn familie bezit sinds 1799 een landgoed in het oosten van het land. Die overdracht is ­altijd in goede harmonie gegaan, zegt Schimmelpenninck.

"Vroeger was de adel nog heel rijk, dus dan kon je lastige familieleden uitkopen en het landgoed in stand houden. Wij hebben nu goede afspraken gemaakt en dat gaat goed. Een groot verschil tussen een landgoed en een bedrijf is dat bedrijven moeten groeien, en wij ­alleen gericht zijn op behoud. Dat scheelt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.