Recensie

Publieke Werken is een te gewichtig sociaal drama (***)

Publieke Werken is een wat looiige film waarin niet alleen veel wordt verteld én getoond, maar de muziek van Merlijn Snitker alles ook nog eens onderstreept. Zelfs de elementen zijn dienstbaar; het dondert en bliksemt als er weer eens iets ergs gebeurt.

Meer dan de helft van de opnamen vonden plaats in Hongarije, waar een stuk van Amsterdam werd nagebouwd Beeld /

Het is een schitterend gegeven: de monumentale voorgevel van het Victoria Hotel is eind negentiende eeuw om twee zeventiende-eeuwse gevels heen gebouwd. Ook toen de bouw van het grand hotel al lang en breed was begonnen, bleven de eertijdse eigenaren - kleermaker Pieter August Carstens en slijter Johannes Frederik Verburgt - weigeren hun pandjes te verkopen. Althans: ze volhardden ijzerenheinig in hun veel hogere vraagprijs dan de hotelexploitant bereid was te betalen.

Deze intrigerende geschiedenis vormt de inspiratiebron voor Thomas Roosenbooms Publieke Werken (1999). De historische roman won in 2000 de Libris Literatuur Prijs en werd een bestseller; er waren dus ook al snel plannen om het te verfilmen. Die plannen leken aanvankelijk te stranden, mede door de dood van de beoogde regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, maar vijftien jaar later is de film alsnog gerealiseerd door Joram Lürsen (In oranje, Alles is liefde, Vuurzee).

Viool
Zijn film, naar een scenario van Frank Ketelaar, die in 2000 al een eerste versie schreef, begint met een proloog waarin twee boerenkinkels zich op het Drentse platteland vergrijpen aan de dochter van een straatarme joodse turfsteker. Terwijl zij bruut wordt verkracht, wordt hij gedwongen een riedeltje op zijn viool te spelen - het instrument, zo is direct duidelijk, zal nog een belangrijke rol gaan spelen. Dan verplaatst de handeling naar Amsterdam. Het is 1888, de tijd van de vooruitgang. Het Centraal Station is bijna afgebouwd, een slimme projectontwikkelaar presenteert zijn plannen voor een hotel pal voor de uitgang van het nieuwe verkeersknooppunt.

Hij heeft buiten Walter Vedder gerekend, een halsstarrige weduwnaar die met zijn ambitieuze zoon op het Damrak woont. Vedder, een kastenmaker die zich vioolbouwer noemt, ruikt geld. Nog voor hij een cent heeft ontvangen, stort hij zich in een ongewis avontuur met zijn neef Christiaan Anijs, apotheker te Hoogeveen.

In het vervolg van de film wordt constant heen en weer gesneden tussen Amsterdam en Hoogeveen. Beide heren doen beloften die ze niet kunnen waarmaken, en allebei werken ze zich vervolgens steeds verder in de nesten. Rampspoed volgt op ellende; elke verhaallijn lijkt te zijn toegesneden op een onafwendbaar drama. En dan, helemaal tot slot, als er eigenlijk geen uitweg meer mogelijk is, arriveert er een brief uit Amerika, waarin kond wordt gedaan van een happy end. Een einde dat trouw is aan het boek, maar aanvoelt als een anticlimax.

Donder en bliksem
Publieke Werken is een wat looiige film; een al te gewichtig sociaal drama waarin niet alleen veel wordt verteld (ook de titel wordt keurig uitgelegd) én getoond, maar de muziek van Merlijn Snitker alles ook nog eens onderstreept. Zelfs de elementen zijn dienstbaar; het dondert en bliksemt als er weer eens iets ergs gebeurt.

Meer dan de helft van de opnamen vonden plaats in het lagelonenland Hongarije, waar op een enorme set een stuk van Amsterdam werd nagebouwd (een deel van het Victoria Hotel en het Stationsplein werden digitaal gereconstrueerd). Hoe fraai het camerawerk soms ook oogt, het duister van de nacht en het bouwgruis kunnen niet verhullen dat het budget van 5,9 miljoen euro eigenlijk te laag was voor het historische epos.

Formidabele hoofdrolspelers
Veel bijrollen zijn op het karikaturale af, de turfstekers lijken weggelopen uit De aardappeleters. Dat de film toch het aanzien waard is, komt door de formidabele hoofdrolspelers. Gijs Scholten van Aschat is geweldig als Vedder, een kleine krabbelaar die te laat bemerkt dat hij te hoog heeft gegrepen; Rifka Lodeizen is op dreef als Martha, de op status gefocuste vrouw van Christiaan Anijs.

Maar het best van al is Jacob Derwig als Anijs, een man die zich zegt te bekommeren om de arme turfstekers, maar met elke gunst die hij hun verleent vooral zijn eigen ego streelt. Derwig heeft aan een enkele blik en een klein gebaar genoeg; de Grand-Guignolachtige besnijdenis-scène in het open veld had Lürsen hem moeten besparen.

Publieke Werken

Ons oordeel: ★★★☆☆
Bioscoop: Cinecenter, Eye, Filmhallen, Het Ketelhuis, City, Tuschinski
Regie: Joram Lürsen
Met: Jacob Derwig, Gijs Scholten van Aschat, Rifka Lodeizen, Juda Goslinga
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden