Projectbureau NZ-lijn ongeleid projectiel

De enquetecommissie Noord-Zuidlijn in Amsterdam hoort vrijdag Geert Dales. Hij loodste als verantwoordelijk wethouder in 2002 het besluit om de nieuwe metrolijn aan te leggen door de gemeenteraad. Foto ANP Beeld
De enquetecommissie Noord-Zuidlijn in Amsterdam hoort vrijdag Geert Dales. Hij loodste als verantwoordelijk wethouder in 2002 het besluit om de nieuwe metrolijn aan te leggen door de gemeenteraad. Foto ANP

AMSTERDAM - Na het verhoor van Geert Dales door de enquêtecommissie blijft staan dat wel erg veel open einden zaten in cruciale contracten met aannemers, dat de begroting te krap was en dat de gemeenteraad zich er op het oog heeft laten 'inrommelen'.

Maar dat wisten we al. Het belangrijkste nieuws uit de eerste verhoorweek komt van minder tot de verbeelding sprekende ambtenaren en deskundigen. Zij schetsten een verontrustend beeld, over een gemeente die niet in staat was - en ís (!) - dit experimentele project goed uit te voeren.

Vanaf dag één zit een weeffout in de organisatie van het Projectbureau Noord/Zuidlijn, de voor de uitvoering verantwoordelijke gemeentelijke dienst. Aan het hoofd moest een topper komen op het punt van management én bouwkundige expertise.

In plaats daarvan kregen ambtenaren zonder specialistische kennis de leiding. ''De knowhow van ondergronds bouwen was nagenoeg nihil,'' vertelde Ton Doppenberg, directeur van het projectbureau tussen 1998 en 1999.

Eerder al was duidelijk dat zaken mis waren bij het in 1994 gevormde bureau. Ernst Bakker, als wethouder tussen 1994 en 1998 verantwoordelijk, wist ervan. Maar hij had andere zaken aan zijn hoofd. ''Ik was vooral bezig de Noord/Zuidlijn door de raad en het referendum te trekken.''

Bakkers opvolger, Frank Köhler, was vooral bezig met de deal met het kabinet overde financiering van de metrolijn. Voor degenen die de aanleg moesten realiseren, was minder oog. De organisatie van het projectbureau werd verwaarloosd.

Er kwam ook geen scherpe correctie op de begroting van het projectbureau voor de metro. Die was opgesteld vanuit de gedachte dat het rijk eventuele kostenoverschrijdingen voor zijn rekening zou nemen. Als voor posten te weinig geld was gereserveerd, zouden de rekenaars van Rijkswaterstaat dat wel corrigeren, was het idee. Daarvan bleef weinig over toen minister Tineke Netelenbos in 1999 weigerde tegenvallers voor haar rekening te nemen en Amsterdam verantwoordelijk werd voor alle risico's. Daarmee was er voor Rijkswaterstaat minder noodzaak kritisch naar de prognoses te kijken. In Amsterdam gebeurde dat ook niet afdoende. Doppenberg: ''Het was voor mij een rijdende trein. Er was in zijn algemeenheid een te optimistisch beeld.''

Van goed toezicht op het projectbureau was geen sprake. Uitgangspunt op het stadhuis was dat het projectbureau zelf verantwoordelijk was voor de juistheid van de cijfers.

Sterker nog, ze waren voor de financiële afdeling geheim. ''Ik kon er niet bijkomen,'' vertelde ambtenaar Gerrit van der Meer donderdag.

Ernstiger nog was zijn waarschuwing dat de gemeente ook vandaag de dag niet in staat is tot een goede controle van de ramingen van het projectbureau. Daarvoor zijn externe deskundigen nodig, die de cijfers over bouwopdrachten wel op waarde kunnen schatten.

Daar bovenop komt de waarschuwing van Endre Horvat, die door de gemeente veelvuldig is ingeschakeld als adviseur, dat de huidige directie onvoldoende deskundig is. Zo ontstaat het beeld van een projectbureau als ongeleid en ongecontroleerd projectiel.

Het zal tot harde conclusies moeten leiden in het eindrapport van de enquêtecommissie. De vraag is wat die zullen betekenen voor het draagvlak om verder te gaan met het aanleggen van de Noord/Zuidlijn. (BAS SOETENHORST)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden