Profiel Obama: Magere man met vreemde naam

Dat hij niet de meest waarschijnlijke kandidaat was om de Amerikaanse presidentsverkiezingen te winnen, wist Barack Obama zelf ook. Waarom zouden de kiezers stemmen op 'een magere man met een vreemde naam', vroeg hij ooit - en toen had hij nog niet eens over die ongemakkelijke tweede voornaam van hem, 'Hussein', waar sommige tegenstanders in de loop van de afgelopen maanden gretig op zouden wijzen.

Niet alleen was hij de eerste zwarte kandidaat - dat hij een blanke moeder had deed daar niets aan af - hij kwam ook uit het niets: begonnen als sociaal werker in The South Side van Chicago stond hij mijlenver verwijderd van de politieke wereld van de families Bush en Clinton of de militaire dynastie van de McCains.

Zijn tweede boek noemde hij The audicity of hope, gebruikmakend van een term die het midden houdt tussen vrijmoedigheid en brutaliteit - en dat zijn ook de woorden die passen bij de ambities waarmee hij de Amerikaanse politiek heeft bestormd.

Nu hij het hoogste ambt heeft bereikt - 47 jaar jong - bestaat de verleiding Obama te zien als een zondagskind, maar er zijn ook momenten geweest dat hij zijn hand leek te hebben overspeeld en op een zijspoor leek te zijn beland.

In 2000 verloor hij op overtuigende wijze de race om een zetel in het Huis van Afgevaardigden; zijn poging de zittende Bobby Rush te wippen was tot mislukken gedoemd - hoe had Obama kunnen denken succes te kunnen boeken zonder de Democratische 'machine' van Chicago in te schakelen?

Hij was lid van de Senaat van de staat Illinois, en dat was mooi, maar voor de stap naar de nationale politiek was het te vroeg. Dat bleek te meer toen hij dat jaar probeerde de Democratische Conventie in Los Angeles bij te wonen. Hij boekte een last-minute vlucht, maar in LA liep alles mis: de Herzvestiging op het vliegveld weigerde hem een auto te huren vanwege ontoereikend saldo op zijn creditcard, de conventieorganisatie liet hem niet binnen. Obama wie? Hij bekeek de speeches buiten op een videoscherm en keerde vernederd terug naar Chicago.

De volgende conventie, die van 2004 in Boston, werd het keerpunt. De staf van John Kerry had de zwarte politicus uit Chicago gespot als potentieel talent en vroeg hem de hoofdtoespraak te houden op de derde dag van de conventie. Het was 27 juli, Obama sprak zeventien minuten, en zijn reputatie was gevestigd.

Zijn droom van één Amerika - 'niet een zwart Amerika en een blank Amerika en een latino Amerika en een Aziatisch Amerika, maar een verenigde staten van Amerika' - bracht de zaal in vervoering en hij zou dat mantra in de jaren die volgden nog heel vaak bezigen. Vanaf nu gold hij als een belofte; in 2005 werd hij gekozen in de federale Senaat, in 2007 meldde hij zich als kandidaat voor het presidentschap.

Zijn ongewone biografie was deel van zijn campagne. Als kind van een Keniase vader en een moeder uit Kansas belichaamde hij een nieuw Amerika, dat aansloot bij een geglobaliseerde wereld.

Obama werd in 1961 in Honolulu geboren. Zijn moeder, Ann Dunham, was een achttienjarige student aan de Universiteit van Hawaï, zijn vader een 25-jarige student uit Kenia, ook Barack Hussein Obama geheten.

Het huwelijk tussen Ann en Barack duurde niet lang; de Afrikaan vertrok na twee jaar na Harvard, scheidde van zijn Amerikaanse vrouw en keerde terug naar Kenia. Pas acht jaar later, bij een bezoek aan Hawaï, zou hij zijn zoon terugzien; en dat was meteen de laatste keer.

In 1982 kwam Obama senior in Kenia om het leven bij een auto-ongeluk - zijn zoon studeerde op dat moment politieke wetenschappen in New York, nadat hij zijn middelbare schooltijd had doorgebracht bij zijn grootouders op Hawaï. Zijn moeder woonde die jaren in Indonesië met haar tweede echtgenoot. Zij had Obama junior aanvankelijk meegenomen, maar omdat ze zich de kosten van een internationale school niet kon veroorloven, liet ze hem naar haar grootouders gaan toen hij een jaar of twaalf was.

Geen wonder dat Obama in zijn biografie Dreams from my father zijn jaren als student en jong-volwassene beschrijft als een zoektocht naar zijn identiteit. Hij maakt er geen geheim van te hebben geëxperimenteerd met drugs. Anders dan Bill Clinton, die beweerde wel eens een joint tussen zijn lippen te hebben gehad, maar niet te hebben geïnhaleerd, draait Obama er niet omheen: ''Inhaleren, daar ging het juist om.''

Nadat hij in New York twee commerciële baantjes had gehad, verhuisde hij in 1985 naar Chicago, waar hij in de zwarte gemeenschap van The South Side zijn bestemming vond.

In 1988 gaf hij het werk in deze arme wijk op om rechten te gaan studeren aan Harvard. Hij werd in 1990 de eerste zwarte hoofdredacteur van de Harvard Law Review, een uiterst prestigieuze positie. Dat gaf hem bij terugkeer in Chicago de papieren om deeltijdhoogleraar te worden aan de universiteit aldaar en zich te verbinden aan een toonaangevend advocatenkantoor.

Inmiddels getrouwd met collega-jurist Michelle zette hij zijn missie als sociaal werker voort op het politieke vlak, eerst in Illinois, daarna in Washington, tot aan het hoogste niveau toe. (STEVO AKKERMAN)

Nu hij het hoogste ambt heeft bereikt, 47 jaar jong, bestaat de verleiding Obama te zien als een zondagskind. Foto AP Beeld
Nu hij het hoogste ambt heeft bereikt, 47 jaar jong, bestaat de verleiding Obama te zien als een zondagskind. Foto AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden