Plus

Professor Vincent van Rossem laat Amsterdam opgelucht achter zich

Professor Vincent van Rossem heeft het helemaal gehad met Amsterdam. Zijn vrouw Froukje Klomp vond een boerderij op Texel te koop en daar verhuizen ze naartoe. Hij vertelt waarom.

Mooi hoor, die Eenhoornsluis. Maar Vincent van Rossem kan niet meer van de stad genieten.Beeld Roy Del Vecchio

Zijn broer Maarten wees met zijn wijsvinger op zijn voorhoofd. "Hij begrijpt er niets van, " zegt Vincent van Rossem (66), gepensioneerd architectuurhistoricus vanuit zijn karakteristieke woning in de Palmstraat in Amsterdam. "Ikzelf had een paar jaar geleden ook niet bedacht dat wij de stad uit zouden trekken."

Sinds het voorjaar kijken de pensionado en zijn vrouw Froukje Klomp, archeoloog, naar koophuizen buiten de stad. Ze zagen villa's in provinciesteden, waaronder Van Rossems geboorteplaats Wageningen. Steeds was het niks, tot Klomps oog op een boerderij op Texel viel. Die was het ook niet, maar ze kopen nu een andere boerderij in Den Hoorn op het eiland, een monument dat moet worden herbouwd.

"Ik begon er ineens ook wat in te zien," zegt Van Rossem. "Bij een ommetje lang het Prinsen- en Bickerseiland had ik al eens bedacht dat ik dit niet de rest van mijn leven wilde doen. En van wat de stad te bieden heeft, maken we geen gebruik. We gaan niet naar het theater of het Concertgebouw. Toen mijn dochter jong was, gingen we naar ballet. Vroeger kwamen we in Paradiso en in The Movies. Ik kom nu alleen nog in Arti."

Uiteindelijk bedacht Van Rossem: "Ik heb eigenlijk helemaal niets met Amsterdam."

Platte drukte
De drukte, de Venetianisering van de stad, het verkeer, waren niet de hoofdredenen voor zijn vertrek, maar komen er bij. Toen Van Rossem las dat het aantal bezoekers in de stad toeneemt van 18 miljoen naar 25 miljoen per jaar, wist hij het zeker. "Vijftig procent erbij, dit is rampzalig!"

Hij haalt Gerard Reves omschrijving van de stad van stal: "Een lugubere feesttent." Laat een stilte vallen. En dan: "Amsterdam is één groot pretpark. Maar het is, nogmaals, niet daarom dat ik vertrek. Er wordt ook veel onzin gesproken. De bierfiets bij voorbeeld: die zie ik nou werkelijk nooit. Maar die platte drukte is wel vreselijk. Naïef te denken dat je het met hotelbeleid kunt oplossen."

Van Rossem denkt dat hij beter af is buiten de stad. "Ik ben een provinciaal. Voor Amsterdammers die hier geboren zijn is het anders. Die gaan niet weg. Maar wat moeten wij in Amsterdam? Bewoners van grote steden, neem Parijzenaars, zijn meestal onaardig en weinig behulpzaam."

Velen dachten dat Van Rossem vergroeid was met de stad, Hij dacht het zelf ook. In de jaren zeventig kwam hij in de Jordaan wonen. "In de stad ben je anoniem en dat was toen lekker. In de provincie voelde je steeds die ogen in je rug prikken."

En Van Rossem kreeg als architectuurhistoricus zijn droombaan bij Monumentenzorg, wat nu anders heet. Hij heeft het ook naar zijn zin als redactielid bij de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB).

De ommezwaai in zijn denken kwam een jaar geleden bij zijn pensionering. Van Rossem dacht dat het fijn zou zijn, want hij had een enorme hekel aan de verplichtingen van werken. Als hij eenmaal aan het werk was leverde hij kwaliteit, maar hij begon 'gelukkig' laat aan een baan en was blij dat hij na twintig jaar kon stoppen.

Hipsters
"Toen ik gepensioneerd was merkte ik ineens hoezeer je leven vervlochten is met werken. Iedereen denkt maar dat het leven na je pensioen gewoon verder gaat. Maar nee, het is een existentiële breuk in je leven. En dan vind je in de stad niets meer. Alleen maar hipsters, waar je niets mee hebt. De stad holt door. Jij staat er buiten. Je hoort er niet meer bij."

Nu hij thuis is, staat bijna alles Van Rossem tegen. Het raam van zijn huiskamer kijkt uit op de achterkant van de Willemsstraat. "Het uitzicht is rot," zegt Van Rossem. "Dat is niet erg als je naar je werk moet." Hij haalt een foto van zijn toekomstige boerderij. Aan de zijkant kijk je tot aan de horizon over weilanden. Ook vreest hij het moment dat hij nieuwe buren krijgt. Als een nieuwe eigenaar aan Airbnb begint, is hij verloren. Zijn huis is mooi, maar gehorig.

"Maar mijn broer snapt het niet," besluit Van Rossem. "Pas toen ik zei dat Jan Wolkers ook op Texel woonde, ging hij eens nadenken. Mijn zuster Sis begrijpt het beter. Zij heeft een pesthekel aan Amsterdam."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden