Plus Leesverhaal

Proefdraaien aan de Elandsgracht

Bette komt proefdraaien als serveerster in een restaurant op de Elandsgracht. Heeft ze daar iets aan haar werkervaring bij de Zaanse Hoeve? Een leesverhaal van onze Proefwerk-recensent Gilles van der Loo.

'Niemand komt hogerop zonder te bluffen' Beeld Floris Tilanus

De lucht is grijs als een reiger en Bette vraagt zich af of ma gelijk krijgt, en het vandaag gaat sneeuwen. Ze drukt haar handen verder in de zakken van haar jas, diept een sigaret op en rookt, turend naar de fietsers: vrouwen met tassen van winkels uit de Negen Straatjes en mannen in jassen dik en zacht als verse knuffel­beren.

Dan loopt ze de Huidenstraat in en kijkt naar de jurken en handtassen in de etalages, vraagt zich af hoe rijk je moet zijn om kleren in de Negen Straatjes te kopen. Verder loopt ze, kijkend naar haar zwarte Nikes, glimmend van de schoenpoets, maar nu alweer nat.

"Om vijf uur is het personeelseten," heeft de man gezegd. Hij klonk aardig, sprak haar naam op een aardige manier uit, alsof hij goede herinneringen had aan een andere Bette.

Sirenes
"Maar ik heb helemaal geen ervaring," zei ze tegen Suus toen ze had opgehangen en alles in de huisagenda had geschreven. Suus keek haar aan vanaf de bank, haar benen opgetrokken onder haar wollen trui, en maakte een sigaret met tabak uit de doos met het rotte gebit erop. "Niemand komt hogerop zonder te bluffen."

Suus is met Mike en Mike woont nu ook bij hun in huis. Sinds kort komen er brieven voor hem die lijken op de brieven die ma altijd krijgt, maar Mike verscheurt ze en propt ze daarna in de vuilnisbak.

Aan het einde van de Runstraat slaat Bette rechtsaf naar de Prinsengracht. Af en toe knalt er wat, heel in de verte, alsof zelfs rotjochies begrijpen dat strijkers hier niet horen. Thuis knalt het alle uren van de dag, een herrie die alleen wordt onderbroken door sirenes, en vorige week fikte de brievenbus af net voordat de kleppen werden verkleind. Bette steekt de gracht over en probeert haar handen warm te wrijven. Ze had niet moeten roken, daar wordt het erger van.

Hoge hakken
De Elandsgracht is gedempt en heeft een speeltuin in het midden, feestverlichting over de hele lengte van de straat. Ook hier lijkt iedereen op weg naar dingen waar hij zin in heeft. Voor een restaurant met een hoge pui blokkeert een groepje mensen in zwarte kleren de stoep, champagneglazen in de hand.

De mannen hebben jasjes aan en de vrouwen staan op hoge hakken. Omdat niemand Bette lijkt te zien stapt ze tussen twee geparkeerde auto's door de straat op, waar een jongen op een racefiets haar nog net ontwijken kan. Terwijl hij verder fietst kijkt hij om en geeft haar een knipoog, wat Bette als een teken ziet.

"De tekenen zijn overal," zegt ma altijd, maar ma vat haar tekenen precies zo op als het haar uitkomt. Wat nu ongeluk voorspelt, kan morgen betekenen dat er goeie dingen op haar wachten.

Op nummer 90 zit de sportwinkel waar pa zijn voetbalschoenen kocht. De oude man met de zwarte bril achter de toonbank had korte vingers met vlekjes en plukte altijd aan je haar. In de winkel rook het naar asbak, naar nieuwe schoenen en de binnenkant van een voetbal: leer en nog iets, een poederige lucht. Bette kijkt naar zichzelf in de etalageruit. Misschien had ze andere mascara moeten gebruiken, een minder rode lippenstift.

Een verlaagde auto rijdt voorbij. De man achter het stuur speurt naar een parkeerplek zoals luipaarden naar bokjes turen in ma's natuurfilms, en nu denkt Bette dus aan ma en Suus en middagen op de bank terwijl het donker wordt. Aan hun gezichten in het blauwe schijnsel van de tv. Als ze nu naar het Rokin loopt en de bus pakt, is ze nog op tijd om mee te eten.

Wat is er, schat? Was het niet leuk?

Ik zei het wel: niks voor jou, met borden lopen.

Bette loopt door naar het restaurant op nummer 108, waar ondanks de kou een tafeltje buiten staat. Ze is de naam van de aardige man vergeten, maar gelukkig staat die in grote letters boven de ruit.

Filmstermeisje
Binnen dekt een jonge vrouw tafels, een stapel servetten onder haar arm. Ze heeft lang blond haar en mooie ogen en een mooi gezicht en Bette wil rechtsomkeert maken, de deur uit rennen, zich verstoppen in een portiek aan de overkant van de straat.

"Kom je proefdraaien?" vraagt de blonde.

Haar stem is ook al mooi, licht en vriendelijk zoals die van de moeder van Simone van vroeger van de basisschool, die architect was en slim en in een Lexus reed en Bette altijd knuffelde, wat ze niet trok en toch miste toen Simones moeder ermee opgehouden was.

'Bette prikt in haar sla en luistert naar de anderen, die praten zoals mensen praten die al heel lang samen zijn' Beeld Floris Tilanus

"Ik heb een afspraak met Balthazar."

De blonde lacht, legt haar servetten neer en komt met gestrekte hand op haar af. De hand is warm en zacht en Bette merkt weer hoe koud haar eigen vingers zijn. Ze doet haar muts af en ziet in de spiegel aan de lange wand hoe gek haar haar zit, helemaal vergeleken bij dat van dit filmstermeisje.

"Bette," zegt Bette.

"Beau!" roept de blonde. Achter in het restaurantje maakt iemand herrie met bestek, en nu ziet Bette ook de kok, die in een verwassen T-shirt bakplaten in een openstaande oven schuift. Een vriendelijke man met krullen komt achter een tegelwand vandaan, zijn handen afvegend aan een doek met blauwe blokjes.

"Bette?" vraagt hij.

"Dat klopt," zegt Bette.

Beau laat haar zien waar ze haar jas kan ophangen. Meer dan een plank met haakjes is het niet, en even overweegt ze om haar spullen uit haar jas te halen, maar er liggen ook andere telefoons en een tasje op de plank.

'Nooit van gehoord'
Op een tafel tegenover de keuken zet de kok een bord met sla, gebakken aardappels en een schaal met grijze visjes neer. De blonde en de kok gaan zitten en Beau geeft Bette een schort, dat ze eerst omdoet en daarna weer afknoopt als ze ziet dat niemand er een draagt. Bette prikt in haar sla en luistert naar de anderen, die praten zoals mensen praten die al heel lang samen zijn.

"Dat is tafel één," zegt Beau schijnbaar uit het niets. Hij legt zijn mes neer en wijst naar de tafel bij het raam. Is het onbeleefd om met bestek te wijzen? "De rest is met de klok mee. Er is geen tafel negen en daar is een reden voor, maar dat hoor je nog weleens."

"Daar zaten Jacob en Ella elke vrijdag," zegt de blonde, die haar telefoon wél heeft meegenomen en haar Facebook checkt. Ze wijst naar een tafeltje als alle andere, dat is gedekt voor één persoon. "Eén tot en met acht, dan Ella's tafel, en dan tien tot en met veertien."

"Oké," zegt Bette, en nummert de tafels in haar hoofd.

"Ella is dood," zegt de blonde terwijl ze een berichtje liket. "Nu komt Jacob alleen, elke vrijdagavond."

Borden stapelen
"Waar zei je ook weer dat je had gewerkt?" vraagt Beau.

"Zaanse Hoeve," zegt Bette. Beau tuurt naar het plafond en dan weer naar haar. Opeens ziet ze het pak halfvolle melk in de koelkast thuis; het logo van gezonde keus. "In Zaandam."

"Ik dacht al," zegt Beau. "Nooit van gehoord."

Op welk moment zal hij haar vertellen dat het niks wordt? Dat hij iemand met meer of échte ervaring zoekt?

De blonde gaat naast haar zitten en legt het menu uit. Er zijn zes woorden waarvan Bette de betekenis niet durft te vragen. Ze staat op en stapelt de borden met het bestek ertussen.

"Wacht even," zegt Beau, en gebaart dat ze alles weer neer moet zetten. Hij pakt een bord in zijn rechterhand, stapelt de andere op zijn onderarm en legt het bestek op het eerste bord. "Zie je?"

Bette knikt, probeert het op dezelfde manier te doen en krijgt kramp in haar hand. Ze redt het tot aan de afwas, waar ze het bestek in een bak met sop legt en de borden in een geel rek zet.

Belletjeswijn
Ze knoopt haar schort voor en nog geen drie tellen later gaat de deur open. Een bejaarde man komt binnen; door de grijze krullen die uitstaan van de zijkanten van zijn hoofd lijkt het alsof hij hoorntjes heeft, maar als hij zijn muts afzet blijkt er een enorme bos haar onder verstopt.

"Is dat Jacob?" vraagt Bette.

De blonde helpt de man zijn jas uitdoen, die ze over haar arm legt en mee naar achter neemt. Beau schenkt een glas belletjeswijn in en geeft het aan Bette.

"Stel je maar even voor," zegt hij.

'Kom op, kind. Weet je niet dat oude mensen geen geduld hebben?' Beeld Floris Tilanus

De man lijkt haar niet op te merken, staat stil naast de tafel zonder nummer. Naar aftershave ruikt hij, maar ook een beetje naar hoe zwervers in de metro ruiken: een zoete dikke lucht die op je keel slaat, ook als je probeert om niet diep in te ademen. Steun zoekend bij de tafel laat de man zich in een stoel zakken, en zijn ogen vinden die van Bette alsof hij de hele tijd al wist dat ze achter hem stond.

"En jij bent?"

Ze zet het glas neer, steekt haar hand uit. "Bette, meneer."

Ondanks een lichte mist achter zijn pupillen kijkt hij recht bij haar naar binnen, door haar heen en helemaal tot aan de bank waar Suus en ma tv kijken. "Laat dat meneer maar meteen vallen."

"Jacob," zegt Beau alsof hij tegen een hondje praat. "Lief zijn tegen het nieuwe meisje."

De oude man geeft een por tegen haar heup en barst in lachen uit. "Een gebbetje, meid. Kom es even zitten."

Voornemens
Bette kijkt naar Beau, maar hij lijkt druk met de laatste voorbereidingen. "Hier zat uw vrouw toch altijd?"

"En nou ga jij er zitten. Kom op, kind. Weet je niet dat oude mensen geen geduld hebben?"

Bij de kassa streept de blonde in een grote zwarte agenda. Precies zo een als ma thuis heeft, wat Bette als een teken opvat.

"Goeie voornemens?"

"Ik?" zegt Bette.

"Ja, kind. Jij. Koppie erbij. Gaston! Waar heb je deze vandaan?"

"De Zaanse Hoeve," zegt Beau in het voorbijgaan, en tegen Bette: "Zo noemt hij me al jaren."

Jacobs wenkbrauwen gaan omhoog. "Dat is toch een melkfabriek?"

Bette voelt haar wangen gloeien. De mistige ogen van Jacob laten haar niet los, lijken te tasten, te wrikken in haar binnenste tot er iets losschiet.

"Ik wil een baan en dan wil ik een eigen huis," zegt Bette.

Vechter
"Grote voornemens," zegt Jacob na even. Hij reikt over de tafel en legt een hand op de hare. Bette wil weglopen, maar tegelijkertijd ook blijven waar ze is. "Je woont nog thuis?"

"Ja," zegt ze.

"Gaston!" roept Jacob. "Het nieuwe meisje heeft plannen."

Maar Beau staat bij de deur, waar hij jassen aanneemt van een stel dat net is aangekomen. Als Bette aanstalten maakt om op te staan, houdt Jacob haar tegen.

"Je bent een vechter," fluistert hij. "Of vergis ik me?"

Bette haalt haar schouders op. Dan knikt ze, en Jacob laat haar gaan.

Het stel gaat zitten aan de tafel bij het raam en Beau laat Bette twee champagne brengen. Terwijl ze de glazen neerzet kijkt ze door de spiegelende ruit naar buiten, waar de eerste vlokken van de winter neerdalen op de Elandsgracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden