Liveblog

Proces Holleeder: toch niet de laatste getuigenis van zus Astrid

Ruim drie jaar na zijn aanhouding is de rechtbank in Amsterdam dit jaar gestart met de inhoudelijke behandeling van het megaproces tegen Willem Holleeder. Misdaadverslaggevers Paul Vugts en Maarten van Dun houden je in dit blog op de hoogte.

Beeld Sjoukje Bierma

Na een zomerstop van ruim zeven weken hervat de rechtbank vandaga het veelvoudige liquidatieproces tegen Willem Holleeder (60), in de zwaarbeveiligde 'bunker' in Amsterdam-Osdorp.

Deze week knopen de rechters de losse eindjes aan elkaar van het voor de zomer al goeddeels behandelde dossier 'Enclave' over de liquidatie van de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra op 17 mei 2004 – waarbij ook zijn zakenpartner David Denneboom door een kogel werd geraakt in zijn been.

Aanvankelijk waren voor die laatste verhandelingen vier zittingsdagen ingeruimd, maar de dinsdag is al geschrapt en mogelijk valt ook vrijdag vrij.

Het proces is zo'n beetje op de helft. Volgens de planning dan, want in een megazaak als deze kan zomaar iets gebeuren waardoor de agenda volledig overhoop wordt gehaald. Denk aan het grote Amsterdamse liquidatieproces Passage tegen Holleeders al veroordeelde medeverdachten, dat jaren langer sleepte dan voorzien. Denk aan Holleeders afpersingszaak die in 2007 kort na aanvang voor maanden stil kwam te liggen omdat hij een zware hartoperatie moest ondergaan.

Met dat in het achterhoofd: het proces heeft dertig zittingsdagen achter de rug en er zijn vooralsnog tot eind november 25 zittingsdagen ingepland. Daarna zijn nog liefst vier weken lang reservedagen gereserveerd voordat de rechtbank Holleeder het laatste woord geeft en zich over het vonnis zal gaan beraden.

Na de dossiers 'Viool', over de liquidatie van Holleeders mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout en diens metgezel Robert ter Haak, en 'Enclave' over Endstra, zet de rechtbank zich volgende week aan de de derde deelzaak. Die bestaat uit twee onderdelen: de dossiers 'Fazant' en 'Boeddha' over twee aanslagen op Holleeders aartsrivaal John Mieremet.

Het ene dossier draait om de mislukte poging tot liquidatie van Mieremet op 26 februari 2002, toen hij net een advocatenkantoor had verlaten aan de Keizersgracht. De onbekende passagier van een motor nam hem onder vuur, maar doordat hij met veel geluk half onder een auto terechtkwam, liep hij 'slechts' wonden op aan zijn onderrug en bovenbeen. Hij overleefde met geluk na spoedoperaties. In De Telegraaf gaf hij Willem Endstra en Willem Holleeder vervolgens de schuld. Endstra zou de politie later bevestigen dat Holleeder de liquidatie had aangekondigd. ('Nou, we gaan die Mieremet effe neerknallen vandaag'.)

Eind 2004 vertrok Mieremet naar Thailand, waar hij zich veiliger waande. Hij investeerde daar in de aanleg van een vakantiepark in sekstoeristenoord Pattaya. Op 2 november 2005 stopte daar bij Mieremets kantoor een motor met daarop twee mannen. “Are you John?” vroeg de lange, witte passagier. Na Mieremets bevestiging: “I have been ordered to kill you because of your behaviour.” Hij schoot de 45-jarige Mieremet dood.

Officieren van justitie Sabine Tammes en Lars Stempher beschuldigen Holleeder van het geven van de opdrachten voor zowel de mislukte moordaanslag als de uiteindelijke liquidatie. Holleeder ontkent, zoals hij alle aanklachten ontkent.

Dit deeldossier is een kantelpunt in het proces in die zin dat Holleeder over de moorden op Cor van Hout en Willem Endstra heeft gezegd dat John Mieremet daar achter moet hebben gezeten, en niet hij. Dat kan hij bezwaarlijk beweren over de aanslagen op Mieremet. Op dezelfde dag als Mieremet werd in Osdorp de handelaar in hasj en vastgoed Kees Houtman doodgeschoten voor zijn villa (dossier 'Agenda'). Op 20 april 2006 volgde in zijn kroeg De Hallen in Amsterdam-West de criminele kroegbaas Thomas van der Bijl (dossier 'Perugia').

Nu is het eerst plotseling tijd voor de zomervakantie. De zaak gaat op 3 september verder, nog steeds met de behandeling van het dossier over de liquidatie van Willem Endstra.

Omdat het twaalf uur is, komt het verhoor plotseling tot een einde. Holleeder krijgt nog een keer het woord om te reageren op Astrids relaas van vandaag. Hij is duidelijk heel boos. "Ik zit hier tandenknarsend weer de leugens van een advocaat aan te horen en dat is niet makkelijk!"

Rechter Wieland: "U zult vast nog gebruik maken van een volgende mogelijkheid."

Holleeder: "We zullen zien."

Wieland: "Zo goed ken ik u nu wel."

De rechtbank stelt vast dat Astrid Holleeder tóch weer moet terugkomen na de zomer, omdat in elk geval advocaat Sander Janssen nog volop vragen heeft.

Astrid is altijd bang geweest dat zij als 'zijn zusje' zou worden aangepakt, zegt ze. Zoals iedereen altijd bang was. Criminelen durfden ook niet te getuigen.

Astrid: "Mensen zijn strategisch in hun keuzes."

Advocaat Janssen refereert aan een gesprek tussen crimineel Ariën K. en Sonja Holleeder waarin die zei dat 'hun dingen op een briefje gingen schrijven' die hij moest zeggen. Hij doelde op getuigenissen die hij zou moeten afleggen.

Astrid wordt weer boos en emotioneel omdat ze denkt dat Willem Holleeder via advocaat Janssen haar uitspraken wil ontlokken. Tegen de rechters: "Ik wil nergens worden ingehengeld. Ik ben maar een vrouwtje, hè?! Ik ben niets!"

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: "We nemen onze hoeden weer diep voor u af."

Een getuige zei dat Holleeder 'aangeslagen' leek na de moord op Endstra.

Astrid: "Zo moet je doen. En zo'n liquidatie is toch een stressfactor er bij weer. Wat gaat het onderzoek opleveren? Hij is gespannen. Hij moe schakelen. Hij moet handelen. De vraag is ook hoe dit voor de hele familie gaat aflopen. Krijg je represailles? Het is wéér: gezeik er bij."

Als 'een totaal andere groepering' Endstra had vermoord, zou het gesprek tussen Holleeder en Astrid meteen na de liquidatie wel anders zijn verlopen.

Astrid: "Dan had-ie niet zo gespannen geweest, maar was hij misschien wél blij en uitgelaten geweest. Dan had hij niets te vrezen."

Astrid en Willem Holleeder communiceerden veel 'in korte dingetjes' of met gebaartjes of enkel met hun ogen, herhaalt Astrid. "Als een smeris binnenkomt, doen wij zo (ze kijkt snel naar de deur) en begrijpen we elkaar."

In de rechtszaal gaat een wekker. Over tien minuten moet het verhoor worden afgerond omdat advocaat Willem Jebbink van Astrid Holleeder weg moet.

Advocaat Janssen keert opnieuw vanaf 'een zijpaadje' terug naar de liquidatie van Willem Endstra, waar het verhoor over zou moeten gaan.

Astrid sprak Willem Endstra naar eigen zeggen maar één keer in restaurant Oceania over de problemen die Endstra zei te hebben waardoor hij schuldeisers niet kon betalen.

Janssen: "Uiteindelijk wordt Endstra dan vermoord. Dan zegt u daar in een later verhoor over dat Willem (Holleeder) u zei 'dat hij het niet gedaan kon hebben omdat hij net uit het buitenland kwam'."

Astrid: "Zo zeggen wij dat: 'Ik heb een alibi'. Hij bevestigt mij op dat moment alleen maar zijn alibi, omdat ik niet wist dat hij tijdens de liquidatie in het buitenland zat."

Janssen: "Als je uitgaat van de vooronderstelling dat Willem (Holleeder) het gedaan had, is die uitspraak, in Abcoude, te begrijpen, maar anders niet."

Astrid: "Klopt. Het is versluierend taalgebruik. Hij heeft zijn alibi goed op orde. Hij laat ook weten dat hij wist dat het zou gebeuren: 'Ik ben naar het buitenland gegaan omdat...' (Willem Endstra zou worden geliquideerd)."

Als Astrid 'met Wim liep' waren dat altijd 'beladen momenten'. "Je weet wat gebeurd is (een liquidatie, bijvoorbeeld) en je wilt niet dat hij wordt gepakt."

Sonja Holleeder vertelt dat haar broer over Endstra had gezegd: 'Het was hij of ik'.

Astrid: "Ik weet niet precies wat zij toen met Wim heeft besproken."

Willem Holleeder 'zag zichzelf als de spin in het web' in die tijd. Daarom denkt Astrid dat hij besloten heeft al die mensen te laten liquideren en niet Stanley Hillis. "Wim wilde Cor doodschieten en hem alles afpakken. Het is de eerste keer niet gelukt, het is de tweede keer niet gelukt en de derde keer is het doodschieten wel gelukt, maar het afpakken niet."

Janssen: Dat is toch gek, dat je dan zo'n liquidatie laat plegen om geld, waarvan u zelf zegt dat dat zo risicovol is, en dat je dat geld dan uiteindelijk niet afpakt?"

Astrid: "Dat geld heeft hij toen niet afgepakt omdat het hem te heet onder de voeten was. Sonja had het voor tien jaar vastgezet, dus dat kwam wel. En in 2013 was-ie daar weer, hè? (Om Sonja's geld alsnog op te eisen.)"

Janssen wil het nu hebben over de jaren waarin Astrid Holleeder steeds vaker Peter R. de Vries in vertrouwen nam (na de moord op Cor van Hout).

Astrid: "Dat is niet zo. Peter is een vriend van Sonja (Holleeder) en haar gezin. Hij was geen vriend van mij. Als Wim mij zei: 'Peter mag niet wroeten' (in de achtergronden van de moord op Cor van Hout), dan zei ik tegen Peter dat hij niet moest wroeten in de moord op Cor. Verder had ik met Peter alleen heel normale gesprekjes."

"Ik ga helemaal niemand in vertrouwen nemen. Dat is me veel te link. Als dat onbedoeld uitlekt, lig ik op de grond. Ik ga dat niet doen. Ik heb Peter pas in vertrouwen genomen toen ik overwoog tegen Wim te gaan getuigen. Peter zei me toen dat ik dat niet moest doen omdat het op niets zou uitlopen."

Cor van Hout noemde Stanley Hillis 'een oude vieze stinkkerel'. Vele jaren nadat Van Hout was vermoord, besprak Sonja Holleeder dat met een criminele vriend van Cor van Hout, Ariën K.

Astrid: "Het punt is: niet iedereen vermoordt iemand omdat hij hem heeft beledigd. Het heeft nogal wat voeten in aarde, hè, zo'n liquidatie? Je hebt altijd losse eindjes: mensen die over je zouden kunnen gaan praten."

Janssen: "Dat neem ik aan, maar zou Cor van Hout dat gezegd kunnen hebben (over dat stinken)."

Astrid: "Als Stanley Hillis stonk, zal Cor dat hem wel gezegd hebben, ja. Maar ik weet het niet."

Raadsman Janssen wil het nog even hebben over (de in 2011 geliquideerde) crimineel Stanley Hillis. Volgens een getuige had Cor van Hout 'in een dronken bui' geprobeerd Stanley Hillis 'af te persen voor een miljoen gulden'. Cor zou zo 'weer een vijand er bij hebben in het groepje van Willem Holleeder'.

Astrid, nu: "Stanley Hillis was onderdeel van het groepje van Wim, dus ja..."

Op een opname wordt ook beweerd dat Cor van Hout broer Gerard Holleeder had laten ontvoeren, die in één van de gokhallen op de Wallen werkte. Met medewerking van diens vriend Thomas van der Bijl. Eerder is altijd beweerd dat Sam Klepper en John Mieremet achter die kortstondige ontvoering zaten.

Janssen: "Heeft u daar Cor (van Hout) wel eens naar gevraagd?"

Astrid: "Naar zulke verhalen over een betrokkenheid van iemand vraag je niet."

Willem Holleeder nam op verzoek van Willem Endstra van alles op. Daaronder was ook een gesprek tussen Willem Endstra en de advocaat van John Mieremet, die zijn miljoenen terugwilde. Astrid beoordeelde op verzoek van Holleeder later de opname.

Astrid: "Ik vond het wel opmerkelijk dat die advocaat dat deed, want die wist natuurlijk ook wel dat het om crimineel geld ging."

Het gesprek tussen de advocaat en Endstra kwam later ook aan de orde in een uitgebreide televisie-uitzending waarin misdaadverslaggever Peter R. de Vries Willem Endstra's rol in het criminele milieu uitgebreid belichtte.

Raadsman Janssen: "Ergens zegt de advocaat van Mieremet ook tegen Endstra dat hij misschien maar moest zeggen dat iemand hem afperste. Herkent u die uitspraak?" Astrid: "Dat zegt me nu niks."

Janssen gaat vanaf dit zijpad terug naar de liquidatie van de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra. Astrid heeft verteld dat Willem Holleeder eerst samenwerkte met de criminelen Sam Klepper, John Mieremet en Stanley Hillis én Willem Endstra, waarna Mieremet van een vriend een vijand werd.

Astrid: "Wim is in hun kielzog groter geworden."

Astrid heeft eerder gezegd dat 'Willem Endstra de bedenker was van het geheel': de vastgoedmagnaat zou tientallen miljoenen aanpakken van onder anderen criminelen, die dan uiteindelijk niets meer zouden terugkrijgen.

Astrid, nu: "Uiteindelijk kregen Stanley en Wim ook hun geld niet meer terug van Endstra. Die zei dat hij het geld niet meer kón terugbetalen. Aan het eind was Wim die Endstra behoorlijk zat. Hij wilde gewoon geld, en van wie dat geld was.... Ik denk niet van Wim, grotendeels, maar van Klepper, Mieremet, Hillis... Daar zat-ie (Willem Holleeder) achteraan."

Dat 'Sam Klepper er op enig moment niet meer was' (geliquideerd in oktober 2000), 'was makkelijk'. Astrid, nu: "En John Mieremet later ook. (Hij werd in november 2005 geliquideerd). In februari 2011 volgde Stanley Hillis. Wim wilde het geld er uit halen. Het maakte hem niet uit hoe het geld er uit kwam, als hij het maar kreeg..."

Astrids stem en volume schieten weer omhoog. Frank Wieland: "U heeft hier in elk verhoor verteld hoe belangrijk u het vindt dat uw broer niet meer uit de cel komt, maar probeert u weer rustig te spreken zoals een getuige..."

Astrid mompelt in haar getuigencabine wat tegen haar eigen advocaat Willem Jebbink en vervolgt op iets rustigere toon haar verhaal.

Officier van justitie Sabine Tammes wil weten waar Janssen heen wil met al zijn vragen.

Janssen: "Eerder heeft mevrouw gezegd dat ze héél veel tijd kwijt is geweest met het vormen van al die mappen, en ik stel vast dat het meeste in een beperkt aantal dagen is uitgeprint."

Astrid: "Ik vind dat ik er héél veel tijd aan kwijt ben geweest en ik had die tijd liever anders besteed. Vraagt u anders eens waarom ik die mappen moest maken dan?"

Janssen: "Ik kies zelf graag de vragen die ik wil stellen. Heeft één persoon u geholpen of meerdere mensen?"

Astrid: "Ik vind dat ik daarover voldoende gezegd heb. Ik heb er geen zin in mensen hier in te betrekken die ook een leven hebben en die moeten werken en van wie ik niet wil dat ze over hun schouder moeten kijken."

Astrid heeft officier van justitie Sabine Tammes dikke mappen gegeven vol artikelen uit tijdschriften en boeken waarin over Willem Holleeder was geschreven. "Overigens heb ik kopieën van al die stukken uit mijn mappen teruggekregen, maar ik wil de originelen terug waarvoor ik zo lang in de bibliotheek heb gezeten. (Tegen Tammes:) Dus, bij dezen, mevrouw de officier."

In totaal gaat hem volgens Janssen 'over negentien of twintig mappen'. Op sommige staat: 'Mappen van Peter R. de Vries'.

Astrid: "Peter heeft zo'n programma (archief Lexis Nexis) waarmee je alles automatisch kan checken, maar dat vertrouw ik niet dus ik ben alles zelf nog nagelopen. Peter heeft twee of drie mappen voor me samengesteld met dingen die hij had en die hij via zijn programma had gevonden. Ik ben dat werk dus allemaal nog opnieuw gaan doen, want als een artikel zou opduiken dat ik niet kende en waarvan Wim last zou krijgen, had ik ruzie natuurlijk."

Janssen vraagt uitgebreid door over hoe Astrid de mappen precies heeft samengesteld. Het wordt de getuige te gedetailleerd. "You don't wanna go there... Dan krijg je weer iets in je melik (gezicht)."

Willem Holleeder: "Dit is weer dreigen, meneer de rechter..."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: "Wat gebeurt hier, waar gaat dit over?"

Astrid: "Iemand heeft me geholpen met het samenstellen van die mappen, maar ik wil hier niet zeggen wie dat is geweest en ik denk dat meneer Janssen dat ook niet wil."

Janssen: "U denkt misschien dat ik weet om wie het gaat, maar ik weet niet wat of wie ik 'in mijn melik zal krijgen' zoals u het noemt."

Astrid: "Het is niet dat u iets in úw melik krijgt, maar mijn broer, met wie ik u vereenzelvig. Ik denk niet dat hij wil dat ik hier zeg wie mij heeft geholpen. Dat heeft ook geen zin, want het doet er hier niet zo veel toe."

Astrid Holleeder 'beoordeelde' zowel Koud Bloed als het boek over crimineel geld van journalisten Lensink en Husken voor Willem Holleeder, om te bezien of er zaken in stonden die hem in strafzaken in de problemen konden brengen.

Astrid, nu: "Ik heb het voor en via (Holleeders toenmalige advocaat) Stijn Franken voor Wim beoordeeld. Als een getuige, bijvoorbeeld Thomas van der Bijl, Wim van moorden had beschuldigd, dan keek ik daar naar en zei ik: 'Ok, waar heeft hij dan zijn kennis vandaan, kan hij het rechtstreeks weten? Nee? Nou, dan zijn zijn verklaringen ongevaarlijk'. Zo deed ik het steeds. Ik heb alles doorgenomen, over iedereen die was geliquideerd. Ik heb Stijn álle boeken en tijdschriften gegeven, vol gele plakkers waar het over Wim ging. Zodat er bewijs was van alles wat je (een belastende getuige) uit de media kon halen. Zodat Wim kon zeggen: 'Zie je wel, ze hebben het uit de media'. Dat doe je alleen als je een zus bent, want een advocaat heeft daar geen tijd voor want het is een vreselijk werk."

Astrid was op enig moment kwaad omdat Stijn Franken tot tweemaal toe de resultaten van haar monnikenwerk kwijt was.

Janssen: "Ik schaar Franken bij de advocaten die zorgvuldig zijn en niet zomaar belangrijke stukken kwijtraken..."

Astrid: "Hoe dat is gegaan, zou je Stijn moeten vragen, maar het was kwijt in elk geval."

Over de meeste liquidaties was in de media zo veel geschreven, dat Astrid en Willem dachten dat ze alle getuigenissen wel konden 'kaltstellen' met de bewering dat de getuige al zijn of haar kennis weer uit de media moest hebben. Astrid: "Alleen Kees Houtman was lastig. Daar was nog weinig over geschreven."

Astrid was blij dat Stijn Franken toestond dat zij hem zou helpen ten behoeve van haar broer. Astrid: "Dat moest van Wim, maar andere advocaten zouden misschien toch hebben gezegd dat ze het allemaal wel zelf zouden doen. Het is geen kritiek op Stijn, hoor, maar zo is het gegaan."

Eerder heeft Astrid Holleeder verteld dat (de in februari 2011 zelf geliquideerde) Stanley Hillis de opdracht voor de liquidatie van Endstra had gegeven.

Astrid, nu: "Wim en Stanley samen. Zij hadden Endstra samen afgeperst en hebben hem samen laten doodschieten. Wim heeft natuurlijk altijd wel met Stanley geschermd. ik zou zeggen: 'medeplegen', juridisch."

'Buiten op straat' begonnen Willem Holleeder en Astrid het misdaadmagazine over Abbasov en het boek te lezen. Toenmalig vriendin Sandra den Hartog was er ook bij. Astrid: "We gingen op enig moment op een bankje zitten en ik ging alles lezen om te kijken of het belastend voor Wim kon zijn. Ik begon met Koud Bloed."

Janssen: "Ergens in uw verslag zegt u: 'Dit is een debielenverklaring,' kennelijk over iets dat in Koud Bloed staat."

Astrid: "Ja, zo zeggen wij dat dan hardop als er iets staat dat klopt."

Namik Abbasov was kort voor zijn dood in zijn cel begonnen aan een manuscript voor een thriller waarin zijn alter ego moorden bekent aan de politie. Astrid en Willem Holleeder bespraken uitgebreid wat daarover in Koud Bloed stond.

Astrid nu: "Maar ja, die man was inmiddels dood. Dus we konden makkelijk zeggen: 'Ach, die man hep een boek geschreven maar we kunnen niet meer controleren of het waar is allemaal."

Om de bewering van Abbasov, dat crimineel Donald Groen de opdracht had gegeven, moesten de Holleeders lachen.

Astrid nu: "Ja, want die Groen kreeg onterecht de schuld van iets dat Wim had gedaan. Wim wees op de foto van Donald Groen (in Koud Bloed) en lachte hardop. Wim had Donald Groen tegen mij nooit genoemd. Ik weet dat Wim Endstra heeft laten vermoorden."

Raadsman Janssen: "U heeft eerder in een politieverhoor gezegd dat het Donald Groen niet was...."

Astrid: "Wim heeft de opdracht gegeven (voor de moord op Endstra). Misschien samen met Stanley Hillis, maar over Donald Groen had ik hem nooit gehoord."

Advocaat Sander Janssen wil weten waar Astrids nieuwe notitie ineens vandaan is gekomen.

Astrid: "Ik wist dat we vandaag weer over de liquidatie van Willem Endstra zouden spreken, dus ik ben een beetje gaan zoeken wat ik daar nog over had."

Janssen: "Kunnen we er na uw zoekslag dan van uit gaan dat u nu alles over Endstra heeft ingebracht dat u heeft?"

Astrid, die moeite heeft Janssen met 'u' aan te spreken: "Het ligt er maar net aan wat je, eh, u, vraagt en wat de rechtbank vraagt. Soms weet ik tevoren niet eens waar het over gaat en begin je, sorry, u, ineens ergens over. Nu wist ik wel waar het over zou gaan."

Het begint weer met een stuk dat Astrid Holleeder heeft meegenomen en aan officieren van justitie Sabine Tammes en Lars Stempher heeft gegeven. Het is een 'gespreksverslag' over de dag waarop Holleeder en zij samen een editie van misdaadmagazine Koud Bloed kochten en een boek van Marian Husken en Harry Lensink, waarna ze hamburgers gingen eten in de zaak die in Het Parool de hamburgertest had gewonnen.

In Koud Bloed stond een artikel van ondergetekende over de toen al aan een hersenbloeding overleden Rus Namik Abbasov. Daarin stond dat die de crimineel Donald Groen had aangewezen als opdrachtgever voor de moord op Willem Endstra.

Er stond ook in dat de Rus kort voor zijn dood op een politiebureau buiten het verhoor om uitlatingen had gedaan tegenover een rechercheur. Astrid: "Wij gingen er van uit dat Abbasov wel zou hebben gezegd dat Willem Holleeder de opdrachtgever was."

Astrid: "Als wij de rechercheur dan na de dood van Abbasov namens Wim zouden oproepen als getuige, en als die dan zou zeggen dat Abbasov Wim inderdaad had aangewezen als opdrachtgever, dan zouden wij zeggen: 'Dat zeggen ze natuurlijk allemaal en we kunnen Abbasov niet meer verhoren'. Hij was immers dood."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting met de mededeling dat Astrid Holleeder 'wellicht voor de laatste keer' komt getuigen. "Ik heb u de vorige keer in uw steekspel maar een beetje gelaten. Een beetje als een vader met zijn kinderen onderweg naar een ver buitenland die zijn mond houdt en ondertussen denkt: 'Straks schop ik ze er uit'..."

Willem Holleeder: "Was het maar waar." Gelach.

Wieland vraagt de verdachte en de getuige zich te gedragen zoals dat in een rechtszaal hoort en om en om antwoorden te geven op vragen. "U bent begiftigd met het woord, maar zoals het de vorige keer ging is het niet de bedoeling."

Tegen Astrid Holleeder: "Mijn respect voor u als advocaat was met name gebaseerd op het gegeven dat u, anders dan veel collega's, altijd de juiste toon wist te behouden. We zouden willen dat u dat hier ook doet. Uw uitval tegen advocaat Sander Janssen de vorige keer was ongepast en ik wil ook dat u hem niet met 'je' aanspreekt, maar met 'u'."

Astrid Holleeder heeft maar tijd tot twaalf uur, dus de zittingsdag zal kort zijn.

Op de laatste dag voor de zomerstop in de veelvoudige liquidatiezaak van Willem Holleeder – dag dertig inmiddels van het proces – komt zijn jongste zus Astrid nog maar weer eens getuigen.

Zoals ze aan het einde van de vorige zitting had verzucht, na de opmerking van rechtbankvoorzitter Frank Wieland dat het toch noodzakelijk was haar opnieuw op te roepen: “Ik heb daar geen probleem mee, meneer. Ik heb toch niks te doen.”

Haar verhoren waren voor haarzelf én voor haar broer de emotioneelste dagen in de voorbije maanden (het proces is begin februari aangevangen). Willem Holleeder wordt, zoals hij dat eufemistisch uitdrukt, ‘een beetje flauw’ van haar relaas.

In zijn visie heeft zij, advocaat immers (lees: beroepsleugenaar), haar hele verklaring tegen hem ‘in elkaar gezet’ en zijn andere zus Sonja en ex Sandra den Hartog in haar kamp getrokken.

Hij krijgt zijn zus eenvoudig op de kast met die opmerking, zo weet hij goed. In het vorige verhoor zei Astrid, die geregeld brak en dan weer in tranen, dan weer in woede uitbarstte: “Dat ik mijn verklaringen in elkaar heb gezet, is niet waar. Ik wilde dat het moorden stopte. Dat mijn zusje en mijn nichtje en neefje zouden blijven leven. En ikzelf, dus het is ook eigenbelang. Maar ik had persoonlijk een heel leuk leven voor ik hier aan begon. En dan ga ik dingen bedenken om hem er in te luizen, waardoor ik mijn werk moest opgeven en dit een mediacircus werd?”

Huilend: “Ik zie mijn vrienden niet meer, ik zie mijn dochter niet meer... Als zij een optreden heeft, kan ik daar niet bij zijn. Hoezó?! Wat?! Wat is het belang voor mij om dit te doen?!” (..)

“Maar als het om je neefje gaat, om je nichtje of om je zusje, is het dan zo gek dat je het morele besef hebt dat niet te willen laten gebeuren? (Dat ze doodgeschoten zouden worden). Ik zit boven op een flatje en justitie laat je barsten.”

Het verhoor zal volgens de planning weer voornamelijk gaan over de liquidatie van de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra, want in dat onderdeel van Holleeders grote liquidatiezaak is de rechtbank aanbeland.

De liquidatie van Holleeders gewezen ‘bloedgabber’ en zwager Cor van Hout en diens metgezel Robert ter Haak zijn al behandeld; na de zomer volgen de liquidaties van John Mieremet, Kees Houtman en Thomas van der Bijl.

Overigens dient te worden aangetekend dat de dynamiek in de verhoren lastig is te voorspellen, zeker gezien de animositeit tussen broer en zus, waardoor een opmerking van de één en repliek van de ander kan uitlokken en allerlei mogelijk relevante zijpaden bewandeld worden.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland sluit de zitting voor vandaag. De zitting van morgen vervalt. Donderdag komt Astrid Holleeder weer getuigen. Als het goed is, voor het laatst.

Officier van justitie Lars Stempher heeft nog een paar vragen aan Holleeder. Het gaat vooral om panden van Willem Endstra en bij wie die terecht zijn gekomen. Holleeder noemt criminelen zoals Stanley Hillis en Dino Soerel en vastgoedhandelaar Erik de Vlieger die bij panden van Endstra betrokken waren.

Ook voor Dino Soerels zus Orminda regelde Endstra een woning, en voor Marcel Kaatee, die de gokhallen op de Wallen beheerde.

Holleeder: "Ik heb ook veel woningen verbouwd voor vriendinnetjes van Endstra zelf. Voor mezelf heb ik een woning geregeld voor een ex bij wie ik een dochter heb. Daar heb ik niet voor hoeven bijbetalen hoor, dat heb ik gewoon geregeld zonder problemen."

Holleeder krijgt nog een laatste keer het woord. "Ik ken die mensen allemaal niet en heb geen opdracht gegeven voor de moord op Willem Endstra."

Terug in de zaal merkt rechter Somsen op dat de rechtbank Korkmaz graag had willen verhoren op de zitting. "Maar helaas is hij vorig jaar overleden. Op dit moment heeft de rechtbank de behoefte nog niet om al zijn verklaringen hier op dit moment in het proces al uitgebreid op een rijtje te zetten."

Advocaat Sander Janssen: "In de zaak Enclave (tegen de vermoede uitvoerders) zijn de verklaringen van Hidir Korkmaz door advocaten héél uitvoerig gefileerd. Ik vind het wel lastig. Moeten we dat hier helemaal gaan herhalen? Verklaringen zijn vaak lastig te toetsen, maar de rechtbank heeft het in Enclave uitvoerig gedaan aan de hand van de verweren van de advocaten (en stelde vast dat Korkmaz onbetrouwbaar was, kort gezegd)."

Rechter Somsen: "Wij hebben kennisgenomen van het oordeel van de rechtbank in de zaak Enclave (die Korkmaz' verklaringen van tafel veegde)."

Officier van justitie Sabine Tammes: "Wij vinden de verklaringen op hoofdlijnen wél betrouwbaar en daar zullen we uitgebreid op terugkomen."

Holleeder: "Ik vind het nogal wat als iemand al die leugens over me vertelt en dat het Openbaar Ministerie dan zegt dat-ie betrouwbaar is."

Aanklaagster Tammes, tegen Holleeder: "U noemt toch alles leugens, dus het heeft misschien niet zo veel zin die verklaringen dan hier helemaal met u te gaan zitten doorakkeren..."

Holleeder: "Ik vind dit wel brutaal hoor."

Raadsman Janssen wil 'de discrepanties' in Korkmaz' verklaringen uitgebreid doornemen en daarvan een overzicht maken voor de rechtbank, maar niet alles helemaal overdoen dat in het eerdere proces tegen Ali N., Özgür C. en Ziya is aangevoerd. "Dit is een probleem dat we in de komende maanden nog vaker gaan tegenkomen, ook bij andere getuigen," zegt Janssen.

"Het is heel jammer dat we hem hier nu niet meer kunnen verhoren, maar we zullen wel op een rijtje moeten zetten waar al die tegenstrijdigheden in Korkmaz' verklaringen in zitten."

Advocaat Robert Malewicz, die in het eerdere proces samen met een collega Ali N. bijstond: "Het probleem is dat de getuige in de verhoren in die rechtszaak heel duidelijk alle kanten uit schoot met zijn verklaringen. Als je nu alles dat op papier staat tegenover elkaar zet, komt dat minder sterk naar voren. Dat is wel een probleem voor meneer Holleeder (nu Korkmaz is overleden en in Holleeders zaak dus niet meer kan worden verhoord door de rechtbank)."

Rechter Somsen somt nog een forse reeks onjuistheden of tegenstrijdigheden in Korkmaz' verklaringen op die de rechtbank in de eerdere zaak noteerde – en op grond waarvan ze de verklaringen terzijde schoof.

De rechtbank trekt zich terug om te bespreken in hoeverre de verklaringen van Korkmaz op de zitting moeten worden besproken. Als de rechters dat in dit stadium niet nodig vinden, zou de zaak voor vandaag klaar zijn.

De belangrijke getuige Hidir Korkmaz, op 12 november 2017 overleden door een ongeluk tijdens het vissen, heeft uitvoerige verklaringen afgelegd die rechter Somsen nu wil doornemen.

Hij was in Duitsland veroordeeld tot een forse straf voor heroïnehandel. Hij zat zelf vast tijdens de liquidatie van Willem Endstra. Zijn vrouw was verongelukt. In zijn huis in de Balbaostraat in Amsterdam-West was wel eens een inval gedaan.

Korkmaz stond bekend als 'rustig', 'lief' en 'vrijgevig'. Een medewerker van het restaurant waar de groep Turks-Nederlandse criminelen vrijwel dagelijks kwam, heeft de politie gezegd dat Korkmaz 'alles wist' en 'schoon schip wilde maken'. Het Openbaar Ministerie heeft Korkmaz een lening gegeven zodat hij in een buitenland veilig kon wonen, werken en leven.

Dat verstrekken van geld viel volgens hoogmogenden binnen justitie 'binnen de kaders'. Advocaat Sander Janssen, met een sceptisch lachje: "Daar komen we nog wel op terug. Volgens de leiding van justitie zijn er juist geen kaders."

Meermaals zijn gesprekken afgeluisterd tussen Hidir Korkmaz en verdachte Ali T. waaruit bleek dat zij veel samen optrokken. Ze spraken onderling 'in versluierend taalgebruik', zegt rechter Somsen. Korkmaz reisde ook met 'baas' Murat K. naar Duitsland. Korkmaz is 'behoorlijk doorgezaagd door advocaten', zegt Somsen. "In grote lijnen heeft hij hetzelfde verklaard."

Korkmaz zegt dat Ziya G. de liquidatie van Endstra 'twee maanden' heeft voorbereid. Hij vertelde dat Özgür K. en Ali N. 'observanten' waren. Volgens hem had Ali T. de schoten gelost (hetgeen niet klopt). De rechtbank oordeelde in de zaak tegen de vermoede uitvoerders van de moord op Endstra dat Korkmaz' verklaringen op belangrijke punten onjuist zijn, 'soms onderling tegenstrijdig' en vaag. Ook kan hij de bron van zijn kennis 'niet weergeven'. Al met al vond de rechtbank het onverantwoord de verklaringen te gebruiken als bewijs tegen Ali N., Özgür C. en Zya G. Het gerechtshof moet nog oordelen.

Korkmaz zegt van een vriendin te hebben gehoord dat Willem Holleeder en Dino Soerel de opdrachtgevers waren van de liquidatie van Endstra. Holleeder: "Ik ken die vriendin ook niet." Korkmaz zegt dat Holleeder en Soerel een villa in Istanbul hebben gekocht voor de Turkse groep. Holleeder: "Ik ken die hele jongens niet en ik heb niks met een villa te maken."

Korkmaz noemde 'Pasja' (Ziya G.) 'de machtigste'. "Holleeder zou maar een tussenpersoon zijn geweest in de richting van de ladder (de dodenlijst)." 'De mannen van Soerel en Holleeder zijn in de Van Woustraat,' zei Korkmaz. "Er staan mensen op de ladder die tegen de organisatie en in de organisatie fouten hebben gemaakt die niet door de beugel kunnen. (..) Sommige mensen staan er al heel wat jaren op (op de ladder). Er zijn mensen tot vijf miljoen euro, maar het heeft tijd nodig."

Murat K. zou Korkmaz hebben gezegd dat Dino Soerel en Willem Holleeder zijn opdrachtgevers waren. Holleeder zou met Ziya G. hebben gegeten in een restaurant in Amsterdam-West. Holleeder: "Het slaat helemaal nergens op. Mensen die je niet kent maar makkelijk beschuldigen, slaat nergens op. Ik ben in dat restaurant nooit geweest."

Korkmaz zou ook gehoord hebben dat Willem Holleeder achter de moord op Cor van Hout zat, overigens. Over Endstra: "Dino heeft de opdracht voor de moord op Willem Endstra gegeven, samen met Holleeder. Als ik over Dino 150 keer heb gehoord, heb ik over Holleeder 140 keer gehoord, dus zo veel scheelt het niet."

Murat K. stuurde in 2008 twee kerstkaarten aan medegedetineerde D. S. van Willem Holleeder, waarvan in elk geval één voor Holleeder bestemd was. Op de eerste kerstkaart staat 'broer, doe gewoon ontspannen, ik ben vrij. ik stuur je nog een keer (een) kaartje voor je weet wel wie'.

Op de tweede kaart staat 'Abi (broer) prettige kerstdagen, respect.' Een bewaarder liet Holleeder de kaart zien. Die 'reageerde stoïcijns'. Holleeder: "Nu wordt gesteld dat die kaart is 'onderschept', maar dat woord geeft er de verkeerde lading aan. Alle post die ik krijg, wordt gelezen. Met kerst krijg ik wel meer post."

Rechter Benedicte Mildner: "Het is opvallend dat het aan u is gericht, maar aan een medegedetineerde is geadresseerd." Holleeder: "Misschien wilde-ie het met één postzegel regelen. Ik ken die jongen niet."

Murat K. is over zijn kaartje verhoord. Rechter Somsen: "Dat is wel een grappig verhoor. Op de vraag of zijn kaart aan Willem was gericht, zegt hij: 'Ik weet niet, ouwe'. Hij 'heeft geen Nederlandse vrienden', zegt hij. Hij zegt 'twaalf, dertien, veertien jaar in Amsterdam te hebben gewoond en Holleeder geen eens één keer te hebben gezien'.

Of hij de kaart aan Willem Holleeder heeft gericht? 'Ik weet het niet maat, maar ik zeg je wel één ding: ik ken heel die Holleeder niet, gap.' Somsen: "Het lijkt niet echt een fan die u fanmail stuurt. Althans, dat wil hij nu niet weten."

Holleeder: "Ik wil niet lullig doen over de media, maar een recherchechef heeft al lang geleden gezegd dat ik gelinkt word aan liquidaties en iedereen praat dat maar na. Ze zeggen: 'Had je maar niet in College Tour moeten gaan zitten', maar ik heb er wel last van."

Ali T., nog een verdachte, staat onder criminele kennissen bekend als 'iemand die te veel praat'. Hij had een nauwe relatie met getuige Hidir Korkmaz. Die heeft overigens verteld dat Ali T. Endstra heeft doodgeschoten, wat aantoonbaar niet waar is. Daarop komt de rechtbank later terug.

Rechter Somsen sluit het rondje langs de verdachten af. Officier van justitie Sabine Tammes merkt nog op dat 'Namik Abbasov', de aan de gevolgen van een hersenbloeding overleden moordenaar van Endstra, in werkelijkheid Natik Abbasov blijkt te hebben geheten. "Hij heeft hier altijd geleefd onder de naam van zijn broer, is uit onderzoek in Azerbeidjan gebleken."

Rechter Somsen citeert een verklaring van een vrouw die zei dat 'de hele groep dagelijks bij (de naam van een Turks restaurant) zat.' Hidir Korkmaz vertelde dat Murat K. zichzelf 'King' noemde of 'Godfather'.

Patrick R., 'de grote', 'donkere' of 'zwarte' (rechter Somsen: 'meneer R. is negroïde') komt ook prominent in het dossier voor. Hij staat al lang bekend als Amsterdamse beroepscrimineel die veel andere Amsterdamse criminelen goed kent.

Hij is eens met een doorgeladen vuurwapen aangehouden. Hij had geregeld contact met de groep Turkse Nederlanders die aan de moord op Endstra worden gelinkt en was op een bruiloft van één van hen.

De verklaringen van Astrid Holleeder over Willems betrokkenheid bij de liquidatie van Endstra. Holleeder, nu: "Ik kan het wel blijven herhalen, maar ik word een beetje flauw van haar verklaringen. Het is onzin."

Murat K. is de vijfde verdachte die aan de moord wordt gelinkt. Hij stuurde Holleeder een kaartje. Holleeder, nu: "Ik krijg wekelijks post van allerlei mensen." Wat hij met kaartjes doet? "Ik gooi ze af en toe op een hoopie. Ik schrijf of bel nooit terug. Ik vind het wel leuk soms hoor, om een kaartje te krijgen, maar ik doe er niks mee. Het zijn al sinds 2006 heel verschillende mensen die me schrijven. Vrouwen, mannen, van alles."

Advocaat Sander Janssen: "Wellicht is het aardig dat de rechtbank kennis neemt van het type post dat cliënt krijgt. Soms komt het ook naar ons kantoor."

Holleeder: "Ik verdenk hem (Janssen) er van dat-ie alle post van vrouwen achterhoudt."

Gelach op de tribune. Janssen: "Het is bijzonder wat hij allemaal krijgt toegestuurd. Half blote foto's..., van alles. Mensen steken hem een hart onder de riem, vragen hem een lening."

Officier van justitie Lars Stempher: "Dat de verdachte zeer diverse post krijgt, kunnen we bevestigen. Het is niet zo dat wekelijks zakkken vol post toegestuurd krijgt."

Holleeder: "De ene keer is het meer dan de andere keer."

Rechter Margo Somsen: "Hoe adresseren ze die post?"

Holleeder: "Gewoon, Willem Holleeder, Vught." Gelach.

Holleeder: "Mensen zijn al begonnen me lastig te vallen via Bram Moszkowicz."

De vierde verdachte van betrokkenheid bij de liquidatie van Endstra die rechter Somsen bespreekt is Ali N., Özgür C.'s neef. Hij speelt de Turkse traditionele saz – een gitaartype – en is eveneens vrijgesproken.

Een vriendin heeft de politie verteld dat Özgür C. en Ali N. de dag van de liquidatie vroeg uit Alkmaar waren vertrokken. Nadien zouden ze veel geld hebben gehad in 500 eurobiljetten. Ali N. zou een vuurwapen hebben gehad.

In 2007 herkende een getuige Ali N. als een man die uit de Mercedes Vitobus was gestapt van waaruit Endstra zou zijn geobserveerd. De toentertijd negentienjarige Ali N. ontkent Endstra te hebben geobserveerd.

Hij had altijd veel geld op zak omdat hij in de drugshandel zat, vertelde N. Hij was ook verdachte in een ontvoeringszaak. Hij heeft toegegeven Ziya G. heel goed te hebben gekend. Dat zijn neef en hij na de liquidatie van Endstra voortdurend naar de items daarover op televisie keken, zegt volgens N. niets. "Heel Nederland keek."

Dat zijn vriendin uitvoerige verklaringen heeft afgelegd die op zijn betrokkenheid lijken te wijzen, vindt hij vreemd. Zij kan veel niet weten. "Ik hoef aan vrouwen geen verantwoording af te leggen."

Ziya G. heeft Ali N. en Özgür C. volgens een vriendin opgehaald op de dag van de moord op Endstra. Hij wordt ook genoemd in de tip van Hidir Korkmaz over de daders van de liquidatie.

De getuige die een auto snel zag uitparkeren in de buurt van de moord dacht Ziya G. als de bestuurder te herkennen op een foto. Ziya G., Namik A. en Murat K. waren samen in een woning waar Murat K. eens werd aangehouden.

'Pasja' staat ook met medeverdachten op foto's. In zijn huis werden tachtig kogels aangetroffen. Als zijn medeverdachten zijn gepakt na een uitgaansruzie in Amsterdam, meldt G. zich bij de politie om naar zijn autosleutels te vragen.

Ook G. is, bij verstek, vrijgesproken door de rechtbank. Ook in zijn zaak is justitie in hoger beroep gegaan.

Rechter Somsen bespreekt nu Özgür C., die net zoals Ali N. is vrijgesproken door de rechtbank van betrokkenheid bij de liquidatie van Willem Endstra. Het hoger beroep loopt nog.

C. heeft altijd ontkend iets met de moord te maken te hebben gehad. Zijn vingerafdruk zat op het parkeerkaartje in de Mercedes Vitobus van waaruit Endstra voor de moord lijkt te zijn geobserveerd. Hij is een goede bekende van de andere Turks-Nederlandse medeverdachten.

In een afgeluisterd gesprek spreekt C.'s moeder veel over zijn neef Ali N. die 'twee personen' heeft 'neergestoken' of 'neergeschoten' (het Turks is op dat punt voor tweeërlei uitleg vatbaar).

Na de arrestatie van Özgür C. en Ali N. in 2007 zijn gesprekken in de gevangenis afgeluisterd. C.'s moeder blijkt bezorgd als ze hoort dat ook Ali A. (de vermoede moordmakelaar, inmiddels geliquideerd in Istanbul) in dezelfde gevangenis zit. De vrees is dat 'de link' tussen hem en C. is te leggen.

Özgür C. erkent wel in de bus te hebben gezeten, maar wil er verder niets over zeggen.

Medeverdachte Ziya G., 'Pasja' (Turks voor 'generaal') is nog altijd voortvluchtig en lijkt met name in Turkije te verblijven.

In de cel van de overleden Abbasov is een soort van aanzet tot een manuscript aangetroffen voor een boek van twintig hoofdstukken. 'Kleine genoegens, de Europese valstrik'. Hij schrijft het deels geromantiseerde verhaal vanuit een alter ego.

Ook over Willem Holleeder en over medeverdachten van betrokkenheid bij de moord op Endstra Özgür C. en Ali N. Het is een bijzonder en intrigerend stuk dat later nog uitgebreider zal worden besproken. De rechtbank pauzeert voor een kwartier.

Officier van justitie Lars Stempher: "Hoe wist u dat die man in het clubhuis Donald Groen was?"

Holleeder: "Dat weet ik niet meer. Hij zal zich hebben voorgesteld of misschien hebben die jongens me gezegd dat hij het was."

Stempher: "Weet u van een eventueel contact tussen (voorheen Holleeders criminele compagnon) Dino Soerel en Donald Groen?"

Holleeder: "Nee. Wat hij (Soerel) doet, moet hij weten. Ik weet dat hij in de drugs zat en voor (de in 2000 geliquideerde crimineel Jan) Femer een soort boekhouding bijhield en met drugs in de rondte reed. In mijn herinneringen weet ik niet of Dino Soerel en Donald Groen contact hadden."

Holleeder zegt het dossier Enclave over de liquidatie van Endstra niet te hebben gelezen.

Advocaat Sander Janssen vindt het van belang te benadrukken dat broer Saleh Abbasov niet weet of die 'Turken' contact hadden met Holleeder.

Een rechercheur zei Saleh Abbasov volgens raadsman Janssen dat Holleeder zowel Willem Endstra als John Mieremet had laten liquideren. "Dat lijkt me nou niet zo slim om dat te zeggen tegen een getuige die eerder heeft gezegd Willem Holleeder niet te kennen."

Holleeder zegt dat hij Donald Groen 'wel eens heeft gezien op het clubhuis' (van de Hells Angels in Amsterdam). "Voor de rest ken ik hem niet. Ik heb helemaal geen relatie met hem. Ook geen zakelijke relatie. Helemaal niks, nul. Van horen zeggen weet ik dat hij met (crimineel) Stanley Hillis omging, maar ik heb hem nooit met Hillis gezien."

Holleeder, tegen rechter Somsen: "Weet u wat het is mevrouw? Ik ken natuurlijk ongelooflijk veel mensen. Als ik met iemand in de kroeg een biertje drink of wat ga eten, wil dat niet zeggen dat ik ook met hun in bijvoorbeeld de drugs zit. Ik leef mijn eigen leven, zong André Hazes. Ik wil ook niet precies weten wat die mensen doen. Dat kan me niet schelen."

"Als ik me de hele tijd zou moeten verantwoorden voor iemand met wie ik een broodje heb gegeten, ken ik hier elke dag wel komme," zegt Holleeder. "Ik heb met hun zaken niks te maken. Ik heb geprobeerd legaal mijn geld te verdienen. Legaal tussen aanhalingstekens: witwassen."

Rechter Somsen gaat de mogelijke betrokkenen één voor één af. Ze begint bij Namik Abbasov, die Endstra vrijwel zeker dood schoot. Korkmaz gaf hem de bijnaam 'mooi zo' omdat Abbasov dat vaak als stopwoord gebruikte. Uit Rusland kwam stiekem van Abbasov afgenomen dna, dat matchte met dna op het moordwapen, twee van de patronen en de rode jas.

Holleeder: "Die Abbasov ken ik ook niet."

Op foto's staat Abbasov in de woning van zijn latere medeverdachte Patrick R. met Murat K., die volgens Hidir Korkmaz ook bij de moord op Endstra betrokken was. Hij werd ook samen met 'Pasja' Ziya G. in een woning aangetroffen.

In een afgeluisterd gesprek zou Murat K. Abbasov later waarschuwen dat 'hij niet moest komen omdat een val voor hem werd gezet'.

In 2012 werd Abbasov gearresteerd en aan Nederland uitgeleverd. Tegen het Bijzonder Ondersteunings Team (BOT) van justitie zei Abbasov in het Engels dat zijn advocaat werd betaald door de groepering van Holleeder. Hij durfde niets te vertellen omdat anders zijn familie in Rusland wat zou worden aangedaan. Op de luchtplaats zei hij tegen een agent dat hij wel wilde praten 'zonder advocaat'. Als hij zou praten in het bijzijn van zijn advocaat zou de groep van Holleeder dat meteen ter ore komen en zou zijn familie in Rusland gevaar lopen.

Abbasov zei dat (de bekende crimineel) Donald Groen de opdracht had gegeven voor de liquidatie van Endstra.

Abbasov was in maart en vanaf april 2004 in Nederland. Broer Saleh Abbasov vertelde de politie dat zijn broer contact had met 'Turken'.

Aan de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche meldt de Turks-Nederlandse crimineel Hidir Korkmaz op 7 juli 2005 dat Willem Endstra aan toenmalig 'president' van de Amsterdamse Hells Angels had gevraagd Willem Holleeder te liquideren. Dat was Holleeder ter ore gekomen, waarna 'Ali en Pasja' Endstra hedden vermoord. Dat ging om Ali T. en Ziya G.

Er komt een forse groep Turks-Nederlandse criminelen in beeld die met de liquidatie in verband worden gebracht, volgens Hidir Korkmaz was dat 'de groep Holleeder'.

Holleeder, nu: "Ik ken heel die Turken niet. Da's lastig. Ik had die Korkmaz wel eens willen vragen hoe hij daar in hemelsnaam bij kwam. Maar ja."

Korkmaz is inmiddels overleden door een bizar visongeluk.

De schutter 'versnelde' na het schieten 'zijn pas' en liep richting de Breughelstraat.

Op de Apollolaan bleven vijf kogelhulzen achter. In de Bachstraat moest een auto hard remmen voor een auto die plotseling uitparkeerde. De bestuurder was een man van 25 tot dertig jaar met een mediterraan uiterlijk.

Om 12.09 uur kreeg de politie de melding van de schietpartij. Om 13.05 uur overleed Endstra aan wonden in hoofd, borst en bekken.

David Denneboom wordt in het AMC geopereerd aan zijn linkerknie. Hij vertelde dagen na de schietpartij dat hij daaraan 'een aardige klap had overgehouden'.

Kort na de moord komt Willem Holleeder in een kogelwerend vest een familielid van Endstra condoleren.

In de Mercedes Vito die vlakbij het kantoor van Endstra stond geparkeerd, stond in de verder vrijwel lege laadruimte een krukje bij een kijkgat. Betrokkenen moeten Endstra vanuit die bus hebben geobserveerd.

In een gestolen blauwe Alfa Romeo die de politie had weggesleept uit de buurt van de liquidatieplek, maar die later weer aan de eigenaar was teruggegeven, vond een medewerker van een garage later een rode jas met witten bies (zoals de schutter had gedragen) en twee vuurwapens – die de recherche over het hoofd had gezien. Een blunder, want dat was cruciaal bewijsmateriaal. Het FEG-pistool dat in de auto was achtrergebleven was vrijwel zeker het moordwapen.

Op het jack en het wapen zat hetzelfde dna, dat later van de Rus Namik Abbasov zou blijken.

Ook van Özgür C. werden bij de moordplek sporen gevonden.

Een zakenrelatie van Endstra zag kort voor de schoten twee mannen, van wie één, in een rood T-shirt, heel heftig gebaarde naar een man met een blauw shirt. Die laatste, 'een mediterraan type', zat op een bankje te wachten, zag de man voor hij Endstra's kantoor binnen ging. Na zijn afspraak ging de zakenpartner buiten op een bankje zitten.

Op bewakingsbeelden van een camera aan Endstra's kantoor is te zien dat Endstra rond half twaalf samen met zakenpartner David Denneboom naar buiten komt. De zakenpartner op het bankje zag dat. Tegen David Denneboom zei Endstra dat 'die gasten' de hele dag al op een bankje in de groenstrook in de Apollolaan zaten.

Eén van de mannen stond op, liep naar Endstra en schoot. Denneboom werd in zijn been geraakt, Endstra werd met meerdere kogels neergeschoten door 'een kleine man met donkere ogen en een witte pet'. Denneboom noemde het achteraf 'een godswonder' dat hij 'gespaard' was gebleven.

De zakenpartner op het bankje zag Endstra en Denneboom naar de auto van die laatste liepen waarna Endstra werd beschoten en 'een soort snoekduik' maakte naar de achterkant van zijn auto. Na het tweede schot dat deze getuige hoorde, viel Dennemboom ook.

De schutter en Endstra raakten rond de auto 'in een soort kat-en-muisspel, waarin Endstra uiteindelijk meermaals werd geraakt. De vijfde kogel raakte Endstra in zijn hoofd.

De houding van de schutter was er volgens een getuige 'een van iemand die zijn werk deed'.

De getuige zag twee personen ongeveer tien meter achter de schutter aan rennen.

Een andere getuige zag een man in een rood T-shirt met een crèmekleurige baseballpet.

Op camerabeelden van het Apollo First hotel registreerde de waarschijnlijke schutter met het petje en een lichte streep over zijn jack.

Rechter Margo Somsen vertelt wat ze vandaag wil doen.

Eerst zal ze de laatste weken voor de liquidatie van Willem Endstra bespreken – waarbij ook zakenpartner David Denneboom gewond raakte – dan gaat ze over naar de dag van de moord en vervolgens naar de rollen die de verschillende verdachten zouden hebben gespeeld en wat de inmiddels overleden getuige Hidir Korkmaz daar over zegt.

In de weken voor de liquidatie had Endstra aan verschillende mensen verteld dat hij bang was te worden geliquideerd in opdracht van Willem Holleeder. "Er zijn robots gemaakt met meer gevoel dan hij."

Zaterdag 15 mei 2004, twee dagen voor zijn dood, waren de opnames van Harry Mens' Business Class, waarin Endstra zei Holleeder niet te kennen. Op zondag werd dat uitgezonden.

Maandagmorgen 17 mei om 9.07 uur trok iemand een parkeerkaartje dat hij neerlegde in de Mercedes Vitobus die als observatiebus moet hebben gediend.

Halverwege de ochtend klonken vijf of zes knallen. Een getuige had kort tevoren een man in een rode jas op een bankje zien zitten op de Apollolaan. Getuigen zagen na de moord verscheidene mannen weglopen.

In het veelvoudige liquidatieproces tegen Willem Holleeder probeert de rechtbank in de laatste week voor de zomerstop nog zo veel mogelijk progressie te boeken in het dossier over de moord op de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra.

De zaak start vandaag om 10.00 uur en is hier live te volgen.

Nadere verhoren van zijn zussen Astrid, en Sonja en ex Sandra die zijn uitgesteld, vertragen de zaak mogelijk.

In de afgelopen zittingsdagen zijn veel kwesties behandeld die ook al aan de orde zijn geweest in de grote afpersingszaak ‘Kolbak’ waarin Holleeder tot negen jaar cel is veroordeeld voor onder meer het afpersen van Endstra.

Dat toont weer hoe zeer deze zaak, ‘Vandros’, verknoopt is met andere grote processen tegen de Amsterdamse onderwereld, zoals de grote liquidatiezaak ‘Passage’.

Parallel aan de behandeling van Holleeders zaak loopt het hoger beroep in de zaak tegen enkele vermoede betrokkenen bij de uitvoering van de liquidatie van Willem Endstra. Vermoed schutter Namik Abbasov stierf in zijn cel aan de gevolgen van een hersenbloeding. Justitie probeert enkele door de rechtbank vrijgesproken Nederlandse Turken alsnog veroordeeld te krijgen voor onder meer het observeren voorafgaand aan de aanslag.

Hoe ver de rechtbank in de huidige zaak tegen Holleeder zal komen in de zaak over de liquidatie van Willem Endstra valt te bezien.

Beeld van eerder in de zaak: een geblindeerde auto komt aan bij de rechtbank Beeld anp

Het blijken de laatste punten te zijn die vandaag worden besproken op de zitting. Voorzitter Frank Wieland kondigt aan dat de zaak maandag en dinsdag verder gaat.

Holleeder is niet verrast: "Peter (R. de Vries) had het al aangekondigd bij Boulevard he."

Na de moord op Endstra, op 17 mei 2004, heeft Holleeder, die met zijn vriendin Maike in Parijs was, op de carpoolstrook bij Abcoude een ontmoeting met zijn zussen Astrid en Sonja.

Sonja heeft daarover verklaard bij de politie: “Hij vroeg toen of wij nog nieuws hadden. We hoefden niet te praten over de achtergrond, de afpersing en de bedreiging enzo. Dat wisten we allemaal al. Het is toen helemaal niet over Mieremet gegaan. Of Willem nog geld van Endstra tegoed had? Voor Willem was alles van hem.”

Volgens Sonja Holleeder zei haar broer toen ook: “Het was hij of ik.”

Veel later, als hij boos is op zijn zus Sonja, zou Holleeder tegen Astrid hebben gezegd: “Endstra heeft mij ook willen pikken. Daarom heb ik het gedaan.”

Holleeder haalt nu zijn schouders op over de verklaringen. “Ik heb ze wel gezien op die carpoolstrook, maar ik heb nooit gezegd het is hij of ik. Al die flauwekul. Ze kunnen met z’n drietjes een mooi verhaal maken, maar het begint zo langzamerhand wel vervelend te worden.”

De zaak is weer begonnen.

Holleeder gaat zitten, met een diepe zucht. Voorzitter Frank Wieland stelt Holleeder gerust: “Het wordt niet zo laat vanavond.”

Holleeder: “Oh, ik had op warm eten gerekend.”

Het gaat nu verder over het plan dat Endstra had opgevat om Willem Holleeder te laten vermoorden, op Oudjaarsdag 2003. Bij de CIE kwam informatie binnen dat Endstra Hells Angels had betaald ‘via een bedrijf in Portugal.’

Volgens de CIE-tip ging de aanslag niet door ‘omdat John van den Heuvel over de op handen zijnde aanslag had gehoord en die had Bram Moszkowicz erover verteld.'

Verschillende getuigen zeiden later dat Endstra met twee vooraanstaande Hells Angels op een vliegveld in Duitsland had afgesproken om de moordaanslag te regelen. Holleeder, op de zitting: “Pas veel later bleek dat het ging om een bom.”

Holleeder had vermoord moeten worden met een bom in het clubhuis van de Hells Angels, waar hij elke dinsdag kwam.

De zitting wordt tot 14.00 uur geschorst.

Holleeder’s ex Sandra, tevens de weduwe van de vermoorde Sam Klepper, die inmiddels met de zussen Sonja en Astrid Holleeder tegen Willem Holleeder getuigt, heeft verklaard dat Holleeder ‘woest’ was toen hij hoorde over het plan dat Endstra zou hebben opgevat om hem te vermoorden (door een bom te laten plaatsen in het clubhuis van de Hells Angels, waar Holleeder elke dinsdag kwam).

Sandra: “Het stoom kwam uit zijn oren. Hij was zo kwaad, hij spuugt erbij als hij praat. Nou is het genoeg, zei hij. Hij mag me niet eens meer betalen. Hij moet niet denken dat ‘ie mij kan vermoorden, want ik ben altijd nog sneller dan hij.”

De rechtbank houdt nu fragmenten uit de achterbankgesprekken voor, waarin Endstra aan de recherche vertelt dat Holleeder hem steeds ernstiger bedreigd.

Endstra zegt: “Ik zei tegen hem: alsjeblieft, niet de kinderen…” Holleeder luistert en zucht. “Dit soort gesprekken heb ik niet met hem gehad hoor.”

Holleeder blijft volhouden niets met de afpersing van Endstra te maken te hebben gehad, hoewel hij daar onherroepelijk (door de rechtbank én het gerechtshof) voor is veroordeeld.

Holleeder: “Ik hoor het ook maar aan. Ik heb het aangehoord in Kolbak (codenaam voor het onderzoek naar de afpersingen van Willem Endstra) en daar ben ik veroordeeld. Ik weet het ook niet wat ik ermee moet. Degene die weet hoe het zit (Endstra), die is er niet. En nou is het mijn ellende.”

In de contacten met de Belgische politie doet Mieremet een aantal uitspraken, waarin hij stelt dat Holleeder geld afperst van Willem Endstra. Holleeder reageert verbeten als de rechter Margo Somsen de gesprekken voorleest.

Holleeder: “Weet u wie de meesterafpersers van Nederland waren? Dat waren Klepper en Mieremet, die met behulp van platte petten (corrupte politiecontacten) al hun trucjes konden spelen. Hij (Mieremet) probeert het mij in de schoenen te schuiven. Hij heb mij ook afgeperst voor een miljoen en nog veel meer mensen. Als iemand vijanden heeft, is hij het. Hij is de afperser, niet ik.”

Op 2 juli 2003 wordt Holleeder aangehouden in de PC Hooftstraat met Dino Soerel en (de later vermoorde crimineel) Senol Tuna, nadat er CIE-informatie was binnengekomen over een geheim compartiment in de BMW van Dino Soerel, waar geld, hasj en vuurwapens in zouden worden vervoerd.

Kennelijk was Sabine Tammes, nu officier van justitie in de zaak van Holleeder, toen de rechter-commissaris die Willem Holleeder kort na die aanhouding weer op vrije voeten stelde.

Dat is althans wat Holleeder nu suggereert: “Ja, toen heb u mij vrijgelaten toch, mevrouw Tammes?” Die reageert niet.

Op dezelfde datum krijgt de politie informatie dat er een aanslag op het leven van crimineel John Mieremet op handen is. De politie licht Mieremet in, die vervolgens enkele malen contact heeft met de Belgische politie.

Intussen legt Willem Endstra op de achterbank van een rondrijdende auto verklaringen af aan de CIE. Hij schetst een driemanschap van Willem Holleeder, Dino Soerel en Stanley Hillis. De verklaringen zijn later roemrucht geworden, omdat ze in meerdere rechtszaken terugkomen.

Endstra zegt: “Dino is een keiharde, ze sidderen allemaal voor hem. Paja (Maruf M., een bekende kompaan van Holleeder) moet met zijn mannen komen. Ze kennen elkaar al twintig jaar, Holleeder schermde met Dino. De Hells Angels zijn nog baby’s vergeleken met die twee. Dino is doodstil, die doet eng, die staat alleen maar, terwijl Willem loopt te schreeuwen. Ook de Ouwe, Stanley Hillis, hoort erbij."

De rechtbank vraagt Holleeder of het klopt dat mensen voor Soerel sidderden. “Dino is een rustige jongen, die geen ruzie zoekt. Ik heb ‘m nooit zien vechten, nooit tekeer zien gaan tegen iemand. In die context heb ik dat nooit zo gezien. Bovendien: hoe weet Endstra nou dat iedereen voor Soerel sidderde? Met die boeven praatte hij niet, dat moest ik doen. Dus hoe weet hij dat?”

Rechter Margo Somsen: “We hadden het hem graag gevraagd.”

Holleeder: “Denkt u niet dat ik graag had gezien dat hij hier was?”

De rechtbank houdt nu een aantal afgeluisterde telefoongesprekken voor tussen Willem Holleeder en Willem Endstra, in de maanden na de moord op Sam Klepper, in oktober 2000.

Het gaat over koetjes en kalfjes, soms. Maar ook dat een kennis van Endstra als model in Parijs werkte en dat die bijna was aangerand.

Endstra vraagt Holleeder of ‘zij niet iemand hebben in Parijs’ die een beetje eehhh…’ Kan opletten, begrijpt de rechtbank. Die ‘hebben wij wel’, zegt Holleeder in het telefoongesprek.

In sommige gesprekken spreken Holleeder en Endstra ook over voormalig advocaat Bram Moszkowicz.

Holleeder, die zijn keel blijft schrapen, legt het de rechtbank uit. “Ik ben een paar keer ook gewaarschuwd met Endstra samen, dat wij samen op een dodenlijst stonden. Maar we spraken alleen met de CIE als Bram Moszkowicz erbij was. Ik vond het vervelend dat ze mij daarin betrokken. Ik was juist aan het proberen mijn geld in de bovenwereld te verdienen, niet in de onderwereld. Maar als ze (de mensen die Holleeder en Endstra kennelijk op een dodenlijst zetten) mijn weg probeerden af te snijden door Endstra bang voor mij te maken, dan moest het stoppen. Dus ik vroeg Bram of hij daar iets aan kon doen. Maar die zei: het stelt niets voor. Dat zei hij altijd.”

De zitting is weer hervat en Willem Holleeder wil toch nog even iets verduidelijken, zegt hij.

“Als je zwart geld hebt, is het alleen maar een last. Je ken het begraven of verstoppen. Maar als je het verstopt, ken er van alles mee gebeuren. De politie ken het vinden. Dus toen ik het had, gaf ik het aan Endstra, want dat is mijn bank. Dat was de verstandigste manier, dus zo heb ik het altijd gedaan.”

De rechtbank gaat nu verder met tapgesprekken tussen Willem Endsta en Willem Holleeder.

De rechtbank pauzeert tot 12.00 uur.

“Het komt nu een voor een toch boven,” zegt Holleeder, als de officieren van justitie blijven doorvragen over zijn investeringen bij de vastgoedhandelaar.

Holleeder: “Endstra verkocht appartementen in Amsterdam en het parkeertarief werd steeds hoger, dus ik zei: je moet parkeergarages kopen want dan ken je die appartementen mee verkopen met parkeerplekken. Eentje in de Gerrit van de Veenstraat, eentje in de Beethovenstraat onder de Albert Heijn daar… Maar ja, dat staat allemaal niet op papier he.”

Dat ook de beruchte criminelen Sam Klepper en John Mieremet contact hadden met Endstra kwam niet door Holleeder, zegt hij. “Zij kenden elkaar al, er was iets met een container. Daarna heb ik hen wel meegenomen naar Endstra. Hun hebben gevraagd of ze bij Endstra konden investeren."

"Ik ben er altijd tussen gebleven (tussen Endstra enerzijds en de ‘nieuwe investeerders’ Sam Klepper en John Mieremet). Endstra wilde met niemand rechtstreeks contact. Ik weet wel wie er allemaal tussen hebben gezeten, maar die mensen ga ik niet allemaal noemen. Daar heb ik geen zin in. U maakt het allemaal erg ingewikkeld.”

Officier van justitie Stempher: “Ja, als u alleen maar zegt ‘zus-en-zo’ en ‘dit-en-dat’, dan ga ik doorvragen, dan weet u dat."

Holleeder: “Oké. Nou, zus-en-zo.”

Holleeder heeft zelf geen administratie bijgehouden van zijn beleggingen bij Endstra, zoals Van Essen wel deed.

“Ik heb acht miljoen gulden geïnvesteerd bij Endstra en ik was al blij geweest als ik het wit had teruggekregen, laat staan als ik er winst op had gemaakt. Globaal had ik het in m’n hoofd en ik dacht: dan komen we er later wel uit. Zo werk ik nou eenmaal. Ik ben geen man van de millimeter. Pas als we gaan verdelen gaan we tellen wat het is. Maar ja, daar is het bij Endstra nooit van gekomen.”

Als Endstra in een project stapte, dan kon Holleeder deelnemen, zegt hij. Holleeder kreeg dan een percentage. "Ik nam aan zoveel mogelijk dingen deel, vooral als er ergens winst viel.”

Holleeder wil desgevraagd weinig voorbeelden noemen van projecten waar hij dan in investeerde. “Ik ken het op dit moment niet plaatsen.”

Officier van justitie Lars Stempher wil weten of Holleeder met een bepaald project ‘een klapper’ heeft gemaakt. Holleeder: “Nou ja, dat confectiecentrum heeft wel veel opgebracht. Maar verder kan ik het niet zo goed in de tijd plaatsen. Daar moet ik effe over nadenken.”

Stempher wil dat Holleeder concreter wordt. “Om welke bedragen ging het?” Holleeder: “Ja, luister, ik zeg net dat ik het niet kan produceren en dan kunt u wel doorvragen…”

Holleeder was blij dat hij zijn geld bij Endstra kon parkeren, die hij min of meer ‘carte blanche’ gaf. “Daar was ik blij mee, waar kan dat nog?”

De projecten rendeerden goed. "Dat was wel toegenomen ja, daar was ik wel tevreden over. Ik heb in 1996 in guldens betaald en het zal in 2002 zeker acht miljoen euro’s zijn geweest. Verdubbeld dus. Van guldens naar euro’s.”

Zijn inleg kreeg Holleeder niet uitgekeerd, zegt hij. “Er was nog geen titel bedacht waarop ik het uitgekeerd zou krijgen. Ik wilde het zo lang mogelijk laten duren. Maar ik had nooit meegerekend dat Endstra zou komen te overlijden. Dat kwam als een klap in het donker.”

Na Endstra’s dood, moest Holleeder met Haico Endstra, de broer van Willem Endstra, in gesprek. “Ik had natuurlijk niet verwacht dat ‘ie doodging. Haico wilde met rust worden gelaten en dat heb ik gerespecteerd. Ik wist dat heel veel boeven nog geld kregen.”

De rechtbank leest nu informatie voor die in december 2002 binnenkwam bij de CIE, de ‘inlichtingendienst’ van de politie die met criminelen praat en informatie anoniem aan de recherche levert.

De tip: “Endstra is de opdrachtgever van de liquidatiepoging op Ronald van Essen en dat heeft ‘ie via Willem Holleeder geregeld. Die heeft weer een contact van Sam Klepper gevraagd en dat heeft hij geregeld via iemand met de naam ‘Bato’ (Milos P.).’

Sander Janssen spreekt opnieuw zijn verbazing uit over het feit dat Endstra in 2002, toen de CIE-informatie over de liquidatie op Van Essen bekend werd, volgens justitie niet is afgeluisterd.

Dat vindt Janssen onbegrijpelijk, omdat crimineel John Mieremet drie maanden eerder in het interview in de Telegraaf al min of meer dezelfde beschuldigingen had geuit.

Janssen: “De officieren in deze zaak schuiven niks onder een vloerkleedje, laat ik daar duidelijk over zijn. Maar deze tap moet er haast wel geweest zijn. Er komt een beruchte en bekende crimineel die dit zegt in de krant, en dan komt er CIE-informatie en dan wordt er niet getapt. Terwijl er toen allerlei onderzoeken naar Endstra en zijn financiën liepen. Dat gaat er bij mij niet in. Dus dat ligt onder een vloerkleedje, of het is kwijt, of… “

Holleeder schetst nog maar eens hoe volgens hem de huizenhandel van Endstra in zijn werk ging: “Er waren allerlei criminelen die een woning van Endstra hadden. Op papier had niemand wat en had Endstra alles, maar als iemand veel geld tegoed had van Endstra, dan kreeg 'ie een woning (om in te wonen). En er waren altijd criminelen die een woning kregen en zwart betaalden.”

Holleeder: “Dat is altijd het geval met Endstra: het staat anders op papier dan het in werkelijkheid is.”

De rechtbank houdt telefoongesprekken voor uit 2001, die zijn afgeluisterd. Het gaat over een villa van Endstra in Marbella, ‘Casa Nathalie’, die in werkelijkheid van de twee jaar eerder neergeschoten Ronald van Essen zou zijn geweest. Zijn familie maakte gebruik van de villa.

Endstra wilde die villa verkopen, zegt Holleeder, maar aan de familie van Ronald van Essen vertelde Endstra dat het huis zou worden verbouwd zodat de invalide Van Essen erin zou kunnen wonen.

Holleeder: “Wat Endstra tegen mij zei was dat 'ie het huis in Marbella ging verkopen en dat 'die mensen' de veronderstelling hadden dat 'ie het zou aanpassen voor de rolstoel, maar tegen mij zei ie dat hij het zou verkopen."

De rechtbank vraagt of de villa dan verkocht moest worden om Van Essen een deel van het geld te geven dat hij bij Endstra had belegd. Holleeder: ‘Nee, zeker niet. Die jongen is overal van bestolen. Best makkelijk he, als ‘ie in een rolstoel zit.”

Het gaat nu al enige tijd over de vele miljoenen die xtc-handelaren Ronald van Essen en Ton van D. in de jaren negentig bij Willem Endstra zouden hebben belegd.

Dat is ook wat Willem Holleeder altijd heeft beweerd: dat Endstra veel geld voor meerdere criminelen belegde.

Ronald van Essen werd in 1999 in het hoofd geschoten in de Minervalaan in Amsterdam-Zuid. Sindsdien is hij invalide.

In een administratie, die de rechtbank nu voorhoudt, hield Van Essen bij van wie hij nog geld kreeg. In de administratie staat een aantekening waarin het lijkt alsof geld van Van Essen was geïnvesteerd in ‘gokhallen van Willem Holleeder’.

Dat klopt niet, zegt Holleeder: “Endstra zei tegen mij: die gek heeft alles op papier gezet, wat ‘ie nog van mensen kreeg. Maar wat hier staat is wat Endstra tegen Van Essen heeft gezegd, (over wat er met het geld van Van Essen was gebeurd). Maar daar klopt niets van.”

Holleeder: "Endstra vroeg of ik het (de gokhallen) samen met Van Essen wilde doen. Ik zei nee, want ik wilde alleen onroerend goed.”

De voorzitter van de rechtbank Frank Wieland opent de zitting in de extrabeveiligde rechtbank in Osdorp, waar het vandaag vooral zal gaan over de moord op vastgoedhandelaar Willem Endstra, in mei 2004.

Willem Holleeder schetste dinsdag al zijn kijk op de gang van zaken rond Endstra, met een tijdlijn die hij en zijn verdediging hebben opgesteld.

Holleeder stelt dat niet hij verantwoordelijk is voor de dood van Endstra, maar de crimineel John Mieremet.

Endstra zou in de achterbankgesprekken met de recherche Holleeder ten onrechte hebben aangewezen als de man die hem afperste. In werkelijkheid, zo zegt Holleeder, was het John Mieremet die Endstra met bedreigingen geld afhandig maakte – en dus was het volgens Holleeder mogelijk ook Mieremet die de opdracht gaf voor de moord op de vastgoedhandelaar.

De zaak tegen Holleeder gaat vandaag verder met de behandeling van het tweede moorddossier: over de liquidatie van de malafide vastgoedhandelaar Willem Endstra, op 17 mei 2004 voor zijn kantoor aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid. Dinsdag is begonnen met de behandeling van dit dossier.

Volg het proces hier live vanaf 10.00 uur.

Beeld van eerder dit jaar: geblindeerde autos komen aan bij de rechtbank Beeld anp

Endstra heeft zichzelf op de achterbank bij de geheime dienst van de recherche 'belangrijk zitten maken' door de wildste verhalen te verzinnen over wandaden van Holleeder, zegt die. "Als ie alleen maar had gezegd dat hij werd afgeperst, was hij na twee rondjes klaar geweest, maar hij heeft de wildste verhalen opgehangen. Er klopt allemaal niks van."

De donkere vastgoedhandelaar Leen B. werd volgens Endstra ernstig bedreigd en de kinderen van 'die neger' zouden 'in stukken gesneden' in zijn tuin belanden. Leen B. erkende tegenover de recherche dat hij enige tijd in het buitenland was ondergedoken.

Ook kroongetuige Fred Ros vertelt over dreiging van Holleeder aan het adres van Leen B.

Holleeder: "Als ik die B. wat had willen doen, had ik het al in 1996 gedaan. Ik heb dat niet gedaan, ik heb dat niet gezegd. Dat is mijn probleem. Het is zo makkelijk alles voor mijn voeten te gooien, maar ik zit er hier mee."

De rechtbank neemt nog verklaringen voor over de doodsangst van Endstra.

Holleeder: "Hij ken tegen elke vriendin zeggen 'ik heb twintig miljoen betaald, ik heb dertig miljoen, vijftig miljoen..' Maar hij heeft behalve John Mieremet niemand betaald!"

Misschien is het een goed idee de door zijn hoofd geschoten xtc-handelaar Ronald van Essen als getuige op te roepen, zegt Holleeder: "Dan kunt u zien dat die jongen in zijn rolstoel zit en geen gulden krijgt. Je vriend zit in een rolstoel en hij heeft geen geld en hij moet nog tientallen miljoenen van je krijgen... Je vriend! Zijn gezin moest stelen bij de Albert Heijn, want ook na de aanslag (die Van Essen overleefde) betaalde Endstra niet. Het is een schánde! En maar roepen dat hij iedereen moest betalen!"

In april 2003 laat Willem Endstra zijn zoon Arnold een verklaring deponeren bij notaris Van Lidth de Jeude waarin hij schrijft dat Willem Holleeder en Dino Soerel hem afpersten en dreigden hem te liquideren. Het gerechtshof gebruikte die verklaring voor het bewijs in Holleeders afpersingszaak.

Endstra zei ook dat hij bang was te worden doodgeschoten als zou uitlekken dat hij met de politie sprak...

Holleeder: "Dat ríjmt toch ook weer niet?! Hij zegt steeds dat hij zó bang is dat zal uitlekken dat hij met de politie praat, maar hij gaat het wel allemaal vertellen aan zijn vriendinnetjes, zoals een vriendinnetje dat hij net drie dagen kende uit de Lexington (een café toentertijd in Zuid) en met wie hij naar Israël vloog om eff lekker ouderwets.."

De rechtbank houdt weer voor dat Endstra bang was dat Holleeder 'een pet' had bij de politie.

Holleeder: "Ik word hier zo moe van. Ik had niks, niemand, nooit bij de politie. Altijd komt maar weer terug dat ik contacten zou hebben met de politie of met een officier. Nogmaals: ik heb géén informatie uit de politie en ik heb zeker ook geen informatie gehad over gesprekken van Endstra met de politie. Het ie elke keer maar makkelijk gezegd: 'Holleeder hep petten!' Ik hép geen pet, niks!"

Officier van justitie Lars Stempher: "Ik hoor het u zeggen."

Holleeder: "Denkt u dat ik petten heb?!"

Stempher: "Ik sluit niet uit dat u anderen heeft gezegd dat u petten bij de politie had, dat is nog wat anders."

Holleeder vraagt de rechtbank opnieuw het Openbaar Ministerie op te dragen 'het dossier' in te brengen over het onderzoek naar afpersingen door John Mieremet – die ook werd verdacht van het afpersen van zakenlieden onder wie Willem Endstra.

Officier van justitie Sabine Tammes: "Er ís geen dossier over afpersingen door Mieremet."

Holleeder: "Dat is toch heel raar?! Mieremet plaatst in De Telegraaf (in augustus 2002) een krantenartikel waarin hij bekent dat hij zakenlieden afperst. Het kán toch niet dat er dan geen onderzoek is begonnen naar afpersingen? Dat er niet getapt werd?!"

"De politie zal toch zeggen: 'Nou hebben we hem!' Oud-officier van justitie Fred Teeven heeft zelf bekend dat er een onderzoek is geweest. De officier zal best gezocht hebben, maar niets hebben gevonden, maar ik kan me niet voorstellen dat er niets is."

Advocaat Sander Janssen: "Het is inderdaad moeilijk te begrijpen dat op zijn minst na dat artikel in De Telgraaf geen onderzoek is gedaan naar afpersingen door Mieremet. Ik voel die verbazing ook. Ik heb eerder gewezen op rechtshulpverzoeken waarin werd gerept over afpersingen (door Mieremet) van Endstra, dat zou mogelijk om (broer) Haico Endstra kunnen gaan en niet om Willem. Het kan zijn dat de officier het niet kan vinden, maar ik kan moeilijk geloven dat het er niet is."

Rechter Somsen stelt vast dat behoorlijk wat getuigen zeggen dat Holleeder mensen bij hun oren trok en dan dingen zou fluisteren.

Holleeder: "Dat zeiden we vroeger zo in de Jordaan: ik trek hem aan zijn oor."

Rechter Somsen: "Maar het komt in letterlijke zin steeds terug. Endstra zei de politie ook dat ze maar (operatief) een zender in zijn oor moesten plaatsen zodat hij u kon opnemen, als enige mogelijkheid omdat u altijd fluisterde."

Holleeder: "Ach, dat neemt toch niemand serieus, een zender in zijn oor. De politie kan prima apparaatjes regelen hoor, niet zo amateuristisch als die van Astrid. Hou toch op."

Over de airbag: "Ach, da's een ouwe truc van vroeger, dat deden Sam en John (Klepper en Mieremet) al. Ik had zo'n verborgen plek in mijn airbag, Endstra had het ook. Voor papieren en zo."

Holleeder herhaalt dat Endstra en Mieremet het verhaal dat Endstra bij de Criminele Inlichtingeneenheid zou ophangen samen 'in elkaar hebben gezet'. "Endstra had een belang dat Mieremet zou stoppen met de media, daarom heeft hij voor hem gekozen."

In april 2003 'verklapte' Endstra op de achterbank aan de Criminele Inlichtingeneenheid de geheime ruimtes die in BMW's waren ingebouwd in plaats van de airbag aan de passagierskant, waar Holleeder en anderen dan wapens verstopten. Een dergelijke verborgen ruimte trof de politie kort daarna ook aan in een auto van Dino Soerel in de PC Hoofstraat.

Rechter Somsen gaat over tot de verklaringen van Endstra over de liquidatie van Cor van Hout, inclusief 'de beroemde quote': "Ach ze janken even, maar over een maand of twee is dat weer over. ... Hij ligt nou te rotten; de wurmen kruipen door zijn lichaam."

Ook tegen zus Trix zei Endstra dat hij werd afgeperst. Holleeder: "Hij heeft haar gezegd wat hij steeds heeft gezegd: dat hij werd afgeperst. Uiteindelijk heeft Trix nog aan het kortste eind getrokken, hè, want (haar broer) Haico heeft alles ingepikt."

Rechter Somsen neemt verklaringen door van getuigen die hebben verteld hoe Endstra steeds verder in het nauw werd gebracht en bedreigd door Willem en 'ene Marcel', 'een stromannetje'. Endstra zei dat hij in doodsangst al vijftig miljoen had betaald.

Holleeder: "Hij hep Mieremet betaald en verder helemaal niemand betaald. Waar is die vijftig miljoen dan?! Je ken van Endstra zeggen wat je wilt, maar één ding: hij is niet bang. Hij hep níemand betaald en ook Hillis niet. Hij hep niemand betaald, want hij was niet bang. Voor mij is onbegrijpelijk dat hij niet betaalde. Hij had die mensen toch hun geld terug kunnen geven? Als ze zeggen: hij leefde uit zijn kofferbak (uit angst): tja, als je vijf verschillende vriendinnen hebt, slaap je misschien één keer thuis."

Holleeder zegt dat hij 'nooit zou durven' wat Endstra deed, namelijk vele miljoenen aanpakken van criminelen en die dan niet terugbetalen. "Hij hep mij gebruikt als buffer. ik heb ook enorme risico's gelopen door naar zware criminelen te gaan die hij niet wilde betalen. Misschien heb ik geluk gehad..."

Rechter Somsen: "Maar hij was volgens u wel bang van John Mieremet..."

Holleeder: "Van Mieremet wist hij verschillende dingen, ook dat hij een moordenaar is, maar Hillis heeft hij niet betaald, terwijl die ook gevaarlijk was. Hij is echt niet bang, die Endstra."

De advocaat van de vriendin van John Mieremet kreeg van Endstra kort voor diens dood een envelop die hij aan de politie moest geven als Endstra zou worden doodgeschoten. Dat heeft de advocaat na de liquidatie van Endstra gedaan. In de brief schrijft Endstra dat zijn 'liquiditeit' zwaar was geschaad door 'oneigenlijke betalingen'.

De rechtbank citeert een verklaring van ex-advocaat en vriend van Willem Endstra Bram Zeegers, over de omslag die Endstra maakte nadat hij 'met een mitrailleur in zijn buik' zou zijn bedreigd op het kantoor van Moszkowicz.

Holleeder: "Wat dat bedreigen van Endstra betreft... Ten eerste: waarom zou ik dan op het kantoor van een advocaat afspreken en niet in het Amsterdamse Bos en Dino Soerel meenemen? Als je mensen gaat bedreigen, ga je daar toch geen advocaat mee belasten? Daar komt bij dat hij helemaal geen machinegeweer in zijn buik heeft gekregen. Dat is gewoon onzin."

"Dat is wel leuk vertellen aan een vriendinnetje van hem. We hebben gevraagd of hij aan Hillis wilde betalen en deden dat tijdens een toevallige afspraak. Er is geen enkele aanleiding iemand op het kantoor van Moszkowicz te bedreigen."

Holleeder: "Als je bij Bram Moszkowicz boven kwam, had je vier kamers waar allemaal mensen zaten te werken. Als Endstra gaat schreeuwen, horen die andere mensen dat ook."

Officier Stempher: "Als je ziet wie er allemaal bij waren volgens hem op dat kantoor, hou je het wel uit je hoofd te gaan schreeuwen."

Rechter Somsen: "Wat betreft het kantoorincident..."

Holleeder: "Ben ik voor veroordeeld."

Rechter Margo Somsen gaat over naar 'het kantoorincident' op het kantoor van Bram Moszkowicz, waar Holleeder, Dino Soerel, 'Paja' M. en mogelijk anderen in december 2002 Willem Endstra zodanig met vuurwapens zouden hebben bedreigd dat die begon met betalen.

Holleeder: 'Ik weet wel wat het gerechtshof heeft vastgesteld (in zijn afpersingszaak), want ik ben daarvoor veroordeeld, maar er was niks met wapens en ik heb ook niet achter het bureau van meneer Moszkowicz gezeten, zoals Endstra heeft gezegd. Wat moet ik achter dat bureau, daar ligt alleen papier."

"We hebben Endstra gezegd dat hij moest betalen, aan Stanley Hillis, die Ouwe, die al veel eerder bij hem had geïnvesteerd, maar van wapens en gedoe was geen sprake. Verder ga ik daar niet meer op in."

Vragen van aanklager Lars Stempher over zijn aantekeningen in zijn vertrouwelijk bedoelde stuk dat hij aan Peter R. de Vries toespeelde, wil Holleeder niet meer beantwoorden. "Ik ben er klaar mee."

Officier van justitie Stempher: "Op kritische vragen wilt u geen antwoord geven? Apart."

Sabine Tammes: "Kunt u aangeven waarom de bijeenkomst zo nodig op het kantoor van Moszkowicz moest plaatsvinden?"

Holleeder: "Ik was samen met Endstra naar het kantoor van Moszkowicz gegaan en heb Dino Soerel gebeld. Het wil niet zeggen dat meneer Moszkowicz tijdens die afspraak niet kan zijn weggegaan, dat gebeurde wel vaker."

Dat Holleeder 'te pas en te onpas' langskwam op het kantoor, moet in een context worden bezien. Holleeder: "Als weer wat in de media was geschreven, besprak ik dat met meneer Moszkowicz. De media schreven de hele tijd over me, dus dat gebeurde vaak. 'Ach, morgen zit de vis d'r weer in (in de krant)', zei hij dan."

Tegen de rechtbank: "Die kende u zeker ook niet hè, 'morgen zit de vis d'r weer in'? Dat is een gezegde over de krant."

Chef Jan van Looijen van de Criminele Inlichtingeneenheid noemde Holleeder in de achterbankgesprekken steeds 'die glazen kaak'.

Rechter Margo Somsen: "Ik heb die term opgezocht, want ik wist niet wat het betekende."

Holleeder: "Een glazen kaak? Dat is uit het boksen hé. Van Looijen was scheidsrechter bij het kickboksen. Als je neergaat op je kaak, heb je een glazen kaak. Dat viel bij mij wel mee, hè: toen ik mijn kaak brak (door een klap van ex-topvechter Dick Vrij op een terras in Zuid) heb ik wél mijn kaak gebroken, maar ik ben niet neergegaan."

Holleeder heeft eerder verteld dat hij lang de indruk had dat de penibele situatie van Willem Endstra na de publiciteit in De Telegraaf (en de foto van Endstra en Holleeder op een bankje op de Apollolaan) 'wel te redden was', maar binnen een paar weken veranderde Holleeder van Endstra's beste vriend tot moordenaar en afperser' volgens Endstra.

Holleeder, nu: "Hij nam afstand van me, maar ik had tot zijn dood nog gewoon contact met hem. Ik had niet in de gaten dat hij met de CIE sprak (de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche)."

Holleeder: "Endstra kon er voor kiezen op die achterbank te vertellen dat hij door mij werd afgeperst, wat niet zo was, of dat hij werd afgeperst door John Mieremet, wat wel zo was. Hij heeft verteld dat hij door mij werd afgeperst. Ondertussen zegt-ie in het openbaar steeds dat-ie me niet kent. Dat gaat zo door tot aan 16 mei 2004 op televisie bij Harry Mens, waar hij weer zegt dat-ie me niet kent."

Met de lijn dat Endstra zou rondvertellen dat hij Holleeder niet kende, daar was Holleeder het mee eens. "Dat hadden we zo afgesproken. Maar met de lijn dat hij de CIE ging zeggen dat ik hem heb afgeperst, daar ben ik het niet mee eens. Hij (Endstra) heeft op alle mogelijke manieren geprobeerd een weg te vinden zodat ie verder kon. Daar heb ik alle begrip voor en daar had ik ook belang bij. Maar dat van die achterbankgesprekken vind ik een beetje flauw."

Op 13 augustus zou 'een ernstige vertrouwensbreuk' zijn ontstaan tussen John Miermets vriendin Ria Eelzak en Willem Endstra. Op 27 augustus en 28 augustus verschenen de roemruchte stukken in De Telegraaf waarin Mieremet zei dat hij 'of zou worden geschoten, of zou praten' en dat Endstra 'de bankier' van de onderwereld was en Holleeder 'zijn bewaker'.

Op 29 augustus zou Holleeder twee mannen bij lunchcafé De Omval in Amsterdam-Oost hebben mishandeld, waarvoor hij ook is veroordeeld. Volgens Holleeder ging het 'gewoon om een ruzie'.

Eind september 2002 werd ingebroken bij misdaadjournalist John van den Heuvel en werd zijn laptop gestolen, met daarin de aantekeningen van zijn gesprekken met John Mieremet. De inhoud van die laptop dook later op in de entourage van Holleeder.

Die inhoud van de gestolen laptop dook ook op bij advocaat Evert Hingst, van onder anderen John Mieremet.

Oud-advocaat Bram Zeegers zei in 2007 op een zitting in de afpersingszaak tegen Willem Holleeder dat Endstra hem eind 2002 eerst vertelde dat hij heel grote bedragen moest betalen aan John Mieremet. Later werd het beeld dat hij ook Holleeder fors moest betalen.

Tweeënhalve week voor de aanslag op Mieremet, op 9 februari, werd een man in een café in Beverwijk in elkaar geslagen door ex-topvechters Dick Vrij en Hans Nijman. Een broer deed aangifte, maar nam de ondertekende aangifte na een telefoontje mee en wilde de politie niets meer vertellen vanwege de veiligheid van zijn familie.

In het clubhuis van de Amsterdamse Hells Angels zouden Willem Holleeder en Dino Soerel 5000 euro hebben gegeven aan het slachtoffer, die daarmee genoegen nam.

Holleeder: "Ik ben wel iemand die bemiddelt, maar niet uit eigen gewin. Als je iets kunt voorkomen en iemand een hoop leed kunt besparen, doe ik dat. In dit geval zegt het me echt niks. Ik kan het me niet meer voor de geest halen.."

Na de lunchpauze gaat de rechtbank weer door met het doornemen van de 'achterbankgesprekken' van Willem Endstra.

Endstra zei dat hij op 26 februari 2002 tevoren van Holleeder had gehoord dat John Mieremet zou worden doodgeschoten. Hij zegt geprobeerd te hebben Mieremet te waarschuwen, maar die werd later diezelfde dag neergeschoten op de Keizersgracht.

Holleeder: "Het is niet waar. Endstra heeft in zijn latere gesprekken met Mieremets advocaat ook helemaal niet verwezen naar een poging hem eerder te waarschuwen voor die aanslag, wat wel voor de hand had gelegen."

De recherche ging naar zoon Barry Mieremet, die inderdaad zei dat Willem Endstra én (de Amsterdamse penozefiguur) Hugo Broers hem hadden gewaarschuwd voor de aanslag op Endstra. Wel plaatste hij dat op een ander moment.

Ook getuige Edgar van Lent zegt van John Mieremet te hebben gehoord dat diens familie was gewaarschuwd voor de aanslag.

Holleeder: "Dat heeft Mieremet tegen iedereen gezegd.."

Officieren van justitrie Sabine Tammes en Lars Stempher vragen tot Holleeders ergernis door over aan wie Mieremet dat over die waarschuwing dan zou hebben verteld.

Holleeder: "Die Mieremet praatte zoveel. Die Edgar van Lent denkt dat hij de enige was aan wie Mieremet wat vertelde, maar hij praatte met zoveel mensen. En sommige dingen kloppen aantoonbaar niet."

Het is hoog tijd voor een lunchpauze. Die duurt tot 14.05 uur.

De rechters en officieren van justitie proberen zo veel mogelijk antwoorden van Holleeder te krijgen op de vele vragen die ze hebben over de schriftelijke verklaring uit 2011 die hij aan Peter R. de Vries had doorgespeeld, maar dat is een ingewikkelde en moeizame excercitie waarin de term 'zwijgrecht' op cruciale momenten valt.

Wel erkent Holleeder schoorvoetend dat het een gevaar voor de besproken vastgoedhandelaren was dat ze zouden worden doodgeschoten als ze Stanley Hillis niet zouden betalen – zoals Holleeder kwam zeggen te doen.

Uiteindelijk werd door Endstra zeventien miljoen aan vastgoedmagnaat Jan-Dirk Paarlberg overgemaakt. Dat geld had naar criminelen gemoeten, om te beginnen naar Stanley Hillis, want 'die had prioriteit'.

Holleeder zou Paarlberg 'moeten bedreigen' als hij niet zou betalen. Dat 'deed hij zo vaak'. Maar zo ver is het nooit gekomen.

Rechter Somsen: "Dus u bedreigde mensen?"

Holleeder: "Nou ja, bedreigen, bedreigen... Ik praat eigenlijk tegen mezelf, ik gebruik woorden makkelijk. Het is niet zo dat ik die mensen bedreigd heb met de dood of met hun kinderen, maar ik zei wel dat ze moesten betalen..."

Rechter Benedicte Mildner: "Wat was dan wel het dreigende?"

Holleeder: "Ik denk mijn aanwezigheid."

Officier van justitie Lars Stempher: "Hoe is dan de bedreiging van David Beesemer gegaan (ex-compagnon van Jan-Dirk Paarlberg, waarover Holleeder in de gewraakte schriftelijke stuk schrijft). 'Beesemer bedreigt in mijn bijzijn over geld tegoed'. (Dat ging over een mislukte deal rond een club op Ibiza.)

Holleeder brult in de microfoon: "IK WIL MIJN GELD TERUG." Cynisch: "U probeert me weer op woordjes te vangen..."

Stempher: "Wat is nou de bedreiging geweest aan het adres van Beesemer waarover u zelf schrijft?"

Holleeder: "Ik heb die Beesemer niet bedreigd, absoluut niet. Die jongen was bedreigd door (de malafide advocaat Evert) Hingst die had gedreigd dat Stanley Hillis zijn geld moest hebben. Daarover hebben Dino Soerel en ik het met hem gehad, zonder zelf te dreigen. Dat ik de verkeerde woorden heb opgeschreven: sorry."

Het in 2011 in detentie door Holleeder geschreven stuk dat via Peter R. de Vries bij de rechtbank terecht is gekomen, was vertrouwelijk bedoeld, herhaalt hij.

Holleeder: "Het had nooit naar buiten mogen komen bij mijn leven zonder mijn toestemming. Ik heb het op papier gezet toen ik als hartpatiënt meer bezig was met de dood. Ik had het nooit aan die gluiperige De Vries moeten geven. Verder wil ik er niks meer over zeggen."

Holleeder gaf het niet aan Peter R. de Vries 'als journalist, maar als vriend'. "Ik vind het een kwalijke zaak dat hij het nu openbaar heeft gemaakt. Hij is dus niet een vriend, maar een onbetrouwbare journalist. Eerst dacht ik dat hij een betrouwbare journalist was, omdat hij over de Heinkenontvoering voor ons proces ook alles al van Cor (van Hout) had gehoord waar ik bij zat, en hij dat ook nooit had gepubliceerd voor het moment dat we samen hadden bepaald. Ik dacht dus dat ik hem kon vertrouwen, maar niet dus"

Holleeder beschrijft een ingewikkelde kwestie waarin hij met Dino Soerel namens Stanley Hillis een conflict ging oplossen rond een club in Ibiza.

Rechter Somsen: "Hier was dan dus wel sprake van een driemanschap van u, Stanley Hillis en Dino Soerel, waarover steeds wordt gesproken (van groot belang in de hele zaak)?"

Holleeder: "Dan ken je met iederéén wel een driemanschap of een viermanschap of een tweemanschap vormen. Ik heb niks met die hele Hillis, maar ik kende hem wel. Dino Soerel ken ik ook. Dat maakt mij nog geen driemanschap. In (zijn afpersingszaak) Kolbak gingen ze ook eerst uit van een driemanschap dat mensen afperste, maar ik werd als enige vervolgd. Dus was daar ook geen driemanschap."

Willem Holleeder zegt dat hij Endstra 'om zijn eigen geld vroeg', de zeven miljoen euro die hij naar eigen zeggen bij Willem Endstra had belegd. In een verklaring zei hij eerder dat hij Endstra onder druk had gezet om terug te betalen en dat hij dacht dat zoiets legaal was. 'Van officier van justitie Koos Plooij heb ik later pas begrepen dat ook dat afpersing is, maar dat wist ik toen niet'.

Holleeder, nu: "Ik heb hem niet bedreigd, maar wel mijn geld gevraagd. Ik heb hem niet onder druk gezet."

Officier van justitie Lars Stempher: "Hoe gaat zo'n gesprek dan? Moet ik dan denken aan al die gesprekken waarin we u horen tieren en dreigen (tegen en over zijn zussen), waarna u dat afdoet als 'een beetje druk zetten'?"

Holleeder, geïrriteerd: "Ach, gaat u me weer op woordjes vangen? Gewoon, een beetje druk zetten. Je kunt best om je geld vragen zonder te bedreigen."

In een eerdere schriftelijke verklaring schreef Holleeder dat hij Willem Endstra wel onder druk had gezet, 'maar dat Dino (Soerel) daar niet van wist'. En: 'Voor mij is het geen afpersing, maar ik wilde net zoals anderen mijn geld terug'.

Rechter Somsen: "Zoals u het op papier heeft gezet, lijkt u te stellen dat het wel klopt dat u Willem Endstra onder druk hebt gezet."

Holleeder: "Kijk, druk uitoefenen... Ik heb Endstra niet bedreigd met dit en dat en zus en zo, zoals bij Astrid en Sonja, maar ik heb hem wel gezegd dat hij anderen moest betalen en dat ik zelf uiteindelijk ook mijn geld wilde."

"Het klopt dat ik het woordje druk heb opgeschreven. Het gaat er om wat het Openbaar Ministerie er van wil maken. Ik dring aan. Zo ziennik druk. Gewoon op een normale manier. Endstra zet ook op een legale manier druk op zakenpartners dat-ie geld wil."

De rechter haalt vastgoedhandelaar Harry Pen aan die zegt dat 'Willem Endstra klaar stond als iemand problemen had', maar dat hij uiteindelijk juist bij Pen moest komen om geld.

Holleeder: "Na dat krantenartikel van John Mierenmet (die Endstra in augustus 2002 in De Telegraaf 'de bankier van de onderwereld' had genoemd) zat Endstra zwaar in de financiële problemen, ja, want de banken trokken zich terug."

Ook vastgoedhandelaar Leen Bosnie verklaarde positief over Willem Endstra en negatief over Holleeder.

Holleeder, nu: "Hij was de lokker van Cor (bij diens liquidatie in januari 2003). Dat heb ik ook overal rondgeroepen. Hij weet wat hij gedaan heeft."

Rechter Somsen haalt de aflevering aan van het programma van misdaadverslaggever Peter R. de Vries op juni 2006 onder de titel 'Het andere gezicht van Willem Endstra'. Daarin komen heimelijk gemaakte geluidsopnamen voor van Willem van Endstra die Holleeder uiteindelijk aan De Vries had doorgespeeld – waar Endstra slecht uit komt, zoals uit de hele aflevering van het programma.

Op 1 januari 2002 begon volgens het gerechtshof de afpersing van Willem Endstra door Willem Holleeder, waardoor die tot aan zijn dood op 17 mei 2004 ruim 17 miljoen euro aan Holleeder betaalde plus 2 miljoen Amerikaanse dollar.

Rechter Somsen haalt aan dat het gerechtshof bewezen achtte dat Holleeder had gedreigd Endstra's familie wat aan te doen, zoals zijn kinderen. "Dat was zijn zwakke plek, ook volgens andere getuigen."

Holleeder: "Endstra was net zoals ik een familieman. Maar dat ik zijn kinderen heb bedreigd, zoals Astrid ook ergens zegt, is onzin. Het was John Mieremet die bij het schoolplein van zijn kinderen stond, niet ik."

Astrid Holleeder zei dat Willem wist dat Willem Endstra met de politie sprak. De rechtbank wil dat Holleeder voorleggen.

Sander Janssen: "Hier zie je wat gebeurt (in dit proces). Van die gesprekken van Endstra met de Criminele Inlichtingeneenheid wisten maar héél weinig mensen. Wat Astrid Holleeder zegt, impliceert dat uit dat kleine gezelschap was gelekt. Dat ís nogal wat en daarvoor is geen enkel bewijs. Nu komt dat meteen weer terug als iets dat u mijn cliënt wilt voorleggen. Zo makkelijk wordt een zaadje geplant."

Rechter Margo Somsen: "Meneer Holleeder, ik houd u dingen voor waarop u dan kunt reageren. Dat is zoals het is."

Holleeder: "Zo is het ook."

Rechter Margo Somsen gaat door met het doornemen van de stukken. Ze begint met de poging xtc-handelaar Ronald van Essen te liquideren. Die werd met kerst 1999 door zijn hoofd geschoten in zijn auto voor zijn woning in Zuid.

Willem Endstra zei in zijn achterbankgesprekken met de recherche dat Willem Holleeder John Mieremet had opgestookt Van Essen te laten liquideren.

Veel andere getuigen en de invalide geraakte Van Essen zelf zijn er overigens van overtuigd dat Willem Endstra achter de aanslag zat, omdat hij Van Essen zijn tientallen miljoenen niet wilde terugbetalen die hij had ingelegd en na een celstraf was komen terugvorderen.

De advocaat van Ronald van Essen heeft aan advocaat Sander Janssen een stuk overgelegd dat is opgesteld in een procedure van Van Essen tegen de erven Endstra. Daarin staat dat de belastingdienst erkent dat Van Essen dertig miljoen bij Endstra had belegd – waarover hij geen belasting heeft betaald.

Holleeder: "Van Essen is een goed voorbeeld van wat gebeurt als je bij Endstra om je ingelegde miljoenen kwam vragen. Iedereen die geld van hem krijgt, dat is niet waar. Van Essens vrouw moest (na de aanslag) boodschappen pikken bij de Albert Heijn omdat ze niks meer te eten hadden. Het is gewoon schandalig."

Advocaat Sander Janssen van Holleeder haalt een verklaring aan van zoon Ricardo van Ronald van Essen waarin die vertelt hoe Willem Endstra kort na de aanslag op Van Essen senior drie keer contact zocht met zoon Ricardo.

In die dagen werd Ricardo volop met de recherche over de mogelijke achtergronden van de aanslag. Janssen: "Het is opvallend dat Willem Endstra zo geïnteresseerd is in contact met Ricardo. Het was bij de familie bekend dat Willem Endstra en Willem Holleeder van betrokkenheid bij de moordpoging waren genoemd. Zelf noemde Willem Endstra de namen van Jesse R. en Cor van Hout. Dat Jesse R. er wat mee te maken zou hebben, geloofde Ricardo sowieso niet, want die was een achterneef die hij al van jongs af kende."

Uiteindelijk hoorde Ricardo in Spanje van meerdere figuren uit het criminele milieu dat het beruchte criminele duo Sam Klepper en John Mieremet achter de aanslag zat.

Rechtbankvoozitter Frank Wieland schorst de zitting voor een koffiepauze van een kwartier, om 'even de benen te strekken'. Holleeder: "Wat u wilt, het is uw zaak." Wieland: "Nee, het is uw zaak."

De rechter neemt allerhande verklaringen door van getuigen die vertellen hoe zware criminelen miljoenen bij Willem Endstra belegden. Holleeder vertelde eerder op de zitting dat ook Stanley Hillis geld bij Endstra had belegd.

Rechter Somsen citeert het gerechtshof over de afpersing van zakenman Rolf Friedländer in 1998 (een zakenrelatie van Willem Endstra), nadat Holleeders mededaders hem bij zijn woning zwaar hadden mishandeld. Dat Holleeder Friedländer slechts had willen waarschuwen, vond het gerechtshof 'ongeloofwaardig'.

Holleeder: "Het is wel zo."

Advocaat Sander Janssen merkt op dat crimineel Mink Kok in een recent verhoor in Griekenland uit zichzelf heeft gezegd dat hij van John Mieremet en Sam Klepper had gehoord dat Holleeder inderdaad tegen hun zin Friedländer had gewaarschuwd en dat Holleeder onterecht voor het afpersen van Friedländer is veroordeeld.

Holleeder herhaalt dat hij Friedländer alleen heeft gewaarschuwd voor Klepper en Mieremet, na overleg met Willem Endstra.

Rechter Somsen haalt getuige Vincent Heus aan, een klusjesman van Willem Endstra, die op verzoek van Willem Endstra camera's en andere apparatuur plaatste in het kantoor van Willem Endstra en zijn panden in IJmuiden, bij de jachthaven.

Die camera's namen beelden op. Heus kwam dagelijks op kantoor om de banden uit te kijken en te bekijken of er wat mis was. Hij plaatste ook de camera's in de hal van Endstra's hoofdkantoor waarmee een observatieteam van de recherche heimelijk werd opgenomen. Later plaatste hij ook apparatuur in de keuken van het kantoor.

Verschillende getuigen verklaren dat Holleeder een driemanschap vormde met Stanley Hillis en Dino Soerel.

Holleeder, nu: "Ik deed helemaal geen zaken met Hillis. Ik heb wel eens contacten met hem gehad (als tussenpersoon namens anderen, om te bemiddelen). Hillis is zeker niet mijn vriend, maar een levensgevaarlijke man. In die context heb ik tussen het contact met Hilles toch een beetje Dino er tussen gezet."

"Hillis is helemaal geen compagnon van mij, absoluut niet. Ik heb Endstra wel eens gehaald omdat Hillis dat eiste, omdat hij met mij niet verder kwam (als vooruitgeschoven post van Endstra). Dat ik bevriend zou zijn geweest met Hillis is echt niet waar. Ik heb totaal niks met Hillis. Nooit gehad, nooit gewild. Hij is vandaag je vriend en morgen je vijand."

Stanley Hillis is overigens in februari 2011 geliquideerd in de Watergraafsmeer.

De vrouw die de laatste zeventien dagen van Endstra's leven zijn vriendin was, vertelde dat hij voluit vertelde over mensen die door Holleeder waren vermoord.

Endstra lag bij haar in bed en begon te huilen toen hij vertelde hoe Holleeder George Plieger had laten liquideren.

Holleeder, nu: "Ik ken die Plieger van school en heb hem sindsdien nauwelijks nog gezien. Ik heb hem nog een keer gesproken over iets met een auto met twee miljoen gulden of zo, maar ik heb geen enkele reden gehad om Plieger te vermoorden."

Rechter Somsen: "Op een heel intiem moment bespreekt hij dit met zijn vriendin."

Holleeder: "Mevrouw, ik weet niet wat hij bespreekt met zijn vrouwen in bed. Het is allemaal zo makkelijk gezegd, hè..."

Volgens Endstra was de vriendschap met Holleeder 'een vooropgezet plan' van die laatste. Dat heeft Endstra haar persoonlijk verteld.

Holleeder: "het is makkelijk zo'n verhaal te vertellen."

Volgens Holleeder sprak Willem Endstra in 2002 op het kantoor van zijn advocaat Jurjen Pen met officier van justitie Koos Plooij en chef Jan van Looijen van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) over een deal. Die kreeg hij niet. Omdat hij in dat gesprek al wel wat had verteld over zijn problematische zaken met vriendin Ria Eelzak van crimineel John Mieremet, was dat later een goed haakje om in 2003 te beginnen met verklaren bij de CIE in gesprekken die later 'de achterbankgesprekken zouden worden'.

Misdaadjournalist Peter R. de Vries zegt dat Willem Holleeder hem vertelde dat hij gebrouilleerd was geraakt met Willem Endstra omdat hij geld bij Endstra had belegd dat hij niet terug kreeg. Hij had het niet over een plan hem te vermoorden.

Rechter Margo Somsen zegt dat Endstra in 'de achterbankgesprekken' vertelde dat Willem Holleeder tientallen huurmoordenaars had, ook uit de Balkan, en dat hij hem tevoren influisterde dat bepaalde mensen zouden worden vermoord, waarna dat gebeurde.

De rechter wijst er op dat ook andere getuigen, zoals Endstra's broer Haico en Astrid Holleeder, vertelden hoe Holleeder dicht bij hen kwam staan en fluisterde over moorden.

Rechter Mildner: "U zegt dat het voor hem een laatste noodsprong is geweest (te zeggen dat hij werd afgeperst)..."

Holleeder: "Zijn laatste strohalm was te zeggen over mij: 'Hij perst mijn af'. Zo is het verhaal."

Rechter Mildner: "Maar Endstra heeft het zelf toch niet in de openbaarheid gebracht, dat u hem afperste?"

Holleeder: "Nee, maar wel dat hij mij niet kende en alleen maar toevallig een keer bij me op een bankje was komen zitten."

Holleeder herhaalt dat de advocaat van John Mieremet samen met Willem Endstra heeft bedacht dat Endstra de Criminele Inlichtingeneenheid moest gaan vertellen dat hij slachtoffer was van Holleeder (zodat hij clementie kreeg bij de banken die vanwege het interview van Mieremet in De Telegraaf geen zaken meer wilden doen met hem).

Rechter Benedicte Mildner: "Maar Endstra heeft dat verhaal toch alleen verteld bij de CIE, waarna hij geen aangifte wilde doen. Dan zou dat toch nooit naar buiten zou zijn gekomen?"

Holleeder: "Hij heeft ook tegen de banken gezegd dat hij afgeperst werd (zonder Holleeders naam te noemen). Bij de banken wordt dit soort beveiliging gedaan door oud-rechercheurs. Die konden natuurlijk makkelijk achterhalen of zijn verhaal klopte. Als al zijn hypotheken zouden worden ingetrokken, was het klaar met hem. Zijn laatste strohalm was te zeggen dat die criminelen hem afpersten (en geen rechtmatige vorderingen op hem hadden)."

Holleeder: "Hij doet het uiterste wat-ie kan doen en vertelt die banken dan maar over die afpersing, omdat de banken niet met mensen geconfronteerd willen worden die zaken doen met criminelen. Je ken wel voor een miljard aan onroerend goed hebben, maar als de banken zich terugtrekken is het waard: nul, want dan stort alles in."

Endstra had ook wel andere criminele schuldeisers kunnen noemen, zoals John Mieremet en Ronald van Essen (de xtc-handelaar die door zijn hoofd was geschoten in 1999 nadat hij om zijn belegde miljoenen was gekomen). Holleeder: "Maar ik ben het makkelijkste slachtoffer."

Ex Sandra den Hartog beschrijft hoe Holleeder eerst aanpapt met mensen en vriendschap suggereert en zich dan vervolgens tegen hem keert. 'Dat is zijn spel, hij doet het bij iedereen'.

Holleeder perste Endstra volgens haar samen met Mieremet af en wilde vervolgens 'al het geld hebben'.

Holleeder: "Mevrouw, ik ben gewoon met hem gaan sporten en heb mijn geld bij hem geïnvesteerd. Het is niet moeilijk voor mensen om na te praten wat in een boek staat (de Endstra Tapes, waarin Endstra's verklaringen zijn opgenomen). Het is heel makkelijk voor een advocaat (zus Astrid) een verhaal in elkaar te draaien waarin drie vrouwen dat boek napraten. Wat ze verder vertelt is allemaal onzin. Zoals dat Astrid zegt dat ik steeds bij haar kwam pissen. Ach, als ik moet pissen doe ik dat gewoon tegen een boom. Ik ga niet eens een café in om te pissen. Ze verzint allemaal maar wat."

Rechter Somsen stelt vast dat Holleeder de grote lijnen van zijn tijdlijn al eerder heeft genoemd. Ze gaat naar de persoonlijke verklaringen van Willem Endstra en Holleeder.

Ze hadden elkaar voor het eerst ontmoet op het feest ter ere van de vrijlating van Cor van Hout en Holleeder na de Heinekenontvoering in het Marriot. Later trainden ze vrijwel dagelijks in de sportschool.

Holleeder: "Op dat feest is hij schijnbaar geweest, dat weet ik niet, maar ik leerde hem kennen omdat hij een woning voor me regelde in de Hectorstraat."

Willem Endstra zegt dat hij op enig moment achtervolgd werd door een Volvo met mannen met helmen. Die 'bleven zelfs bij' toen Endstra '280 kilometer per uur reed over de vluchtstrook'.

Hij zou Holleeder hebben gebeld, die in een mum van tijd met 'zwaarbewapende Joegoslaven' verscheen – en zo zijn vertrouwen won. Endstra zei dat hij Holleeder financieel heeft geholpen.

Mieremet krijgt geen deal met justitie, zoals hij wil. Uiteindelijk tekende Endstra onder druk een deal met Mieremet. Daarna kwam het roemruchte snapshot van Willem Endstra en Willem Holleeder op een bankje op de Apollolaan in Zuid. Die verscheen in de Quote en andere media.

Sindsdien is hij Holleeder, volgens Holleeder, definitief gaan neerzetten als dé afperser. "In die achterbankgesprekken geeft hij mij natuurlijk overal de schuld van."

Commissaris Jan Pronker van de politie spreekt begin 2004 op een symposium over de liquidaties die draaien om beleggingen van criminelen bij een vastgoedhandelaar die de achtergrond zouden zijn van liquidaties.

Als een journalist van de Volkskrant hem nadien vraagt of hij Willem Endstra bedoelde, bevestigt hij dat en zegt hij dat de journalist 'alleen zijn initialen zou moeten gebruiken' (Over die uitspraken is nog een kort geding gevoerd).

Vervolgens zei Willem Endstra in een betaald interview bij Harry Mens op televisie dat hij Holleeder niet persoonlijk kende. Vervolgens werd hij vermoord.

Holleeder pakt zijn tijdlijn er bij, voor de rechtbank de achterbankgesprekken zal doornemen.

Het begon volgens Holleeder in 2002 toen Mieremet zijn belegde miljoenen kwam terugeisen en vervolgens, omdat hij zijn geld niet kreeg, in augustus 2002 zijn interviews gaf in De Telegraaf die voor Endstra 'desastreus' waren. Daarna wilden de banken niets meer met Endstra te maken hebben en wilden ook 'alle criminelen hun geld terug'.

Endstra werd ontboden bij de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche en officier van justitie Koos Plooij. Weer kort daarna moest Endstra bij de advocaat van Mieremet komen. Die advocaat houdt Endstra voor dat hij niet is afgeperst door Mieremet, maar 'zoals het in dat krantenartikel staat'.

Holleeder, nu: "Daar is het zaadje geplant voor het verhaal dat ík Endstra heb afgeperst."

Het gerechtshof heeft over 'de achterbankgesprekken' gesteld dat die met behoedzaamheid moeten worden behandeld, maar wel bruikbaar zijn. De verdediging is gecompenseerd voor het gegeven dat Endstra niet meer te verhoren was.

Wat Endstra de politie vertelde was niet altijd de waarheid, maar het zat er wel dicht tegenaan. Dat Endstra Holleeder en crimineel John Mieremet verwisselde, zoals Holleeders advocaten hadden betoogd, was volgens het hof niet aangetoond.

Endstra was bang te worden doodgeschoten, vertelde hij de recherche, maar hij wilde geen aangifte doen omdat Holleeder voor afpersing maar een kleine straf zou krijgen en hij daarna alsnog zou worden vermoord 'door (criminelen) Dino Soerel en Stanley Hillis'.

Hij wilde alleen on the record verklaringen afleggen als Holleeder zou worden vervolgd voor moord.

De drie rechercheurs die Endstra op de achterbank van een rondrijdende auto met Endstra spraken 'hadden duidelijk een mening over ', zegt rechter Somsen. (Ze noemden Holleeder 'die glazen kaak' en spraken steeds laatdunkend over hem.)

Holleeder, nu: "Ze haatten me. Jan van Looijen (de chef) en die twee anderen ook."

Over 'de achterbankgesprekken' wil Holleeder alvast wat zeggen. "Endstra heeft zijn eigen verhaal verteld, en niet de waarheid. In de rechtbank heb ik in mijn afpersingszaak niet de waarheid verteld, dat doe ik nu wel. Ik ben van beste vriend (van Endstra) in een paar weken tot zijn afperser en moordenaar gemaakt. Daar zijn redenen voor. Ik heb een tijdlijn gemaakt en als daar tijd voor is kan ik het u uitleggen."

Rechter Somsen wil eerst stil staan bij de slachtoffers. Zakenman David Denneboom, die in november nog als getuige zal worden verhoord, had Willem Endstra in 1999 leren kennen. Vanaf 2002 zag hij Endstra vrijwel dagelijks. Endstra 'was heel alert', reed in een gepantserde auto en reed rondjes voor hij parkeerde.

Van Willem Endstra is bekend dat hij in 1981 met familie begon te handelen in vastgoed, gaandeweg met compagnon Klaas Hummel. Volgens zijn vriend Bram Zeegers loog Endstra tot kort voor zijn dood dat hij geen contact had met criminelen, maar dat wist Zeegers wel.

Endstra was 'soepel met de regeltijes' over, wit, grijs en zwart geld en hij had er geen bezwaar tegen koffie te drinken met een veroordeelde. Zeegers schatte het vermogen van Endstra op '500 à 600 miljoen'.

Holleeder: "Wat Zeegers zegt is een beetje flauw. Hij is zelf veroordeeld voor oplichting en gepakt met zwart geld. Hij doet nu alsof hij zelf een nette zakenman was, maar hij heeft zelf ook altijd met zwart geld gewerkt."

Hoe groot Endstra's vermogen was, wist Holleeder niet: "De ene keer is het twaalf keer de huur (de waarde van het vastgoed waarin Endstra vrijwel al zijn geld had belegd) en de volgende keer is het weer achttien keer de huur. Hij had wel voor honderden miljoenen aan onroerend goed staan, maar wat het allemaal precies waard was, kan ik niet zeggen. Die Zeegers heeft boter op zijn hoofd. Hij heeft zijn eigen moeder opgelicht om de erfenis van zijn vader."

De rechtbank opent de zitting met de mededeling dat vanaf vandaag 'een selectie' uit het omvangrijke onderzoek Enclave wordt besproken, niet alleen over de liquidatie op Willem Endstra, maar ook de poging tot moord op diens zakenpartner David Denneboom die naast Endstra liep en die ook door een kogel werd getroffen in zijn been.

'Jongste rechter' Margo Somsen zal het dossier zo chronolgisch mogelijk doornemen, zegt ze. Op 17 mei 2004 om 12.08 uur werd Endstra doodgeschoten. Vandaag behandelt de rechtbank in zeer grove trekken de aanloop naar de moord.

In dit onderzoek zitten 'bijzondere bronnen' zoals de onherroepelijke veroordeling van Holleeder voor het afpersen van Endstra en anderen; plus de ontnemingsbeslissing van het hof. De handgeschreven notitie van Holleeder die misdaadverslaggever Peter R. de Vries heeft ingebracht, de stukken uit het proces tegen de vermoede uitvoerders van de liquidatie. De 'achterbankgesprekken' die Willem Endstra heimelijk met de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche voerde en getuigenissen van de ex-advocaat Bram Zeegers (die op mysterieuze wijze overleed kort nadat hij tegen Holleeder had getuigd in de afpersingszaak) en stukken die te maken hebben met de vermoede, aan een hersenbloeding overleden schutter Namik Abbasov en de eveneens onder raadselachtige omstandigheden overleden Hidir Korkmaz.

De rechtbank gaat in de veelvoudige liquidatiezaak tegen Willem Holleeder door met de behandeling van het tweede moorddossier: over de liquidatie van de malafide vastgoedhandelaar Willem Endstra, op 17 mei 2004 voor zijn kantoor aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid.

De zaak start vandaag om 10.00 uur.

Holleeder zat een gevangenisstraf van negen jaar uit voor het afpersen van Endstra en andere zakenlieden, maar aanklagers Sabine Tammes en Lars Stempher zijn er ook van overtuigd dat hij Endstra uiteindelijk heeft laten vermoorden – zoals Endstra tegenover de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche uitvoerig had voorspeld.

De waarschijnlijke schutter is na zijn arrestatie uiteindelijk in zijn cel bezweken aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Andere verdachten die justitie verwijt dat ze bij de uitvoering van de liquidatie betrokken waren, zijn door de rechtbank vrijgesproken. In hun zaken loopt het hoger beroep nog.

De rechtbank hoopt voor de zomervakantie een heel eind te kunnen komen met het doornemen van het dossier onder codenaam Enclave, maar mede doordat het verhoren van Holleeders zussen Astrid en Sonja en ex Sandra den Hartog mogelijk meer tijd zal kosten dan gehoopt, is onduidelijk of dat zal lukken.

Zoals in alle moordzaken op zijn aanklacht ontkent Holleeder de opdrachtgever te zijn.

Sporenonderzoek in de Apollolaan, na de liquidatie van Willem Endstra Beeld anp

Een nieuw verhoor van Astrid Holleeder maakte haar én broer Willem razend. Zelfs de immer beschaafde advocaat Sander Janssen mengde zich in het geschreeuw.

Lees hier de volledige terugblik op dag 26 van het Holleederproces.

De rechtbank sluit af voor vandaag.

Maandag gaat de zaak verder met de verhoren van Holleeders ex-vriendin Sandra den Hartog ('s ochtends) en Sonja Holleeder ('s middags), met name over de liquidatie van Willem Endstra.

Op donderdag 12 juli zal Astrid Holleeder nogmaals worden verhoord.

Astrid zegt dat ze 'moe en misselijk wordt' van zichzelf op dit moment van de middag. "Ik heb alweer zo veel nare verhalen verteld de hele tijd."

Haar stem breekt weer.

"Ik doe mijn best om het proces (via de media) te volgen, want het gaat ook over mij, hè? Maar ik heb er gewoon geen kracht meer voor. Ik zak gewoon in halverwege de middag omdat ik gewoon moe word van mezelf. Ik ben er op een gegeven moment wel een beetje klaar mee."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland stelt vast dat Astrid 'nog een keer terug zal moeten komen als getuige'.

Astrid: "Ik heb daar geen probleem mee, meneer, ik heb niks te doen."

Holleeder krijgt nog het woord, maar ziet af van verdere vragen en opmerkingen. "Laat maar meneer, het komt later wel."

Er zit volgens Astrid 'een heel groot verschil tussen de Wim die nog goed is met iemand en de Wim die boos is'.

"Eerst is-ie bijna slijmerig, als het over is, is hij keihard, kil, en is het gewoon klaar."

De rechter bespreekt de gebaren die Holleeder volgens zijn zus maakte voor bijvoorbeeld schieten of graaien. Ze hielden zelfs rekening met liplezen.

Astrid: "Hij doet dat niet heel openlijk, maar dicht op je, zodat niemand het ziet behalve ik."

Astrid doet in haar getuigencabine allemaal gebaren voor die vanuit de zaal niet te zien. Rechter Somsen doet de gebaren na.

Rechter Benedicte Mildner grijpt terug naar een brief die Willem Holleeder zou hebben geschreven in de tijd dat hij bang was dat zijn ex-compagnon Dino Soerel over hem zou praten met justitie.

In die brief beschreef Holleeder dat Soerel hem onder druk zette om valse verklaringen af te leggen over hem. Die brief zou op de een of andere manier 'per ongeluk' bij justitie terecht moeten komen als het nodig was, maar dat is nooit gebeurd.

Rechter Somsen: "U zegt: denk niet dat ik dit niet heb voorzien..."

Astrid: "Ja. Maar als het om je neefje gaat, om je nichtje of om je zusje, is het dan zo gek dat je het morele besef hebt dat niet te willen laten gebeuren? (Dat ze doodgeschoten zouden worden).

"Ik zit boven op een flatje en justitie laat je barsten. Justitie zegt dat ik mijn eigen inkomen moest verdienen, maar dat ik niet mocht werken omdat dat te gevaarlijk was. Hoe moest dat allemaal dan?"

Holleeder is altijd bezig geweest 'de werkelijkheid te bedekken met zijn verzonnen werkelijkheid'. "Hij herhaalt het allemaal zo vaak, elke dag, tot de mensen het gaan geloven. Zo werkt het bij hem!"

Rechter Somsen: "Volgens uw broer wilt u zijn geld inpikken dat van hem is en dat u beheerde."

Astrid: "Hoe dan? Hoe zou ik de huur kunnen betalen met zijn zwarte geld? Wat heb je daar aan? In al zijn gesprekken gaat het om zijn worsteling met zwart geld. Steeds vraagt hij of ik dit of dat kan betalen. Wat moet ik onder de ogen van justitie in mijn woninkie met dat zwarte geld?"

Rechter Somsen haalt aan dat Astrid eerder heeft verklaard dat Willem holleeder zich door Endstra 'in de zeik genomen voelde'.

Astrid, nu: "Hij had het gevoel dat ie gepikt werd door Endstra. Eerlijk gezegd wist ik niet precies hoe dat zat en wist ik niet precies de reden waarom Endstra volgens mijn broer aan hem moest betalen. Hij kwam mijn huis gebruiken om te pissen of zijn spullen op te halen en vertelde me van alles, maar in de details was ik niet geïnteresseerd."

Rechter Somsen: "Uw broer zegt ook dat u Endstra napraat in uw verklaringen."

Astrid: "Dat is niet zo."

John Mieremet was een tegenstander van Willem Holleeder, maar 'verklaringen in elkaar zetten' via Endstra deed hij niet.

Willem Endstra zegt in de achterbankgesprekken dat Holleeder de begrafenis van Cor van Hout had betaald.

Astrid: "Dat liep hij (Holleeder) overal te roepen, ja, maar hij heeft de begrafenis van Endstra helemaal niet betaald. Hij heeft het eerst betaald, van zijn witte geld, maar daarna moest Sonja hem weer alles terugbetalen omdat hij het zo zonde vond van zijn geld."

De rechter houdt de getuige voor dat Holleeder zegt dat Astrid haar verklaringen met 'Endstra's boek' in de hand 'in elkaar heeft gezet'.

Somsen: "De gedachte is: u bent slim, u bent advocaat...''

Astrid: "Dat klopt allebei. Maar dat ik de verklaringen in elkaar heb gezet, is niet waar. Ik wilde dat het moorden stopte. dat mijn zusje en mijn nichtje en neefje zouden blijven leven. En ikzelf, dus het is ook eigenbelang. Maar ik had persoonlijk een heel leuk leven voor ik hier aan begon. En dan ga ik dingen bedenken om hem er in te luizen en ik mijn werk moest opgeven en dat dit een mediacircus zou worden?"

Astrid huilend: "Ik zie mijn vrienden niet meer, ik zie mijn dochter niet meer... Als zij een optreden heeft, kan ik daar niet bij zijn. Hoezó?! Wat?! Wat is het belang voor mij om dit te doen?!"

Rechter Somsen: "Uw broer zegt: geld. Van uw boek."

Astrid: "Dan zou ik in 2013 hebben bedacht dat ik in 2017 een boek zou schrijven? Ik vind helemaal niet dat ik goed kan schrijven en ik snap niet dat de mensen het allemaal willen lezen. Voor mij is het gewoon de realiteit die ik beschrijf. Ik ben blij dat ze mijn boeken kopen hoor, want anders had ik niets te vreten? Voor geld?! Ik zit focking op een flatje de hele dag hè?! Op een studentenflatje? Daar zou ik voor kiezen?! Omdat ik een waus ben?!"

Holleeder: "Ja."

Astrid: "Zeg jij nou ja?! Ik had je een kogel door je kop moeten schieten!"

Rechter Margo Somsen hervat de zitting. Ze vraagt Willem Holleeder de getuige niet meer te onderbreken. "Dan kunnen we rustiger praten, dat bent u vast met me eens."

Holleeder: "Nou ja, eens... U bent de baas."

De rechter gaat nu alsnog vragen naar 'de achterbankgesprekken' van Willem Endstra met de politie. Astrid heeft het boek De Endstra Tapes gelezen, waar Endstra's hele verhaal bij de politie integraal in staat.

Astrid: "Ik herkende de beklemming waar Endstra in zat. Wij zaten daar ook in. Ik herkende Wims modus operandi: hoe hij mensen naar het Amsterdamse Bos liet komen en zo. Mijn broers hele manier van doen. Voor Wim naar hem (Endstra) toe ging, kwam hij meestal bij mij pissen."

Behalve de manier van doen van haar broer herkende ze het beklemde gevoel dat Endstra moet hebben gehad. "Het willen praten met de politie, maar niet doorzetten. Niet durven."

Met Holleeders toenmalige advocaat Stijn Franken nam Astrid De Endstra Tapes minutieus door om te bekijken hoe dat paste in Holleeders verdediging. "Mijn broer zei laatst dat je een vrachtwagen vol nodig zou hebben als je alles zou verzamelen dat over hem en zijn zaken is verschenen. Dat klopt. Ik hád ook een vrachtwagen vol."

Holleeder heeft gezegd dat zijn rivaal Johnny Mieremet achter het besluit van Endstra zat met de politie te gaan praten en dat diens hele verhaal dus 'in elkaar gezet is'.

Astrid: "Als ik hem dat hoor zeggen op de zitting snap ik hem wel, maar het is onzin. Die Endstra was gewoon doodsbang voor hem. Die man was doodsbang. Hij heeft hem angst aangejaagd en had daar lol in ook. Dat heeft niks te maken met een of ander vooropgezet plan."

Holleeder 'kwam elke keer pissen' bij Astrid 'en dan vertellen hoe leuk het was dat Endstra zo bang was'.

De zaak wordt hervat.

De rechtbank besluit de deuren inderdaad te sluiten zodat Astrid Holleeder achter gesloten deuren de gelegenheid krijgt te vertellen wie volgens haar de officier van justitie is met wie Holleeder geheim contact zou hebben onderhouden en die hem in bescherming zou hebben genomen.

De rechtbank trekt zich terug.

Janssen: "De getuige zegt dat mijn cliënt op zijn sterfbed vroeg om een officier van justitie. Nu koppelt ze dat aan de eerdere momenten waarop mijn cliënt niet is vervolgd met de suggestie dat die officier van justitie dus plat is. Het verbaast mij dat als zo'n bommetje op tafel wordt gegooid, de rechtbank daar niet verder op doorvraagt."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: "Misschien is dat wel omdat het bommetje in elk geval bij de rechtbank niet ontploft.."

Janssen: "U kunt het hier toch niet bij laten?"

Holleeder: "Mag ik ook wat zeggen?"

Wieland: "Van wat u zegt wordt het ook niet altijd beter..."

Holleeder: "Ik weet in heel Nederland niet waar een officier van justitie woont. Ik heb nooit politiedossiers aan Astrid gegeven, zoals zij zegt. Ik ben niet vervolgd in City Peak (de drugszaak van Cor van Hout) omdat ik daar niks mee te maken had. Ik heb geen platte agenten, geen platte officieren, geen platte niks. Nooit heeft iemand van justitie mij informatie gegeven, of een politiefunctionaris of wat ook. Dit gaat echt te ver. Iedereen wil altijd weten wie er de platte pet is. Nu zegt iemand te weten wie een corrupte officier van justitie is en wil niemand dat weten? Ik snap dat niet. Laat de rijksrecherche dit maar eens uitzoeken!"

Janssen: "Voor mijn part sluit de rechtbank de deuren zodat mevrouw die naam kan noemen."

Astrid: "Zodat jij weer van alles kan kakelen in de media?"

Janssen: "Ik kakel niet zo in de media hoor..."

Officier van justitie Sabine Tammes verzet zich tegen sluiting van de deuren: "De getuige heeft het over haar gevóel over een officier van justitie maar ze weet niet zeker of die corrupt is. Dan blijft het bij een gevoel. Ik stel voor dat de rechtbank gewoon doorgaat met het verhoor."

Janssen: "Ik persisteer en vraag u de deuren te sluiten (zodat Astrid Holleeder kan vertellen wie volgens haar het 'platte' contact van Willem Holleeder binnen politie en justitie was)."

Astrid zegt ook Holleeder haar zelf heeft aangewezen waar zijn contactpersoon binnen de politie woonde.

Holleeder: "Wie dan?! Zeg het dan?!"

Advocaat Sander Janssen: "Er wordt nu iets geroepen over honderd miljoen en over een biecht en mijn cliënt ontkent stellig dat daar sprake van is geweest. Ik vind dat de getuige daar niet mee mag wegkomen."

Janssen vindt dat de getuige haar 'aantijgingen die alle kanten op gaan' moet onderbouwen. "Ze heeft het over iemand hoog binnen de politie of zelfs een officier van justitie, maar er komt geen begin van onderbouwing. Ik maak daar bezwaar tegen."

Rechter Somsen leest een verklaring voor die Astrid eerder heeft afgelegd over Holleeders beweerde contacten binnen de politie of het openbaar Ministerie.

Janssen: "Dat citaat ken ik, maar het is een monoloog van mevrouw en zij wil niet zeggen om wie het dan gaat. Nu komt het weer voorbij en wordt een bedrag van honderd miljoen genoemd. Dan wil ik dat de rechtbank of de officieren van justitie daar kritische vragen over stelt."

Holleeder, geagiteerd: "Ik zit hier met heel die leugens de hele tijd. Ik word er een beetje misselijk van."

Janssen, tegen officier van justitie Sabine Tammes: "Als ik u was zou ik toch wel willen weten wie die collega van u is."

Holleeder: "Ik vind dat ze paard en naam moet noemen (hij bedoelt man en paard)!"

Officier van justitie Lars Stempher: "Ik heb de getuige horen zeggen dat zij het gevoel had dat iemand binnen de opsporingsdiensten plat is en dat Holleeder daarmee wegkomt, maar dat ze niet weet wie het is..."

Holleeder: "Dat noem ik voorzeggen!"

Astrid: "Wat de officier zegt, klopt!"

Holleeder: "Jij bent gewoon een vuile leugenaar. Jij bent echt gestoord!"

Janssen: "Ik vind dat de rechtbank wel iets meer sturing zou kunnen geven aan het verhoor als hier al die zware aantijgingen worden gedaan."

Er wordt nu druk door elkaar heen geschreeuwd.

Dat Willem Endstra met de politie zou gaan praten, was het grootste risico dat Willem Holleeder vreesde. Astrid: "Dat is ook de reden dat hij uit de weg moest worden geruimd. Dat hij niet betaalde was ook een probleem, maar dat rek je nog omdat iemand die dood is sowieso niet meer kan betalen. Maar dat hij met de politie sprak, was de reden waarom hij is doodgeschoten. Hoe mijn broer wist dat Endstra met de politie sprak, weet ik niet, maar hij wist het."

Tegen Astrid zei Willem Holleeder volgens haar, op de Stadhouderskade in Zuid, over Endstra: 'Hij mag niet meer betalen.'

Astrid, nu: "Zo was het ook met mijn zusje (Sonja). Over haar zei hij op enig moment ook dat ze niet meer mocht betalen." (Dat ging over haar erfenis van Cor van Hout.)

Endstra ging zelf ook 'actie ondernemen' en zocht een huurmoordenaar die Holleeder wilde doodschieten.

Willem Holleeder 'liep de hele dag op de Wallen te schreeuwen dat de gokhallen (Buddy Buddy en Molensteeg 1) van hem waren', zegt Astrid. "Daarom was het vreemd dat de recherche (eind jaren negentig) wel achter Cor van Hout aan ging en diens bezittingen in Alkmaar (de prostitutiepanden) en niet achter die gokhallen op de Wallen."

"Ik ben altijd bang geweest dat mijn broer met iemand binnen de politie sprak waardoor hij altijd overal buiten bleef (buiten strafzaken)."

Willem Holleeder heeft volgens Astrid 'op zijn sterfbed' na zijn hartoperatie zelf gezegd dat hij met de politie sprak. Hij vroeg 'de officier van justitie' te roepen zodat hij dingen kon vertellen die 'over honderd miljoen gingen'.

Holleeder, boos: 'Ik maak hier toch wel bezwaar tegen hoor, tegen deze leugens!"

Rechter Wieland: "De getuige staat onder ede..."

Astrid herhaalt dat Holleeder volgens haar met de politie sprak: "Ik schaamde me dood, dat ook nog. Iemand van mijn eigen familie die de code brak."

Rechter Margo Somsen begint na de lunch aan haar vragen over de liquidatiezaak waaraan de rechtbank nu begint: de moord op de malafide vastgoedhandelaar Willem Endstra op 17 mei 2004. Het zijn vooral vragen die eerdere uitspraken van Astrid Holleeder verder moeten verhelderen.

Astrid vertelt dat 'het heel lastig is naar de politie te lopen' voor wie zelf ook volop misdrijven speelde. "Dat herkende ik heel erg uit de verklaringen die Endstra tegenover de Criminele Inlichtingeneenheid van de politie heeft afgelegd. Ik begrijp heel goed waarom hij niet heeft doorgezet (door aangifte tegen Willem Holleeder te doen, zoals de rechercheurs heel graag wilden)."

Het opnemen tegen Willem Holleeder is 'heel complex'. Astrid: "Het is zoals mijn moeder al schreef. Als Willem zegt dat je je geen zorgen hoeft te maken, moet je je zorgen maken. Wij weten dat, maar de buitenwereld begrijpt het vaak niet."

De rechtbank schorst de zaak tot 14.10 uur voor de lunch.

Peter R. de Vries noteerde over het gesprek op 27 januari 2003 (drie dagen na de moord op Cor van Hout) dat Gijs van Dam hem van alles toevertrouwde dat De Vries nog niet mocht publiceren omdat Van Dam anders alsnog zou worden vermoord.

Van Dam vertelde De Vries dat een grote partij drugs was verdwenen en dat hij 'een grote bek had opgezet' tegen betrokken Marokkanen en dat in het conflict over die verdwenen partij al meerdere doden waren gevallen. Janssen: "En nu zegt u dat Gijs van Dam dit moet hebben verzonnen?"

Astrid, tegen de advocaat: "Het wordt steeds gekker met jou! Eerst praat je voor de doden en nu begin je mij al woorden in de mond te leggen! Ik heb gezegd dat ik met Gijs had besproken dat Wim en Stanley achter de moord op Cor zaten en dat hij zich daar niet in moest mengen. Er kunnen zoveel conflicten door elkaar lopen. Ik kan wel verder filosoferen als je wilt, maar dat heeft niet zo veel zin."

"Gijs heeft misschien een ander scenario verteld, maar dat ging niet over Cor maar over de aanslag op hemzelf. Ik had Gijs afgeraden over de moord op Cor te praten met Peter."

Astrid stelt cynisch dat haar broer het 'heel slim heeft gespeeld' door iedereen te laten doodschieten waardoor niemand nu meer kan vertellen hoe de zaken in elkaar zaten.

Astrid zegt nu dat ze van Willem Holleeder tegen Peter R. de Vries moest zeggen (behalve misdaadjournalist ook een goede vriend van Cor van Hout) dat hij geen verder onderzoek moest doen naar de achtergronden van de liquidatie van Van Hout.

Astrid herhaalt dat Willem Holleeder na de liquidatie van Cor van Hout van zijn weduwe Sonja eiste dat ze haar huis in Spanje af gaf aan Stanley Hillis – zodat die de moordenaars kon betalen.

Ze zegt niet te weten of Gijs van Dam junior daar van wist. Astrid: "Ik dacht dat hij zich daar beter niet in kon mengen. Zo'n jongen die is neergeschoten heeft ook zo zijn emoties."

Dat Gijs van Dam vervolgens aan misdaadverslaggever Peter R. de Vries vertelde dat Marokkanen uit Utrecht achter de moord op Van Hout zaten, kan Astrid niet duiden. "Ik had hem gewaarschuwd dat hij niet over Wim en Stanley moest beginnen. Je wil die niet boos maken. Misschien had hij Peter toen al beloofd dat hij hem de waarheid zou vertellen en heeft hij toen maar dat verhaal over Marokkanen verteld. Dat weet ik niet."

Janssen schakelt over naar de daadwerkelijke liquidatie van Cor van Hout in 2003 en de eerste aanslag op diens jonge vriend Gijs van Dam junior (die daarbij eind 2002 invalide was geraakt).

Janssen: "U vertelde hier vanmorgen voor het eerst dat u in die periode geregeld met Gijs heeft gesproken."

Astrid: "Ja. Ik sprak Gijs in het ziekenhuis en in het revalidatiecentrum. Hij wilde de waarheid vertellen over de moord op Cor (dat Holleeder daar achter zat, samen met Stanley Hillis en de rest van hun groep)."

'Stanley en Wim' hadden volgens Astrid 'zat mensen' die zo'n liquidatie konden plegen. Astrid: "Joegoslaven en zo ook. Ze hadden echt zát mensen."

Na de tweede mislukte aanslag op zijn leven (in december 2000) zei Cor van Hout eerst (dronken) tegen de politie dat Holleeder daar samen met John Mieremet achter zat, maar later heeft hij Holleeder nooit meer genoemd. Dat verbaast Janssen.

Astrid: "Misschien was Cor wel bezig Wim iets aan te doen en wilde hij niet overal al het motief neer leggen door rond te bazuinen dat hij er van uit ging dat Wim achter de aanslag op zijn leven zat."

Cor van Hout was 'een beetje een zacht ei' en liet Holleeder uiteindelijk niet vermoorden, zegt Astrid.

Advocaat Janssen: "Niet een béétje een zacht ei! Hij ging Holleeder in die periode zelfs nog waarschuwen dat de Joegoslaven het op hem hadden gemunt..."

Astrid: "Het is makkelijk te praten over mensen die dood zijn, hè. Ik vertel hier hoe ik het heb beleefd: Wim stond Cor al vanaf 1996 naar het leven en in 2003 is het gelukt. Niemand kan hem direct aanwijzen, maar ik weet het."

Janssen zegt er met zijn pet niet bij te kunnen dat geen enkele getuige zegt dat Holleeder al achter de eerste aanslagen op Cor van Hout zit. Astrid herhaalt dat zij het zeker weet.

Janssen wijst er op dat Holleeder nog geregeld afsprak met Van Hout, en dat hij die afspraken kennelijk niet benutte door Van Hout daar dan te laten doodschieten.

Astrid: "Afspraken worden doorverteld. Je gaat dus nooit iets doen als je zelf de afspraak hebt."

Janssen haalt de verklaring van Astrid aan dat haar broer een pistool op het hoofd van het zoontje van zus Sonja's had gezet om af te dwingen dat Sonja zou vertellen waar Cor van Hout was, zodat hij Van Hout kon doodschieten.

Astrid: "Wij zaten tussen allerlei vuren in. Als iemand je naar het leven staat, ga je rare dingen doen en dat begrijp ik ook, maar er is toch ergens een grens?!"

Advocaat Janssen zegt verbaasd te zijn dat Cor van Hout onder die omstandigheden Willem Holleeder niet uit de weg liet ruimen of zelfs maar tegen anderen zei dat Holleeder hem naar het leven stond. Janssen: "Niemand heeft dat verklaard, ook al die jaren later niet."

Astrid: "Ze zijn bang. Ik ben ook bang."

Willem Holleeder bleef volgens Astrid op Cor van Hout jagen. Haar zus Sonja en zij 'probeerden de situatie te redden'.

Astrid: "Het was krankzinnig. Wim begon ons te betrekken bij zijn plannen Cor dood te schieten. Hij vroeg aan Sonja aan welke kant hij naar buiten kwam! Cor wist heel goed dat Wim op hem joeg en Wim wist ook wel dat Cor op hem joeg."

Janssen haalt het zeer recente verhoor van crimineel Mink Kok aan, die heeft verteld dat hij 'als garantie' diende tussen Willem Holleeder enerzijds en John Mieremet en Sam Klepper anderzijds, terwijl Cor van Hout had gezegd dat het 'dan maar een bloedbad moest worden'.

Astrid: "Misschien heeft die man (Mink Kok) bemiddeld, prima allemaal, maar iedereen was doodsbang voor Willem Holleeder en die deed zich weer eens voor als iemand die kwam helpen: het spelletje dat hij later tig keer heeft herhaald."

In werkelijkheid had Willem Holleeder volgens Astrid in 1996 al gewild dat Cor zou wegvallen zodat hij alle miljoenen kon inpikken die Cor van Hout en hij aan de Heinekenontvoering hadden overgehouden (en geïnvesteerd). "Hij had het plan Cor te laten doodschieten zodat hij niets had hoeven verdelen. Hij is een rupsje nooitgenoeg."

Astrid: "In 1996 is hij begonnen met het spelletje dat hij later heel vaak zou herhalen. Hij deed zich voor als een vriend die wel effe zou helpen en bemiddelen en ondertussen was hij op het geld uit."

Willem Holleeder heeft gezegd dat hij na de eerste aanslag op Cor van Hout in 1996 een miljoen gulden betaalde aan criminelen Sam Klepper en John Mieremet om 'een bloedbad te voorkomen', zeer tegen de zin van Cor van Hout in. Dat zou de scheuring tussen Van Hout en Holleeder in de hand hebben gewerkt.

Astrid: "Ze hadden op Cor en zijn kind (zijn zoontje) geschoten en hij heeft samen met Wim geprobeerd ze (Klepper en Mieremet) op de grond te leggen. Als iemand op je kind schiet, schiet je hem toch kapot? Cor had zich bewapend, dat staat wel vast. (In 1997 werd bij de groep rond Van Hout een forse partij wapens gevonden.) Cor ging er van uit dat mijn broer met Mieremet en Klepper in zee was gegaan."

"Denk je dat er nu mensen zijn die zin hebben nu tegen Wim te getuigen? Cor wist dat Wim zijn wapenarsenaal had verraden. Cor was geen partij voor Wim. Wim was veel slimmer, koeler en kouder."

Astrid zat tussen Cor van Hout en Willem Holleeder in. "Je zit tussen twee gekken en doet wat je kan. Wat moet je nog meer doen?"

Volgens Astrid vertelde Holleeder haar zelf dat hij betrokken was bij de eerste aanslag op Cor van Hout in 1996. "Het was bij ons in de familie heel helder dat Wim met Cor bezig was. Als Cor Wim had gedaan had ik hier ook gezeten om tegen Cor te getuigen. Maar Wim wilde van Cor af door hem om te laten leggen. Toen het niet was gelukt Cor dood te schieten, is de boedel dan maar verdeeld."

Astrid was er in die tijd al van overtuigd dat Willem Holleeder in 1996 al wat te maken had gehad met de eerste, mislukte aanslag op Cor van Hout in de Deurloostraat in de Rivierenbuurt.

Astrid: "Het zijn honderd kleine dingen die achteraf op zijn plaats vallen. Als uw partner morgen blijkt vreemd te gaan, zal met terugwerkende kracht ook van alles op zijn plaats vallen dat u nu niet kunt plaatsen, zo moet u dat zien. Het kón niet anders zijn dan dat Wim daar mee te maken had (met die aanslag in 1996)."

Janssen: "Als Cor ook dacht dat mijn cliënt iets te maken had gehad met die eerste aanslag op hem, waarom heeft hij dat nooit verteld aan anderen? Geen van al die getuigen die we hebben verhoord, heeft dat ooit in enig onderzoek gezegd."

Astrid: "Ik denk dat heel veel mensen geen belang zien Wim tegen zich in het harnas te jagen. Dat zijn allemaal vrienden van elkaar en die gaan geen risico's nemen. Je weet wat allemaal met ons gebeurt nu we tegen Wim getuigen en het is geen pretje."

Astrid: "De stress tussen Wim en Cor was altijd het probleem in onze familie. We wilden ze allebei niet dood hebben. Ariën (K.) weet het ook, maar die zegt het niet. Iets weten is iets anders dan iets verklaren in een proces. Mensen zijn bang, en terecht."

Janssen begint aan zijn vragen. Eerst over de aantekeningen uit de gestolen laptop van misdaadjournalist John van den Heuvel die Holleeder volgens Astrid aan haar had gegeven. Astrid: "Hij had gezegd dat hij daar (bij John van den Heuvel) wat Joegoslaven naar binnen zou gooien..."

Dat was voor de moord op Cor van Hout. Astrid: "Toen Mieremet in 2002 mijn broer had verraden in De Telegraaf, vond Cor dat wel grappig, dus dat met die aantekeningen van John was voor zijn dood."

Astrid: "Ik vond echt dat Mieremet ballen had dat ie dat ging doen (een interview geven aan De Telegraaf). Zó bang was ie voor mijn broer. Als je de stap neemt alles openbaar te maken in de pers, waarmee je jezelf ook belast.. Als je de code doorbreekt en met de pers praat, moet je wel heel bang zijn dat je doodgeschoten gaat worden. Cor moest er wel om lachen."

Na de koffiepauze is het woord aan Holleeders advocaat Sander Janssen, maar eerst heeft Astrid nog een opmerking. Ze is woedend om de consequenties van haar getuigenissen. Ergens is kennelijk een foto opgedoken van haar kleinkinderen.

"Als foto's van mijn kleinkinderen worden gestuurd word ik píslink en ik pik het écht niet! Ik ben helemaal klaar met jou (tegen raadsman Sander Janssen)!"

Janssen: "Suggereert u nu dat ik iets te maken heb met foto's van uw kleinkinderen?!"

Rechter Wieland: "Waarom valt u meneer Janssen zo aan?"

Astrid: "Omdat ik dat wil! Al dit soort dingen die gebeuren hebben heel veel invloed op mij. Die narigheid die gebeurt omdat ik hier zit. Ik ben altíjd bang dat hij boos wordt omdat ik iets te hard of duidelijk zeg en hem voor schut zet. Ik zit me hier élke keer in te houden als ik hier zit. Vandaag ben ik daar mee gestopt. Ik ben er klaar mee. Ik ga geen namen noemen, heb daar geen behoefte aan. Hij heeft met me gedeeld dat hij veel meer heeft gedaan dan ik heb verteld. Hij heeft me dat zelf gezegd. Als iets gebeurt met mijn kleinkinderen, mijn kinderen of mij zelf komt alles naar buiten."

Willem Holleeder: "Dit begint vervelend te worden, ook dat gedreig tegen mijn advocaat en zo. Ik zit vrijwillig in de EBI (de Extra Beveiligde Inrichting in Vught..."

Astrid: "Jij zit in die EBI omdat je daar een douche op je cel hebt.."
Willem: "Ik vind het te ver gaan dat mijn advocaat bedreigd wordt en ik vind dat er openheid van zaken moet komen van het Openbaar Ministerie als er iets is met een foto kennelijk of zo..."

Advocaat Janssen: "Ik vind dit ook wel vervelend. Als zij foto's toegestuurd krijgt van haar kleinkinderen of iets dergelijks, vind ik dat heel vervelend en vind ik het wel vreemd als gesuggereerd wordt dat ik daar iets mee te maken heb."

Astrid: "Ik wil dat je het weet."
Janssen: "Maar u zegt niet dat ik daarmee iets te maken heb dus?"
Astrid: "Nee, maar ik wil dat je het weet."

Rechter Frank Wieland last een pauze in voor koffie. Om twaalf uur gaat de zaak verder.

Officier Stempher begint over de contacten van Cor van Hout met Joegoslaven.

Astrid: "Daar weet ik weinig van. Het enige dat ik weet is dat Cor Wim heeft laten waarschuwen toen Jotsa (Sreten Jocic) hem (Holleeder) wilde vierendelen omdat Wim hem had besodemieterd met geld. Cor heeft gezegd dat Wim zou worden gevierendeeld als hij naar Jotsa zou gaan zoals hij van plan was. Uiteindelijk heeft-ie toen Stanley (Hillis) laten gaan."

Astrid zegt ook Srdjan 'Serge' Miranovic wel te kennen, die volgens justitie later in opdracht van Holleeder is geliquideerd in Montenegro. Astrid: "Serge was vriendelijk en wilde contact met Gijs van Dam (junior). Ik had dat soort mensen liever niet op mijn kantoor. Wat moet ik er mee."

Holleeder vond het 'niet fijn' dat Miranovic op Astrids kantoor kwam. "Maar ik kan er toch niks aan doen dat zo iemand ineens voor de deur staat? Ik ben ook kwetsbaar. Ik zit ook maar in dat hok. Soms gaven mensen boodschappen af via mij. Ze hoefden alleen maar langs te komen. ik zit daar allemaal niet op te wachten. Voor je het weet zit je ergens in. Zit je ergens tussen."

Holleeder 'was groot' in voormalig Joegoslavië, zegt Astrid. "Ze zagen hem als groot. Hij zou hier voor de een of andere oorlogsmisdadiger nog zijn gezicht laten verbouwen om nóg groter te worden. Ik zag dat niet zo zitten. Als je in de politiek terecht komt, word je een staatsvijand, dat is anders."

Astrid: "Wim speelde ook Joegoslavische muziek in zijn auto..."

Astrid zat 'zo min mogelijk' naast Holleeder in zijn auto. "Maar het kwam voor en toen hoorde ik die Joegoslavische muziek. Ik dacht: dan identificeer je je wel heel erg..."

Officier Stempher houdt de getuige voor dat Holleeders advocaat Sander Janssen de Brabantse crimineel John Jansen heeft aangehaald die zegt dat 'Marokkanen' achter de moord op Cor van Hout zaten, en niet Holleeder.

Zo zouden ze ook achter de eerste, mislukte, aanslag zaten op Van Houts jonge vriend Gijs van Dam junior.

Astrid: "Ik kende Gijssie al vanaf de kleuterschool. Ik ben (na de aanslag) bij hem op bezoek geweest, hè?! Hij wilde gaan vertellen dat Holleeder achter de moord op Cor en de aanslag op hemzelf zat. Hij zou Peter (R. de Vries) laten komen. Ik heb gezegd dat hij dat niet moest doen. Die groep was groot, hè?! Het was niet alleen Willem, maar ook Stanley (Hillis, geliquideerd in 2011) en zo.. Ik heb gezegd: 'Doe het niet jongen, het hep geen zin. ik heb ook tegen Peter (R. de Vries) gezegd dat hij niet moest gaan graven (naar de daders achter de liquidatie van Van Hout."

"Je moet mensen ook beschermen. Wat hep Peter d'r nou aan achter die moord aan te gaan. Dat was onze taak. Van Sonja, van mij, van onze familie. Mensen hebben het overzicht niet. Dat Cor door Marokkanen is afgeschoten is onzin."

Aanklager Stempher: "Begrijp ik goed dat u met Gijs een gesprek heeft gehad waarin de namen van Willem (Holleeder) en Stanley (Hillis) zijn gevallen?"

Astrid: "Jazeker! Gijs had het over Wim en Stanley en dat hij wat wilde doen. Maar ook wíj fluisterden, hè? In zo'n ziekenhuiskamer waar iedereen alles (afluisterapparatuur) kan hangen.. Iederéén wist dat Wim het had gedaan."

Astrid 'snapt' dat Cor van Hout 'op het eind elke dag dronken was' omdat hij altijd in de stress leefde en wist dat hij zou worden doodgeschoten. "Ik zou ook wel elke dag dronken willen zijn nu."

Officier Stempher haalt aan dat Cor van Hout direct na de tweede mislukte aanslag op zijn leven, in 2000, dronken en emotioneel onder meer naar Willem Holleeder wees als verantwoordelijke (wat hij later niet zou herhalen). Hoe was de relatie tussen Willem en Astrid daarna, in die periode?

Astrid: "Wij hadden even minder contact, want ik had een relatie met een ex-smeris, zoals wij dat noemden. Dan was die tweede aanslag er omdat hij kennelijk toch weer zijn mensen had gevonden die hem informatie gaven... Wij probeerden door te struggelen. Ik bedacht niet dat ik hem uit de weg moest laten ruimen omdat dan alles voorbij zou zijn. Hij bleef maar zeggen: 'Eerst dit (ze maakt een pistoolgebaar) en dan dát (een graaigebaar). (Holleeder wilde Van Hout laten doodschieten om al zijn geld te kunnen inpikken, is Astrids overtuiging.) Nu zegt-ie dat dat (geldzucht) zijn motief niet was?! Hou op."

De getuige zegt dat Willem Holleeder altijd over onderzoeksdossiers van de recherche kon beschikken, zoals over de mislukte aanslagen op Cor van Hout.

Willem Holleeder: "Hep je die dossiers dan?!"

De rechter grijpt in en wil niet dat Holleeder zijn zus te emotioneel interrumpeert.

Astrid: "Hij hep hier toch nog zestig dágen om te lullen?! Hij maakt jullie allemaal luistermoe! Ik ben een beetje temperamentvol en zou het liefst door het raam hier komen!"

Rechter Wieland: "Dat staat u."

Astrid: "Hij heeft ie-der-een alleen maar ellende berokkend. Ik neem hier mijn verantwoordelijkheid, maar híj moet eens een keer zijn verantwoordelijkheid nemen!"

Aanklager Stempher memoreert dat Holleeder en zijn advocaten hebben gezegd niet te begrijpen dat Cor van Hout 'het over zijn kant liet gaan' dat Holleeder zijn zoontje een vuurwapen op het hoofd had gezet omdat Sonja niet wilde zeggen waar Cor was – zoals Astrid zegt. Dat zeggen de advocaten zich niet te kunnen voorstellen.

Astrid, in tranen: "Cor had mij niet nodig om hem te waarschuwen. Dan weten we toch allemaal hoe het afloopt. (Dan zou hij Willem hebben laten doodschieten.) Ik hield van mijn broer én van Cor! Hij is mijn broer, hè? Ik ben met hem opgegroeid! Hij is meer mijn váder dan mijn broer. Hij heeft Cor vermoord, maar ik wilde hem niet laten doodschieten."

Astrid spreekt het laatste kwartier weer in rond Jordanees.

Willem 'is heus niet tbs-waardig', maar in zijn hoofd werkt alles volgens zijn zus wel heel anders dan bij anderen. "Daarom verandert er ook nooit iets."

Holleeder wordt kwaad: "Je bent een fantast, een leugenaar en een parasiet!"

Rechter Wieland: "De stemming stijgt, maar het peil daalt."

Astrid: "Je staat al voor zes (liquidaties) en jij hebt Cor gedaan, ook die eerste aanslag. Dat heb je me zelf verteld. Jouw vriendjes gaan mij ook niet afschieten. Jij wil niet uit de EBI (Extra Beveiligde Inrichting)..."

Officier van justitie Lars Stempher: "Ik vind dat meneer Holleeder best wat mag vragen, maar als hij de getuige een parasiet noemt neigt dat naar beïnvloeding."

Rechter Wieland: "De dag waarop mevrouw Holleeder zich laat beïnvloeden, moet ik nog meemaken."

Astrid: "Jij noemt mij een parasiet?! Hoezo ben ik een parasiet dan?! Jij hebt altijd gastheren gehad en van iedereen geprofiteerd. Jij hebt mijn leven verwoest en ik woon nu op een bovenverdiepinkie. In een studentenflatje. Maar ik ben er uit gekomen, hè! Ik heb boeken geschreven! Hoe vind je dàt?! Legáál, hè?! Ik ben er legaal weer bovenop gekomen! Focking mijn eigen broer heeft die mensen vermoord en mijn neefje laten beschieten!"

'De krant' zal wel weer schrijven dat ze emotioneel wordt en dat vindt ze vervelend. "Maar vindt u het gèk dat ik emotioneel word? Maar het is prima hoor."

Rechter Wieland: "De krant zal best begrijpen dat u emotioneel wordt in uw positie."

Cor van Hout moest Holleeders vriendin Maike niet, zegt Astrid. "Dat was een heel ander meisje dan Beppie, met wie Wim toen ook nog een relatie had. Beppie kwam gewoon uit de Jordaan en die begrepen we. Maike was anders. Die ging allemaal chique dingen doen. Naar hotels en zo. Daar moesten wij wel aan wennen. Cor trok wel met haar op hoor, want de vrouwen gingen gewoon mee, maar ze was anders."

Officier van justitie Lars Stempher heeft ook nog wat vragen. "U heeft verteld dat uw broer voor John Mieremet de woning heeft aangewezen waar Cor van Hout woonde (zodat Mieremet de eerste aanslag op Van Hout kon plegen in 1996.) Nu zeggen meneer Holleeder en getuigen dat iedereen wist waar Cor woonde (en dat het aanwijzen van de woning door Holleeder dus niet nodig was)."

Astrid: "Ik zeg u wat John Mieremet mij heeft gezegd. Het kan zijn dat veel mensen wisten waar mijn zus en Cor woonden, maar dat wil niet zeggen dat al die mensen die woning ook hebben aangewezen aan Mieremet. Mijn broer wel."

Meteen na de eerste aanslag op Cor van Hout 'ging' Holleeder volgens Astrid al 'tekeer' over vijf ton die Van Hout 'in de loterij had gewonnen' en waarvan hij Holleeder niets had gegeven en anderen wel. Astrid denkt daarom dat Holleeder misschien ook wel mede achter die eerste aanslag zat.

Rechtbankvoorzitter Wieland merkt op dat de rechters niet willen suggereren dat de getuige liegt, maar dat ze haar voorhouden wat Holleeder en zijn advocaten hebben gezegd over haar opnames.

De rechter houdt Astrid voor dat zij mailde met (journalisten) Auke Kok en Hendrik Jan Korterink die boeken over Holleeder schreven. Dat was om het beeld te manipuleren dat zij van Holleeder zouden schetsen.

Astrid: "Media, imago, positie en zorgen dat niet negatief over hem geschreven wordt, dat was onderdeel van een heel kader waarin hij leeft. Ik werkte daar aan mee. Ik heb laatst ook mijn excuses gemaakt aan Auke Kok."

Astrid zegt dat 'hun' (ze wijst naar de officieren van justitie) haar 'een onbetrouwbaar wijf' vinden.

Rechter Wieland: "Zij (de officieren van justitie) vinden u een onbetrouwbaar wijf?"

Astrid, geëmotioneerd: "Zo hebben ze me in elk geval jaren gezien. Dat kunt u lezen in mijn boek (haar tweede boek, over haar leven sinds ze is gaan getuigen en waarin ze heel veel problemen kreeg met het openbaar Ministerie). Ik word alleen maar paranoia van die mensen. Ik kan niet rustig achter een computer verhaaltjes gaan zitten noteren, zo werkt dat niet. Ik moest altijd voor ze (politie en justitie) oppassen. Het is alleen maar stress."

Rechter Benedicte Mildner memoreert dat Astrid eerst stukjes van een gesprek heeft ingeleverd die ze later aanvulde met gespreksdelen over 'de hoerententen' in Alkmaar die zus Sonja had geërfd van Cor van Hout.

Mildner: "Je zou kunnen denken dat u die delen eerst had achtergehouden omdat het (ware) verhaal over die prostitutiepanden eerst nog niet was verteld."

Astrid: "Zo achterlijk ben ik toch niet? Ik geef u wat ik heb zodra ik het heb gevonden. Ik heb helemaal geen belang bij het achterhouden van stukken."

Astrid wordt kwaad omdat Holleeder heeft gesuggereerd dat ze de opnames heeft gemanipuleerd. "Ik word daar zó kwaad over! Hij verwoest mijn leven en noemt mijn verklaringen hier nu Jordaancabaret. Ik ben dat zat. Hij weet precies hoe alles zit."

Astrid: "Wij houden overal rekening mee. Dit gebaar (ze draait met haar vinger in de lucht, meldt de rechter) betekent 'afluisterapparatuur'. Dan noemden we geen namen."

Áls Holleeder namen noemde in gesprekken met Astrid, was dat heel bijzonder. "U heeft het nu hier over de moorden van mensen van wie hij soms namen heeft genoemd. Er zijn er nog veel meer (geliquideerde rivalen), maar daar heb ik het hier niet eens over, want daar hebben we niks aan."

Astrid vond het 'heel vervelend' stiekem de gesprekken met haar broer op te nemen. "Maar ik moest wel, anders kon ik hier helemáál niets bewijzen. Ik weet hoe hij zijn verdediging voorbereidt. Daarmee heb ik hem zelf altijd geholpen. Hij praat ook voor de doden. (Want wie dood is, kan zijn leugens over hem niet rechtzetten)."

"Ik ben niet een of ander spelletje in elkaar aan het zetten, maar ik doe wat ik doe. Het gaat altijd over hetzelfde (in gesprekken met Willem): 'Hoe blijf ik hier buiten?' (buiten eventuele verdenkingen)."

Astrid: "Wat ik heb ingeleverd, is wat ik heb kunnen opnemen, maar er was veel meer. Dan had de zaak wel drie jaar kunnen duren. Ik heb niet zitten knippen en plakken en de boel zitten verdraaien. Ik ben toch niet achterlijk?"

Willem fouilleerde Astrid ook wel. Soms voelde hij de apparatuur niet, soms had Astrid niets bij zich. "In de zomer, als ik in mijn jurkje moest lopen omdat de mussen van het dak vielen en ik geen kraag had, stopte ik het microfoontje tussen mijn borsten. Alle BH's van de H&M hebben van die kussentjes. Daar deed ik minimaal twee microfoontjes in. Ik heb niet van die grote borsten, dus het kon makkelijk vallen. Bij mijn zus, die veel grotere borsten heeft, kon je het er gewoon tussen stoppen."

Holleeder had 'geen respect voor de privézone' van zijn zussen, zegt Astrid. "Als hij bij me binnen kwam, ging hij door de post. Dat vindt hij heel normaal, want controle is geen wantrouwen."

Astrid: "Soms had ik geen apparatuur bij me omdat het te gevaarlijk was, maar soms nam ik het risico omdat ik wist dat hij iets belangrijks ging zeggen."

Ook in de gevangenis namen de zussen een gesprek op. Daartoe 'stripten' ze de apparatuur. Die zat verpakt in condooms en hadden de vrouwen ingebracht 'waar je normaal een tampon stopt'.

Astrid had zelf scanapparatuur gekocht om te kunnen controleren of de apparatuur in de gevangenis de apparaatjes niet toch zou opmerken. Op de toiletten in de gevangenis haalden ze de apparaatjes weer uit hun lichaam.

Rechter Wieland: "Tjongejonge."

De rechtbank geeft de getuige eerst de gelegenheid te reageren op Holleeders verwijt dat de heimelijk door Astrid gemaakte geluidsopnamen van gesprekken met hem 'knip en plakwerk' zijn.

Astrid: "Ik begrijp niet wat hij (Holleeder) bedoelt met knip-en-plakwerk. Ik ben eerst begonnen met apparatuur die ik had gekregen van Peter R. de Vries. Dat was nogal kolossaal. Later had ik andere apparatuur. Die moest ik uiteindelijk helemaal strippen. Wij zijn altijd heel alert. Zelfs als een helikopter overvliegt, zegt Wim 'die bromtol' en stoppen we met praten. Om ook het fluisteren te kunnen opvangen, moest ik het apparaatje strippen om het in mijn kraag te kunnen verbergen. Het is geluidgestuurd. Soms deed ik het fout en zat het microfoontje tegen mijn lichaam."

"Ook andere dingen gingen mis. Er is geen sprake van knip-en-plakwerk, maar sommige delen waren niet op te nemen."

Astrid: "We gebruiken veel non-verbale communicatie en misschien begrijpt u niet alles wat we zeggen, maar het gaat niet om een uitstapje naar de Efteling of zo. Ik heb aangemodderd (met de apparatuur) en dit is het geworden."

Getuige Astrid Holleeder wordt weer naar haar getuigencabine geleid.

Astrid Holleeder zal nog een paar vragen krijgen over de liquidatie van Cor van Hout en daarna over het nieuwe dossier waaraan de rechtbank zich zet, over de liquidatie van de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting met het voordragen van de beslissing over het verzoek Holleeders voorarrest voor de liquidatie van Cor van Hout (en de 'doodslag' van Robert ter Haak) op te heffen.

Wieland memoreert dat de rechtbank eerder heeft opgesomd welke 'ernstige bezwaren' (aanwijzingen) ze eerder zag om Holleeder in voorarrest te nemen.

Sindsdien zijn volop extra stukken aan het dossier toegevoegd en hebben Holleeder, zijn zussen Sonja en Astrid, ex Sandra den Hartog en misdaadjournalist Peter R. de Vries volop verklaringen afgelegd.

Kroongetuigen Peter la Serpe en Fred Ros moeten nog worden verhoord, merkt Wieland op.

De rechtbank vindt dat 'bij de huidige stand van het onderzoek' de eerder aangenomen 'ernstige bezwaren' nog 'niet zijn weggenomen' door het pleidooi van de verdediging. Holleeder blijft dus ook in voorarrest zitten voor de liquidatie van Van Hout en Ter Haak.

In het veelvoudige liquidatieproces tegen Willem Holleeder velt de rechtbank allereerst het oordeel over het verzoek tot opheffing van diens voorarrest in de zaak over de moord op zijn ‘bloedgabber’, mede-Heinekenontvoerder en zwager Cor van Hout (en diens toevallige tafelgenoot Robert ter Haak, handelaar in snelle speedboten).

Holleeders advocaten Sander Janssen en Robert Malewicz hebben op grond van een forse berg oude dossiers zeer uitvoerig uiteengezet dat er zo veel meer scenario’s denkbaar zijn dan de visie van justitie waarin Holleeder de kwade genius is die de liquidatieopdrachten moet hebben gegeven.

Op dat pleidooi van de raadslieden, waarin zij dertig jaar Amsterdamse misdaadhistorie hadden samengebald, reageerden officieren van justitie Sabine Tammes en Lars Stempher vooral met een nuchtere uiteenzetting van de bewijzen die nu tegen Holleeder worden ingebracht.

Dat betreft vooral de verklaringen van de kroongetuigen Peter la Serpe en Fred Ros en de getuigenissen van Holleeders zussen Astrid en Sonja, zijn ex Sandra den Hartog en misdaadverslaggever Peter R. de Vries.

Als de rechtbank het besluit over de zaak-Van Hout (en Ter Haak) heeft medegedeeld, gaat de zaak verder met alweer een verhoor van Holleeders zus Astrid.

Willem Holleeders raadsman had uitvoerig geschetst welke andere onderwereldruzies Cor van Hout in 2003 fataal kunnen zijn geworden, maar justitie liet die geschiedenis vooral links liggen en nam de bewijzen tegen Holleeder nog eens door.

Lees hier de volledige terugblik op dag 25 van het Holleederproces.

De zaak gaat donderdag om 10.00 uur verder. Astrid Holleeder wordt dan opnieuw verhoord.

De aanklaagster wijst fijntjes op een recent arrest van het Amsterdamse gerechtshof over een zaak over twee voorbereidingen van liquidaties.

"Uw kantoorgenoot had elk bewijsmiddel afzonderlijk genomen en afgeserveerd, maar het hof vond juist dat alle bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang moest worden bezien (waarna het gerechtshof zwaarder strafte dan de rechtbank)."

Willem Holleeder wil zelf wat zeggen, terugkomend op een detail in het betoog van officier van justitie Tammes.

Holleeder: "Ik ben helemaal niet achter het geld van (de door Sonja Holleeder van de geliquideerde Cor van Hout geërfde prostitutiepanden aan de) Alkmaarse Achterdam aan gegaan. Ik heb daarover ook geen verhalen verteld om mijn zussen te beschermen, maar ik heb juist gezwegen om mijn zussen te beschermen."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland kondigt aan dat de rechtbank donderdag zal oordelen over het verzoek van Holleeders advocaten zijn voorlopige hechtenis in de zaak-Van Hout (en Ter Haak) op te heffen. Daarna wordt donderdag Astrid Holleeder opnieuw verhoord. Wieland: "Ongetwijfeld zal dat weer op rolletjes lopen."

De rechtbank hervat de zitting voor de reactie van het Openbaar Ministerie op de reactie van raadsman Sander Janssen, die weer reageerde op wat het Openbaar Ministerie eerder in de ochtend had aangevoerd.

Officier van justitie Sabine Tammes proefde (terecht) teleurstelling bij de advocaat omdat zij en haar collega Lars Stempher in hun eerste reactie maar summier zijn ingegaan op diens uitvoerige verhandelingen over de Amsterdamse onderwereldgeschiedenis.

Tammes: "Onze voorzichtige conclusie is dat alle mogelijkheden die (door Janssen) zijn geschetst over motieven en mogelijke coalities in het niet vallen bij dat grote motief van Willem Holleeder die volgens zowat alle getuigen de erfenis van Cor van Hout wilde hebben."

Tammes vindt dat Janssen getuigenverklaringen en bewijzen over de bij de liquidatie van Cor van Hout gebruikte motor en auto te eenvoudig terzijde schuift.

"De verdediging probeert elk bewijsmiddel te isoleren en weigert boven het dossier te gaan hangen om het totaalplaatje te zien. Naar onze mening is een rechtstreeks verband te leggen tussen die voertuigen die aan Jesse R. zijn te koppelen en het driemanschap dat in die tijd al opereerde (criminelen Willem Holleeder, Stanley Hillis en Dino Soerel)."

'Pagina 1 tot en met 59' in het verhaal van het Openbaar Ministerie gaat volgens Janssen over de kroongetuigen en 'de vrouwen en Peter R. de Vries'. In de resterende pagina's komen met name uitlatingen aan de orde van getuigen 'die ook niet precies meten hoe het zit en meerdere opties open houden' of die aantoonbaar onjuist verklaren. Neem Willem Endstra, die de geheime dienst van de recherche drie dingen heeft verteld over de moord op Cor van Hout 'die alle drie onjuist zijn volgens de zussen en volgens het Openbaar Ministerie.

Broers Pieter en Edgar van Lent beweren dat Willem Holleeder en John Mieremet samen de opdracht hebben gegeven voor de moord op Cor van Hout. Janssen: "Meent het Openbaar Ministerie dat écht? Dat zou ik dan wel graag willen vernemen." Volgens Janssen is zonneklaar dat Mieremet en Holleeder sinds 2002 op voet van oorlog met elkaar leefden.

Janssen noemt nog wat laatste getuigen 'van wie niemand enige concrete wetenschap heeft van de betrokkenheid bij Willem Holleeder bij de moord op Cor van Hout'.

De raadsman herhaalt dat hij het 'heel jammer' vindt dat de aanklagers vrijwel niet zijn ingegaan op de uitvoerige schets van de onderwereldgeschiedenis waarin vele criminelen een motief hadden om Cor van Hout te (laten) vermoorden.

Tot de rechtbank: "U moet het in dit dossier doen met de verklaringen van (zussen) Astrid en Sonja Holleeder, (ex) Sandra den Hartog en Peter R. de Vries."

Het is duidelijk: Janssen vindt dat volstrekt onvoldoende om Willem Holleeders betrokkenheid bij de liquidatie van Cor van Hout te kunnen aanwrijven. "Wij zien geen direct bewijs voor Holleeders betrokkenheid bij de moord op Cor van Hout en we zien vele verwikkelingen met personen of coalities die een veel sterker motief hadden dan meneer Holleeder om Van Hout iets aan te doen. Je bent toch ook wel een heel grote sukkel als je op deze manier je zwager laat omleggen om zijn geld te kunnen afpakken."

Raadsman Janssen ziet in de verklaringen van de kroongetuigen 'weinig bewijs' dat Holleeder achter de moord op Cor van Hout zou hebben gezeten.

Janssen: "Vervolgens wordt weer uit en te na uitgemeten hoe lelijk Willem Holleeder heeft gedaan tegenover zijn zussen en zijn ex Sandra en Peter R. de Vries, maar dat levert geen bewijs over de moord op Cor van Hout."

Wat kroongetuige Fred Ros betreft, zegt Janssen: "Die verhaalt over een oude opdracht van Willem Holleeder (Cor van Hout te liquideren) waar hij nadien niet meer onderuit zou kunnen. Ik ga toch echt niet geloven dat als je in het criminele milieu een opdracht zou hebben gegeven, dat dan totaal onbekenden dat zouden kunnen uitvoeren zonder je daar bij te betrekken, waarna je het zou moeten betalen. Dát is wat Fred Ros hier over verklaart."

Dat ook Fred Ros heeft gezegd dat Jesse R. rondvertelde dat hij 'de power van Holleeder achter zich had', kwam nadat die jarenlang de eerste ronde van het Passageproces had bijgewoond (waarin hij een belangrijke verdachte was) waarin die beweerde uitspraak van Jesse R. 'uit en te na was besproken'.

Janssen heeft 'nergens in het hele dossier een aanwijzing gevonden' dat de hele groep rond Jesse R., Fred Ros et cetera 'exclusief zou moorden voor Willem Holleeder'.

Kroongetuige Peter la Serpe heeft volgens Sander Janssen heel wisselend verklaard over Jesse R. die gezegd zou hebben dat hij 'de power van Holleeder achter hem had'. "Hij plaatst dat de hele tijd ergens anders in de tijd. En áls we er al van uit gaan dat Jesse R. dat aan La Serpe heeft gezegd, blijft onduidelijk wat dat dan concreet te maken zou hebben met de moord op Cor van Hout."

Janssen: "Aan het begin van het betoog van het Openbaar Ministerie moest ik aan het spreekwoord denken: 'Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd hem te herhalen'." Janssen vindt dat hij een zeer 'uitgebreid onderbouwd' betoog had afgestoken over de complexe onderwereldgeschiedenis waaruit vele andere motieven oprijzen voor de moord op Cor van Hout dan dat Holleeder daar achter zit, en dat het Openbaar Ministerie daar ten onrechte nauwelijks op in gaat.

Janssen: "Uiteindelijk moet u gewoon kijken naar de bewijsmiddelen in deze zaak. Het overgrote deel van wat het Openbaar Ministerie naar voren brengt zijn de getuigenissen van de kroongetuigen enerzijds en de dames Holleeder (zussen Astrid en Sonja) en Sandra den Hartog anderzijds."

Een getuige zegt dat John Mieremet hem wel eens had verteld dat Willem Holleeder Cor van Hout had laten vermoorden omdat die Holleeder 'gekleineerd' zou hebben.

Stempher rondt af met de mededeling dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van Willem Holleeder zou moeten worden afgewezen.

Advocaat Sander Janssen denkt 'in twintig minuutjes' te kunnen reageren en zal dat meteen doen, nog voor een lunchpauze nodig is.

Ook de gebroeders Edgar en Pieter van Lent, vrienden van Holleeders uiteindelijke grote rivaal John Mieremet en nu getuigen tegen Holleeder, haalt Stempher aan. John Mieremet heeft bij leven bevestigd dat Edgar van Lent een vriend van hem was. De broers zeggen dat John Mieremet ze heeft verteld dat Holleeder (samen met Mieremet) Cor van Hout heeft laten vermoorden.

Cor van Houts gewezen vriend en manusje van alles Thomas van der Bijl (zelf geliquideerd in april 2006) heeft Willem Holleeder ook aangewezen als opdrachtgever voor de moord op Cor van Hout. Hij had eerst gedacht aan John Mieremet, maar kwam volgens justitie 'naar verloop van tijd tot de overtuiging dat Willem Holleeder Cor van Hout had vermoord'.

In verschillende verklaringen zette Thomas van der Bijl uiteen dat Willem Holleeder volgens hem Van Hout had vermoord waarna die de schuld bij John Mieremet probeerde te leggen.

Broer Ad van Hout heeft vanaf 2004 zowel John Mieremet als Willem Holleeder aangewezen als betrokkenen bij de moord op Cor van Hout. "Die Neus heeft absoluut te maken met de moord op Cor."

Endstra zei dat 'de daders van Cor van Hout nog diezelfde dag op de trein zaten naar voormalig Joegoslavië'.

Het alibi voor de moord op Cor van Hout waren 'hoerententen in Alkmaar'. "Hij heeft gewoon die twintig miljoen in zijn zak gestoken."

'In de vertrouwelijkheid van zijn woning' vertelde de zonder zijn medeweten heimelijk opgenomen crimineel Ariën K. dat hij 'één ding heel zeker weet'. "Dat Jessie (Jesse R.) er achter zat." Hij vindt het vreemd dat degene die 'Cor' had gedaan ook voor Holleeder werkte' (en ook kees Houtman heeft doodgeschoten).

Jesse R. zou na de liquidatie van Cor van Hout na 'drie dagen snuiven' huilend hebben opgebiecht 'dat hij Cor had gedaan'.

In de geheime gesprekken die de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra kort voor zijn gewelddadige dood voerde met de geheime dienst van de recherche zei Endstra dat Holleeder hem dat verteld dat 'hij de begrafenis had betaald' van Cor van Hout. Over zus Sonja en haar kinderen zou Holleeder hebben gezegd; "Ze janken even, maar daarna zijn ze het vergeten (..) de wurmen kruipen nu door zijn lichaam."

Stempher haalt nu ook nog meer verklaringen aan van Sandra den Hartog. Die heeft verteld dat Holleeder de avond na de liquidatie van Cor van Hout bij haar kwam en smalend reageerde toen zij zei dat ze het 'erg vond van Cor'. Holleeder zou retorisch hebben gevraagd of ze wel wist hoe lang dit geduurd had.

Holleeder ging er van uit dat 'het geld van Cor nu (volgens Willem) van hem was'. Geld was volgens Sandra 'de rode draad in Willems leven, de kern van zijn bestaan'.

Na de begrafenis van Cor van Hout kwam Holleeder geregeld langs bij zijn zus en Van Houts weduwe Sonja om, volgens Astrid, te zeggen dat ze 'even zou janken en het dan zou vergeten'. Een dergelijke verklaring legde de in 2004 geliquideerde malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra voor zijn dood ook af.

De avond na de liquidatie van Cor van Hout moest Sonja naar eigen zeggen 'een rondje lopen' met haar broer Willem, waarna hij haar de papieren vroeg van de prostitutiepanden aan de Alkmaarse Achterdam waarin Van Hout zijn deel van het losgeld van de Heinekenontvoering had geïnvesteerd.

Sonja moest haar huis in Spanje verkopen zodat Willem de schutters kon betalen die (de vader van haar drie kinderen) Cor van Hout hadden doodgeschoten.

"Alles draaide bij Willem om geld en macht," vertelde Willem volgens haar zelf aan Sonja. Willem Holleeder was altijd bang dat Sonja over hem zou verklaren in verband met Cor van Hout.

Officier van justitie Lars Stempher hervat na een korte koffiepauze zijn betoog met het aanhalen van getuigen die zeggen dat Willem Holleeder al lang had voorspeld dat hij Cor van Hout zou laten doodschieten.

Zus Astrid vertelde hoe 'Willem altijd de regie had' en alles moest gaan zoals hij wilde.

Willem Holleeder fluisterde Astrid volgens haar in dat wapenfanaat Sjaak B. op de motor had gereden tijdens de liquidatie van Cor van Hout, memoreert Stempher. Astrid zou ook de naam (Jesse) R. van haar broer hebben gehoord. Willem zou Astrid hebben gezegd dat hij Sonja 'zou meetrekken' als zij met de politie over de moord op Cor zou spreken. ("Zij wilde hem ook dood," zei Willem volgens Astrid.)

Misdaadjournalist Peter R. de Vries werd door Holleeder ernstig bedreigd – zowel rechtstreeks als via Astrid. 'De Kankerhond' kon hem niet 'zonder consequenties in de maling nemen', zei Holleeder tegen Astrid. "Weet ja wat-ie verdient? De kogel."

Ex-vriendin Sandra den Hartog vertelde justitie hoe de zussen en zij 'beetje bij beetje meer vertrouwen kregen' om gezamenlijk verklaringen af te gaan leggen tegen Willem Holleeder. Een ruzie bij Den Hartog thuis was de druppel. Holleeder zou haar hebben gedreigd dat hij 'dat kankerjong', Den Hartogs zoon, 'zou laten liggen net zoals zijn vader' (Sam Klepper, geliquideerd in oktober 2000).

Broer Gerard Holleeder durfde geen verklaring tegen zijn broer af te leggen 'omwille van zijn veiligheid en zijn gezin'.

Officier van justitie Stempher wijst op 'het goed lopende witte salaris' van zus Astrid Holleeder, door 'haar goed lopende advocatenpraktijk' en het 'daar aan gekoppelde sociale bestaan', dat ze 'heeft opgegeven voor haar verklaringen'.

Dat Willem Holleeder zegt dat Astrid alleen verklaringen aflegt uit geldzucht, om de erfenis van Cor van Hout te kunnen inpikken en bestsellers te kunnen schrijven vindt Stempher een belachelijke aanname.

Astrid en Sonja zeiden te hebben gehoopt dat hun broer in detentie (vanwege zijn afpersingszaak) milder was geworden, maar dat was valse hoop. Nadat hij begin 2012 was vrijgekomen, trok hij 'Puk' naar zich toe (crimineel Lucas Boom uit De Pijp, geliquideerd in 2015).

Hij zou met Boom in dre drugs zijn gegaan, maar vooral allerlei Marokkaanse contacten van hem hebben willen gebruiken die liquidaties zouden kunnen spreken. Kort na zijn vrijlating zou Holleeder 'vijf uur met die Puk hebben gelopen'.

Officier van justitie Lars Stempher haalt aan dat zus Sonja zou 'mogen tossen wie van de twee (van haar kinderen) als eerste zou gaan'.

Stempher haal in helikoptervlucht aan hoe de zussen altijd moesten doen wat Willem Holleeder wilde. Holleeder zei ook in heimelijk opgenomen gesprekken steeds dat hij 'niet dreigt', maar 'doet'.

Stempher komt met 'een bloemlezing van dreigementen door verdachte geuit' aan het adres van met name zijn zussen. Tegen Sonja: "Eén fout en ik kom dwars overal doorheen. Kijk uit wat je doet. (..) Eén fout nog vieze kankerhoer." En: "Ik ga het je nog één keer zeggen, Boxer: Ik dreig niet." En: "Als je mijn zussie niet was geweest, had je hier niet geweest. Laatste waarschuwing. Rode kaart."

Holleeder zou 'wel eens een klap in het donker uitdelen (aan Sonja)', zei hij tegen Astrid. "Ik word gek van die vrouw, ze krijgt niks. Ga maar naar de politie, dan schiet ik (de naam van Sonja's zoon) gelijk dood." Als Holleeder zou vallen met zijn scooter doordat hij de auto van de zoon van Sonja nog niet mocht lenen zou hij twee van Sonja's kinderen doodschieten.

Stempher gaat maar door met het aanhalen van bedreigingen Sonja te doden 'á la minute'.

"Als je je probeert in te denken wat hier gezegd wordt, is het absurd," zegt Stempher. "Het is voor ons een bevestiging van een serieuze bedreiging op het leven van Sonja."

Behalve Willem Holleeder en Dino Soerel 'had ook Stanley (Hillis) er mee te maken'. "Ze waren met zijn drieën." Alle drie zouden belang hebben gehad bij de moord op Cor van Hout. Crimineel Danny K. zei volgens Ros dat Holleeder uiteindelijk kort na de liquidatie helemaal niet meer zo blij was dat Van Hout was vermoord, maar dat een eenmaal gegeven opdracht nu eenmaal niet was in te trekken.

Jesse R. vertelde hem volgens Fred Ros persoonlijk dat hij (Jesse R.) 'Cor van Hout had gedaan'. Na de liquidatie had Jesse R. veel geld.

Op 26 januari 2003, twee dagen na de liquidatie van Cor van Hout, was Willem Holleeder in het Okura Hotel in Amsterdam-Zuid, waar tal van bekende Amsterdamse criminelen waren, onder wie vader en zoon Greg en Jesse R. Holleeder zou een groet van Greg R. hebben afgeweerd. Jesse R. verbleef volgen officier Tammes eerder 'na door hem gepleegde liquidaties voor korte of langere tijd in het Okura'.

Officier van justitie Lars Stempher gaat over naar de verklaringen van Holleeders zussen Astrid en Sonja over de liquidatie van Cor van Hout. Net zoals zijn moeder Stientje, 'in enige mate' broer Gerard en nog wat advocaten en misdaadjournalist Peter R. de Vries behoorden zij tot de weinigen die Holleeders volledige vertrouwen genoten.

'De gemeenschappelijke achtergrond' van de zussen en Willem, die alle drie opgroeiden in een door hun alcoholistische vader geterroriseerde gezin, zorgde voor 'een bijna niet te doorbreken band'. Wel moest iedereen en alles altijd in dienst staan van Willem. De wetenschap over het losgeld van de Heinekenontvoering kwam daar bovenop. Willem Holleeder vertrouwde er daarom op dat zij 'nooit uit de school zouden klappen'.

Het vertrouwen van Willem Holleeder in zijn zussen, Peter R. de Vries en ex-vriendin Sandra maakt hun verklaringen tegenover politie, justitie en de rechtbank juist zo sterk, benadrukt Stempher.

Astrid Holleeder 'heeft nog duidelijk voor ogen' waneer ze voor het eerst overwoog naar de politie te gaan: "Toen de verdachte had gezegd dat hij een raket naar binnen wilde schieten bij (handelaar in hasj en vastgoed) Kees Houtman.

Nadat de als machtig beschouwde Stanley Hillis in februari 2011 was geliquideerd, volgde een nieuwe fase, al durfde Sonja ook toen nog niet. Uiteindelijk zijn de zussen dan toch naar justitie gestapt. Sonja wees justitie er op dat 'haar kinderen geen vader meer hadden' (Sonja en Cor van Hout hadden drie kinderen).

Officier Tammes doet wat ze heeft aangekondigd: ze gaat over naar de bewijsmiddelen in het dossier. Over de voertuigen die rond de plek zijn gezien waar Cor van Hout en Robert ter Haak op 24 januari 2003 werden beschoten, waaronder een zwarte BMW; over de mannen op de in Vaals gestolen rode BMW motor van waaraf het spervuur is afgevuurd en die later werd gedumpt.

Een getuige vertelde dat de inmiddels tot levenslang veroordeelde Dino Soerel (een compagnon van Holleeder) 'voor honderd procent zeker' de man was die op de rode motor had gereden toen die in Zaandam was gefotografeerd tijdens een verkeersovertreding.

Vastgoedbedrijfje Smart Vastgoed, waar ook crimineel Greg R. een baantje had na weer een celstraf, had een zwarte BMW op naam staan die volgens de officieren van justitie dezelfde auto was als bij 'de plaats delict' is gezien. Die auto werd gebruikt door zowel Greg R. als zijn zoon Jesse R. (die inmiddels tot levenslang is veroordeeld voor een reeks huurmoorden).

Kroongetuige Peter la Serpe vertelde dat Jesse R. 'er prat op ging' contact te hebben met Willem Holleeder. Hem zou ook zijn gevraagd Willem Holleeder te vermoorden 'voor een miljoen', maar hij zou Holleeders zijde hebben gekozen omdat die 'meer power' had.

La Serpe vertelde dat Jesse R. hem op Schiphol had gezegd dat hij 'de power van Holleeder achter zich had' en dat dat goed was voor zijn carrière.

Kort nadat Jesse R. was ontsnapt uit detentie was er volgens kroongetuige Peter la Serpe een ontmoeting met onder anderen Willem Holleeder en Peter R. de Vries in restaurant Het Arsenaal in het Gooi. Het zou de bedoeling zijn geweest dat La Serpe op televisie kwaad zou spreken over de Criminele Inlichtingeneenheid – wat niet zou zijn doorgegaan omdat la Serpe niet wilde.

De andere genoemde 'betrokkenen' ontkennen dat gesprek overigens. Tammes wijst erop dat het gerechtshof in liquidatiezaak Passage dit verhaal van kroongetuige La Serpe over nam in het arrest op grond waarvan de hoofdverdachten tot levenslang zijn veroordeeld. Volgens het hof moet ook Holleeder dus bij die ontmoeting zijn geweest.

Op de H.J.E. Wenckebachweg in de Amsterdamse Watergraafsmeer, vlakbij het toenmalige clubhuis van de Hells Angels, zouden kroongetuige Peter la Serpe, Willem Holleeder en Jesse R. elkaar hebben ontmoet waarna een auto werd gehuurd die op La Serpes naam werd gezet.

Peter la Serpe zei ook dat hij tegen Jesse R. zei dat hij R. duidelijk herkende op de compositietekening die op grond van getuigenissen was gemaakt van een man die betrokken zou zijn geweest bij de liquidatie van Cor van Hout. Nadat La Serpe hem had gezegd het een wonder te vinden dat Jesse R. nog niet was opgepakt, zei die volgens de kroongetuige dat hij 'een engeltje op zijn schouder had'.

Tammes benadrukt dat het gerechtshof in Passage uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar de betrouwbaarheid van La Serpe, waarna diens verklaringen overwegend betrouwbaar zijn geacht.

Kroongetuige Fred Ros zegt dat 'de opdracht voor de moord op Cor van Hout al jaren eerder was gegeven'. Dat zou hij van Jesse R. hebben gehoord. "Als hij (de opdracht) eenmaal is gegeven, is ie gegeven."

Willem Holleeder zou de opdracht eerst hebben gegeven, later zou Dino Soerel zich er in hebben gemengd. Uiteindelijk zou Jesse R. de opdracht hebben gekregen.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting, neemt de formaliteiten door en geeft het Openbaar Ministerie het woord.

Officier van justitie Lars Stempher deelt het stuk uit dat de aanklagers gaan voordragen. Wieland: "Het is nog warm." De printer in 'de bunker' is wat traag, zegt officier van justitie Sabine Tammes. Vandaar dat we ook een kwartier te laat beginnen.

Tammes houdt voor dat alle conflicten in de drugswereld van de jaren tachtig tot nu draaide om 'het slijk der aarde; geld'.
In de onderwereld blijft een vriend vrijwel nooit voor altijd een vriend en paranoia viert hoogtij.

Tammes 'zal de geschiedenis links laten liggen' omdat het hier 'gaat om de ernstige bezwaren' (aanwijzingen dat Willem Holleeder de opdracht voor de moord op Cor van Hout heeft gegeven, en zo ook verantwoordelijk was voor de 'doodslag' van Robert ter Haak).

Tammes vindt het opvallend dat advocaat Sander Janssen heel uitvoerig vele andere mogelijke motieven heeft aangewezen van derden, om Van Hout te laten liquideren, maar de bewijzen tegen Holleeder 'in één alinea wegschrijft'.

Volgens zussen Astrid en Sonja Holleeder zou Willem hebben gezegd dat hij 'eerst dit' zou doen, waarbij hij het handgebaar van een vuurwapen zou hebben gemaakt, 'en dan dit', waarna hij een graaibeweging maakte.

Tammes zegt dat de mogelijke motieven 'over Thaise wiet' en een conflict met Utrechtse Marokkanen 'helemaal zijn uitgelopen' en geen bewijs hebben opgeleverd.

Ook het recente verhaal van ex-crimineel John Jansen over de mogelijke betrokkenheid van de Marokkanen is recent wat aangedikt, zegt Tammes, en niet overtuigend.

In het veelvoudige liquidatieproces tegen Willem Holleeder (60) krijgen officieren van justitie Sabine Tammes en Lars Stempher dinsdag het woord, vanaf 10.00 uur in de zwaarbeveiligde ‘bunker’ van de rechtbank in Amsterdam-Osdorp.

Zij zullen reageren op het verzoek van Holleeders advocaat Sander Janssen diens voorarrest op te heffen voor het dossier 'Viool’, waarin hij er van wordt beschuldigd opdracht te hebben gegeven voor de liquidatie van zijn gewezen 'bloedgabber', mede-Heinekenontvoerder en zwager Cor van Hout – plus de doodslag op de handelaar in luxe speedboten Robert ter Haak, die naast hem stond in de kogelregen. Raadsman Janssen heeft anderhalve week geleden in een uitvoerig pleidooi de vele alternatieve scenario’s geschetst voor de aanname van de aanklagers dat Holleeder de moordopdracht moet hebben gegeven, mogelijk gezamenlijk met anderen.

Uit vele oude dossiers die Janssen en zijn collega Robert Malewicz hebben doorgespit, rijst het beeld dat ook Holleeders grote rivaal Johnny Mieremet de huurmoord kan hebben uitgezet, of criminelen van Marokkaanse of Joegoslavische komaf. De officieren van justitie zagen het niet zitten dat de rechtbank Holleeders advocaten in dit stadium van de procedure al zo veel ruimte heeft gegeven zijn onschuld te bepleiten, maar ze zullen toch inhoudelijk moeten reageren. Wel zullen ze er voor willen waken nu al een soort mini-requisitoir te houden, terwijl de vier andere moorddossiers nog moeten worden behandeld. Ten overvloede: áls de rechtbank Holleeders voorlopige hechtenis in de zaak Viool zou opheffen, dan blijft hij nog ‘gewoon’ in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Hij zit immers ook vast vanwege die andere liquidaties die nu nog nauwelijks zijn besproken.

Het is nog niet bekend wanneer de rechtbank zich zal uitspreken over het verzoek van Janssen en het verweer van de aanklagers.

Advocaat Sander Janssen ploegde vandaag bijna vier uur door de Amsterdamse misdaadgeschiedenis om de rechters te tonen dat zo veel meer scenario’s over de moord op Cor van Hout bestonden en bestaan dan ‘de zwart-wit-optie’ waarin zijn cliënt Willem Holleeder de opdracht gaf. Lees hier het verslag dag 24 van het Holleeder-proces.

Met de herhaalde mededeling dat het openbaar ministerie op 26 juni zal reageren op Janssens betoog, sluit rechtbankvoorzitter Frank Wieland de zitting.

Op de zussen Holleeder en ex Sandra komt Janssen 'op een later moment' nog uitgebreid terug.

"Hun verklaringen zijn uiteindelijk terug te brengen op hun bewering dat Holleeder na de mislukte tweede aanslag op Cor van Hout is blijven jagen en dat Holleeder blij zou zijn geweest toen de liquidatie was gebeurd. Veel concreter wordt het niet."

De verhalen dat Sonja de lamellen van haar woning op een bepaalde stand moest zetten als Cor thuis was en dat Holleeder een pistool op het hoofd van Van Houts zoon zou hebben gezet.

"Ze zeggen ook dat ze dat steeds tegen Cor hebben gezégd. Het is ondenkbaar dat een grote crimineel als Cor van Hout dat píkt en dan niets zou doen tegen Holleeder, of naar de politie zou stappen."

Janssen benadrukt te hopen dat de rechtbank niet 'kiest voor de zwart-wit-optie waarin Willem Holleeder overal achter zit'.

Janssen stelt dat de rechtbank het 'onontwarbare kluwen' van conflicten in het milieu zal moeten ontwarren, maar stelt ook dat niet zal zijn vast te stellen dat Willem Holleeder de opdrachtgever voor de liquidatie van Cor van hout en de doodslag op Robert ter Haak moet zijn geweest.

Janssen besteedt nog even aandacht aan de kroongetuigen.

Peter la Serpe heeft maar weinig gezegd over liquidaties door Holleeder en (de voor huurmoorden tot levenslang veroordeelde) Jesse R. ontkent dat hij tegen La Serpe heeft gezegd dat hij 'Cor mocht doen' en dat hij 'nu de power van Holleeder achter zich had' – zoals La Serpe heeft verklaard.

Fred Ros zegt in Janssens visie ook maar weinig concreets over een rol van Holleeder bij de moord op Cor van Hout en hij zei óók dat Holleeder als 'kop van jut' kon worden 'opgeofferd'.

Cor van Hout 'schold' Stanley Hillis volgens zijn vriend Ariën Kaale 'altijd uit voor ouwe vieze stinkkerel'.

Willem Holleeder is volgens Janssen 'nooit als een serieuze verdachte aangemerkt' van het geven van de opdracht voor de moord op Cor van Hout totdat de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra op de achterbank bij de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche in doodsnood zeer uitvoerig over Holleeder cum suis sprak.

Endstra beschuldigde Holleeder van tal van liquidaties waaronder die op Cor van Hout. Later zeiden de kroongetuigen daar iets over en weer veel later de zussen Holleeder, ex Sandra en Peter R. de Vries.

Janssen stipt nu een belangrijk punt aan. Hoe zijn de verhalen over de Marokkanen die Cor van Hout zouden hebben laten liquideren te plaatsen naast de beweerde bekentenissen van John Mieremet?

Janssen: "Het kan zijn dat ze, zoals (kroongetuige) Fred Ros het zo beeldend formuleert 'een potje hebben gemaakt' om Van Hout te laten liquideren. In dit milieu is zoiets verre van denkbeeldig."

Of 'de figuur' Stanley Hillis nog een rol kan hebben gespeeld bij de liquidatie van Cor van Hout noemt Janssen 'moeilijk vast te stellen'.

"Opvallend is dat getuigen Mieremet én Hillis noemen. Dat Mieremet later stappen ondernam om Hillis te laten vermoorden, zegt niets over de situatie van begin 2003. Zo gaat dat in het milieu."

Janssen: "Opvallend is de duidelijke evolutie in de inner circle van Cor van Hout. Waar zijn naasten kort na de liquidatie van Van Hout naar John Mieremet wezen als de opdrachtgever, zijn ze veel later naar Willem Holleeder gaan wijzen."

Zo wees broer Ad van Hout in 2004 en 2005 naar Mieremet als opdrachtgever voor de moorden op Gijs van Dam junior en zijn broer Cor. Ook stiefbroer Martin Erkamps wees in 2005 nog naar onder anderen Mieremet ('die kanker-John') als opdrachtgever voor de moord op Cor van Hout.

Janssen schakelt over op een ander deelonderwerp. De vermeende betrokkenheid van wapenfanaat Sjaak B. en de voor huurmoorden tot levenslang veroordeelde Jesse R. bij de uitvoering van de moord op Cor van Hout.

"Áls die twee al een rol zouden hebben gespeeld bij de uitvoering van die moord, zegt dat natuurlijk nog niet dat Willem Holleeder de opdracht zou hebben gegeven."

Zij werkten voor veel meer criminelen, zeggen getuigen. Janssen haalt ook weer een getuigenverklaring aan van Pieter van Lent, naar eigen zeggen een gewezen goede vriend van Mieremet, die zegt dat Mieremet hem heeft verteld dat híj (Mieremet) Cor van Hout had laten vermoorden.

Janssen citeert een tip aan de Criminele Inlichtingeneenheid waarin ook eenzelfde scenario als John Jansen schetst. John Jansen zegt 'honderd procent zeker te weten' dat Willem Holleeder niet achter de moord op Cor van Hout zat.

Janssen speelt in de rechtszaal een video af van een interview dat misdaadverslaggever Jens Olde Kalter (Panorama) onlangs met John Jansen had.

Jansen vertelde hoe 'Cor' op enig moment bij hem kwam met de mededeling dat ze 'tegengas moesten gaan geven' omdat ze anders zelf ook vermoord zouden worden. Jansen, in de video: "Mijn veronderstelling is dat Holleeder niet achter de liquidatie (van Cor van Hout) zit."

De Brabantse crimineel John Jansen, ex-leider van de beruchte Juliët-bende, vertelde onlangs dat een grote partij hasj was verdwenen en dat Jamal Azaouagh in die tijd samenwerkte met Gijs van Dam junior en dat ze samen die gestolen partij wiet op de markt hadden gebracht.

De bestolen familie Changachi zou op wraak hebben gezonnen. Hun familielid Mimoun Changachi verdween vervolgens (en is waarschijnlijk geliquideerd). Later werden ook Azaouaghs doelwit van aanslagen in de vete met de familie Changachi.

Advocaat Janssen: "Ik kende die naam Changachi eerlijk gezegd niet eens uit die periode, maar allerlei details van het verhaal dat John Jansen vertelt, blijken te kloppen. Midden in die periode van allerlei aanslagen over en weer (tussen die Nederlandse Marokkanen) wordt Gijs van Dam junior beschoten en Cor van Hout geliquideerd."

De politie legde een familielid van Van Hout ook voor dat 'Gijs een geripte partij had waar hij niet van af kwam' en dat hij vervolgens samenwerkte met Cor van Hout en dat daar de twee aanslagen verband mee houden.

Cor van Hout zei na de aanslag op Gijs van Dam volgens Janssen expliciet tegen de politie dat Holleeder daar níet achter zat. Janssen: "Als je dan toch zo gebrouilleerd bent met Holleeder en je denkt dat hij ook te maken had met eerdere aanslagen op je leven en plannen je alsnog te vermoorden, dan lag hier toch een grote kans open Holleeder zwart te maken, maar dat doet hij niet."

Gijs van Dam senior vertelde dat Cor van Hout ook een deel van een partij Thaise wiet in bezit hebben gehad die zijn zoon lijkt te hebben gestolen van weer andere criminelen.

Drie dagen na de moord op Cor van Hout vertelde de na de aanslag op zijn leven revaliderende Gijs van Dam junior aan misdaadjournalist Peter R. de Vries in een revalidatiecentrum dat hij een hooglopend conflict had met 'Marokkanen uit de regio Utrecht' over een gestolen partij drugs.

"Dit (de moord op Van Hout) heeft niets te maken met het conflict in Amsterdam," zou Van Dam hebben gezegd. In dat conflict over die 'rip' speelden de Marokkaanse families Changachi (uit Utrecht) en Azaouagh (uit Breda) hoofdrollen.

Janssen ziet dat conflict als een heel belangrijk mogelijk motief voor de liquidatie van Cor van Hout en het verbaast hem hooglijk dat het Openbaar Ministerie dat conflict in zijn ogen heeft weggelaten uit het huidige dossier 'Viool' over de liquidatie van Van Hout.

Officier van justitie Sabine Tammes zegt dat Janssen wel heel stellige conclusies trekt.

Janssen haalt allerlei getuigen aan die wél denken dat de aanslagen op Van Dam en Van Hout met elkaar te maken hebben, en met die 'rip op een groep Marokkanen uit de omgeving Utrecht'. Broer Ad van Hout van Cor zei dat 'die kleine' (Cor van Hout) de drugs geript had en dat hij daarna bescherming zocht bij Cor van Hout.

In december 2002 werd drugshandelaar Gijs van Dam junior neergeschoten bij het Gelderlandplein in Amsterdam-Buitenveldert. De familie Van Dam had goed contact met Cor van Hout. Van Dam overleefde die aanslag en raakte invalide (en zou in 2004 alsnog worden geliquideerd in Zandvoort).

Gijs van Dam junior stond bekend als een 'ripper' (een drugsdief).

Janssen gaat er van uit dat de aanslag op Gijs van Dam junior, en de rol van Cor van Hout in diens entourage, de aanleiding was van de liquidatie van Van Hout op 24 januari 2003 in Amstelveen, waar hij met enkele anderen had geluncht bij de Chinees Royal San Kong aan de Dorpsstraat in Amstelveen.

Advocaat Sander Janssen vervolgt zijn betoog met de opmerking dat John Mieremet vanaf 2002 Willem Holleeder steeds vaker en feller begon te beschuldigen van van alles.

Dat zal zeker te maken hebben met de mislukte moordaanslag op Mieremet in februari 2002 op de Keizersgracht en de liquidatie van zijn gewezen vriend Magdi Barsoum in maart 2002 in de Bloedstraat op De Wallen. Aan broers Edgar en Pieter van Lent zou Mieremet hebben verteld dat hij na de aanslag op zijn eigen leven de moord op Barsoum had laten plegen.

Na de mislukte aanslag op Mieremet trok die zich terug in zijn villa in het Belgische Neerpelt. Nadat in 2004 het huis in Purmerend was beschoten van (oud-ijshockeykeeper en een goede bekende in het Amsterdamse criminele milieu) Ferry de Kok trok De Kok bij Mieremet in. Janssen: "Die was vast wel blij met een medestander in zijn buurt."

De rechtbank pauzeert drie kwartier voor de lunch.

Barsoum legt de relatie tussen Mieremet, Stanley Hillis en Dino Soerel. Hij zegt later ook dat Hillis opdracht heeft gegeven hem (Barsoum) en zijn broer Abdel alias Mounir te vermoorden. Later zegt hij dat de dreiging is weggenomen, maar kort daarop wordt hij vermoord en in 2004 wordt ook Abdel/Mounir Barsoum geliquideerd.

Op 7 januari 2001 belt Mieremet met Barsoum om te zeggen dat 'Stanley' (Hillis) namens hem gaat bemiddelen om te kijken of hij het kan oplossen met 'die jongens' (de 'Joegomaffia').

Janssen haalt velerlei getuigenissen aan over dat al oude, zo veel besproken conflict tussen Sreten 'Jotsa' Jocic (en Magdi Barsoum) enerzijds en Sam Klepper en John Mieremet anderzijds waarin aan Mieremet en Klepper een miljoenenboete was opgelegd – het conflict waaruit zoveel liquidaties zijn voortgevloeid en dat ook Sam Klepper het leven moet hebben gekost.

Janssen: "Waarom hou ik u dit allemaal voor? Omdat ik dit een thema vind dat heel goed illustreert hoe zeer complexe conflicten in een uiterst explosieve situatie in het criminele milieu van toen een héél ander beeld geven dan het onderbuikgevoel van nu, namelijk dat Willem Holleeder overal achter zit."

Getuige Edgar van Lent zegt dat Mieremet hem heeft verteld dat hij samen met Holleeder achter de tweede aanslag op Cor van Hout heeft gezeten, maar dat past volgens Janssen in de vele valse beschuldigingen die Mieremet over Holleeder is gaan rondbazuinen nadat hij met Holleeder gebrouilleerd was geraakt.

Janssen: "Dat Holleeder enige rol heeft gespeeld bij de tweede aanslag op Cor van Hout blijkt helemaal nergens uit, behalve uit die dronkemanspraat van Cor van Hout en het verhaal van Mieremet aan Van Lent toen die Holleeder zwart aan het maken was."

Onder de naam Vuurwerk begon de recherche naast het reguliere onderzoek naar de liquidatie van Sam Klepper opmerkelijkerwijs een losstaand, tweede onderzoek naar dezelfde zaak. Uitgangspunt van het onderzoek Vuurwerk was het verhaal dat crimineel Magdi Barsoum aan de recherche had verteld dat 'Joegobaas' Sreten 'Jotsa' Jocic achter de moord op Klepper zat.

Janssen: "Barsoum en een CIE-rechercheur bellen in december 2000, na de tweede aanslag op Cor van Hout, dat 'mister John bezig is' en dat Mieremet 'een miljoen op Cor had' (gezet)."

Wel memoreert Janssen dat de dronken, 'zeer onsamenhangend sprekende' Cor van Hout de avond na de tweede aanslag tegen de politie zei dat 'ze in België moeten zijn' en dat 'ze' er aan gaan: 'Willem en die andere'.

De politie gaat ervan uit dat Cor van Hout het heeft over John Miermet en Willem Holleeder. Janssen wil dat op zijn minst relativeren. Hij kan het ook gehad hebben over John Miermet en diens zoon Barry Mieremet.

"Van Hout heeft later op geen enkele manier herhaald dat Willem Holleeder betrokken was bij die aanslag. Hij heeft dat nooit gedacht of gezegd. Wat Cor van Hout hem (Holleeder) altijd wél verweten heeft, is dat Holleeder contact had onderhouden met Mieremet en dat hij vervolgens ook Mieremet niet heeft tegengehouden toen die een tweede aanslag op hem wilde plegen."

Ook andere getuigen hebben het er nooit over gehad dat Cor van Hout het Willem Holleeder zou verwijten dat die betrokken zou zijn geweest bij de tweede aanslag op Cor van Hout.

John Mieremet heeft er volgens Janssen 'zelf ook nooit omheen gedraaid' dat hij (ook) achter de tweede aanslag op Van Hout zat.

Midden in 'de enorme spanning in het criminele milieu' wordt op 20 december 2000 de tweede aanslag gepleegd op Cor van Hout – die weer mislukt. Vooral op basis van afgeluisterde gesprekken tussen 'Paja' M., John Mieremet en Nico V. worden zij door justitie (nog altijd) verantwoordelijk gehouden voor die aanslag.

Ook heeft Cor van Hout gezegd dat hij ervan overtuigd was dat Mieremet hem weer had laten beschieten. Janssen ziet 'een overweldigende hoeveelheid bewijs' dat Mieremet inderdaad opdracht had gegeven voor de liquidatie van Cor van Hout, die dus tot die tweede aanslag leidde.

Die zou, in Amstelveen, zijn uitgevoerd door Nico V. met een scherpschuttersgeweer. Kort na de aanslag belde Nico V. naar Paja M., terwijl hij hijgde en leek te rennen.

Janssen: "Ik wijs er op dat in dit hele verhaal in die periode Willem Holleeder geen enkele rol speelt."

Janssen: "John Mieremet gaat naast Sreten Jocic uit van ook nog een Hollandse opdrachtgever. Dat is ook interessant."

Janssen spreekt het hier niet met zoveel woorden uit, maar hij gaat er van uit dat die Hollandse vermoede opdrachtgever Cor van Hout moet zijn.

In een gesprek met CIE-chef Jan van Looijen zegt de Bosniër Maruf 'Paja' M. op 8 december 2000 dat 'die poedel' (Sreten Jocic) weer in Nederland is. Als hij weet waar hij is zal hij Van looijen niet bellen maar hem (Jocic) 'in stukken hakken'. Dat gesprek wordt afgeluisterd door de recherche.

De liquidatie van Klepper werd vaak geweten aan 'de Joegomaffia', maar Janssen haalt ook een criminele getuige aan die suggereerde dat Cor van Hout daar achter zat. Janssen: "Fred Teeven (voormalig officier van justitie en later staatssecretaris van Veiligheid en Justitie), niet de minste, bracht Cor van Hout in een gesprek in verband met (de in 2006 geliquideerde Thomas van der Bijl) Sreten 'Jotsa' Jocic."

Janssen wil maar zeggen: Cor van Hout en de Joegoslaven kunnen ook gezamenlijk opdracht hebben gegeven voor de liquidatie van Sam Klepper. Ook anderen hebben gezegd of laten doorschemeren dat Cor van Hout 'naar die club Joego's trok' of andersom.

In het veelbesproken interview dat John Mieremet gaf aan misdaadjournalist John van den Heuvel in De Telegraaf zegt die ook dat Jocic en Cor van Hout bij elkaar hoorden.

In een in de gevangenis afgeluisterd gesprek met misdaadjournalist Bas van Hout blijkt op zijn minst dat hij er van overtuigd is dat John Mieremet dacht dat Cor van Hout en hij (Jocic) samen waren. Nog steeds sprekend over de liquidatie van Sam Klepper stapt Janssen over naar verhoren en andere gesprekken van hasjhandelaar Norbert Stok met de politie.

Stok vertelde dat Jocic hem voor de liquidatie van Klepper belde en zei dat hij 'straks maar op teletekst moest kijken om te zien wat hij allemaal kan'. Vervolgens wordt Klepper geliquideerd en verschijnt een bericht daarover op teletekst. Stok waarschuwt vervolgens John Mieremet dat Sreten Jocic de moord op diens compagnon Klepper heeft laten plegen.

Norbert Stok heeft zijn relaas ook recent bevestigd. Het verhaal van Stok wordt ook bevestigd door andere bronnen.

Op 23 september 2000 werd Jan Femer doodgeschoten op de Haarlemmerdijk in het centrum van Amsterdam. Getuigen hebben verteld dat Femers eigen 'baas' Stanley Hillis (zelf geliquideerd in 2011) de opdracht voor die liquidatie moet hebben gegeven. Mogelijk deed hij dat in elk geval met medeweten van 'Joegobaas' Sreten 'Jotsa' Jocic.

Op 10 oktober 2000 volgt 'de aangekondigde moord' op Sam Klepper, bij het Gelderlandplein in Amsterdam-Buitenveldert. Aangezien zij tot dezelfde groep behoorden, zijn de moorden op Femer en Klepper altijd met elkaar in verband gebracht – zij het op verschillende manieren.

De moord op Klepper was al vaak voorspeld, onder meer door de Amsterdams-Egyptische crimineel Magdi Barsoum, die geregeld sprak met de toenmalige, roemruchte chef Jan van Looijen van de Criminele Inlichtingeneenheid. Klepper was ook al geregeld gewaarschuwd.

Advocaat Janssen begint aan het tweede hoofdstuk van zijn verhaal. Dat vangt aan met de aanslag op xtc-handelaar Ronald van Essen. Die had miljoenen bij de malafide vastgoedhandelaar Willem Endstra ingelegd en was die na een lange gevangenisstraf komen terugvorderen.

Hij kreeg zijn geld niet en raakte steeds gefrustreerder. Met kerst 1999 werd hij voor zijn woning aan de Minervalaan in Amsterdam-Zuid in zijn auto door zijn hoofd geschoten. Hij overleefde dat wonderwel, maar zit sindsdien in een rolstoel.

Hij vecht nog altijd voor gerechtigheid en beschuldigt de familie Endstra er (in de rechtbank, in interviews en op sociale media) van opdracht te hebben gegeven voor de aanslag.

Sam Klepper en John Mieremet, andere grote schuldeisers van Endstra, zouden als tussenpersonen verantwoordelijk zijn geweest voor de uitvoering van de aanslag.

Janssen: "Cor van Hout zag het ook zo, maar hoewel hij inmiddels was gebrouilleerd met Willem Holleeder, heeft hij Holleeder nooit genoemd als betrokkene."

Misdaadjournalist Bas van Hout heeft later verteld dat Sam Klepper hem kort na de aanslag op Van Essen had gebeld met een langdurig betoog dat hij als een bekentenis opvatte. Bas van Hout in die verklaring: "Als jullie dat gesprek hadden getapt (afgeluisterd), hadden jullie de zaak rond gehad."

De rechtbank onderbreekt Janssen met het voorstel een kwartier te pauzeren. Die gaat daar mee akkoord. Koffiepauze, dus.

Janssen belandt aan op 8 oktober 1997, als dertig verdachten inclusief hoofdverdachte Cor van Hout in een grote politieactie worden gearresteerd in het grote drugsonderzoek City Peak. De politie vindt behalve een boel drugs heel veel wapentuig en stelt 'twee moordaanslagen te hebben voorkomen'.

Janssen: "De politie ging er in elk geval van uit dat die twee geplande aanslagen verband hielden met de eerste aanslag op Cor van Hout. Ik wil niet zeggen: 'één en één is twee', want daar wil ik juist voor waken, maar het zegt wel wat."

(Één en één is twee zou impliceren dat Van Hout en zijn groep Sam Klepper en John Mieremet hadden willen laten liquideren.)

Janssen wijdt uit over de ruzie die Cor van Hout en Willem Holleeder na de eerste aanslag op Van Hout in 1996 kregen.

Holleeder betaalde Klepper en Mieremet een boete van een miljoen gulden om de problemen met het duo voorgoed uit de wereld te helpen en 'een bloedbad' te voorkomen; Van Hout was woest omdat hij absoluut niet wilde betalen. Hij zou desnoods 'in lood' (kogels) betalen en zei: 'Dan maar een bloedbad'.

'De Allesweter' – veelbesproken in Holleeders processen – zei tegen misdaadjournalist Bas van Hout volgens diens aantekeningen van een gesprek dat 'Cor drie keer door John (Mieremet) is vermoord' nadat hij had gezegd te zullen 'gaan vechten' en het conflict 'met kogels en bloed' zou oplossen.

Meerdere getuigen beschuldigen 'Sam en John' (Klepper en Mieremet) van de eerste én de tweede aanslag op diens leven, memoreert Janssen. In De Telegraaf gaf John Mieremet nota bene toe dat Klepper en hij achter die eerste twee aanslagen zaten.

Janssen: "Holleeder wordt niet voor die eerste aanslag vervolgd, maar wordt er in het dossier wel bij betrokken doordat getuigen onder wie zijn zussen Astrid en Sonja het verhaal van anderen hebben overgenomen dat Holleeder (aan Klepper en Mieremet) de woning van Cor had aangewezen (in de Deurloostraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar hij voor de deur in zijn auto werd beschoten)."

Die woning was in het milieu héél bekend, dus dat aanwijzen was helemaal niet nodig, stelt Janssen. Hij geeft voorbeelden van welke zware criminelen dat adres aantoonbaar goed kenden.

Janssen: "Dat over dat aanwijzen van die woning van Van Hout is één van de vele voorbeelden van hoe John Mieremet later Willem Holleeder in het milieu met allerlei verhalen pikzwart is gaan maken."

Janssen stipt een reeks moorden aan in Amsterdam en omgeving waarvan Klepper en Mieremet werden beschuldigd.

"Er is met andere woorden sprake van een kruitvat dat vele malen tot ontploffing kwam," zegt Janssen. "In dát kruitvat komen pas Cor van Hout en Willem Holleeder ten tonele. Cor van Hout weet dan al snel het ongenoegen van Klepper te wekken."

Waar die ruzie om ging is onderwerp van meerdere theorieën. De leidende theorie is dat Cor van Hout zich dronken 'onhebbelijk' tegenover Klepper en Mieremet zou hebben gedragen.

Hij zou Mieremet 'Schele' hebben genoemd (later overigens diens bijnaam) en hem zijn bril van het hoofd hebben getrokken. Klepper zou hij hebben uitgelachen toen die een vuurwapen (een kalasjnikov) te koop kwam aanbieden (in café Arie in de Jordaan. Van Hout noemde dat 'oude rommel uit de Tweede Wereldoorlog)'.

"De beledigingen en het getreiter van Cor konden tot grote problemen leiden, zo verklaren vele getuigen."

Op 27 juni 1991 werd Klaas Bruinsma vermoord (voor Barretje Hilton aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid). Daarvoor is ex-rechercheur Martin Hoogland veroordeeld. (Hoogland zou in 2004 zelf worden geliquideerd tijdens een fietstochtje vanuit de gevangenis naar zijn baantje 'buiten', een dag voordat hij definitief zou vrijkomen ).

De moord op Bruinsma was weer aanleiding voor grote onrust in het milieu, waarin 'de erven Bruinsma' machtig bleven en andere groepjes zich 'verzelfstandigden' en conflicten kregen met anderen in de onderwereld.

Sam Klepper en John Mieremet, het extreem gewelddadige duo 'Spic and Span', zorgden voor veel geweld en onrust en lieten zich uiteindelijk met wapens arresteren nabij Alkmaar omdat ze 'de hitte op straat even wilden ontvluchten'.

(Ze kregen achttien maanden voor het bezit van een partij wapens waarvoor je nu zeker zes, zeven jaar zou krijgen).

Ook Sreten Jocic verdween in de gevangenis, vooral vanwege het schieten op de politie.

Janssen wijst erop dat de rechtbank 'een heel stellige beslissing zal moeten nemen', maar dat ondertussen nu al in de media van alles 'met grote stelligheid is en wordt beweerd terwijl die stelligheid op grond van alle dossiers niet terecht is'. Janssen ziet vele alternatieve scenario's voor de lezing dat Holleeder achter de moorden moet zitten.

Janssen gaat terug naar 'eind jaren tachtig, begin jaren negentig', de tijd dat maffiabaas Klaas Bruinsma 'op het toppunt van zijn macht was' en 'misschien wel een van de grootste drugshandelaars ter wereld was'. In diens entourage speelden toen al criminelen en groepen een rol die veel later nog hun grote rollen zouden gaan spelen: de Hollandse Netwerken.

Daarnaast was er 'de Joegomaffia' bestaande uit twee (rivaliserende) groepen: die rond de Bosniër Maruf 'Paja' M. enerzijds en die rond de Serviërs Duja Becirovic en Sreten 'Jotsa' Jocic anderzijds.

Janssen bespreekt enkele schietpartijen en moorden, maar vooral de moord in 1990 op Duja Becirovic, die na vanaf de straat te zijn beschoten in zijn woning, in oktober 1990 in het ziekenhuis overleed.

Die moord was aanleiding voor een bloedbad. Op enig moment vielen drie doden in één dag.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting met de mededeling dat het Openbaar Ministerie op dinsdag 26 juni zal reageren op wat advocaten Sander Janssen en Robert Malewicz vandaag te berde gaan brengen in hun verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van Willem Holleeder.

Let wel: dat gaat specifiek over de zaak 'Viool' over de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak. Ook al zou de rechtbank dat verzoek inwilligen, dan blijft Holleeder toch in de cel, in voorarrest voor de andere liquidaties waarvan hij wordt beschuldigd.

Raadsman Sander Janssen neemt het woord. Hij benadrukt dat het 'in een zaak als deze' niet voldoende is de bewijzen in het dossier 'te betwisten en weerleggen', zoals een advocaat normaal zou doen, maar dat Holleeder en zijn advocaten bijna zullen moeten bewijzen dat het anders zat met die moorden.

Dit omdat Holleeder in sommige media al lijkt te zijn veroordeeld en voor een groot deel van de maatschappij als een beest geldt.

Janssen wil tegenover de selectie uit de bewijsmiddelen die justitie de rechtbank voorschotelt, zijn eigen selectie presenteren. Zijn college Robert Malewicz en hij willen 'een zo volledig mogelijk beeld schetsen' van de verhoudingen tussen alle actoren in de onderwereld in de periode rond de liquidatie van Van Hout en de 'verbanden en verbonden en conflicten'.

Het verhaal van Janssen bestaat uit drie delen: de jaren negentig tot de eerste aanslag op Cor van Hout in 1996; de periode daarna tot aan de tweede aanslag op Van Hout in 2000 en tot slot de aanloop tot en nasleep van de daadwerkelijke liquidatie in 2003.

In het veelvoudige liquidatieproces ‘Vandros’ tegen Willem Holleeder is vanaf 10.00 uur het woord aan zijn advocaat Sander Janssen. Die zal in een uitvoerig betoog uiteen zetten dat de werkelijkheid in zijn visie heel wat complexer is dan het beeld dat het Openbaar Ministerie destilleert uit het dossier ‘Viool’ over de liquidatie van Holleeders mede-Heinekenontvoerder, gewezen ‘bloedgabber’ en zwager Cor van Hout (en, nooit te vergeten, de handelaar in luxe speedboten Robert ter Haak die naast hem stond).

Waar aanklagers Sabine Tammes en Lars Stempher het beeld schetsen dat Holleeder wel de opdrachtgever moet zijn geweest voor die liquidatie van Van Hout op 24 januari 2003, en de waarschijnlijk onbedoelde ‘doodslag’ op Ter Haak, zal de verdediging van Holleeder daar tegenover zetten dat de Amsterdamse onderwereld toentertijd een slangenkuil was waarin tal van conflicten motieven van anderen kunnen zijn geweest.

Of het ‘de Joego’s’ waren, rivaal John Mieremet of figuren uit zuidelijke Marokkaans-Nederlandse contreien: de wispelturige en alcoholistische Van Hout had aan elke vinger een vijand.

De rechtbank heeft raadslieden Janssen en Robert Malewicz eerder niet de ruimte willen geven na de behandeling van elk deeldossier een pleidooi te houden, maar via een verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis van Holleeder voor deze specifieke zaak krijgen de advocaten toch hun spreektijd.

Niet dat de kans bestaat dat Holleeder vrij komt als de rechtbank dat verzoek om opheffing voor het voorarrest in de zaak ‘Viool’ al zou honoreren. Hij blijft dan vastzitten voor de vier andere liquidaties en de moordpoging waarvan hij wordt verdacht.

Toch, de verdediging wil een statement maken: de geschiedenis is veelkleuriger dan die in de gehele liquidatiezaak Vandros soms lijkt.

In een vertrouwelijke brief aan misdaadverslaggever Peter R. de Vries heeft Willem Holleeder in 2011 geschreven dat zijn ex-compagnon Dino Soerel betrokken was bij het afpersen van de criminele vastgoedmagnaat Willem Endstra.

Holleeder schreef zijn brief in 2011 als basis voor een telefoongesprek dat hij vanuit de cel zou voeren met Peter R. de Vries, die op het kantoor was van zijn advocaat Stijn Franken.

Overigens schreef Holleeder in zijn brief dat die strikt vertrouwelijk was en dat De Vries daarmee niets mocht doen zo lang hij leefde. Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: "Dat is naar voor u, dat zo'n stuk waar zo duidelijk boven staat dat het vertrouwelijk is en enkel is aan te wenden na uw overlijden, toch door De Vries is ingebracht."

Holleeder reageerde niet op die vaststelling. De zaak gaat donderdag verder.

Lees de samenvatting van vrijdag.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland sluit de zitting. Donderdag zal advocaat Sander Janssen vanaf 10 uur zijn uitvoerig onderbouwde verzoek aan de rechtbank doen om de voorlopige hechtenis van Willem Holleeder op te heffen voor het dossier 'Viool' (over de liquidatie van Cor van Hout en zijn metgezel Robert ter Haak.

Als de rechtbank dat verzoek zou inwilligen, zou Holleeder overigens niet vrijkomen, want hij blijft voor de verdenkingen over het geven van de opdrachten voor de andere liquidaties hoe dan ook nog vastzitten.

Rechter Benedicte Mildner en Holleeder hakketakken nu al ruim een kwartier over de vraag wanneer Holleeder precies wist dat Sonja Holleeder de prostitutiepanden aan de Alkmaarse Achterdam had verkocht.

Het is één lange Babylonische spraakverwarring. Holleeder: "Ik ben al vanaf half vijf op. Een vorige keer toen we het in de namiddag over (de geliquideerde) Martin Hoogland hadden wist ik ook al niet meer hoe het zat..."

Toch begint hij weer met een nieuwe poging tot uitleg, maar die stelt de rechter niet tevreden. Ze houdt Holleeder voor dat hij inmiddels in verschillende verhoren tegenstrijdige verhalen heeft verteld over dit onderwerp.

Rechter Mildner: 'Eerder heeft u gezegd dat Sonja u had gezegd dat ze de panden ging verkopen. Nu zegt u dat ze na Cors dood níet tegen u heeft gezegd dat ze de panden ging verkopen."

Holleeder begint weer een warrig verhaal.

Het is zoals advocaat Sander Janssen zonet al verzuchtte: "Het uur van de week helpt niet mee."

Rechter Bénédicte Mildner speelt nog één laatste, moeilijk verstaanbare, geluidsopname af van een gesprek tussen Astrid en Willem. Volgens Astrid is hier op te horen dat Willem zegt dat hij 'de opdracht al heeft gegeven' (voor de moord op Sonja).

Via de apparatuur in de rechtszaal is het in elk geval niet te verstaan.

Holleeder: "Astrid zegt zo veel..."

Holleeder heeft de geluidsopnames 'honderdduizend keer beluisterd'. "Weet u hoe vaak ik het geluisterd heb? 's Ochtends, 's middags, 's avonds. 's Ochtends weer hup, mijn bed uit...".

In weer een afgespeelde geluidsopname toont Holleeder zich tegenover Astrid woest over 'die kankerhoer' Sonja, zijn andere zus.

Hij memoreert dat ze 'die hoerenkasten' (de prostitutiepanden in Alkmaar uit Cor van Houts nalatenschap) snel heeft verkocht omdat ze het geld in haar zak wilde hebben.

Holleeder vindt dat zijn zus Astrid hem 'een heel gluiperig streekie' heeft geleverd door stiekem gesprekken op te nemen waarin ze hem 'steeds gek maakt' waarna hij gaat 'lopen tieren en schreeuwen en doen'.

Officier van justitie Sabine Tammes onderbreekt het verhaal dat Holleeder al vaak heeft afgestoken: "Dat laat toch onverlet dat u daar zegt dat Sonja 'ook wilde' dat Cor werd vermoord? 'Ook'. Wie wilde nog meer dat Cor werd vermoord dan (volgens Tammes moet dat wel Holleeder zelf zijn)?"

Holleeder: "Daar heb ik eerder al op geantwoord. Ik wilde niet dat Cor werd vermoord."

In een ander fragment zegt Willem Holleeder tegen Astrid dat Sonja de prostitutiepanden aan de Alkmaarse Achterdam (uit Cor van Houts erfenis) heeft verkocht 'zonder zijn toestemming' terwijl ze 'nergens recht op heeft'.

Aanklaagster Sabine Tammes: "Waarom moest u toestemming geven dan? En waarom had ze nergens recht op? U had niets met die panden van doen?!"

Holleeder: "Ik kraai wat en ik schreeuw wat. Ik weet het niet meer. Ik sta daar in de regen..."

Tammes: "Daar ben ik eerlijk gezegd niet zo van onder de indruk."

Holleeder: "Ik weet niet waarom ik het over toestemming heb. Ik wist dat ze het ging verkopen en ik vond dat onverstandig, maar ik heb me daar verder niet mee bemoeid. Ik heb er ook geen euro van."

Rechter Benedicte Mildner speelt een gesprek af waarin Holleeder tegen zus Astrid zegt dat hij 'gas gaat geven' als iets hem niet bevalt van iemand. Veel later zegt Holleeder dat hij Astrid 'een geheimpje zal vertellen'. Daarna wordt gefluisterd en is het niet te verstaan.

Holleeder, nu: "Dat geheimpje kan van alles zijn. Astrid zegt nu dat ik daar zei dat (kroongetuige) Fred Ros niet op de motor had gereden (bij de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak). Dat is echt niet zo."

Ook de rest van het gesprek is vrijwel niet te verstaan.

Holleeder, nu: "Ik heb het wel twintig keer afgeluisterd en ik kan niet verstaan waar het over gaat. Als ik u nu hier stiekem opneem en u over vijf jaar vraag waarover we het vandaag hebben gehad, weet u het ook niet meer."

In een ander gesprek gaat het weer over de motorrijder bij de liquidatie van Cor van Hout. Getuigen zeggen dat Fred Ros de motor reed toen Cor werd doodgeschoten.

Astrid zegt: "Je hebt al een heel onderzoek gedaan toen, hè?"

Rechter Mildner: "Het lijkt alsof Astrid u bedoelt, die onderzoek heeft gedaan."

Holleeder: "Ja, ik heb toen (kort na de liquidatie) al onderzoek gedaan en heb overal rondgevraagd. Ook in 2012 weer."

Astrid zegt dat Holleeder in dit gesprek zegt dat de bestuurder van de motor niet Fred Ros was, maar het is niet te verstaan.

Holleeder, nu: "Ik heb dat niet gezegd."

In een opgenomen gesprek bespreekt Willem Holleeder dat hij steeds uren loopt met een man met wie hij in 'de handel' wil gaan (drugs). Hij heeft al meermaals vijf uur gelopen en gaat weer twee uur lopen.

Holleeder, nu: "Ik kan het nu wel zeggen, dat was Puk." Puk was de bijnaam van de in 2015 in Zaandam geliquideerde Amsterdamse crimineel Lucas Boom.

Het te verschijnen boek van misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink over Cor van Hout is voor publicatie alvast gelezen door Astrid, waarna zij en Willem Holleeder bespreken dat ze geen maatregelen hoeven nemen.

Willem: "Er staat niks in."

Dat Astrid en hij het boek van Korterink over Cor van Hout 'uitspelden' vond Holleeder 'wel gezellig'. Meer niet.

"We lachten een beetje op dingen die ze (nabestaanden van Cor van Hout) in dat boek zeiden. Gezellig. Ik hoef niet wakker te liggen van boeken die geschreven worden en ik hoef niet alles er uit te hebben. Dan kan ik blijven strepen."

"Er zijn wel boeken waar ik álles uit zou willen hebben. Er zijn genoeg boeken geschreven waar de honden geen brood van lusten."

Het boek 'De jonge jaren van Willem Holleeder' van Auke Kok vond Holleeder prima. "Dat heeft Astrid met Auke Kok geschreven. Die vond het prachtig."

Officier van justitie Lars Stempher: "Als er alleen maar positieve verhalen in staan, is het natuurlijk ook geen probleem. Astrid zal niet zeggen: 'Het is allemaal begonnen met de overvallen...'"

Holleeder: "Ik heb Astrid helemaal niet nodig om een boek te lezen. Dat kan ik prima zelf. Achteraf roepen ze (Astrid Holleeder en Peter R. de Vries) nu dat ze het boek over Cor van mij moesten lezen, maar het is onzin. Het was maar een boek."

Toen Hendrik Jan Korterink een boek ging schrijven over de in 1983 vermoorde bokser en crimineel Leo Franzen, een vriend van Willem Holleeder, nam die contact op met oud-topvechter Chris Dolman, die ook met Frantzen bevriend was geweest.

Holleeder vroeg Dolman of die met Korterink zou regelen dat het een louter positief boek zou worden of dat hij dat zelf moest doen.

In een gesprek met Astrid: "Chris is teruggekomen uit Thailand en naar die Korterink gegaan om hem te zeggen dat het positief moest zijn, dat boek, en dat-ie anders al zijn botten zou breken."

Holleeder, nu: "Misschien heb ik stoer lopen doen. Heb ik het wat overdreven."

In april 2013, als Peter R. de Vries net aangifte heeft gedaan van bedreiging door Willem Holleeder, spreken Astrid en Holleeder elkaar weer. Holleeder voelt zich 'in de maling genomen' door zijn broer Gerard. Dat 'heeft hem al zijn bedrijven gekost' (op de Amsterdamse Wallen).

Gerard beheerde Holleeders gokhallen op de Wallen toen die van begin 2006 tot begin 2012 zes jaar vast zat vanwege zijn veroordeling voor het afpersen van zakenlieden.

Holleeder in het gesprek met zijn zus Astrid: "Hij heeft twaalf jaar lang tienduizend per maand gehad om de boel draaiende te houden. Maar uiteindelijk heeft hij samengespannen met Marcel Kaatee (op papier de eigenaar van de hallen) en aan het eind van de rit is alles de (niet te verstaan) in gegaan."

Holleeder: "Ik beroep me op mijn verschoningsrecht als het over mijn broer gaat." (Een verdachte of getuige hoeft zijn familie niet te belasten)

Rechter Benedicte Mildner haalt weer een gesprek met Willem Holleeder aan dat Astrid heimelijk opnam, op het Gelderlandplein in Amsterdam-Buitenveldert, op 2 maart 2013.

Holleeder had in de krant gestaan omdat hij zich plotseling had aangesloten bij de motorbende No Surrender, samen met crimineel Danny K. en oud-topvechter Dick Vrij. Hij was lid geworden voor de 'feesten en partijen'.

Astrid Holleeder zegt dat ze van hem alles moest bewaren wat over Willem Holleeder was geschreven. Holleeder ontkent dat en zegt dat ze stukken zelf bewaarde ten faveure van haar eigen dossier over het witwassen van onder meer het losgeld van de Heinekenontvoering.

"Dan had ze niet genoeg gehad aan die ordners van d'r. Dan had ze met vráchtwagens moeten komen, zo veel is over me geschreven."

Willem Holleeder was op 2 maart 2013 vice-president geworden van de Amsterdamse afdeling van motorclub No Surrender. In april vertrok hij alweer. Astrid waarschuwde Willem er voor dat 'ze' die motorclub wel in de gaten houden.

Willem, in het opgenomen gesprek: "Mooi toch, dan hebben ze wat te doen, die klanten (de politie). Ik ga gewoon naar een feessie."

Leden van motorclub No Surrender op archiefbeeld Beeld ANP

Ariën K. vertelt Sonja dat hij 'al drie keer is geweest en woensdag weer moet naar die Ali'.

(de later geliquideerde 'moordmakelaar' Ali A. was op vrije voeten en zou getuigen onder druk hebben gezet vals te verklaren in het voordeel van Dino Soerel)

Hij is bang voor 'die moordenaar'. Ook zijn vriend Willy L. moet bij Ali A. komen om te horen wat hij moet verklaren als getuige in liquidatiezaak Passage, om te voorkomen dat Dino Soerel levenslang zal krijgen.

"Ze geven niet om vrouwen of kinderen, zijn echt gek. Het zijn allemaal huurmoordenaars weet je wel. Die Ali A. is een paar weken vrij en moet je eens kijken hoe hij alweer te keer gaat. Drieënhalf jaar in de EBI gezeten, hè (de Extra Beveiligde Inrichting in Vught) en dan meteen weer vol gas geven."

"Het zijn heel enge mensen in elk geval. Die Turken zijn verschrikkelijk, die durven alles. Hun gaan op een briefje zetten wat ik moet zeggen. Wat heb ik nou voor keuze."

Holleeder: "Ik blijf nu effe uit dit hele verhaal. Ik blijf helemaal bij dat stuk vandaan (zijn handgeschreven brief) en zal later wel weer dingen verklaren."

"Stanley Hillis (een bekend onderwereldkopstuk, geliquideerd in 2011) is een vies oud mannetje. Cor noemde hem een ouwe vieze stinker."

De zitting gaat weer verder.

Officieren van justitie Sabine Tammes en Lars Stempher gaan Holleeder nu heimelijk opgenomen gesprekken voorhouden tussen crimineel Ariën K. en Sonja Holleeder.

Ariën K. vertelt in de opname dat 'de groep van Dino' Soerel valse verklaringen in elkaar aan het zetten is in het veelvoudige liquidatieproces Passage.

"Hun willen dat ik dat (een valse verklaring) ga vertellen in de rechtbank, maar ik wil dat niet. Die Turk (Soerels vriend en medeverdachte Ali A., inmiddels geliquideerd) heeft heel gewelddadige mannetjes, weet je."

K. blijft herhalen dat hij die valse verklaringen niet wil afleggen, die ook lullig zijn voor je broer (Holleeder), maar dat hij wel zal moeten vanwege de dreiging.

Aanklager Stempher: "Wat kunt u hierover zeggen?"

Holleeder: "Ik beroep me op mijn zwijgrecht. Over alles wat raakt aan het stuk (Holleeders handgeschreven verklaring die voor de lunch is doorgenomen) van daarstraks, beroep ik me op mijn zwijgrecht."

Ariën K. denkt dat Dino Soerel 'heel kwaad is' omdat Willem Holleeder zijn naam heeft misbruikt bij het afpersen.

Tegen Sonja Holleeder: "Maar al die gekken van Dino lopen hier vrij rond. Ik word opgeroepen en dan moet ik gaan vertellen wat ze zeggen dat ik moet gaan vertellen. Alles is heel erg."

Holleeder: "Zwijgrecht."

Ariën K. vervolgt in het opgenomen gesprek. "Alles is erg. Cor van Hout is niet door níemand doodgeschoten. Hij is door iemand doodgeschoten. Van één weet ik het honderd procent zeker, want die was hier huilend: die Jesse (R., in de liquidatiezaak Passage veroordeeld tot levenslang voor huurmoorden).

Die jongens die het uitgevoerd hebben werken voor Dino (Soerel) en Willem (Holleeder)." Zoon Gilbert Rommy van drugshandelaar Henk Rommy, 'de Zwarte Cobra', heeft verteld dat Jesse R. na het doodschieten van Cor drie dagen heeft gesnoven en hem (Gilbert Rommy) daarna huilend heeft verteld dat hij het verkeerd heeft gedaan.

Holleeder: "Ik beroep me op mijn zwijgrecht."

Ariën K. zegt in het opgenomen gesprek tegen Sonja dat hij zich 'bijna niet kan voorstellen dat Willem het heeft gedaan' (Cor van Hout laten doodschieten), maar dat Holleeder 'misschien zo verkankerd was dat hij het wel heeft gedaan'.

Na het voorhouden van het beladen stuk dat Holleeder aan De Vries schreef, vindt de rechtbank het tijd voor de lunchpauze. De zaak gaat om kwart voor twee verder.

Rechter Wieland: "Ja, dat is naar voor u, begrijp ik, dat zo'n stuk waar zo duidelijk boven staat dat het vertrouwelijk is en enkel aan te wenden na uw overlijden toch door De Vries is ingebracht..

Holleeder: "Ik beroep me op mijn zwijgrecht"

Officier van justitie Lars Stempher: "Dit stuk wijkt op veel punten af van eerder door de heer Holleeder afgelegde verklaringen. Wij zien dit als bewijs, dat schreeuwt om een verklaring."

Advocaat Sander Janssen wil wel weten wat Stempher dan als bewijs ziet.

Stempher: "Bijvoorbeeld dat Dino Soerel wél aanwezig was bij gesprekken met Willem Endstra, bijvoorbeeld op het kantoor van advocaat Bram Moszkowicz."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland is aanbeland bij de handgeschreven notities die Holleeder in 2011 in de gevangenis had gemaakt en die hij via zijn toenmalige advocaat Stijn Franken aan Peter R. de Vries had doorgespeeld.

In een telefoongesprek dat De Vries vanuit Frankens kantoor met de gedetineerde Holleeder voerde zou Holleeder hebben gezegd dat de advocaten van het kantoor van Bénédicte Ficq zijn advocaat en hem 'hebben bedreigd' en onder druk gezet om geen kwaad te spreken over (hun cliënt) Dino Soerel.

Holleeder wil geen enkele vraag over deze kwestie beantwoorden. Rechter Wieland stelt toch een reeks vragen, maar Holleeder geeft op geen enkele antwoord.

Officier van justitie Lars Stempher vindt de handgeschreven brief van Holleeder aan De Vries 'een cruciaal stuk' en wil dat Wieland die in zijn geheel voorhoudt aan Holleeder, ook al zwijgt die.

In de brief schrijft Holleeder volop over grote bedragen die Willem Endstra en Jan Dirk Paarlberg aan 'de Ouwe' Stanley Hillis moest betalen. Paarlberg moest betalen aan de antiekhandel van 'de Ouwe'.

Paarlberg moest volgens de notities van Holleeder wel met Willem Endstra meewerken bij het betalen aan Hillis. Het 'probleem' dat aanleiding zou zijn geweest miljoenen te eisen zou een mislukte investering in een discotheek zijn op Ibiza.

Willem Endstra 'had zich mogelijk ingedekt met de achterbankgesprekken (de geheime verklaringen op de achterbank bij drie rechercheurs van de Criminele Inlichtingeneenheid)'.

Paarlberg zou aanvankelijk niet hebben geweten dat hij zijn miljoenen moest betalen aan criminele schuldeisers. Steeds komt in Holleeders aantekeningen '17 miljoen' terug die Willem Endstra via Paarlberg zou hebben betaald aan Stanley Hillis. (Dat is opvallend, want Holleeder is veroordeeld voor het afpersen van ruim 17 miljoen van Willem Endstra.)

Holleeder schrijft ook over de betrokkenheid van Dino Soerel bij de afpersing. De Vries mocht de handgeschreven verklaring van Holleeder niet gebruiken 'bij leven'.

Holleeder schrijft 'geen verrader' te zijn en 'dat ook niet te willen worden', maar hij moet zaken in de openbaarheid brengen. Hij wil niet 'liegen en zichzelf verdacht maken' om Dino Soerel te redden. Hij schrijft door Soerels advocaten te worden bedreigd omdat ze willen dat hij een valse verklaring aflegt in het voordeel van Dino Soerel.

"Meester Ficq heeft een vals spel in elkaar gezet samen met Ariën K. en Willey en andere criminelen."

Rechter Wieland: "Het klinkt toch vreemd dat iemand zoals u door een advocaat is te bedreigen om een valse verklaring in elkaar te draaien..."

Holleeder: "Zwijgrecht."

In de handgeschreven brief schrijft Holleeder dat hij op één punt wel vals zal verklaren in het voordeel van Soerel, namelijk dat hij Willem Endstra onder druk heeft gezet om hem het geld te betalen dat hij tegoed had en dat hij daarbij ten onrechte de naam van Dino Soerel heeft gebruikt, terwijl die van niets wist. (Alleen dat Dino Soerel van niets wist zou een valse verklaring zijn.).

Onderaan zijn brief schrijft Holleeder dat hij alles in de openbaarheid zal moeten brengen als 'dit framen' en 'bedreigen' door Soerels advocaten doorgaat.

Onderaan zijn verklaring herhaalt Holleeder dat zijn advocaat Stijn Franken en hij 'bedreigd' zijn om te zeggen wat 'ze' (Soerels advocaten) willen.

Op 6 december 2005 spraken Holleeder en De Vries weer tijdens een wandeling met De Vries' hond, kort nadat crimineel George van Kleef was geliquideerd.

Holleeder zou hebben verteld dat hij 'floppy's' in handen zou krijgen met het hele politiedossier over de in mei 2004 geliquideerde Willem Endstra. Hij zou die floppy's voor 100.000 euro hebben gekocht van een corrupte politieman. Hij zou De Vries hebben gevraagd de floppy's uit te draaien.

Holleeder: "Daar klopt niks van."

Over de moord op Van Kleef zou Holleeder hebben verteld dat hij al tevoren was getipt dat die zou worden doodgeschoten, maar dat hij Van Kleef niet had gewaarschuwd omdat die zijn mond niet kon houden. Van Kleef zou de lokker en verrader zijn geweest van Cor van Hout.

Holleeder, nu: "Dat kan ik De Vries allemaal niet hebben gezegd. Ik begrijp het allemaal niet. Ik kan dit niet plaatsen en snap niet waar het op slaat. Van Kleef kende Cor helemaal niet en sprak hem nooit. Ik zeg niet dat De Vries hier zomaar wat heeft opgeschreven voor deze zaak, maar ik kan het absoluut niet plaatsen. Het klopt niet."

Officier van justitie Sabine Tammes vraagt zich af waarom Holleeder de afspraken met De Vries via zus Sonja had geregeld.

"Wat had u op uw lever? Dit zijn geen gezellige gesprekken. Dan had u ook niet een rondje hoeven lopen."

Holleeder: "Het is geen gezellig bakkie koffie, maar ik ging vriendschappelijk met De Vries om. Hij is misdaadjournalist en wil allemaal dingen van me weten. Maar ik weet honderd procent zeker dat ik geen 100.000 euro heb betaald voor floppy's en George van Kleef was niet de lokker van Cor."

"Deze gespreksverslagen zijn samenvattingen op een A4-tje van wat Peter de Vries in een gesprek van twee uur denkt te hebben gehoord."

Officier van justitie Lars Stempher houdt Holleeder nogmaals voor dat De Vries noteerde dat hij tevoren wist dat George van Kleef zou worden vermoord en dat hij hem niet had gewaarschuwd.

"Dat zeggen uw zussen ook."

Holleeder: "Als ik geweten had dat Sjors zou worden vermoord, had ik hem dat gewoon kunnen zeggen."

Stempher: "Nee, want dan was u misschien uw mol kwijt die u dat had verteld." Holleeder: "Mollen, mollen, mollen.. Ik héb geen mol (in de criminele organisatie die Van Kleef zou hebben laten vermoorden). Ik weet gewoon dat ik dit niet zo tegen Peter R. de Vries heb gezegd. Dat is alles."

Advocaat Sander Janssen vraagt officier Stempher naar bewijs dat klopt wat de zussen Holleeder zeggen en wat De Vries heeft genoteerd, namelijk dat Holleeder tevoren wist dat Van Kleef zou worden vermoord.

"Ik constateer dat u geen bewijs levert."

Holleeder vertelde aan De Vries ook dat hij al twee keer ternauwernood aan een moordaanslag zou zijn ontsnapt en dat (de in 2011 geliquideerde beruchte crimineel) Stanley Hillis en hij op de dodenlijst van Jocic zouden staan.

De ene moordpoging zou bij Holleeders moeder voor de deur zijn gedaan, de andere bij vriendin Maike Dijkhuis.

Holleeder: "Wat ik De Vries gezegd kan hebben, is dat ze het hadden geprobeerd bij mijn moeder. Dat van Maike zegt me niks. Dat over Hillis kan ik ook niet hebben gezegd."

In een ander gesprek vertelde Holleeder aan De Vries over de achtergronden van drie liquidaties in enkele dagen tussen 31 oktober en 2 november 2005.

Volgens de aantekeningen van De Vries zei Holleeder dat Mink Kok achter de eerste liquidatie zat, van ex-advocaat en consiglieri van criminelen Evert Hingst. Dat zou Kok zelf aan Holleeder hebben gezegd, noteerde De Vries.

Holleeder, nu: "Dat is onzin. Mink had wel klokken, een wapen en juwelen en zo bij (zijn advocaat) Hingst liggen en hij was kwaad omdat hij dat terug wilde, dát kan ik gezegd hebben, maar nooit dat Mink Hingst heeft vermoord. Dat gesprek met Kok had ik twee maanden vóór de liquidatie van Hingst."

Officier van justitie Lars Stempher: "Zou er een reden kunnen zijn waarom Peter R. de Vries zoiets verzint?"

Holleeder: "Ik zeg niet dat Peter dingen verzint. Ik zeg dat sommige dingen die hij heeft opgeschreven niet kloppen. Misschien heeft hij dingen die ik gezegd heb verkeerd geïnterpreteerd. Ik weet niet of ik met De Vries over Hingst en Mink heb gesproken."

De Vries noteerde ook dat 'Joegobaas' Sreten 'Jotsa' Jocic volgens Holleeder een aanslag wilde plegen op officier van justitie Koos Plooij in opdracht van Mink Kok, omdat Plooij de zaak had gedaan over de enorme wapenvondst in een flat aan de Nachtwachtlaan in Amsterdam-West waarvoor Kok een langdurige celstraf had gekregen.

Holleeder, nu: "Dit is onzin. Dat Jocic een aanslag wilde plegen op Plooij klopt, dat stond in alle media. Maar dat Mink Kok daar achter zat, is onzin en ik begrijp echt niet waarom het daar staat (in De Vries' aantekeningen). Kok had zijn celstraf bijna uitgezeten, dus waarom zou hij zich een moord op een officier op de hals halen?"

Rechtbankvoorzitter Wieland haalt een passage aan waarin Holleeder volgens het verslag van De Vries vertelt dat hij de omstreden vastgoedhandelaar en beweerd witwasser voor criminelen Marco P. finaal in elkaar heeft geslagen tot die knockout ging – omdat die zou hebben gezegd dat Holleeder niet meer in Amsterdam-Noord mocht komen, waar P. woont en werkt.

Zijn vrouw, die er tussen kwam, zei Holleeder ook te hebben geslagen. 'Ja, ik sla ook vrouwen en kinderen ook als het moet'.

Holleeder, nu: "Het is niet zo gegaan. Die Marco was heel vervelend in een kroeg in de binnenstad. Ik vroeg de barkeeper eerst hem een biertje te geven, maar hij bleef vervelend en toen heb ik hem één klap gegeven. Buiten hebben anderen hem veel meer klappen gegeven."

In het dossier zitten meer anekdotes over Holleeder die mensen in elkaar slaat. Iemand die een opmerking had gemaakt over zijn belgedrag, sloeg Holleeder helemaal in elkaar – zo bevestigt hij ook.

Holleeder, nu: "Zo ging dat vroeger. Ik heb zo veel mensen klappen gegeven. Dat zit in me. Ik loop niet dag en nacht in de rondte te slaan hoor, maar als iets gebeurt, loop ik niet weg."

Rechter Wieland: "Dat waren mooie tijden."

In 2005 spreken Peter R. de Vries en Willem Holleeder weer, in Hilversum, nadat Nieuwe Revu een artikel had gepubliceerd over dagboekaantekeningen van de in mei 2004 vermoorde Willem Endstra.

(Die aantekeningen gingen over de beklemmende afpersing door onder andere Holleeder.)

Holleeder zei De Vries dat die dagboekaantekeningen hem niet deerden. Endstra was een 'aartsleugenaar' en de waarheid zou nog wel aan het licht komen, zei Holleeder tegen De Vries.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland memoreert dat Holleeder wel door de rechtbank én het gerechtshof is veroordeeld voor het afpersen van Endstra en anderen (tot negen jaar cel).

Holleeder: "Klopt."

Holleeder heeft er bij Willem Endstra wel met klem op aangedrongen dat hij de criminelen zou terugbetalen van wie hij vele miljoenen had aangenomen.

Nu: "Ik ben hem op een gegeven moment ook gaan beveiligen. Ik had soms wel het idee dat hij echt wilde gaan terugbetalen, maar dat deed hij dan weer niet. Een paar weken voor zijn dood pakte hij nog drie miljoen aan van Marco Eijk (later ook vermoord). Dat was ook een levensgevaarlijke man."

De rechtbank is halverwege het doornemen van de acht gespreksverslagen van Peter R. de Vries en onderbreekt de zitting voor een koffiepauze van een kwartier.

Holleeder vertelde aan De Vries ook schaterend dat hij een onzinverhaal de wereld in had geholpen via de Hells Angels, dat hij iemand 'zijn been af ging zagen'.

Die informatie was bij de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE, de geheime dienst van de recherche) terechtgekomen. De CIE kwam vervolgens bij hem om te vragen wat er aan de hand was.

Holleeder vond het hilarisch. Hij 'strooide wel vaker verhalen de wereld in' en 'plaatste bommetjes' om te kijken of de informatie terug zou komen.

Holleeder, nu: "Het is toch wel grappig om een bommetje te gooien en te kijken of informatie terugkomt?"

Tegen de officieren van justitie: "Ik kan me dit bommetje niet herinneren, maar het is misschien beter als u bij de CIE effe uitzoekt of het klopt dat er informatie was dat ik iemand met een cirkelzaag zijn benen zou afzagen?"

Rechter Frank Wieland: "Gooide u niet het bommetje bij De Vries? Dat is natuurlijk ook wel een handige stroman om valse informatie te verspreiden?"

Holleeder: "Die verhouding had ik met Peter niet."

Holleeder vindt sommige elementen in de gespreksverslagen van Peter R. de Vries 'onbegrijpelijk'.

Holleeder: "Soms kan het dat ik me iets niet kan herinneren dat ik toen wel gezegd kan hebben, maar soms begrijp ik gewoon echt niet wat er staat en kán ik het niet gezegd hebben."

Leden van de motorclub Hells Angels Beeld ANP

Begin 2005 sprak Holleeder met De Vries in hotel Jan Tabak in Bussum. Ze bespraken onder meer dat vastgoedhandelaar Erik de Vlieger een conflict had met Israëliërs na 'een zakelijke transactie'.

De Vlieger betaalde de Israëliërs twee miljoen nadat Holleeder zich met de ruzie had bemoeid. Holleeder toont zich tegenover De Vlieger kwaad omdat hij 'een afperser' is genoemd in de media terwijl hij 'alleen maar een simpel gesprek' had gevoerd om het probleem op te lossen. Hij was in zijn ogen dus een verzoener in plaats van een afperser.

Officier van justitie Lars Stempher: "Hoe gaat dat dan, zo'n gesprek? U gaat zitten, zegt 'twee miljoen bij de notaris', klaar?"

Holleeder: "Als je rustig gaat zitten en de zaken rustig uitpraat, blijken de zaken soms veel eenvoudiger te liggen dan het eerst leek. Ik deed zulke gesprekken vaker op verzoek van Willem Endstra. Het zit in mijn aard: als ik dat kan doen (conflicten bijleggen), doe ik dat."

Aanklaagster Sabine Tammes memoreert dat Willem van Boxtel in september 2004 is aangehouden en verhoord. Hij zei de recherche toen dat Endstra hem een miljoen had geboden om Willem Holleeder uit de weg te laten ruimen.

Holleeder, nu: "Ik heb met Van Boxtel gesproken en hij heeft me gezegd dat het niet is gebeurd. Willem van Boxtel was een vriend van me en ik ging dag en nacht met hem om. Hoe kan Endstra nou tegen hem zeggen dat-ie mij moest vermoorden?"

Rechter Margo Somsen vraagt Tammes dat verhoor van Van Boxtel in te brengen, omdat wat Van Boxtel bij de politie vertelde haaks staat op wat Holleeder nu zegt (dat Van Boxtel géén opdracht van Endstra had gehad hem te vermoorden).

Holleeder probeert in een ingewikkeld en soms onnavolgbaar betoog uit te leggen waarom het onbestaanbaar is dat Endstra derden opdracht had gegeven hem te vermoorden.

De crux: "Als Endstra stil was geweest, had het kunnen gebeuren, maar dat-ie het overal zou gaan rondbazuinen dat hij me wilde laten doodschieten, zou zeker niet gebeuren. Dan zou het achteraf als een molensteen om zijn nek hangen dat zoveel mensen er van wisten."

Holleeder vertelde De Vries ook dat Willem Endstra enkele Hells Angels opdracht had gegeven hem (Holleeder) te vermoorden.

Holleeder heeft zich op deze kwestie voorbereid: "Ik hoorde het in 2004 van mijn advocaat Bram Moszkowicz toen ik in de auto zat. Ik heb (de toenmalige president van de Amsterdamse Hells Angels) Willem van Boxtel gebeld om hem daarmee te confronteren en (toenmalig vice-president) Harrie Stoeltie, maar die kon niet want die was aan het autoracen in België."

"Ik heb het met Willem van Boxtel persoonlijk uitgesproken en het laten rusten. Als Willem Endstra mij echt had willen vermoorden, had ie alleen aan John Mieremet hoeven vertellen wanneer ik waar was. Dan had ik hier niet gezeten."

Rechter Benedicte Mildner: "Nog geen tien minuten geleden zei u dat het heel moeilijk was u te vermoorden. Hoe moet ik dat zien, dan?"

Holleeder: "Het enige wat overblijft waartegen je je niet ken beveiligen is als je een afspraak maakt. Ze (de moordenaars) hebben een patroon nodig. Als Endstra met mij had afgesproken in het Amsterdamse Bos en dat aan Mieremet had verteld, was het klaar geweest."

Holleeder vertelde De Vries in detail hoe de vriendin van John Mieremet via de vennootschap California Properties miljoenen witwaste met hulp van Willem Endstra.

Dat John Mieremet hem wilde vermoorden kon Holleeder aantonen, zei hij tegen De Vries. Hij vertelde dat 'vier man in een busje door de stad reden' om Holleeder te zoeken en dood te schieten.

Holleeder, nu: "Dat van dat busje kan ik me niet herinneren, maar dat Mieremet me wilde laten liquideren wist ik wel."

Holleeder noemde Mieremet in het gesprek 'een massamoordenaar'. Iedereen wist volgens hem dat Mieremet veel rivalen had laten vermoorden, maar tot Holleeders ergernis 'deed niemand er wat aan'.

Holleeder, nu: "Ik beveiligde me wel. Ik had twee pantserauto's en vier brommers en wisselde steeds. Het is helemaal niet zo makkelijk iemand te laten doodschieten hoor, al klinkt het lekker spannend."

"Niemand wist waar ik woonde, want ik had altijd meerdere adressen. Zelfs de buren weten niet dat ik ergens woon. Ik ging ook niet elke dag naar dezelfde kroeg of zo. Als je zo leeft, ken je rondrijden zoveel je wilt, want dan kan hij je niet pakken."

Holleeder overwoog eens een beveiligingsbedrijf te beginnen. "Ik heb me verdiept in pantserglas en zo en heb ook heel Willem Endstra's kantoor bepantserd."

Rechter Wieland: "U moet een opleiding beginnen voor mensen die zo in de knel komen. Er worden heel wat mensen geliquideerd. Zijn dat allemaal sufferds dan?"

Holleeder: "Met een paar kleine ingrepen ken iedereen zich beveiligen. Je ken wel vier sloten op je deur zetten, maar als ik een ruitje in tik, ben ik ook binnen. Die pantserauto's waarin ik reed waren natuurlijk eerst ook van zakenlieden geweest. Zodra iedereen wist in welke auto ik reed, wisselde ik die wel in voor een nieuwe voor weinig (geld) er bij."

De Vries en Holleeder bespreken ook dat Willem Endstra tegen zijn broer Haico had gezegd dat 'het een hoop geld scheelt' dat 'Ron van E.' (xtc-handelaar Ronald van Essen) door zijn hoofd was geschoten.

(Van Essen had vele miljoenen bij Endstra belegd en was die komen terugvorderen na een gevangenisstraf. Hij werd vervolgens in 1999 in zijn auto door zijn hoofd geschoten. Hij overleefde dat, maar is blijvend invalide en vecht vanuit zijn rolstoel nog altijd voor gerechtigheid.)

Holleeder ziet in de aantekeningen van De Vries 'ook allemaal dingen die niet kloppen'. In juni 2004 wandelden De Vries en Holleeder door een bos. Holleeder vertelde De Vries dat John Mieremet hem wilde vermoorden.

Holleeder had de man van de secretaresse van Willem Endstra, die politieman was, naar eigen zeggen wel eens hormonen gegeven 'zodat hij zijn Coopertest alsnog binnen de limiet kon lopen'.

Holleeder, nu: "Gewoon van de sportschool." Die politieman was niet een van 'de petten' (corrupte politiecontacten) van Holleeder, zegt hij.

Holleeder vertelt ook dat hij de malafide zakenman Jan Dirk Paarlberg kende.

(Paarlberg is veroordeeld voor het witwassen van vele miljoenen die Holleeder had afgeperst van zakenlieden. Paarlberg was volgens Holleeder aandeelhouder van De Telegraaf en hij was boos over de berichtgeving van die krant.)

Holleeder: "Er zijn ook observatiefoto's van mij en Paarlberg. Endstra was een zakenrelatie van Paarlberg en hij wilde zijn buitenlandse vennootschappen gebruiken om het geld van criminelen wit te wassen."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting en geeft officier van justitie Sabine Tammes het woord. Die wil terugkomen op 'een geheimpje' dat Willem Holleeder aan zus Astrid vertelde in een door haar stiekem opgenomen gesprek.

Ze wil daarover nog wat vragen stellen aan Holleeder. 'Oudste rechter' Benedicte Mildner kondigt aan dat gesprek later vandaag te laten afspelen.

Rechter Wieland begint met notities die misdaadverslaggever Peter R. de Vries maakte van gesprekken met Holleeder. Na de liquidatie van de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra en de aanslag op crimineel Gijs van Dam junior spraken de twee daarover.

Ze bespraken dat Holleeder de vrouw van ex-compagnon Klaas Hummel van Endstra voor vier dagen zou moeten ontvoeren omdat die compagnon zijn zakenrelatie met Endstra had verbroken. Holleeder vond dat plan 'krankzinnig'.

Holleeder nu: "Dat plan was ook krankzinnig. Endstra had een bloedhekel aan die vrouw van Hummel. Endstra had natuurlijk geld nodig van Hummel, om John Mieremet te kunnen betalen. Maar die wilde niks meer met hem te maken hebben omdat Endstra toch weer met criminele activiteiten bezig was."

De gebroeders Driessen (later geliquideerd in Breda door crimineel Ron Nyqvist, die inmiddels zelfmoord heeft gepleegd in Amsterdam-West) hadden twintig miljoen aan winst 'uit pillen' belegd bij Endstra, vertelde Holleeder ook aan De Vries. Holleeder gaf hem ook foto's waar hijzelf op stond met Endstra.

Hummel weigerde alles wat Endstra vroeg.

Holleeder: "Die was er helemaal klaar mee. 'Wegwezen', zei die."

Holleeder vertelde De Vries ook over allerlei andere actualiteiten in de onderwereld.

Holleeder: "Peter is misdaadjournalist. Als je met hem afspreekt, gaat-ie vragen stellen over de misdaad. Je drinkt koffie, eet een broodje.."

Rechter Wieland: "Twee kerels die boven een kopje koffie zitten te lullen met elkaar, zo moet ik het zien?"

Holleeder: "Ja, zo ging het. Al toen ik vast zat voor de Heinekenontvoering belde ik Peter al een paar keer per week om bij te praten."

Holleeder vertelde aan De Vries dat Willem Endstra 'in totaal wel 150 miljoen' voor criminelen geïnvesteerd.

Holleeder, nu: "Hij hep nog veel meer aangepakt, maar dit is wat De Vries toen kennelijk heeft genoteerd."

Nadat de rechtbank dagenlang het dossier ‘Viool’ heeft doorgespit over de liquidatie van Willem Holleeders zwager en mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout – plus de handelaar in luxe speedboten Robert ter Haak die naast Van Hout stond in het spervuur van kogels – komen vanaf 10.00 uur nog enkele overgebleven thema’s aan de orde.

Het gaat onder meer om gesprekken die zus Astrid Holleeder in het geheim opnam, zoals met de met Cor van Hout bevriende crimineel Ariën K. Ook krijgt Holleeder vragen over de al veel besproken stukken die misdaadjournalist Peter R. de Vries alsnog aan de rechtbank heeft verstrekt, zoals verslagen van ontmoetingen die hij met Holleeder had en een handgeschreven stuk dat Holleeder in 2011 zelf schreef vanuit de gevangenis.

Onder druk
De Vries kreeg dat laatstgenoemde epistel op het kantoor van Holleeders toenmalige advocaat Stijn Franken, als basis voor een telefoongesprek dat hij daar met Holleeder voerde.

Die beweerde toen dat de advocaten van zijn ex-misdaadcompagnon Dino Soerel zijn advocaat en hem onder druk zetten om tegen de waarheid in te verklaren, in het voordeel van Soerel – hetgeen Soerels advocaten overigens op hun beurt weer met klem betwisten.

Voorarrest
De rechtbank streeft er naar de inhoudelijke behandeling van het eerste deeldossier ‘Viool’ deze zitting af te ronden.

Donderdag krijgt advocaat Sander Janssen vervolgens de gelegenheid een uitvoerig verzoek te doen om de opheffing van Holleeders voorarrest voor deze specifieke zaak, omdat het volgens Janssen ontbreekt aan sterke aanwijzingen dat Holleeder inderdaad de opdrachtgever was van de moord op Cor van Hout en de ‘doodslag’ op Robert ter Haak.

Peter R. de Vries heeft alsnog aantekeningen van gesprekken die hij heeft gevoerd met Willem Holleeder verstrekt aan het Openbaar Ministerie (OM).

Bij de stukken van De Vries zou ook een handgeschreven verklaring zitten van Holleeder.

Peter R. de Vries Beeld anp

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland legt nog eens uit dat vandaag veel 'zijpaden' zijn besproken 'waarop de recherche na de liquidatie van Cor van Hout heeft gerechercheerd'. "Het komt wat brokkelig over, maar wij meenden dat dit moest worden besproken."

Wieland werkt toe naar een einde aan de zitting. Vrijdag gaat de zaak verder met het doornemen van afgeluisterde gesprekken die Willem Holleeder voerde en de stukken die misdaadjournalist Peter R. de Vries alsnog aan het Openbaar Ministerie heeft gegeven.

- Beeld anp

Advocaat Sander Janssen wijst er op dat de Brabantse crimineel John Jansen 'een koppeling met John Mieremet niet uit sluit'. "Dat komt dan weer overeen met wat onze cliënt zegt over Mieremets betrokkenheid bij de liquidatie van Cor van Hout."

Holleeder: "Ik hoorde die verhalen over die rippartij en die verdwijning van Mimoun Changachi in de onderwereld. Dat heb ik (misdaadjournalist) Peter R. de Vries gezegd. Ik noemde het als één van de opties."

Op een feest in het Zuiden zou John Mieremet hebben gezegd dat Cor van Hout zou worden doodgeschoten. Een getuige die daarover had gehoord, zegt dat weer te hebben doorgegeven aan Cor van Hout.

Advocaat Sander Janssen 'sluit niet uit' dat 'gemeenschappelijk opgaande belangen' van verschillende groepen de reden kunnen zijn geweest dat zij gezamenlijk de liquidatie van Cor van Hout hebben georganiseerd.

Rechter Mildner gaat door naar de vermissing van de crimineel Mimoun Changachi uit Utrecht op 5 september 2001. Hij zou samen met anderen Nederlandse criminelen hebben belazerd en daarom een conflict hebben gehad met de Volendamse hasjhandelaar Jack Stroek en diens compagnon.

Op de dag dat Changachi verdween, werd in Den Haag ook een kennis van hem ontvoerd voor één dag. De Brabantse crimineel John Jansen heeft recent een verklaring afgelegd waarin hij zegt dat hij 'zeker weet dat Willem Holleeder niet achter de moord op Cor van Hout zit'.

Bij de onderzoeksrechter heeft hij verteld dat hij een compagnon van Mimoun Changachi kende en via hem ook Gijs van Dam (junior) had leren kennen. Gijs van Dam was goed bevriend met Cor van Hout. Er was een grote partij hasj 'geript' (gestolen) en Gijs van Dam en een Marokkaanse compagnon brachten die op de markt.

Cor van Hout belde John Jansen om te zeggen dat Gijs van Dam en hijzelf niets te maken hadden met de rippartij. Van Hout vroeg Jansen één front met hem te vormen. John Jansen deed dat niet, maar 'ging zitten' met de familie Changachi. Jansen vertelde de familie naar eigen zeggen dat hij al jaren geen zaken meer deed met één van de Marokkanen die bij de drugsdiefstal betrokken was.

Van Marokkanen uit Utrecht hoorde John Jansen later dat de familie Changachi Cor van Hout hadden laten liquideren. Voor 'het gevoel' van John Jansen 'is het honderd procent zeker dat Willem Holleeder niet achter de moord op Cor van Hout zat'.

De twee broers Azouagh die ook in de drugsdiefstal verwikkeld zouden zijn geweest, zijn later eveneens geliquideerd. Daar zouden ook de Changachi's achter hebben gezeten. De vete heeft veel reuring veroorzaakt in de Utrechtse en de Bredase onderwereld.

Rechter Mildner bladert door naar 'verklaringen over van alles' dat met contacten van Cor van Hout te maken heeft in de periode voor diens dood. Een man die een etage aan Cor van Hout had verkocht sprak Van Hout nog de dag voor zijn dood. Hij zegt nooit problemen met Willem Holleeder te hebben gehad.

Een kennis van hem 'vond Cor een lul omdat hij jaloers was op Cor'. De Volendamse hasjhandelaar Jack Stroek figureert in het verhaal. Holleeder: "Nooit gezien, nooit gesproken, maar ik weet natuurlijk wel wie hij was. Ouwe penoze. Nu ben ik ouwe penoze, dus Jack Stroek is ouwe ouwe penoze."

De aan lager wal geraakte ex-advocaat Evert Hingst (in 2005 geliquideerd in Amsterdam-Zuid) vertelde dat Willem Holleeder ruzie met een derde had die hij zou laten doodschieten. Holleeder, nu: "Een doorgesnoven ex-advocaat, die Hingst. Hij lult maar wat."

Ook andere verklaringen doet Holleeder af als 'slap gelul, geouwehoer'.

Een kennis die meer criminelen kende, noemde 'de palingboer uit Volendam Jack Stroek' heel gevaarlijk. Volgens hem was een partij hasj van hem verdwenen en hadden Cor van Hout en Gijs van Dam daarvan de schuld gekregen, waarna ze allebei werden geliquideerd.

De moord op Cor van Hout kon ook zijn gepleegd vanwege een conflict met 'gasten in het vastgoed in Amsterdam'. Over Holleeder was de kennis 'niet heel complimenteus', zegt rechter Mildner. Holleeder: "Da ken. Ik ben over hem ook nooit complimenteus."

Jack Stroek is ook verhoord. Rechter Mildner: "Die zegt niet veel, kort samengevat. Hij had op straat gehoord dat Jesse achter de moord op Cor van Hout zat. De politie moet maar kijken naar de dood van Gijssie van Dam (junior) en Cor, want dat waren vrienden. Misschien was daar een link."

Rechter Mildner is weer volop in gesprek met Holleeder over zijn boosheid omdat hij dacht dat zijn zussen tegen hem hadden gelogen over de 'deal' die zij met justitie hadden gesloten over de prostitutiepanden in Alkmaar, waarin Cor van Hout zijn deel van het Heineken-losgeld had geïnvesteerd.

Een thema dat al vaak is gepasseerd. Holleeder: "Ze hebben een spelletje gespeeld en ik ben d'r in getrapt. Ik heb willen begrijpen wat aan de hand was. Ja, ik heb gedreigd. Als je er niet op een andere manier achter komt, ga je dreigen."

Bij de hervatting van de zitting wil officier van justitie Lars Stempher graag nog even een gesprek voorhouden aan Willem Holleeder. Het is weer een stiekem gemaakte opname van een gesprek tussen Astrid en Willem, waarin hij zegt dat hij Sonja 'a la minute dood schiet' als ze met zijn geld 'gaat kloten'.

Astrid hoeft zich 'geen zorgen te maken, nooit in je leven'.

Holleeder, nu: "Het is gewoon een vorm van dreigen. Ik kom van de straat. Als mensen je steeds voor blijven liegen, ga je een beetje dreigen."

Astrid is bang te worden geraakt als hij Sonja dood schiet, terwijl zij daar naast zit. Holleeder herhaalt dat zij zich geen zorgen hoeft te maken.

Aanklager Stempher: "Sonja kon u toch niet zwart maken bij de politie, zoals u vreesde, want u had toch niets te maken met liquidaties en afpersingen?"

Holleeder: "Het was mij helemaal niet duidelijk wat voor deal zij hadden gemaakt met justitie. Justitie zat vanaf 1984 achter de losgeldmiljoenen van Heineken aan, en nu mocht Sonja een miljoen betalen en de rest houden. Daar moet wat tegenover hebben gestaan, anders was het niet begrijpelijk."

De rechtbank pauzeert tot kwart voor twee voor de lunch. Voorzitter Frank Wieland: "Het middagprogramma wordt niet lang, denk ik." Holleeder: "Perfect. Lekker rustig. Dan hebben we geen file."

De Amsterdamse crimineel Sjaak B., die op 24 januari 2015 in Panama door zijn hoofd werd geschoten, whatsappte naar officier van justitie Betty Wind dat de aanslag op hem een represaille was voor de liquidatie van Cor van Hout.

Hij schreef met grote stelligheid dat hij niet op de motor van de schutter van Van Hout had gezeten en dat Fred Ros er evenmin op zat. 'Twee Joegoslaven' hebben Van Hout vermoord in opdracht van John Mieremet, zei hij.

Holleeder, nu: "Die jongen was door zijn hoofd geschoten, lag in het ziekenhuis en ging allemaal dingen zeggen. Ik ken daar niks mee. Ik heb wel al zo vaak gezegd dat Mieremet achter de moord op Van Hout zat."

Aanklager Lars Stempher gaat nog even in op de banden tussen Willem Holleeder en Maruf 'Paja' M. – de in Amsterdam heel bekende crimineel die een Italiaans restaurant uitbaatte in Den Haag.

Ze deden geen zaken, zegt Holleeder nu: "Paja en ik gingen met elkaar om. Dit en dat en zus en zo, meer niet. Ik sprak wel met hem, maar niet over liquidaties."

Stempher: "U zegt dat u niets met Paja besprak, maar ik geloof u niet."

Holleeder: "Ja, dat is uw werk. Want als u mij gelooft, dan mag ik naar huis."

Paja zei Holleeder in een afgeluisterd telefoongesprek dat 'die poedel' in de stad was (Joegobaas Sreten 'Jotsa' Jocic). Dat kon een gevaar zijn, ook voor John Mieremet.

Holleeder: "Ik heb het doorgegeven aan John Mieremet. 'De poedel is in de stad'. Klaar. Ik had niets met die man. Geen ruzie, niks."

De stiefzoon van Mirko Vukmirovic heeft, in de hoop dat de liquidatie van zijn stiefvader zou worden opgelost, volop verklaringen afgelegd. Zo zei hij al tevoren van zijn stiefvader te hebben gehoord dat 'Cor er aan zou gaan'.

'De moordenaar' die Van Hout volgens de stiefzoon heeft vermoord, had volgens hem ook contact met Willem Holleeder.

De rechtbank worstelt zich door allerlei verbanden van Joegoslaven en de Amsterdamse onderwereld.

Eén 'Joego' had wel zeven aliassen, waaronder 'Mirko'.

Holleeder: "Ze hebben allemaal dezelfde namen."

Rechter Mildner wijst nu op gegevens van telefoonmasten rond de plek waar de daders van de aanslag op Van Hout en Ter Haak de motor dumpten.

In onderzoeken naar een drugsorganisatie blijkt dat één van de nummers waarmee vanaf de plek bij de motor werd gebeld, contact had met bekende criminelen uit voormalig Joegoslavië, onder wie Srdjan Miranovic, Mirko Vukmirovic en Alexander Bulatovic.

Zij zijn alledrie geliquideerd. Bij de latere kroongetuige Fred Ros is een telefoon gevonden die contact had gehad met de telefoon die met de telefoons van Miranovic, Vukmirovic en Bulatovic belde. Overigens is Willem Holleeder verdacht geweest van betrokkenheid bij de moord op Srdjan 'Serge' Miranovic in Montenegro. Die zaak is geseponeerd.

Holleeder kende Miranovic naar eigen zeggen wel 'van Cor', maar met diens liquidatie in 2006 zegt hij niks te maken te hebben.

Rechter Margo Somsen memoreert dat 'Alex' Bulatovic in 2003 is doodgeschoten (in de Amsterdamse PC Hooftstraat), 'Mikas' Vukmirovic in 2003 voor zijn huis in Spanje en Miranovic in 2006 in Montenegro.

Holleeder is met zijn vrienden Maruf 'Paja' M. en Luka B. wel met conflicten met die Joegoslaven in verband gebracht. Holleeder: "Ik ging een beetje met Paja om, hè? Ik zag hem regelmatig." Samen met Paja en Luka B. werd Holleeder op de Rozengracht wel eens beboet voor wildplassen.

De recherche vermoedde dat Paja M. de opdracht had gegeven voor de liquidatie van Srdjan Miranovic in Montenegro. Daarna belde die over 'rode shampoo' – wat justitie interpreteerde als codetaal voor bloed. Na dat gesprek zou Paja naar Holleeder zijn gegaan.

Holleeder woonde toen in Wassenaar, maar niet waar de politie dacht dat hij woonde. Hij heeft daarover nog 'een leuk verhaal'. Hij zag eens dat hij werd geobserveerd door de recherche, op de Dennenweg.

"Ik maakte een grapje. Ik pakte mijn sleutels en ging een portiek in, zodat ze dachten dat ik daar woonde. In Kolbak (het grote onderzoek naar afpersingen) hebben ze daar toen nog een inval gedaan, maar ik woonde daar helemaal niet."

Gelach op de publieke tribune.

Rechter Mildner schakelt over naar de compositietekening van de man in de donkere BMW vlakbij de moordplek van Cor van Hout, waarop kroongetuigen Fred Ros en Peter la Serpe duidelijk Jesse R. zeggen te herkennen.

Zelf zegt Jesse R. door een infectie wonden in zijn gezicht te hebben gehad en kortgeknipt haar: hij kan die man op de compositietekening volgens hemzelf dus niet zijn.

Holleeder: "Ik heb geen idee, het zegt me niks."

Medewerkers van een winkel beschrijven 'iemand met een getint uiterlijk met lelijke littekens in zijn gezicht'. Een ex zei dat Jesse R. in de dagen rond de moord op Van Hout herstellende was van gordelroos op zijn hoofd.

Een getuige op grond van wiens verklaring de compositietekening is gemaakt, sprak van donker lang haar dat alle kanten uit stak. In een woning waar Jesse R. kwam zijn in dezelfde periode pruiken gevonden met donker lang haar.

De dag waarop al die criminelen in het Okura zouden zijn geweest, onder wie overigens ook Jesse R. en zijn vader Greg R., was 26 januari 2003: twee dagen na de moord op Cor van Hout.

Holleeder kan zich daar niets van herinneren, zegt hij. Een politieman herkende Jesse en Greg R. Hij ging op de parkeerplaats kijken naar de auto's en de kentekens en bekeek bewakingsbeelden, waarop hij Willem Holleeder zegt te hebben herkend.

('De plaat' waar het steeds over gaat, en dat Holleeder helemaal niks vindt, is het Japanse toprestaurant Yamazato.)

Holleeder, nogmaals geconfronteerd met het gegeven dat hij twee dagen na de liquidatie van Van Hout met dat gezelschap in het Okura kan zijn geweest: "Klaarblijkelijk was ik daar wel dus... Ik ben slecht in data en heb ook geen agenda."

Rechter Wieland: "Waarom denkt u dat u die dag daar niet bent geweest?"

Holleeder herhaalt dat hij het zich niet herinnert. Wieland: "Ik kan me voorstellen dat u zou zeggen dat u die dagen na de moord op Cor van Hout wel wat anders aan uw hoofd had..."

Holleeder: "Ik ken het me niet herinneren."

Officier van justitie Lars Stempher: "U heeft héél stellig gezegd dat u daar twee dagen na de moord op Cor van Hout niet met al die bekende namen kunt zijn geweest. Hoe kunt u zo stellig zijn?"

Holleeder: "Ik probeer mee te denken. Als ik steeds op mijn stelligheid word afgerekend, durf ik hier niks meer te zeggen. Ik ben geen zwijgende verdachte, maar ik word hier een beetje flauw van. Ik moet op eieren lopen en ik zal het proberen. Ik praat te makkelijk zwart-wit en dat moet ik niet doen, maar ik vind dat wel heel lastig, want ik zeg dingen spontaan."

Rechter Wieland: "U bent net zestig geworden. Misschien is het een goed moment om in grijstinten te gaan denken in plaats van in alleen zwart-wit."

Holleeder: "Misschien heeft u gelijk."

Holleeders ex-compagnon Dino Soerel zou op een dag eerst een tas aan Ernst S. hebben gegeven in de Rijnstraat, wat door de recherche werd geobserveerd, en hem later opnieuw hebben ontmoet. Ernst ontkent dat hij Robert ter Haak onder druk heeft gezet om Cor van Hout naar de moordplek te lokken – zoals wel is gesuggereerd.

Holleeder herhaalt dat hij Ernst S. niet kent.

Rechter Mildner: "Kan het zo zijn dat mensen u kennen, maar u hen niet?"

Holleeder: "Ja, dat kan. Dat is het Johan Cruijff-effect. Mensen kenden hem, maar hij kende hun niet."

Rechter Mildner neemt andere verklaringen door over Ter Haak en Ernst. Sommigen zeggen dat Ernst Holleeder ook kende, onder wie die Ernst zelf. Die zegt Holleeder in het Okura hotel te hebben gesproken.

Holleeder wijdt uit over Okura. "Ik weet niet of u het okura een beetje kent? Als je binnen komt en rechts gaat, heb je een traditioneel restaurant, links heb je de plaat. Ik at nooit bij de plaat, want dan schuiven ze je aan bij allemaal andere mensen die al aan die plaat zitten. Dan zit je met allemaal criminelen en allemaal anderen. Het kan best dat ik bij die Ernst een keer ben aangeschoven, maar ik herinner het me niet."

Advocaat Sander Janssen grijpt in: "Cliënt zegt eerst dat hij bijna nooit bij de plaat kwam en later dat hij daar nooit kwam. We heb meneer verteld dat hij wat makkelijk is met de begrippen 'altijd' en 'nooit'."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: "U zult er wel een keer geweest zijn, want u zegt dat u het aan die plaat verschrikkelijk vond. U zult daar dus geweest zijn om die verschrikking te ervaren." Gelach op de publieke tribune.

Getuigen vertelden dat bekende Amsterdamse criminelen Danny K., Sjaak B., Dino Soerel, ex-topvechter Dick Vrij en andere bekenden uit het milieu in Okura aten. Willem Holleeder zou ook zijn aangeschoven, maar die ontkent dat nu. Het etentje was waarschijnlijk na de dood van Robert ter Haak.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting weer.

'Oudste rechter' Benedicte Mildner gaat verder met de ondervraging van Holleeder over het dossier 'Viool', over de moord op Cor van Hout en Robert ter Haak. Ze begint met de gangen van Robert ter Haak voor die op 24 januari 2003 werd vermoord.

Ter Haak kwam de weken voor zijn dood in restaurant Abina aan de Amsterdamseweg in Amstelveen. Holleeder: ''Ken ik, ja, daar komen alle boeven uit Amsterdam."

Personeel van Abina zag Ter Haak vaak met ene Ernst. Die Ernst leek weinig hoffelijk, Ter Haak wel. Die betaalde altijd. Weken voor zijn dood kwamen enkele 'sportschooltypes' bij ter Haak aan tafel zitten. Een van hen herkende het personeelslid later als Bas Vermeulen, vriend en bodyguard van Cor van Hout.

Op een andere dag deed Ernst 'erg nerveus' en bestelde hij vroeg in de ochtend ineens tosties, wat hij anders nooit deed. Hij las de krant, maar dat leek een pose terwijl hij nerveus uit het raam keek.

De Ernst in kwestie is in 2003 en 2008 en 2017 uitgebreid verhoord. Hij zei over de dag van de moord dat hij Ter Haak ontmoette in restaurant Abina. Hij zei zich eerdere ontmoetingen niet te kunnen herinneren, ook niet met Bas Vermeulen.

Hij ontkende nerveus de zaak uit te zijn gerend, zoals het personeel had verteld. Kort voordat hij ging lunchen met Cor van Hout, belde Ter Haak Ernst nog even. Rond drie uur 's middags belde ene 'Quincy' om te zeggen dat Ter Haak was neergeschoten. Robert 'was geen crimineel'.

Ernst ging niet naar de begrafenis van Ter Haak omdat hij met zijn schoonouders op skivakantie was en 'Robert er toch niet mee terug kreeg'. Hij herhaalt dat 'er niets speelde' en hij 'geen problemen had'.

Holleeder zegt die Ernst niet te kennen. "Het zegt me helemaal niets. Ik ken die hele jongen niet en heb zijn verklaringen ook niet gelezen."

Bas Vermeulen zegt Ter Haak alleen via Cor van Hout te hebben gekend. Soms moest hij van Cor een afspraak met de handelaar in luxe speedboten maken. Hij had schijnbaar wel problemen, maar deed daar luchtig over.

De Heineken ontvoerders Willem Holleeder (l) en Cor van Hout. Beeld anp

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland pauzeert een kwartier voor koffie.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland gaat in hoog tempo door verklaringen van getuigen die suggereren of zeggen dat Holleeder al jaren tevoren opdracht had gegeven voor de moord op Cor van Hout en dat het van hem niet zo nodig meer had gehoeven toen het werkelijk gebeurde.

Holleeder: "Dat moeten ze zeggen van (zus) Astrid. Die zegt dat ik vanaf 1996 achter Cor aan had gezeten zodat ik de Achterdam had (de prostitutiepanden van Van Hout in Alkmaar). Als ik die panden had willen hebben, had ik ze wel gepakt. Als je zo ver kunt gaan iemand te vermoorden omdat je iets van diegene wil hebben, dat je die spullen dan ook gaat pakken. Je vermoordt toch niet iemand voor niets en gaat dan achterover zitten? Het is maar een gedachtengang, hè?"

Officier van justitie Sabine Tammes 'mist toch de logica een beetje'. Holleeder, cynisch: "Ik had niet anders verwacht."

Holleeder: "Sonja heeft mij verteld dat ze die Achterdam zou verkopen. Mij maakte het niet uit. Ik had haar nog geadviseerd het niet te verkopen en alles te houden zoals het was." Holleeder zat zelf niet op de panden te azen, bedoelt hij te zeggen.

Dat Sonja haar huis in Spanje moest verkopen van Holleeder, 'is onderdeel van de leugens van Sonja'. Holleeder: "Ze heeft dat huis na de dood van Cor nog jaren gehad."

Wieland begint over Holleeders band met Dino Soerel, met wie hij volgens getuigen opdracht gaf voor liquidaties. Getuigen zeggen ook dat hij 'gebruik maakte van de mensen van Stanley Hillis'.

Holleeder: "Ik ken Dino Soerel, ja, maar ik heb van niemand gebruik gemaakt om liquidaties te plegen. Ook niet van Soerel of mensen van Hillis."

Advocaat Sander Janssen van Holleeder memoreert dat nabestaanden van Cor van Hout zoals broer Ad van Hout, vriend Thomas van der Bijl en stiefbroer Martin E. aanvankelijk steeds hadden gezegd dat John Mieremet achter de moord op Cor zat, en dat ze pas later zijn gaan vertellen dat Willem Holleeder de opdrachtgever was.

Kroongetuige Fred Ros zegt dat Dino Soerel de opdracht voor de moord op Cor van Hout gaf aan Jesse R. ''Als je een opdracht krijgt van Dino, is die ook van Willem Holleeder."

Jesse R. zou ook zelf aan Ros hebben gezegd dat hij 'Cor had gedaan'. Eerder zou hij al hebben gezegd dat hij 'Cor mocht doen'.

Volgens kroongetuige Peter la Serpe zei hij Jesse R. dat die sprekend leek op de man die volgens een getuige in een donkere BMW had gezeten vlakbij de moordplek, en van wie een compositietekening was getoond. Jesse R. zou hebben geantwoord dat hij 'een engeltje op zijn schouder had'.

Willem Holleeder (M) met zijn advocaten Robert Malewicz en Sander Janssen. Beeld anp

Rechter Wieland haalt de anonieme bedreigde getuige Q5 aan die in een club in Rotterdam werkte en zegt dat hij daar de Amsterdamse criminelen Willem Holleeder, Dino Soerel en Ali Akgün na het nuttige van de nodige drank over liquidaties hoorde praten.

Holleeder, nu: "Ik ben wel in die Baja Beach Club geweest, maar ik ga daar niet lopen praten over liquidaties. Ik moet u eerlijk zeggen: ik heb mezelf er op betrapt dat als ik een leuk meissie zie en denk dat het wel wat kan worden, dan zeg: 'die gaat er an, die pak ik'."

Rechter Wieland: "Als hij zegt dat hij hoorde dat er 'vier, vijf in een paar dagen zouden gaan' (zoals ook is gebeurd), ging dat ook over meisjes?"

Holleeder: "Ik weet het niet. Ik had het niet over liquidaties."

Wieland: "Wat denkt u in het algemeen over die verklaringen van Q5?"

Holleeder: "Niet veel. Ik weet niet wie dat is. Wat moet ik met diegene. Het is maar een Q5, het zal wel."

Rechter Wieland gaat naar een door zus Astrid opgenomen gesprek waarin Holleeder zegt: 'We zijn het er over eens dat er niks staat'.

Holleeder: "Dat gaat er niet over dat Stanley Hillis Cor van Hout heeft vermoord en niet ik, maar dat gaat gewoon in het algemeen over dat boek. Daar stond niks in. Ik ben dat samen met Astrid gaan lezen. Niet omdat ik moest zien of er wat gevaarlijks voor mij in stond, maar omdat het wel gezellig was. We hebben volop gelachen over wat die nabestaanden van Van Hout allemaal voor onzin hadden gezegd."

In een opname die 'de fluistertapes' is gaan heten komt 'de lokker' aan de orde: de man die Cor van Hout naar de plek had gelokt waar hij vervolgens werd vermoord. Holleeder zou in de bezoekersruimte van de gevangenis tegen Astrid gezegd dat Robert ter Haak zelf de lokker was.

Holleeder: "Astrid komt met het verhaal van: 'Is het Adje of Robert ter Haak?' Dan is het niet te verstaan. Ik heb helemaal niet gezegd dat het Robert ter Haak was. Als hij de boel had gelokt, had hij er toch niet naast gestaan (toen Van Hout werd doodgeschoten)?"

Rechter Wieland: "Dat is speculatief. Ik vind dat nog geen platmaker (een glasheldere ontkrachting van die theorie): misschien dacht Ter Haak wel dat de motor op een ander moment zou komen."

Holleeder zei bij de onderzoeksrechter dat hij het niet erg vond dat (de later geliquideerde) Thomas van der Bijl 'overal rond riep' dat Holleeder achter de moord op Cor van Hout zat. Holleeder, nu: "Wat kan mij dat nou schelen? Ik kan me overal wel druk om maken."

Rechter Wieland gaat over naar een boek van misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink over Cor van Hout, met medewerking van diens nabestaanden. Via Astrid kreeg Willem Holleeder het te lezen voor publicatie, om te kijken of hij er niet negatief in aan bod kwam.

In dat boek staat de suggestie dat Hillis achter de moord op Cor van Hout zou zitten. Holleeder lijkt met Astrid in een opgenomen gesprek vrolijk te bespreken dat het prima was als dat boek zo zou verschijnen: 'Dat is weer een alibi er bij'.

Holleeder: "Ik heb dat boek op verzoek van Peter R. de Vries, Astrid en Sonja doorgelezen om te kijken of Sonja er niet negatief van af kwam. Toen heb ik met die meneer Korterink keurig een gesprek gehad waarin ik hem heb gezegd dat het (de nabestaanden van Cor van Hout) allemaal leugenaars zijn en of-ie daar rekening mee wilde houden. Ik wilde alleen voorkomen dat Sonja in de problemen zou komen omdat er verhalen in zouden komen over haar erfenis (onder meer de prostitutiepanden die Cor van Hout met Heinekenlosgeld had aangeschaft in Alkmaar)."

In een opgenomen gesprek gaat het er over de vraag of Fred Ros (dan inmiddels kroongetuige) de motor had bestuurd waar van af Cor van Hout was geliquideerd. Holleeder zegt dat hij Astrid 'een geheimpje' wil vertellen. Hij lijkt te zeggen wie de motor wél heeft bestuurd, een ander dan Ros. (Volgens Astrid noemde hij wapenfanaat en onderwereldfiguur Sjaak B.)

Holleeder: "Astrid zegt van alles omdat ze weet dat ze het opneemt. Ineens fietst ze er iets tussen. Ik praat door over iets anders, maar achteraf koppelt ze wat ik zeg aan haar eigen woorden. Zo doet ze dat steeds, waardoor het lijkt of ik iets zeg dat ik niet heb gezegd."

Astrid zegt dat haar broer met zoveel woorden heeft gezegd dat Fred Ros in elk geval niet de motor bestuurde. Holleeder, nu: "Dat héb ik niet gezegd, want zo denk ik er ook niet over."

Cor van Hout (L) en Willem Holleeder (R), twee van de ontvoerders van Freddy Heineken in een hotel in het Franse Beauvais. Beeld anp

Rechter Wieland gaat weer over naar heimelijk door Astrid gemaakte geluidsopnamen van gesprekken tussen haar en haar broer Willem. Die zou steeds hebben herhaald dat Sonja 'er aan zou gaan' als ze zou praten met de politie.

Holleeder: "Dat ik gezegd zou hebben 'Dan ga je, net zoals Cor', dat heb ik niet gelezen in de stukken (de uitwerking van de gesprekken."

Wieland: "Nee, het is wat Astrid er over zegt. In het gesprek zelf zegt Astrid dat 'ze er niet mee kan leven' (als Holleeder Cor zou laten ombrengen" U zou hebben gezegd: 'Ik kan er niet mee leven als ik het niet doe'. (..) Ik ga die Meijer en Boellaard op haar afsturen (mede-Heinekenontvoerders Frans Meijer en Jan Boellaard)."

Holleeder: "Het ging er over dat ze met de politie zou kunnen spreken over het witwassen van het Heinekenlosgeld. Meijer en Boellaard zouden daar toch ook door worden geraakt?"

Rechter Wieland: "Dus als u zegt dat u er niet mee kunt leven als ik het niet doe, bedoelt u dat Meijer en Boellaard naar Sonja zouden gaan?" Holleeder: "Ja. Het gaat ook over die overvallen" (die de Heinekenontvoerders in de jaren voor de Heinekenontvoering volgens Holleeder pleegden).

Sonja zou 'die overvallen ook in haar 'melik' (mik) krijgen' (zou ook vervolgd worden voor het witwassen van de buit die Cor daarbij had gemaakt'.

Holleeder: "Dat gaat dus puur over overvallen en niet over liquidaties."

Rechter Wieland: "Is het niet veel logischer tegen Astrid in dat gesprek te zeggen: 'Wat zit je nou te lullen over dat ik ergens niet mee zou kunnen leven, wat maak je er een opgeblazen toestand van?'

Holleeder: "Nee, dat zeg ik niet. Ik praat gewoon mee en zeg: 'Ik ken d'r wél mee leven'. Dat gaat niet over liquidaties, zoals Astrid zegt, maar over dat ik Meijer en Boellaard op ze af zou sturen als ze zou praten met de politie over de overvallen."

Officier van justitie Lars Stempher haalt een ander gesprek aan waarin Holleeder tegen Astrid zegt dat hij 'Boellaard en Meijer' op Sonja zou afsturen en dat hij al niet begreep dat zij Cor niet al lang hadden doodgeschoten. Stempher: "Hier koppelt u Meijer en Boellaard aan doodschieten. Niet aan praten over witwassen."

Holleeder: "Ik zette druk op Astrid en Sonja om er achter te komen wat voor spel ze speelden (Of ze praatten met de politie). Dat doe ik door middel van dreigingen."

Sandra en Holleeder gingen, samen met zijn andere vriendin Maike Dijkhuis, naar Parijs en miste de begrafenis van Van Hout. Holleeder, nu: "(Zus) Astrid heeft een verhaal in elkaar gezet dat begint in 1996. Ik zou altijd achter het geld van Cor hebben aangezeten. Het is onzin. Ik heb nooit geld gevraagd en gekregen. Ze hebben een heel mooi verhaal in elkaar gezet. Ik heb ook niet achter de toonder-aandelen van de prostitutiepanden (van Van Hout) in Alkmaar aan gezeten. Astrid heeft Sonja alles ingefluisterd. Zo wordt het spel gespeeld."

Rechter Wieland: "De reis naar Parijs?"
Holleeder: "Ik ben met Maike en Sandra naar Parijs geweest, maar dat was toch niet met Cor?"
Wieland: "Sandra zegt dat u naar Parijs bent gegaan zodat geen vreemde vragen zouden kunnen worden gesteld na de liquidatie van Van Hout."
Holleeder: "Dat is echt flauwekul. Maike is zo vaak naar Parijs geweest, maar dat heeft niks met Cor te maken."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting. De dag begint met het doornemen van verklaringen van Willem Holleeders zus Sonja, de weduwe van Cor van Hout en de vader van zijn drie kinderen.

Kort na de liquidatie had Willem volgens haar zitten rouwen op de bank, maar 's avonds moest ze met hem een rondje lopen in het bos. Hij was héél boos. Sonja moest haar huis in Spanje aan (de beruchte crimineel) Stanley Hillis afgeven, zodat de schutters konden worden betaald die Cor hadden doodgeschoten. Willem wilde al Van Houts bezittingen, zijn geld, zijn prostitutiepanden en zijn goud.

Willem zou steeds gedreigd hebben: 'Je weet wat ik doe hè, als je niet luistert? Je weet wat ik met Cor gedaan heb, hè?' Sonja: "En hij hééft het ook gedaan" (Cor van Hout laten vermoorden).

Zijn toenmalige vriendin Sandra den Hartog heeft de politie verteld dat Willem Van Hout 'een kankerhond' en 'een alcoholist' noemde. De avond na de liquidatie zou ze eten voor hem hebben moeten regelen. Hij hoonde haar weg toen ze zei dat ze de moord erg vond voor de nabestaanden. 'Weet je hoe lang ik hier over gedáán heb?!', zou Holleeder hebben gezegd. Hij zou een schietgebaar met zijn hand hebben gemaakt.

Op dag 22 van de veelvoudige liquidatiezaak tegen Willem Holleeder gaat de rechtbank verder met het dossier over de moord op zijn gewezen 'bloedgabber' en zwager Cor van Hout en de 'doodslag' op de handelaar in luxe speedboten Robert ter Haak ¿ die na een lunch in Chinees restaurant Royal San Kong in de Amstelveense Dorpsstraat ook in het spervuur van kogels stond en later in het ziekenhuis overleed.

Vrijdag poneerde Holleeder zijn stelling dat niet hij, maar John Mieremet achter meerdere liquidaties zat die het Openbaar Ministerie hem nu aanwrijft, waaronder die op Van Hout.

John Mieremet zou vastgoedmagnaat Willem Endstra, bij wie hij en een trits andere criminelen miljoenen aan misdaadgeld hadden geïnvesteerd, volledig in de tang hebben genomen. Mieremet zou Endstra ook hebben opgedragen naar de Criminele Inlichtingeneenheid (de 'geheime dienst') van de Amsterdamse recherche te stappen, waar hij in een reeks uitvoerige verklaringen Holleeder beschuldigde van het afpersen van zakenlieden en het geven van moordopdrachten samen met Dino Soerel en Stanley Hillis.

In zijn afpersingszaak had Holleeder ook al eens aangevoerd dat zijn naam in het dossier moest worden vervangen door die van Mieremet – kort samengevat. Daar gingen de rechtbank en het gerechtshof overigens niet in mee: Holleeder kreeg negen jaar cel.

Mieremet kan in elk geval niet verantwoordelijk zijn geweest voor alle zes doden die nu op Holleeders aanklacht staan: daaronder valt Mieremet namelijk zelf ook. En de liquidaties van de handelaar in hasj en vastgoed Kees Houtman en Thomas van der Bijl waren pas nadat Mieremet was vermoord.

Advocaat Sander Janssen heeft aangekondigd dat hij aan het eind van de behandeling van het dossier 'Viool' (over de liquidatie van Van Hout en Ter Haak) de rechtbank een verzoek wil doen Holleeders voorlopige hechtenis in die zaak op te heffen bij gebrek aan aanwijzingen dat hij achter die schietpartij zit.

John Mieremet Beeld anp

Dé kwade genius achter enkele liquidaties waarvoor Willem Holleeder wordt vervolgd, is de beruchte crimineel John Mieremet - probeert Holleeder de rechtbank uit te leggen.

Lees de samenvatting van zittingsdag 21: Holleeder: 'Endstra-tapes waren opdracht van Mieremet'

De rechtbank onderbreekt het onderzoek tot dinsdag 10 uur.

Advocaat Sander Janssen wil op korte termijn een verzoek doen aan de rechtbank om de voorlopige hechtenis van Willem Holleeder op te heffen voor de zaak 'Viool' (de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak).

Ook als de rechtbank zo'n verzoek zou toewijzen, komt Holleeder niet vrij, want hij zit nog in voorarrest voor de andere liquidaties waarvoor hij opdracht zou hebben gegeven. Janssen: "Maar ik wil niet alles opsparen tot het eind. Ik realiseer me dat meneer niet zomaar naar buiten loopt, maar ik wil na behandeling van elk deeldossier om opheffing van de voorlopige hechtenis kunnen vragen."

Advocaat Robert Malewicz komt terug op de stelling van justitie dat Holleeder nu pas komt met zijn verhaal dat Willem Endstra onder druk van John Mieremet zijn beschuldigingen aan het adres van Holleeder uitte. Hij verwijst naar het pleidooi van Holleeders toenmalige advocaat Stijn Franken in zijn grote afpersingszaak Kolbak.

Malewicz: "Daar is ook uitvoerig betoogd dat daar waar 'Holleeder' stond, eigenlijk 'Mieremet' moest staan. Het ging daar niet om liquidaties, maar om afpersingen, maar het fenomeen was hetzelfde."

Rechter Wieland haalt een verklaring van Astrid aan waarin zij in 2013 zegt dat de schutters van Cor van Hout 'nog steeds niet volledig zijn betaald'. 'Wims grote angst is dat Sonja of ik gaan praten met de politie. Hij zegt steeds: 'Dan ga je net zoals Cor of net zoals Endstra'. Hij gebaart daar dan ook bij. Dan zeg ik: 'Wim, dat kun je niet maken, het is familie!' Dan zegt hij: 'Kan je niet maken, kan je niet maken. Ik kan het niet maken het niet te doen'.'

Rechter Benedicte Mildner neemt nu een recente verklaring door van degene die het huis in Spanje uiteindelijk van Sonja kocht en die betrokken was bij de prostitutiepanden aan de Alkmaarse Achterdam. Hij zegt dat Sam Klepper bij hem aan de deur kwam en dat Willem Holleeder aan de overkant stond. Klepper meldde hem naar zijn zeggen 'heel gemoedelijk en vriendelijk' dat hij 'de Achterdam niet hoefde te kopen' omdat die al 'van hun' was.

Holleeder: "Klopt niet. Het is niet gebeurd."

Aanklager Lars Stempher: "Waarom zou deze meneer dat zeggen als het niet waar is."

Holleeder: "Het is onzin. Hij heeft van Astrid te horen gekregen dat hij dit moest zeggen. Het is gewoon onzin."

Frank Wieland: "U zegt zich niet te kunnen voorstellen dat huurmoordenaars niet onmiddelijk betaald worden, maar ik kan me zo voorstellen dat bijvoorbeeld Joegoslaven best wel het risico willen nemen op crediet te werken. Of dat je een deel vooruit betaalt en de rest achteraf, dat zie ik wel in films."

Holleeder: "Nou, die film heb ik dan niet gezien."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland schakelt over naar de verklaringen van Astrid Holleeder over de liquidatie van Cor van Hout. Zij heeft haar broer er heel stellig van beschuldigd de opdracht te hebben gegeven voor de moord op Cor van Hout. Robert ter Haak was volgens haar de 'lokker'.

Volgens Astrid was Willem altijd bezorgd dat hij zou worden gepakt voor de liquidatie van Van Hout. 'Hij was altijd bang dat iets een reden was hem te pakken voor de moord op Cor van Hout. Ook weer met de verklaring van (kroongetuige) Feed Ros. We bespraken dat dan vanuit de wetenschap dat hij (Willem Holleeder) de opdracht had gegeven.'

Wieland haalt de verklaring van Astrid aan dat Sonja haar huis moest verkopen om de opbrengst aan Willem te geven, zodat hij de schutters kon betalen die de vader van haar kinderen in zijn opdracht hadden vermoord.

Astrid, in haar verklaringen: 'Willem bleef maar bij Sonja om geld vragen.'

Willem Holleeder: "Het lijkt me sterk dat de schutters er genoegen mee nemen als je ze steeds maar niet betaalt. Ik ben nooit bij Sonja geweest om geld. Ik had mijn eigen geld. Astrid is een advocaat die een verhaal in elkaar heeft gezet en een spelletje speelt. Ik zit niet achter de moord op Cor. Niet om (de prostitutiepanden aan) de Achterdam (in Alkmaar), niet om geld. Ik heb Sonja niet gevraagd om dat huis om schutters te betalen. Het is onzin. Ik heb hier niks mee te maken!"

Holleeder: "Dat huis (dat ze zou hebben moeten verkopen om de schutters te betalen) heeft Sonja nog jaren gehad. Ik zit niet achter de moord op Cor. Ongeacht wat Astrid zegt, wat Sonja zegt en wat (ex) Sandra zegt. Astrid zit daar allemaal achter. Die heeft het verzonnen."

Officier van justitie Sabine Tammes vraagt Holleeder waarom hij nu pas met het verhaal komt dat de malafide vastgoedhandelaar Willem Endstra en John Mieremet samenspanden om Holleeder 'er in te douwen' via de achterbankgesprekken van Endstra bij de geheime dienst van de recherche.

Tammes: "U heeft dat in uw afpersingszaak niet als verweer gevoerd. Ik begrijp dat niet, dat u daar nu pas mee komt."

Holleeder: "Bij de rechtbank had ik nooit verwacht dat die achterbankgesprekken serieus genomen zouden worden. Ik was ziek, ik kreeg hier een hartstilstand en ben die hele rechtszaak niet scherp geweest. In hoger beroep had ik scherper moeten zijn. Dat is mijn fout, daardoor ben ik veroordeeld."

Benedicte Mildner: "In Kolbak (de afpersingszaak) heeft u gezegd dat Mieremet Endstra afperste, dat die dat niet durfde te zeggen en daarom u de schuld gaf van de afpersing. Het verhaal dat u nu vertelt gaat verder."

Holleeder: "Misschien leg ik het nu beter uit dan toen. Mijn fout."

Een kennis noemde Robert ter Haak een grote witwasser (van misdaadopbrengsten). 'Hij had een vrouw en een minnares en wisselde portemonnees vanwege de juiste foto's.'

Holleeder: "Dat Robert ter haak een witwasser was, dat klopt. Hij deed dat via die Sunseekers (luxe speedboten die hij verhandelde vanuit IJmuiden, bij de grote jachthaven). Ik ben met Willem Endstra en hem ook wel eens mee geweest naar Engeland naar de Sunseekerfabriek."

Het verhaal dat Robert ter Haak de lokker zou zijn geweest die Cor van Hout zou hebben weggetipt, gelooft Holleeder niet. "Als jij Cor hebt gelokt, ga je natuurlijk niet naast hem staan."

Martin E. zei ook dat Holleeder 'gebruik maakte van de geweldsjongens van Stanley Hillis en Dino Soerel'. Holleeder: 'Tja."

Holleeder herhaalt dat hij Cor van Hout vlak voor diens dood toevallig tegenkwam in de Maasstraat (in de Amsterdamse Rivierenbuurt).

"We hebben een rondje gelopen en wat gesproken. Ik zei hem dat alles rustig was. Alleen John Mieremet natuurlijk, die was gevaarlijk, maar ik had toen geen contact meer met hem dus daar kon ik niets over vertellen."

Fred Ros heeft geregeld gezegd dat de getuigen, die zeggen van hem te hebben gehoord dat hij op de motor had gereden bij de moord op Van Hout, 'toevallig' allemaal uit de hoek van Dino Soerel komen (die door Fred Ros van moordopdrachten is beschuldigd, waarvoor hij nu levenslang uit zit).

Martin E., de stiefbroer van Cor van Hout die ook een bijrol speelde bij de Heinekenontvoering, heeft de politie verteld dat hij Holleeder tegen kwam op straat.
'Holleeder schrok enorm, gooide zijn scooter aan de kant, graaide in zijn zakken en zei dat hij me hetzelfde zou geven als Thomas van der Bijl. 'Thomas is dood'.'

Holleeder: "Die Martin E. is een mytheman, die vertelt de hele dag verhalen. Het is allemaal onzin."

Martin E. zei ook over Holleeder: 'Als hij aan zijn neus trekt, dan liegt ie.' Rechter Wieland: "Daar zullen we vanaf nu op letten."

Holleeder: "Nou durf ik niet meer aan mijn neus te zitten.."

Holleeder: "Die Martin E. is gewoon gek. Kan ie niks aan doen, die jongen. Hij lult maar wat."

Crimineel Danny K. zei in een verhoor dat het onzin is wat Fred Ros heeft gezegd (dat K. hem had verteld dat Van Hout voor twee ton was weggetipt). Holleeder vond het volgens hem erg dat zijn oude vriend Cor van Hout was vermoord.

Holleeder: "Ik kan me dat (door Danny K. aangehaalde) gesprek niet herinneren, maar ik was wel altijd aan het vissen naar wie er achter zat."

Holleeder ziet tal van problemen die tot de liquidatie van Cor van Hout kunnen hebben geleid. "Hij zat in de drugs en dat kan een probleem zijn. Hij schreeuwde tegen Joegoslaven en dat kan een probleem zijn. Als ie dronken was, was hij altijd aan het schreeuwen. Dat kan een probleem zijn.."

Meerdere criminele getuigen zeggen dat Fred Ros ze vertelde dat hij de motor had bestuurd van waaraf Van Hout is vermoord.

Sonja dacht eerst dat Van Houts vriend en bodyguard Bas Vermeulen Van Hout had gelokt. Holleeder, nu: "Ik heb Bassie toen een paar klappen gegeven. Maar hij was het niet."

De ex-crimineel en misdaadblogger Martin Kok, eind 2016 zelf geliquideerd, zegt van Fred Ros te hebben gehoord dat die de motor had gereden bij de liquidatie van Cor van Hout. Ros ontkent dat. Martin Kok was close met Cor van Hout en minder met Holleeder.

Rechter Wieland: "Het lijkt dat ontkennen de beste manier is..."

Holleeder: "Er wordt veel gelogen.. Ik weet niet of Fred Ros wel of niet op die motor heeft gereden. Ik weet niet wie achter de moord op Cor zit. Ik heb altijd gezegd dat ik denk dat Mieremet er achter zit, dat wel. Van mij hoefde Cor niet dood. Wat kan mij het nou schelen... Ik had geen reden hem dood te schieten."

Holleeder herhaalt dat John Mieremet 'de enige was met wie hij een probleem had'. "Maar dat loste zichzelf wel op. Die had met zoveel mensen problemen... Verder had ik met niemand problemen. Kees Houtman? Geen probleem mee. Cor? Geen probleem mee. Willem Endstra had van mij honderd mogen worden..."

Holleeder had 'helemaal nul reden om Cor te vermoorden'. "Als ie dat zegt in 2000 of 2001, slaat dat helemaal nergens op.

Jesse R. 'kent' Holleeder 'alleen uit de kroeg'. "Volgens mij was het in The Bulldog (aan het Leidseplein). Dit en dat... Is het achttien jaar geleden, vijftien jaar gelden, dertien jaar geleden? Geen idee."

Vader Greg R. van Jesse R. zegt Holleeder niet te kennen. "Ik had hem ooit in het Okura (hotel) geen hand gegeven, omdat ik niet wist wie hij was en had later te horen gekregen dat hij vond dat ik kapsones had, maar verder ken ik hem niet."

Wat Fred Ros allemaal zegt, zegt Holleeder weinig. "Ik bemoei me d'r niet mee en wil er ook niet in betrokken worden. Laat mij d'r maar buiten. Ik heb de weg gekozen geen opdrachten te geven voor liquidaties, dus laat mij d'r maar lekker buiten."

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland: "Als het zo makkelijk was dan konden we vanmiddag afscheid nemen.."

Holleeder: "Ik weet dat het zo niet werkt."

Crimineel Danny K. zou hebben gezegd dat de moord op Cor van Hout na al die jaren niet meer zo nodig had gehoeven."

Fred Ros zegt dat Danny K. 'alleen wat opmerkingen maakte'. Degene 'die zo druk deed op tv' zou Van Hout hebben weggetipt en daar 200.000 euro voor hebben gekregen. De rechter citeert Ros uit verklaringen uit 2013 en 2014: 'Ik weet niet hoe Danny dat wist.'

Fred Ros zegt Dino Soerel en Willem Holleeder nooit samen te hebben gezien.

Holleeder: "Ik ken die Ros niet, dus het zal best dat hij ons niet samen heeft gezien. Ik ging met Dino sporten, wat eten, wat drinken.."

Stempher: "Na de tweede aanslag had Van Hout geroepen dat uw broer er aan zou gaan. Hij hield u kennelijk mede verantwoordelijk voor de tweede (mislukte) aanslag in 2000."

Holleeder: "Als-ie dronken was, riep Cor zo veel. Als je in de Jordaan op één hoek wat zegt, is het drie hoeken verderop al weer een heel ander verhaal."

Terug van de lunch citeert rechtbankvoorzitter Frank Wieland de eerste verklaringen van kroongetuige Fred Ros over de liquidatie van Cor van Hout. Die noemde Dino Soerel 'de hoofdpersoon' achter de liquidatie.

Hij zou de opdracht 'in eerste instantie' hebben gegeven aan Jesse R. Ros: "Als je een opdracht krijgt van Dino, is die automatisch ook van Willem (Holleeder)."

Ros zei van Dino Soerel, met wie hij naar eigen zeggen om ging, zelf te hebben gehoord over de opdracht. Het 'liep al vanaf 2000, 2001'. Ros zegt bij afspraken te zijn geweest waar Dino Soerel en Jesse R. 'informatie uitwisselden'. Degene die Cor van Hout 'weggetipt had' zou 200.000 euro hebben gekregen.

Na de liquidatie zouden Willem en Dino in het café 'hebben geproost' op de liquidatie. Holleeder zou niet meer zo enthousiast zijn geweest, omdat hij zich er eigenlijk wel bij had neergelegd dat het niet meer zou gebeuren.

Wel was 'de werkelijke opdracht' voor de moord, jaren voorheen, 'van Willem gekomen'. De uitvoering 'zit in het kamp van Dino, allemaal'.

Holleeder: "Die Ros ken ik niet. Nooit gezien, nooit gesproken. Ik weet niet wat ik moet met die mensen. Ik heb geen opdracht gegeven aan Dino, ik heb geen opdracht gegeven aan Ros. Ik heb geen opdracht gegeven aan Jesse R. Ik zie het probleem niet. Ik was met Cor wel gebrouilleerd en we waren onze eigen weg gegaan, maar ik had geen ruzie met hem. Ik zie niet waarom ik hem zou moeten laten vermoorden."

Officier van justitie Lars Stempher: "Een motief kan toch zijn dat Cor het wel met ú gehad had, omdat u was overgelopen naar het kamp van John Mieremet?"

Holleeder: "Dat betekent toch niet dat ik hem daarom moet laten vermoorden?"

De rechtbank pauzeert voor de lunch, tot twee uur. Na de pauze komen de verklaringen van kroongetuige Fred Ros aan de orde (over de moord op Cor van Hout).

Officier van justitie Sabine Tammes wil 'vlak voor de lunch' nog één opmerking maken over 'hoe de verdachte te werk gaat': "Net toen het over de bom ging zei hij dat hij nooit koffie dronk, dus dat ook niet kon kloppen dat hij elke zondag bij zijn moeder op de koffie kwam.

Ik heb hier vele opgenomen gesprekken waarin u voortdúrend aan de koffie zit. Astrid vraagt: 'Wil je koffie?' en u zegt 'Ja, lekker'. Hoe kan dat dan?"

Holleeder: "Espresso. Ik drink espresso. U kunt het bij de beveiliging hier of bij de inrichting navragen: ik drink nooit koffie."

Holleeder houdt een hele verhandeling over 'het draaiboek' dat zijn zussen Astrid en Sonja, ex Sandra en misdaadjournalist Peter R. de Vries volgens hem hebben gemaakt waarin is vastgelegd hoe ze stap voor stap steeds met nieuwe informatie zullen komen.

Holleeder: "Wedden dat ze weer met nieuwe geluidsopnames gaan komen en met nieuwe stukken? Zo gaat het steeds en zo zal het blijven gaan, let maar op."

Rechter Wieland: "Waarom waren zoveel mensen zo gebeten op u? U zegt steeds: 'Ze moesten me hebben'."

Holleeder: "Mieremet. Dan bedoel ik John Mieremet."

Wieland vraagt of Holleeder inderdaad Willem Endstra wel eens bij zijn oor pakte en fluisterde (over liquidaties), zoals die de politie heeft verteld. Holleeder: "Ik zal best gefluisterd hebben, maar niet dat."

Holleeder zegt ook dat hij zelf heeft gezien dat aan het huis van zijn moeder een bom hing waarmee John Mieremet hem wilde opblazen – zoals getuige Edgar van Lent de politie heeft verteld.

"Maar ik kwam bijna nooit bij mijn moeder en zeker niet op een vast moment, zoals werd gezegd. Maar wie moet gezegd hebben dat ik daar kwam? Ik ben met Mieremet en Endstra naar dat huis geweest, dus Mieremet wist dat mijn moeder daar woonde."

Een niet nader omschreven 'Griek' zou de bom hebben weggehaald.

Officier van justitie Lars Stempher: "Heeft John Mieremet ook opdracht gegeven voor de liquidatie van Willem Endstra?"

Holleeder begint een lang en ingewikkeld verhaal over de voorgeschiedenis van de moord. Tot besluit: "Ik weet niet wie achter de moord op Endstra zit, maar kan hem niet uitsluiten."

Stempher: "Maar als Mieremet samen met Endstra het complot heeft om u op te ruimen, dan is het toch niet logisch dat hij Endstra zal laten vermoorden?"

Holleeder: "Ik ken hem niet uitsluiten. Deze mensen zijn zo strategisch bezig altijd met het spelen van spelletjes. Ik heb de gekste dingen met ze meegemaakt."

Stempher: "De verklaringen van uw zussen, uw ex en meneer De Vries zijn volgens u één groot complot tegen u. En nu zijn andere zaken rond Mieremet en Endstra ook weer een complot tegen u..."

Holleeder: "Mieremet had Willem Endstra van van alles beschuldigd in De Telegraaf. Later begon Endstra alsnog te betalen. Om zo lang mogelijk wat aan Endstra te hebben, moest hij hem ook weer ontlasten. Zo waren ze altijd bezig."

Sabine Tammes: "Hebben Mieremet en Willem Endstra de verklaringen op de achterbank dan zelf in elkaar gezet? Dat Endstra tegen u zou zeggen (over de moord op Van Hout): 'Het gaat toch om uw zwager en uw zusje?'"

Holleeder: "Met Mieremet en Endstra heb je hier twee mensen die van wanten weten met justitie. Zij zijn geen gewone mensen, maar professionele mensen die glashard kunnen liegen en precies weten wat voor lading ze in een gesprek moeten leggen."

Rechter Benedicte Mildner: "Over u worden die verhalen ook verteld. Wat moeten we daar mee?"

Holleeder: "Ik ben ook niet gek. Ik heb ook met Mieremet en Endstra rondgelopen en gezien wat gebeurde."

Mildner: "Mieremet en Endstra hebben bij leven hetzelfde over u gezegd... U wijst naar Mieremet en Endstra, maar die mensen vertelden diezelfde verhalen over u."

Holleeder: "Eén ding heb ik in mijn leven nooit gedaan en dat is opdracht geven voor liquidaties. Zo stom ben ik niet. Mieremet heeft er zó veel gedaan... Ik heb alles altijd op een normale manier opgelost. Ik ben ook niet stom. Ik zit hier om verder alle vragen te beantwoorden, al noem ik geen namen."

Holleeder 'liep met Mieremet en Klepper rond' en dús is hij 'gelinkt aan de (zeer gewelddadige) reputatie van Mieremet en Klepper. "Maar ik heb dus geen opdracht gegeven voor liquidaties."

Het gaat nu over het verhaal dat Willem Endstra in opdracht van John Mieremet een moordenaar moest zoeken die Willem Holleeder moest liquideren – waarover Endstra met de toenmalige president van de Hells Angels Willem van Boxtel had gesproken.

Holleeder: "Ik heb me heel goed beveiligd. Mij hebben ze nooit kunnen pakken. Mieremet is heel druk bezig geweest mij te laten vermoorden, maar het is hem niet gelukt."

Willem van Boxtel werd 'in bad standing' (in oneer) uit de Hells Angels gegooid omdat hij niet aan de club had verteld dat hij door Endstra was benaderd om de moord op clubvriend Holleeder te regelen (wat die had afgeslagen).

Holleeder: "Ik ben nooit boos geweest op Van Boxtel. Wat de Hells Angels verder met hem hebben gedaan en wat daar achter zat, weet ik niet. Als Endstra echt had gewild dat ik werd vermoord, had hij geen moeite hoeven doen of iemand hoeven benaderen. Hij had alleen aan John Mieremet moeten zeggen waar hij op welk moment met me had afgesproken, dan had Mieremet het zo kunnen regelen."

Holleeder herhaalt dat John Mieremet 'Endstra gewoon aan een touwtje had'.

Rechter Wieland haalt nu 'de achterbankgesprekken' aan van de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra met de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche.

Endstra zegt daarin dat Holleeder hem geregeld bij zijn oor pakte en vertelde wie hij 'ging opruimen'. "Hij heeft ook gewoon Van Hout omgelegd. Zijn eigen zwager. Dat zegt ie gewoon. Hij heeft gewoon tevoren gezegd."

Holleeder zou hebben gezegd dat zijn zus Sonja en anderen 'even zouden janken' en het na twee maanden zouden zijn vergeten. Holleeder zou hebben gezegd dat hij de begrafenis had betaald bij wijze van een soort bewijs dat hij Cor van Hout niet had laten vermoorden.

Holleeder, nu: "Dat is weer de spin in het web John Mieremet. Die had Endstra in zijn web. Endstra moest alles doen wat (schuldeiser) Mieremet wilde. Endstra zat ook zwaar in de problemen (omdat hij tientallen miljoenen niet terugbetaalde aan criminelen). Die achterbankgesprekken moet Endstra hebben gevoerd op initiatief van John Mieremet. Ik ken Mieremet en Endstra heel goed en kan dit niet anders zien dan als een poging van Mieremet om mij zwart te maken bij de politie. Dat is het spel dat Mieremet altijd heeft gespeeld."

Advocaat Sander Janssen: "De verifieerbare onderdelen van de verklaringen van Endstra over de moord op Cor van Hout blijken onjuist. De zussen Holleeder hebben bijvoorbeeld gezegd dat zij de begrafenis van Van Hout grotendeels zelf hebben betaald. Ook klopt het niet dat Holleeder 'de Achterdam had', zoals Endstra aan de CIE had verteld, want die Achterdam was van zus Sonja."

Cor van Houts gewezen vriend en manusje van alles Thomas van der Bijl vertelde de recherche in het geheim dat Willem Holleeder achter de moord op Van Hout zat.

Holleeder: "Hij beschuldigt mij steeds omdat hij denkt dat ik de Achterdam heb ingepikt (de prostitutiepanden in Alkmaar die met een deel van het losgeld van Heineken waren aangekocht)."

Thomas van der Bijl zou woest zijn omdat Holleeder 'de Achterdam' had ingepikt, samen met zus Sonja, terwijl de vrienden en andere nabestaanden van Van Hout verwacht hadden dat zij grof geld uit die panden zouden krijgen.

Rechter Wieland gaat over naar de compositietekening die is gemaakt van een man die in de BMW had gezeten met zicht op de plaats waar Cor van Hout en Robert ter Haak zouden worden doodgeschoten.

Op de compositietekening is 'een man met een Aziatisch uiterlijk in een pak' te zien. Velen herkenden Jesse R. in de tekening. Tegen iemand die tegen hem had gezegd dat het 'een wonder was dat hij nog niet was aangehouden' (voor de liquidatie van Van Hout, vanwege die tekening) zou Jesse R. hebben geantwoord dat hij 'een engeltje op zijn schouder' had.

Later ontkende Jesse R. stellig dat hij de man op de compositietekening kon zijn, omdat hij 'een infectie had waardoor hij zijn hoofd had moeten laten kaalscheren', waardoor hij toentertijd absoluut niet op de compositietekening leek.

Jesse R. heeft in het grote liquidatieproces Passage later gesproken over ene 'Jantje' die 'Cor samen met Fred Ros had gedaan' in opdracht van John Mieremet. Wie die 'Jantje' is, wil hij niet zeggen. Jesse R. is overigens berucht om het spreken in raadselen.

Fred Ros zou Jesse R. en anderen hebben verteld over zijn betrokkenheid bij de moord op Cor van Hout.

Misdaadjournalist John van den Heuvel heeft als getuige verteld dat de latere kroongetuige Peter la Serpe hem in Harlingen over liquidaties had verteld. Hij wilde niet zeggen of La Serpe Willem Holleeder had genoemd.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland is aanbeland bij de verklaring van kroongetuige Peter la Serpe over een ontmoeting met onder anderen Willem Holleeder en Peter R. de Vries in restaurant Het Arsenaal in het Gooi.

Peter la Serpe zegt dat hij de CIE (de geheime dienst van de recherche) op televisie zwart moest maken. Holleeder ontkent bij zo'n ontmoeting aanwezig te zijn geweest. Peter R. de Vries heeft eerder wel gezegd dat er een ontmoeting met Peter la Serpe is geweest, elders, maar dat Holleeder daar niet bij was.

Peter R. de Vries is overigens 'verbijsterd' om de manier waarop het Openbaar Ministerie met het verhaal over de ontmoeting is omgegaan, en de manier waarop zijn uitspraken over die ontmoeting eerder min of meer als meinedig zijn bestempeld.

Rechter Wieland: "Het blijft onduidelijk hoe dat nou allemaal zat."

Holleeder herhaalt wat hij al vaker heeft gezegd: hij is niet bij zo'n ontmoeting geweest.

Advocaat Sander Janssen: "Fred Ros heeft wisselend verklaard over de liquidatie van Cor van Hout en hij geeft zelf toe te gissen daarover. La Serpe heeft ook over dat 'power van Holleeder' wisselend verklaard. Hij had naar eigen zeggen ook aanvankelijk 'zekerheidjes' ingebouwd in zijn gesprekken met de CIE (De geheime dienst van de recherche, waar hij delen loog omdat hij de CIE nog niet vertrouwde en nog terug wilde kunnen). Op die verklaringen moeten we nog uitgebreid terugkomen."

Jesse R. zou tegen Peter la Serpe hebben gezegd dat hij van John Mieremet de moordopdracht voor Willem Holleeder aangeboden had gekregen 'voor een miljoen', maar hij had juist voor Holleeder gekozen en van hem 500.000 euro aangeboden gekregen om Cor van Hout dood te schieten.

Advocaat Janssen: "Dat zijn die beruchte zekerheidjes, dus..."

In de grote Amsterdamse liquidatiezaak Passage werd voor het eerst een procesdossier ingebracht over de zaak 'Viool', van negen ordners en drieduizend pagina's.

Kroongetuige Fred Ros ontkent zelf iets met de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak te maken te hebben. In 2003 dacht hij, mede naar aanleiding van de verspreiding van een compositietekening, dat Jesse R. betrokken was bij de moord op Van Hout.

Ros zegt pas achteraf te hebben gehoord over details over de liquidatie van Cor van Hout.

Kroongetuige Peter la Serpe denkt dat Willem Holleeder de opdracht gaf voor de liquidatie van Cor van Hout. Jesse R. zou hem tijdens een wandeling hebben gezegd dat hij nu 'de power van Holleeder achter zich had' en dat hij 'Cor mocht doen'.

Het opsporingsonderzoek werd in 2003 gestaakt omdat het was vastgelopen. Nadat kroongetuige Peter la Serpe zich jaren later had gemeld werd het onderzoek onder codenaam Viool hervat, maar ook toen leidde dat in eerste instantie nog niet naar verdachten.

De geheime dienst van de recherche kreeg de tip binnen dat Robert ter Haak Cor van Hout naar de liquidatieplek had gelokt en dat hij ook was doodgeschoten om te voorkomen dat 'een veelprater' zijn mond voorbij zou praten.

De later kroongetuige Fred Ros, wapenfanaat Sjaak B. en de inmiddels tot levenslang veroordeelde huurmoordenaar Jesse R. zijn vaak met de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak in verband gebracht.

Kroongetuige Peter la Serpe vertelde dat Sjaak B. had geroepen: "Ik wil er één, ik wil er óók één (een moordopdracht)."

Broer Ad van Hout zei eerst heel stellig dat John Mieremet achter de moord op Cor van Hout had gezeten. Later is hij Holleeder gaan aanwijzen als de opdrachtgever.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland gaat nu dan toch naar de dag van de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak, die in de Dorpsstraat van Amstelveen napraatten na een lunch bij de Chinees, waar ze door de bijrijder van een rode motor onder vuur werden genomen.

Toen de politie aankwam was Cor van Hout al dood. Robert ter Haak lag ook zwaargewond op de grond, maar was aanspreekbaar. Hij kon weinig vertellen, want zei niets verdachts te hebben gezien. Robert ter Haak stierf later in het ziekenhuis.

Een politieman die paard reed op de Kalfjeslaan zag twee mannen 'met een fors postuur' op een motor voorbij rijden. Een andere getuige zag 'twee personen slank van postuur' op de motor waar vanaf is geschoten.

Weer een andere getuige hoorde 'knallen die leken op vuurwerk, zoals een duizendklapper'. Hij zag de bijrijder van de motor met een automatisch vuurwapen in zijn hand op de slachtoffers schieten en vluchten.

Een andere getuige zag en hoorde het schieten ook. "Het hield maar niet op. Het was net alsof het hele magazijn werd leeggeschoten."

Zeventien andere getuigen bij de moordplek deden hun verhaal. Ook waren er getuigen op de plek waar de daders hun motor dumpten aan de Kalfjeslaan.

Een man zag de twee mannen wegrennen, van wie één 'een bodybuilerstype' was. Een vrouw zag twee mannen in de richting van de Van Boshuizenstraat rennen. Een man zag de mannen op de motor passeren, die ze vervolgens in het water probeerden te dumpen. Ze keken in zijn richting. De langste van de twee, die allebei bivakmutsen droegen, zei over hem 'Laat maar lopen'.

Voor de liquidatie stond in de buurt van het Chinese restaurant Royal San Kong volgens getuigen een zwarte BMW met twee mannen, die contact hadden met de twee mannen op de rode motor.

Cor van Hout had dertien schotwonden. Hij stierf door 'verbloeding en hersenweefselschade'. Robert ter Haak stierf op 11 februari 2003. Zijn lever, nieren en longen waren dodelijk beschadigd door meerdere schotwonden.

Advocaat Sander Janssen: "Over de wapens en maskers die bij Cor van Hout waren gevonden zei de politie in oktober 1997 dat die voor twee aanslagen bedoeld waren: een op iemand in een auto en een uit te voeren met een precisiewapen. Ik zou wel willen weten waarop de politie die aanname toen baseerde."

Rechter Benedicte Mildner: "In december 2000 (na de liquidatie van Sam Klepper in oktober) ging u om met John Mieremet en voor Kleppers dood met allebei. U zegt dat u geweld tegen Cor heeft kunnen voorkomen. Kunt u daar voorbeelden van noemen?"

Holleeder noemt voorbeelden van zijn waarschuwingen aan Cor van Hout, bijvoorbeeld na het eten van een broodje in de PC Hoofststraat 'bij Anton' (een bekende broodjeszaak die gold als pleisterplaats van criminelen). "Ik heb toen over een jongen gehoord die bij Klepper en Mieremet liep en toen heb ik Cor gewaarschuwd dat hij niet meer met die jongen om moest gaan. Ik heb Cor drie, vier keer gewaarschuwd."

Holleeder zegt ook tegen John Mierenmet te hebben gezegd dat hij de politie de liquidatie van Sam Klepper moest laten oplossen en zelf geen wraak moest nemen.

Rechter Mildner vraagt Holleeder of hij tevoren aanwijzingen had dat Mieremet een tweede aanslag op Cor van Hout wilde laten plegen.

Holleeder: "Nee. Na de moord op Sam Klepper zag ik Mieremet niet veel meer. Hij had zich in Duitsland verstopt. Na de aanslag heb ik hem natuurlijk wel gevraagd hoe het zat, maar hij zei toen dat hij niet achter die aanslag zat."

Officier van justitie Lars Stempher wil weten wie 'die jongen' was voor wie Holleeder Van Hout waarschuwde na zijn broodje 'bij Anton'.

Holleeder herhaalt wat hij steeds zegt: "Ik zit hier voor mezelf en praat niet over anderen."

Cor van Hout bereidde volgens Holleeder een wraakactie op Sam Klepper en John Mieremet voor na de mislukte aanslag in 1996. Officier van justitie Lars Stempher vraagt waaruit dat dan bleek.

Holleeder: "Ik begrijp dat u weer dwars wil doen, want dat is uw werk, maar ik weet dat hij een wraakactie voorbereidde. De wapens en maskers die bij Van Hout zijn gevonden (bij invallen in zijn grote drugszaak City Peak eind jaren negentig) waren daarvoor bedoeld en hij heeft me ook verteld dat hij ze nog zou pakken."

Stempher: "Waarom vertelt u dat nú pas? We gaan in deze zaak terug naar 1983 en alle details zijn belangrijk, en dan komt u nu pas met dit verhaal?"

Holleeder: "U vraagt het me toch ook nu pas?"

Holleeder laat ook weer vallen dat Cor van Hout volgens hem achter de liquidatie van Sam Klepper zat, op 10 oktober 2000 bij het Gelderlandplein in Buitenveldert.

In zijn afpersingszaak vertelde Holleeder andere verhalen over bijvoorbeeld de betaling van het miljoen aan John Mieremet en Sam Klepper.

Officier van justitie Sabine Tammes: "Was dat toen de waarheid, zoals uw andere verhaal nu volgens u ook weer de waarheid is?"

Holleeder: "Ik heb in Kolbak (zijn afpersingszaak) niet de waarheid verteld, omdat het Goudsnip raakte (het grote onderzoek naar de investeringen die met het losgeld van de ontvoering van Freddy Heineken en chauffeur Ab Doderer waren gedaan). Over alles met geld, dat Goudsnip had kunnen raken, heb ik toentertijd niet de waarheid verteld."

Holleeder heeft bij dat liegen over het nooit gevonden Heineken-losgeld naar eigen zeggen 'altijd aan zijn familie gedacht'.

Volgens een andere getuige was Cor van Hout 'heel emotioneel', omdat zijn ex-compagnon en 'bloedgabber' Holleeder na de mislukte aanslag op Van Hout in 1996 'de kant van John Mieremet en Sam Klepper had gekozen'.

Holleeder: "Ik heb een miljoen aan ze betaald om het conflict te sussen, maar Cor riep steeds dat hij zou betalen met lood, als hij dronken was. Hij maakte mij uit voor overloper omdat ik met Mieremet en Klepper om ging. Dat mag hij zeggen, maar ik probeerde het gewoon te regelen."

Pieter van Lent vertelde ook dat 'de hele zaak-Holleeder zo moeilijk is' omdat Holleeder nooit over moordopdrachten zou praten.

Wieland: "Waarom zou Mieremet dat gezegd hebben (tegen die broers Van Lent)?"

Holleeder: "John is heel slecht over (Sam Kleppers weduwe) Sandra gaan praten vanwege ruzie om geld (Klepper en Mieremet waren compagnons en Mieremet eiste het merendeel van de gezamenlijke miljoenen op. Holleeder presenteerde Mieremet de rekening volgens welke de erfenis van Klepper moest worden afgewikkeld.) Sinds ik hem die rekening had gegeven, praatte Mieremet ook slecht over mij."

Mieremet zei in 2002 in De Telegraaf dat hij achter de tweede aanslag op Cor van Hout zat, in 2000.

Rechtbankvoorzitter Frank Wieland opent de zitting met de vaststelling dat het doornemen van de stukken over de liquidatie van Cor van Hout en Robert ter Haak 'de kunst van het weglaten' vergt. Als Willem Holleeder en zijn advocaten of de officieren van justitie meer dossiers willen bespreken, 'hoort hij dat graag'.

De moord op Cor van Hout, 24 januari 2003, volgde op twee mislukte aanslagen op hem in 1996 (in de Deurloostraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt) en in 2000 in de Catharina van Reneslaan in Amstelveen), memoreert rechter Wieland.

Getuige Edgar van Lent zegt dat John Mieremet en Willem Holleeder achter de liquidatie van Cor van Hout zaten.

Holleeder: "Hij haalt twee dingen door elkaar: de aanslag in 2000 en de moord in 2003. John Mieremet is de spin in het web. Mieremet heeft tegen Van Lent gezegd dat ik samen met Mieremet achter de moord op Cor zat, maar dat kan niet, want Mieremet en ik waren toen gebrouilleerd. Mieremet zal dat heus hebben gezegd tegen Edgar van Lent, maar ik heb daar niks mee te maken."

Crimineel Edgar van Lent zegt ook dat Mieremet en Holleeder achter de mislukte aanslag op Van Hout in december 2000 zaten. Dat zou 'een afleidingsmanoeuvre zijn' na de moord op Sam Klepper.

Ook Edgars broer Pieter van Lent zegt dat Mieremet en Holleeder Cor van Hout 'op zijn kont hebben gegooid' in 2000. Dat zou zijn voorbereid in Haarlem.

De getuigende broers noemden John Mieremet gekscherend 'ODK' omdat hij altijd riep dat hij mensen 'op de kont' had laten gooien (had laten neerschieten).

John Mieremet vertelde de broers over zijn aanslagen omdat hij hen vertrouwde, denkt Pieter van Lent.

In het veelvoudige liquidatieproces tegen Willem Holleeder is alles groot en uitgerekt. Dat geldt dus ook voor wat in de planning van de rechtbank ‘thema 1’ is gaan heten: de moord op Holleeders ‘bloedgabber’ en mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout en botenhandelaar Robert ter Haak – die na een lunch bij Chinees Royal San Kong in de Amstelveense Dorpstraat op 24 januari 2003 min of meer toevallig naast hem stond.

De passagier op een rode BMW-motor vuurde met een automatisch wapen tientallen kogels op ze af, waarna de mannen op de motor door de Dorpsstraat weg scheurden.

Van Hout stierf op straat, Ter Haak overleed later in het ziekenhuis.

Over de geruchtmakende liquidatie doen in het criminele milieu al vijftien jaar vele verhalen de ronde. In de zaak tegen Holleeder beschuldigen onder anderen zijn zussen Astrid en Sonja (de moeder van Van Houts twee dochters en zoon) broer Willem er van de opdracht voor de onderwereldmoord te hebben gegeven.

Het dossier is al dagen aan de orde geweest in ‘de bunker’ van de rechtbank in Amsterdam-Osdorp, maar met het doorlopen van de aanloop naar de schietpartij gingen dagen heen.

Vanaf 10 uur zouden de rechters zich nu stap voor stap dan eindelijk aan de behandeling van de liquidatie(s) zelf moeten zetten.

Waar in de aanvankelijke agenda van de rechtbank 22 dagen voor de moordzaak waren ingeruimd, bleek dat overigens overdreven. Voor de zomervakantie hopen de rechters in die dagen óók de moord op de criminele vastgoedhandelaar Willem Endstra te behandelen: ‘thema 2’.

Het proces tegen Willem Holleeder gaat vrijdag 1 juni vanaf 10.00 uur verder met de behandeling van de liquidatie van Cor van Hout en botenhandelaar Robert ter Haak, op 24 januari 2003 in Amstelveen.

Uiteraard kunt u op deze plek via Paul Vugts de zaak ook op dag 21 weer live volgen.

De live-verslagen van eerdere zittingen teruglezen? Dat kan op deze plek.

Samenvatting van zittingsdag 20
Willem Holleeder noemde de uithalen van zijn zus Astrid afgelopen dinsdag minachtend 'Jordaancabaret', maar allebei raakten ze weer in de greep van hevige emoties. Hij: 'Je wilde me laten liquideren, mafkees!

Het was 'jongste rechter' Margo Somsen halverwege alweer haar vijfde verhoor opgevallen dat Astrid Holleeder 'een lijfelijke reactie' had op een afgespeelde geluidsopname die zij heimelijk had gemaakt van een gesprek met broer Willem.

Somsens vraag daarnaar leidde een van emoties doortrokken half uur in.
Astrid, in tranen: "Het brengt mij terug, mevrouw. Ik praat hier over het doodschieten van mijn zusje. De krankzinnigheid!" Lees hier verder

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden