Proces Demjanjuk: rechters begrijpen niet alles

Demjanjuk, met baseballpetje, wordt tijdens een pauze in de rechtzaak weggereden. Foto AP Beeld
Demjanjuk, met baseballpetje, wordt tijdens een pauze in de rechtzaak weggereden. Foto AP

MÜNCHEN - Terwijl verdachte John Demjanjuk amechtig op zijn brancard ligt in de Münchense rechtszaal, doen Nederlandse nabestaanden van Joodse slachtoffers hun verhaal. 'Na de oorlog werd ik niet van mijn onderduikadres opgehaald.'

Hij heeft zijn leven misschien wel te danken aan Nora, een herdershond. De Amsterdammer David van Huiden (78) kon dinsdag, 66 jaar na dato, in een Duitse rechtbank in zijn beste Duits aan Duitse rechters vertellen wat hem en zijn familie is overkomen.

Op een armlengte van Van Huiden ligt de verdachte John Demjanjuk op een brancard. 's Ochtend hapte hij af en toe naar lucht, leek zelfs wat te gaan zeggen. Maar in de middag heeft hij de belangstelling voor de wereld verder beperkt. Volgens sommigen heeft hij tijdens de zitting geslapen.

Zijn gezicht heeft hij bijna geheel met zijn baseballpetje afgedekt. Een medische reden is er niet voor de pet, verklaart dokter Albrecht Stein. Maar hij mag hem ophouden, want anders kijkt hij in een lamp aan het plafond, zegt rechter Ralph Alt.

Demjanjuks advocaat Ulrich Busch betoogde dinsdag dat de Duitse rechtbank om tal van redenen niet bevoegd is de zaak te behandelen. Officier van justitie Hans-Joachim Lutz droeg de aanklacht voor: medeplichtigheid aan moord op minstens 27.900 mensen, naar Sobibor vervoerd in vijftien transporten uit Westerbork.

De advocaten van de meeste medeaanklagers pleitten ervoor die aanklacht uit te breiden met poging tot moord. Beslissingen over alle verzoeken volgen later.

Alle betrokkenen krijgen van rechter Alt de ruimte. Demjanjuk heeft zijn toch wel zeer opvallende positie door alleen nog maar liggend te verschijnen. Zijn advocaat voert uitvoerige verweren. Medeaanklager Van Huiden neemt op zijn manier de regie van de strafzaak in handen. Hij wacht de vragen van de rechtbank niet af wanneer hij als getuige gehoord wordt; hij vertelt zijn eigen verhaal wel.

''Hoe kan het dat ik hier zit? We hadden een Duitse herder. Toen er een razzia kwam, zeiden mijn ouders: 'Neem de hond en ga naar niet-Joodse vrienden.' Ik deed mijn ster af. Ik kon doorlopen, omdat iedereen weet dat een Duitse herdershond frisse lucht nodig heeft.'' Hij overleefde de oorlog, zijn moeder Rosa Wijnberg, stiefvader Maurits en zus Josefien kwamen om in vernietigingskamp Sobibor, exact op de dag dat David twaalf jaar oud werd. Demjanjuk zou daar toen bewaker zijn geweest. Van Huiden: ''We dachten dat mensen naar een werkkamp gingen. We dachten werkelijk dat ze terug zouden komen, maar daar was niets van waar. Dat was de grootste leugen uit de Tweede Wereldoorlog. Dat was wat ik wilde zeggen. Verder nog vragen?''

Er is een vraag. Een van de rechters wil weten hoe het kan dat Joden vertrokken. Van Huiden: ''De Duitsers zeiden zeker niet dat ze naar de gaskamer gingen. Dan hadden ze beter thuis kunnen blijven. Hoe kan men dit eigenlijk vragen?''

Wanneer medeaanklager Rudie Cortissos (70) aan het woord komt, haalt hij een vergeelde envelop uit zijn binnenzak. Snikkend in de getuigenbank: ''In 1946 of '47 zei mijn vader dat hij een nieuwe moeder voor me zou zoeken. Na zijn dood vond ik een brief die mijn moeder uit de trein van Westerbork naar het oosten had gegooid.'' De brief, geadresseerd aan Greet Knuyt op de Parnassusweg 14, werd door een onbekende gevonden en verstuurd en kwam in handen van zijn vader. Zijn moeder schreef dat ze met 2500 anderen in een trein op weg was naar het oosten, om daar te gaan werken. Ze zou zich kranig houden en hoopte iedereen weer snel te zien. De rechters, de officieren van justitie en de advocaten van Demjanjuk bekijken het historische document van alle kanten. De verdediging wil weten waar de brief verstuurd is.

Medeaanklager Mary Richheimer-Leijden van Amstel (70) dacht dat ze twee vragen zou moeten beantwoorden als getuige: die naar haar personalia en de namen van de familieleden die ze verloor. Maar de rechters willen van alles weten over haar onderduiktijd en vooral over hoe ze erachter kwam dat haar ouders Louis en Esther niet meer leefden. ''Ik werd niet van mijn onderduikadres opgehaald.'' Die opmerking begrijpt rechter Alt niet. Wie zei dat er niemand meer zou komen? Richheimer: ''Ik heb het zelf begrepen.''

Wie zijn er nog meer van haar familie naar Sobibor gebracht? ''Legio. Grootvader Jacob, grootmoeder Marianne, tante Rebecca, nichten Marianne en Heintje.'' Ze is de enige overlevende van haar familie. Als ze haar plek in de zaal weer inneemt, heeft ze het er warm van gekregen. Ze wappert ze zichzelf even lucht toe met haar kraag. (ADDIE SCHULTE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden