Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Pro-life is nog altijd springlevend

Plus Column

Laatst hoorde ik dat ze nog bestaan. Een ernstig zieke vrouw raakte per ongeluk zwanger. Ze besloot na veel tranen dat ze het kindje niet kon houden. Op een morgen togen zij en haar man naar de abortuskliniek. Om staande te worden gehouden door een groep activisten dat hen 'Moord!', 'Schreeuw om leven!' en 'Kun jij jezelf in de spiegel aankijken?' toe brulde.

Eerlijk gezegd achtte ik ze een relikwie uit het verleden. Pro-life demonstranten doen me denken aan christelijke-jaren-zeventig-groepjes en Amerikaanse tienerfilms. Niet aan het Nederland van nu. Maar ze zijn er nog. Dat had ik natuurlijk kunnen weten, want de pro-life club is springlevend - vergeef me de woordspeling.

De aanhangers zijn niet te beroerd allerlei methodes in te zetten om tegen abortus te pleiten: demonstraties, pamfletten of subtieler: beïnvloeding via hulpverlening. Siriz toucheerde sinds 2013 anderhalf miljoen aan subsidie om vrouwen objectieve voorlichting te geven over ongewenste zwangerschappen, terwijl de stichting is ontsproten uit de anti-abortushoek.

En in de tijd dat ik bevallen was van een overleden dochter, vond een organisatie mafkezen het nodig popjes rond te sturen, onder het mom: "Kijk hoe schattig, dat mag toch niet dood?" Terwijl mijn baarmoeder en hart bloedden, zat ik er bepaald niet op te wachten een plastic baby in mijn brievenbus gepropt te krijgen.

Deze week is er een nieuw middel ingezet. Na jaren soebatten kunnen sinds februari doodgeboren kinderen worden geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Met duizenden marcheerden ouders naar het stadhuis om hun Sterre, Jelle, Daniel of Liv te laten bijschrijven. Laatst lag er een kaart met bibberhandschrift op mijn deurmat. Een echtpaar, dik in de tachtig, had eindelijk hun zoon geregistreerd. 'Wat mooi dat we dit nog samen konden meemaken.'

En nu ziet advocaat Don Ceder, teven raadslid ChristenUnie in Amsterdam, in deze wetswijziging aanleiding om een pro-life actie te voeren. Hij heeft een dame met spijt van haar abortus geholpen de foetus te laten opnemen in de BRP, als signaal dat de politiek ook eens naar de abortuswet moet kijken. Dat mag meneer Ceder uiteraard doen.

Net als dat pro-lifers mogen demonstreren. Ze mogen zelfs met babypopjes in de weer. Maar wat is het smakeloos. Ceder vermengt slinks twee discussies: recht op abortus en recht op registratie. Voor mij staat in deze slechts één ding voorop: individuele vrijheid. Vrijheid om een kind te houden, vrijheid om abortus te plegen, vrijheid om een kind te registreren en vrijheid om dat niet toen.

Dit zijn zeer persoonlijke keuzes die we, met de huidige regels, gelukkig zelf kunnen maken. De vrijheid op abortus hadden we al. De vrijheid van registratie is er met de wetswijziging gekomen. Dat papiertje is voor velen pas echt een waardevol relikwie uit het verleden.

Degenen die proberen over de ruggen van ouders die ongewild hun kind verloren een punt te maken, zou ik graag een vraag stellen: "Kun jij jezelf recht aankijken in de spiegel?" Maar laat ik het chic houden en slechts mijn hoofd schudden. Vol ongeloof.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden