Prinsjesdag 2018: Wie niet werkt, telt minder mee

Op Prinsjesdag presenteert het kabinet weer een koffer vol beloftes en voorspellingen. Maar hoe mooi zijn de cijfers? Vandaag deel 2 van een korte serie over de cijfergoochelaars van Rutte III: zitten er echt zo weinig mensen zonder werk?

Beeld anp

Het heeft een heel decennium geduurd, maar volgend jaar daalt de werkloosheid eindelijk tot het niveau van voor de crisis.

In de uitgelekte Prinsjesdagstukken staat dat 320.000 mensen in 2019 langs de kant staan. Ter vergelijking: in februari 2014 piekte de werkloosheid met 700.000 mensen zonder baan.

Het zijn mooie cijfers, waar het kabinet en de regeringspartijen zich niet voor hoeven te schamen. Sterker: ze zullen er goede sier mee maken. Wie iets meer inzoomt, trekt een andere conclusie. Er is namelijk nog volop werk aan de winkel voor de regering.

Nederland telt veel meer werklozen dan uit het officiële cijfer blijkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek telt namelijk alleen de mensen mee die geen betaald werk verrichten, die de afgelopen vier weken wel naar werk hebben gezocht en die binnen twee weken aan de slag kunnen.

Wie dus twee maanden geleden zijn misschien wel honderdste vruchteloze sollicitatiebrief stuurde en daarna even geen pogingen deed, telt dus niet mee in het werkloosheidscijfer. Net als de ontslagen werknemer die uit pure verveling een krantenwijk heeft genomen. Door die paar uurtjes per week staat zo iemand opeens niet langer geregistreerd als werkloos.

Europees vergelijken
"Mensen die ziek zijn geweest en daarom niet hebben gezocht naar werk, tellen ook niet mee," vult Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS, aan. "Dat geldt ook voor mensen die wel hebben gezocht maar niet kunnen beginnen, omdat ze bijvoorbeeld momenteel voor iemand zorgen."

Wie alle categorieën optelt van mensen die wel zouden kunnen werken, of die meer uren willen maken, komt uit op bijna 1,3 miljoen Nederlanders die zonder (genoeg) werk zitten. Dat het officiële werkloosheidscijfer veel lager is, heeft vooral een praktische reden.

Van Mulligen: "In heel Europa wordt de werkloosheid op deze manier gemeten. Daardoor kunnen de cijfers makkelijker met elkaar vergeleken worden."

Tot 2017 werd het belangrijkste werkloosheidscijfer uitgedrukt volgens een eigen nationale definitie. Daarin zaten alleen Nederlanders van 15 tot 65 in plaats van tot 75 jaar, zoals nu. Mensen telden al mee als werkloos als ze minder dan 12 uur per week werkten.

De laatste twee jaar is de internationale definitie de standaard en dat is jammer, vindt hoogleraar arbeidsrecht Paul de Beer. "We tellen veel mensen mee die hele kleine baantjes hebben. Studenten die een paar uur in de week afwassen rekenen we plots tot de beroepsbevolking."

Te mooi
Het werkloosheidscijfer zou je zo bezien best geflatteerd kunnen noemen, zeker omdat het voorstelbaar is dat het Nederlandse CBS er beter in slaagt om kleine baantjes te detecteren dan statistici in andere landen. De Beer: "Het nieuwe cijfer dat steeds door het kabinet en het CBS wordt genoemd, doet het probleem toch wel iets kleiner lijken dan het is. Het stelt de zaken iets te mooi voor."

Van Mulligen benadrukt dat het CBS ook nog steeds de werkloosheid volgens de nationale definitie uitrekent. "Dat werkloosheidscijfer ligt doorgaans inderdaad iets hoger," stelt hij. Het CBS berekent bovendien veel meer dan het werkloosheidscijfer.

Langdurig werklozen
Neem bijvoorbeeld de arbeidsdeelname, zegt Van Mulligen: "De netto-participatie ligt momenteel op 67,8 procent. Negen jaar geleden lag dat nog op 68,3 procent. Dat lijkt slechts een klein verschil, maar als je bedenkt dat we sindsdien door de verhoging van de AOW-leeftijd langer doorwerken, is dat toch opvallend."

Ofwel: wie zich echt bekommert om de arbeidsmarkt, moet zich niet blindstaren op dat ene werkloosheidscijfer. Het aantal langdurig werklozen is bijvoorbeeld nog altijd beduidend hoger dan voor de crisis, stelt Van Mulligen.

"Vooral voor mensen boven de 50 blijft het ondanks de krapte op de arbeidsmarkt lastig om werk te vinden. En ook laagopgeleide mannen tussen 25 en 45 hebben buitenproportioneel veel last gehad van de crisis. Macro, dus in het algemeen, gaat het best goed, maar er zijn verschillen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden