Preventief Interventie Team houdt kinderen net op tijd op het rechte pad

Kinderen die dreigen te ontsporen en hun ouders worden door het gemeentelijke Preventief Interventie Team (PIT) al ruim vijf jaar begeleid. 'Ik had het PIT zo graag ook voor mijn oudste zoon gehad.'

Lorianne van Gelder
De meeste kinderen die bij het PIT worden ­aan­gemeld zijn een broertje of zusje van een criminele veelpleger in de Top 600 Beeld Hollandse Hoogte
De meeste kinderen die bij het PIT worden ­aan­gemeld zijn een broertje of zusje van een criminele veelpleger in de Top 600Beeld Hollandse Hoogte

Hanane Sabir (30) zit op een woensdagmiddag in de smetteloze keuken van een vrouw en haar zoon in Nieuw-West. De ruimte is wat bedwelmend omdat er wierook brandt.

Sabir, lid van het Preventief Interventie Team (PIT) van de gemeente, kwam bij Mounir terecht omdat de tienjarige lastig was op school. Aandacht trekken, machogedrag, bij een schoolreisje in Artis op de alarmknop drukken. Hij werd voortdurend apart gezet omdat hij volgens school onhandelbaar was.

De jongen zit verlegen en ineengedoken aan tafel. Eigenlijk gaat het goed met Mounir, nu hij wordt begeleid door PIT. Sabir maakte meteen korte metten met het apart zetten, dat is niet goed voor zo'n jongen, weet ze. Hij werd bij de rustige kinderen aan tafel geplaatst. Sabir vraagt hem welk cijfer hij zijn leven op school zou geven nu? "Een acht," antwoordt hij. Sabir glimlacht tevreden.

Mounir is een van de makkelijkere kinderen. Hij kwam zelfs niet tot de tweede fase van de screening die de aanpak van PIT uniek maakt. In samenwerking met de Universiteit Leiden worden de aangemelde kinderen die anti­sociaal en grensoverschrijdend gedrag vertonen eerst op school gescreend op sociale leerbaarheid (zie kader) en hun IQ wordt getest. Vervolgens wordt gekeken wat kinderen ­nodig hebben om hun gedrag te verbeteren.

Paardenmiddel
Bij een jongen als Charaf bijvoorbeeld, was duidelijk dat het misging. Een van zijn oudere broers stond in de Top 600, een lijst van criminele Amsterdamse veelplegers.

Charaf vertoonde dezelfde tekenen als zijn broer. Druk, opvliegend, opstandig, slechte cijfers op school. Bij zijn grote broer liep het uit de hand. Zijn moeder Malika (53), met hoofddoek en in lang gewaad, vertelt dat hij verkeerde vrienden kreeg, laat thuis was. Toen op een dag de politie het ouderlijk huis binnendenderde, was het klip en klaar dat haar zoon diep in de ­problemen zat. "We raakten hem kwijt."

Als dat maar niet met Charaf zou gebeuren, was het enige wat Malika dacht. Dus toen ­Charaf door school werd aangemeld bij het PIT zette Malika de deur open. Ondanks haar wantrouwen ten aanzien van hulpverleners en ondanks de waarschuwingen van kennissen in de Marokkaanse gemeenschap: ­hulpverleners pakken je kinderen af.

"Er is veel schaamte om hulp te vragen, maar alleen kon ik het niet." Charaf bleek, net als zijn broer, Adhd te hebben, en Odd. Met medicijnen ging het een stuk beter.

PIT versnelde de overstap naar het speciaal onderwijs voor Charaf. "Ik had het PIT zo graag ook voor mijn oudste zoon gehad," zegt Malika gedecideerd.

Het PIT lijkt een paardenmiddel, maar is juist de zachtere weg, die erger moet voor­komen. 80 procent van de risicokinderen die het team van de gemeente heeft begeleid, gedraagt zich veel beter. Het PIT bekommerde zich in vijf jaar om 1300 kinderen uit 650 ­gezinnen. Soms werkt het niet.

Dan halen PIT-begeleiders bakzeil - bijvoorbeeld als ouders of jongeren niet willen meewerken. Maar snel afschepen kun je de PIT'ers niet: in 98 procent van de gevallen komen zij binnen bij gezinnen, die meestal zeer wantrouwend zijn naar hulpverleners. Een bijzondere score. Niet voor niets hebben steden als Gouda en ­Eindhoven nu interesse in de aanpak.

De meeste van de kinderen werden aan­gemeld als broertje of zusje van een criminele veelpleger in de Top 600, maar een flink deel komt ook binnen via een van de 31 scholen waarmee het PIT samenwerkt.

Uit huis geplaatst
Voor scholen is PIT een uitkomst, maar ook een opgave. Het duurde jaren voordat scholen zich wilden openstellen - en nog zijn ze huiverig om mee te doen. Er is angst voor de reputatie: scholen willen niet in verband worden gebracht met het PIT dat in een adem wordt genoemd met de Top 600. En er is ­wantrouwen: wat komen ze eigenlijk doen?

Voor basisschool El Amien in Osdorp geldt die achterdocht niet. Zij hebben inmiddels goede ervaringen met het team. Rosalie Bleiksloot, leerkracht in groep 7, zag een ­herboren jongetje nadat haar leerling Abdel door het team was begeleid. Van een slaand en schoppend mannetje werd hij een gemotiveerde jongen, die af en toe in een apart ­kamertje mag zitten, en weer zelfvertrouwen heeft.

"We hebben nu zes kinderen bij het PIT gehad, en ze zijn allemaal veranderd," zegt ­intern begeleider Liakatalie Kasim. Soms zijn de oplossingen voor jongens als Abdel best simpel: sporten, in rust kunnen werken, leren dat als een juf teleurgesteld kijkt, ze niet per se boos is.

Hadden al deze kinderen een crimineel pad bewandeld zonder PIT? Dat is niet te zeggen. Er zitten ongetwijfeld kinderen tussen die het zonder PIT ook hadden gered. Maar was ­Abdel niet door het PIT geaccepteerd, dan had de school een zorgmelding moeten doen, was er weer een leger hulpverleners op hem afgekomen, was hij misschien uit huis geplaatst.

Nu zit het jochie met plezier in de klas. Juf ­Rosalie Bleiksloot: "En als hij boos wordt, telt hij nu eerst tot tien."

De namen van de kinderen zijn om privacy­redenen gefingeerd.

Sociale leerbaarheid

De Universiteit Leiden begeleidt onder leiding van hoogleraar Hannah Swaab de toepassing van neurologisch onderzoek bij de risicokinderen die het PIT behandelt. Een groepje wetenschappers voert screenings uit om te testen op 'sociale leerbaarheid'.

Dat is een term die slaat op de mate waarin kinderen zich kunnen ­inleven in anderen, gevoelens van ­anderen kunnen herkennen, hun emoties kunnen beheersen en ­sociale regels kunnen volgen. Daarna wordt gekeken welke begeleiding ze nodig hebben om hun gedrag te verbeteren. Dat kunnen dingen zijn als het leren herkennen van emoties, maar ook anti-agressietraining of een overstap naar het speciaal onderwijs.

Het Preventief Interventie Team is in 2011 opgericht door onder meer ­Rosaly Brandon en bestaat uit medewerkers van verschillende hulpverleningsorganisaties - van jeugdzorg tot het Leger des Heils. Hoe jonger risicokinderen worden gesignaleerd, hoe meer effect het heeft.

Binnen 48 uur na een melding, wordt een team van ­(altijd twee) PIT'ers op het gezin af­gestuurd. Het team blijft minimaal twee jaar bij een gezin betrokken.De Gemeente Amsterdam financiert PIT met 2,4 miljoen euro per jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden