Review

Pop: Villagers - Becoming a jackal ****

Het is nog een broekie, de Ierse singer-songwriter Conor J. O'Brien. Op het podium van Paradiso, tijdens London Calling, oogde hij bovendien als een hobbitfigurant uit Lord of the rings. Des te opmerkelijker zijn de volwassen, soms zelfs wat ouwelijk klinkende songs op zijn adembenemend fraaie solodebuut (O'Brien speelde eerder in de band the Immediate) dat hij onder de naam Villagers uitbracht.

Liefhebbers van Tim Knol doen er goed aan zich per omgaande bij hun cd-detaillist te vervoegen, want de overeenkomsten tussen de twee vroeg oude jongens zijn opmerkelijk. Niet alleen vanwege het hoge zangregister -waarbij de stem van O'Brien net wat gevoeliger bibbert dan die van Knol - maar vooral vanwege de doeltreffende, bijna ambachtelijke eenvoud van hun liedjes.

Waar Knol vooral uit Americana put, zoekt Villagers aansluiting bij de melancholische folkpop van artiesten als Bon Iver en Eliott Smith. De laatste komt nadrukkelijk om de hoek kijken op het verstilde The meaning of the ritual. Hoewel de plaat aan urgentie had gewonnen als de speelduur tot een half uur beperkt was gebleven, zijn de elf songs stuk voor stuk van een bedwelmende schoonheid, die voor O'Brien een heel grote toekomst doen vermoeden. Villagers speelt 14 juni in Paradiso. (JERRY GOOSSENS)
(Domino)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden