Pop: The Cure - 4:13 Dreaming ***

Het was dit decennium gemakkelijk te denken dat the Cure na ruim twintig jaar dan toch aan z'n eigen ellende bezweken was. De laatste twee albums, getiteld The Cure en Bloodflowers, waren topzware producties die kapseisden en zonken voor de minder vaste fans er kennis van het kunnen nemen.

Eigenlijk was Disintegration (ook al geen plaat voor fuifnummers) uit 1989 het laatste belangrijke levensteken uit het oeuvre van het herfstige collectief rond zanger/gitarist en 'gothfather' Robert Smith. Daarna boette de band bij elk nieuw album aan urgentie in, om vier jaar geleden te eindigen als een zwaarmoedig en overbodig reliek uit een voorbij decennium. Ondanks die prachtige en invloedrijke platen uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig -Three imaginary boys, Seventeen seconds, Kiss me kiss me kiss me- was de band een overbodig panacee geworden voor een kwaal die niet meer bestond.

Maar afgelopen zomer was Robert Smith ineens onontkoombaar. Dat wil zeggen: een echo van zijn persona domineerde plotseling het straatbeeld. Want de man met de uitgesmeerde bloedrode lipstick, de uitgelopen mascara en de woekerende, zwarte haardos die je overal toegrijnsde, mocht in The dark knight dan The Joker heten, muziekliefhebbers zagen meteen waar wijlen Heath Ledger en regisseur Christopher Nolan de mosterd vandaan hebben gehaald. Tel daarbij op een nog steeds voortdurende jaren-tachtigrevival en een economische crisis waarvan de consequenties zich niet laten overzien, en je hebt dé ideale voedingsbodem voor het dertiende (!) Curealbum.

Geruchten willen dat Smith aanvankelijk een dubbel-cd met meer dan dertig nummers in gedachten had, maar er uiteindelijk voor koos de sombere liedjes en de nog véél somberder liedjes van elkaar te scheiden, en elk op een aparte cd uit te brengen. De belofte van die tweede plaat moet alvast voldoende zijn om het aandeel Prozac met tientallen procenten te doen stijgen, want hoewel 4:13 Dreaming bepaald geen zonnige verzameling deuntjes is, lijkt het erop dat Smith de echte treurmarsen voor die nog te verschijnen plaat heeft gereserveerd. En dat is goed nieuws. Tenslotte was The Cure niet alleen Joy Division light, maar in zijn gloriedagen vooral ook een popgroep die diepe melancholie in verraderlijk opgewekte muziek wist te verstoppen.

Dat talent heeft Robert Smith (op dit album herenigd met gitarist van het eerste uur Porl Thompson) goeddeels teruggevonden. Want hoewel het openingsnummer Underneath the stars klinkt als een kliekje dat een 'doem-volgens-het-boekje-band' als The Sound ooit op de plank heeft laten liggen, is het daaropvolgende The only one een geperverteerde popsong volgens het recept van de suïcidale chef Smith zelve: hier verhult het zoet dat de rot al heeft ingezet.

Smith' klagelijke stem -even iconografisch voor de jaren tachtig als, pak hem beet, beenwarmers en schoudervulling- vormt het contrapunt voor een, op het eerste oor lichtvoetig liedje.

Dat Smith cum suis niet helemaal in de jaren tachtig zijn blijven steken, blijkt uit Sleep when I'm dead, dat op de setlist van Arctic Monkeys niet uit de toon zou vallen dankzij de opgefokte beat en de schelle punkfunkgitaar. Dansen bleef bij the Cure altijd beperkt tot het zogenoemde 'kwartjeszoeken', maar op 14:13 Dreaming gaan bij de gothicveteranen de voetjes ineens voorzichtig van de vloer. De psychedelische funk van Switch roept Prince op een druilerige herfstochtend in herinnering, terwijl ook Freakshow een ritme heeft dat de luisteraar automatische naar de dansvloer dirigeert.

Het is jammer dat Smith het nodig heeft gevonden al dat poppy vernuft te doorsnijden met monotoon drenzende klaagzangen als The real Snow White en It's over. De bijna vijftiger wil klaarblijkelijk niet al te lichtvoetig voor de dag komen, maar is zich er wellicht niet van bewust dat zijn 'serieuze' nummers vooral stomvervelend zijn.

Dus nee, een meesterwerk is 14:13 Dreaming niet. Het is een plaat waarop Robert Smith zijn unieke talent voor zwaarmoedig optimisme heeft hervonden, en dat is gezien zijn output van de afgelopen jaren al meer dan menig Curefan had durven hopen. (JERRY GOOSSENS)
(Universal)

Website The Cure

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden