Review

Pop: Radiohead - The king of limbs ***

Het was 14 februari, Valentijnsdag, toen Radiohead wereldkundig maakte dat hun nieuwe, achtste album binnen luttele dagen via internet te downloaden zou zijn. Het was voor het eerst dat de band over The king of limbs repte. Ook journalisten, die zeker bij belangrijke releases als deze in de regel weken zo niet maanden van tevoren worden ingelicht, wisten van niets. Zowel voor fans als pers kwam het album als een volslagen verrassing.

Op Facebook en Twitter reageerden de fans alsof de Kerstman spontaan een derde kerstdag had ingelast. En toen The king of limbs vrijdag - 24 uur eerder dan aangekondigd - werd vrijgegeven, ging het op muziekgerelateerde sites nergens anders meer over.

Het is niet voor het eerst dat het Engelse vijftal de ongeschreven regels van de muziekindustrie aan de laars lapt. Vier jaar geleden gooide Radiohead een enorme steen in de vijver door als eerste grote band een heel album, In rainbows, via het wereldwijde web uit te brengen, zónder de tussenkomst van een platenmaatschappij. Liefhebbers mochten destijds zelf beslissen wat ze er voor over hadden. Gemiddeld vijf pond, zo bleek.

Dat is een pondje minder dan wat Radiohead nu vraagt voor de mp3-download van The king of limbs. Europeanen uit landen die wel bij de Monetaire Unie zijn aangesloten, betalen zeven euro, of tien euro voor een download in het kwalitatief superieure, maar zwaardere WAV-formaat.

De echte fans zullen dieper in de buidel moeten tasten, want het businessmodel dat ook al op In rainbows werd losgelaten, voorziet eveneens in een 'fysieke' editie: twee platen op doorschijnend tien inch vinyl, een cd en 'many large sheets of artwork, 625 tiny pieces of artwork and a full-colour piece of oxo-degradeable plastic to hold it all together'. Inclusief de download voor 36 (mp3) of 39 euro (WAV) online te bestellen en thuisbezorgd. De platenwinkels hebben het nakijken, want pas op 28 maart is The king of limbs leverbaar als eenvoudige, ouderwetse cd of lp.

De onvermijdelijke vraag luidt vervolgens of de muziek al die heisa waard is.

Voor de Radioheadliefhebbers die nog altijd hopen dat de band ooit zal terugkeren naar de meeslepende gitaarrock die platen als The bends en OK computer typeerden, moet het antwoord ongetwijfeld nee luiden. The king of limbs is nóg verder van dat idioom verwijderd dan zijn voorganger, die ook al geen prototypisch Britpopalbum was, maar in elk geval nog songs bevatte die je kon meezingen. De nieuwe is een bij vlagen abstracte, compromisloze soundscape, die zich lastig laat doorgronden.

Veelbetekenend wat dat betreft is het openingsnummer Bloom: een hortend staaltje elektrojazz, opgetrokken rond een ingewikkeld, syncopische beat, vervlochten met de gedragen, bij vlagen dreinerige zang van Thom Yorke. Een statement dat lijkt te zeggen: wie hier voor gemakkelijk te verteren popmuziek aanklopt, is aan het verkeerde adres.

The king of limbs is als je de definitie tot het uiterste oprekt een danceplaat. Of je er op zaterdagavond de voeten mee van de vloer krijgt, is twijfelachtig, maar met de nadruk die Radiohead op (elektronische) textuur en ritmiek legt ten koste van melodie en songstructuur, heeft de band meer gemeen met bijvoorbeeld de dubstepscene dan de rockwereld.

Niet verwonderlijk voor een band die zich tien jaar geleden op het vermaarde Kid A al tot het evangelie van de elektronica bekeerde. Maar terwijl het eerder leek alsof Radiohead van plan leek pop en elektronica met elkaar te versmelten, kiezen Yorke cs. op The king of limbs nadrukkelijk voor de avant-garde.

Dat levert bezwerende songs op als Feral en Little by little, die een gejaagd soort polyritmische wittejongensfunk laat horen, ergens tussen Talking Heads en LCD Soundsystem in. Daar tegenover staan stemmige, pastelkleurige schetsjes als Give up the ghost en Codex, die zich laten beluisteren als ijle flarden van liedjes die over een bergkam komen aangewaaid. Een paar pianomaten, de hartenklop van een verre basdrum, een akoestische gitaar, vogelgeluiden: meer is het niet.

The king of limbs behoort zeker niet tot het beste wat Radiohead ooit gemaakt heeft, al valt niet uit de sluiten dat de plaat zijn volledige schoonheid pas na intensief luisteren helemaal prijs geeft. Maar de band bewijst opnieuw dat ze lak heeft aan conventies over hoe muziek moet klinken of gepresenteerd dient te worden en is alleen al daarom onverminderd van een niet te onderschatten belang voor de popwereld. (JERRY GOOSSENS)
(www.kingoflimbs.com)

Tracklist:
1. Bloom
2. Morning Mr Magpie
3. Little by Little
4. Feral
5. Lotus Flower
6. Codex
7. Give Up the Ghost
8. Separator

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden