Review

Pop: Loudon Wainwright III - High Wide & Handsome****

Het moet in de vroege jaren zeventig zijn geweest, schrijft Loudon Wainwright III in het voorbeeldige boekje bij de dubbel-cd High Wide & Handsome, dat hij voor het eerst van hem hoorde. Zijn vriend en collega Patrick Skye speelde, in zijn huis in Perryville, Rhode Island, het liedje Awful hungry hash house. Een opgewekt deuntje over een dubieus kosthuis, waarin één tekstregel hem meteen trof: 'The beefsteak is rare and the butter has red hair.'

Zijn eerste reactie was hardop lachen. Zijn tweede: 'Who the hell wrote this?!'
Het antwoord dat hij kreeg klopte strikt genomen niet helemaal, maar heeft nu, bijna veertig jaar later, wel heel fijne gevolgen: Charlie Poole.

Charlie wie?! Charlie Poole, een pionier van de commerciële country, wiens kleurrijke verhaal tot nu toe grotendeels werd overschaduwd door de overzichtelijke mythes van de muziekgeschiedenis.

Volgens één van die mythes was de oerknal in augustus 1927, toen Ralph Peer, een talent scout van de Victor Talking Machine Company in New York, naar Bristol, Tennessee trok om in een studiootje in een pakhuis de eerste opnames te maken van Jimmy Rodgers en The Carter Family. Het geluid van de Appalachen werd voor het eerst gehoord door de rest van Amerika, waarna die stokoude liedjes als boek Genesis de countryannalen in gingen.

Klinkt goed. Maar onzin is het wel. Er waren voor die tijd niet alleen al heel wat platenmakende hillbilly's geweest, Charlie Poole (1892-1931) had met zijn North Carolina Ramblers twee jaar eerder al een enorme hit met Don't let the deal go down blues, waarvan Columbia Records destijds ruim honderdduizend exemplaren verkocht.

Zo'n geschiedenislesje is leuk. En Wainwright heeft in interviews al de hoop uitgesproken dat de zanger en banjospeler door zijn 'Charlie Poole Project' alsnog een plekje zal krijgen in de Country Hall of Fame. Maar historische gerechtigheid is gelukkig niet de enige reden waarom hij, samen met producer Dick Connette, in dertig tracks een aanstekelijk eerbetoon brengt aan de man en zijn repertoire.

Poole was namelijk niet alleen een veelzijdig artiest, maar ook wat je noemt een character. Een man die in de roaring twenties harder raasde dan bijna iedereen en een levensloop had die uitstekend paste bij de songs over ramblin' men en de lol en ellende van drank en vrouwen, die hij weliswaar níet zelf schreef maar wel volledig naar zijn hand zette.

Als kind werkte Poole in de katoenfabrieken van North Carolina, maar tussendoor glipte hij al regelmatig naar buiten om op zijn banjo, gemaakt van een oude kalebas, te spelen op een brug. Tot alle arbeiders uit de ramen leunden om hem te kunnen horen. Eerst werd hij daarom ontslagen, maar toen hij als straatmuzikant voor de poort bleef hangen, nam de baas hem weer aan. Hem binnenhouden was een stuk beter voor de productiviteit.

Tijdens de drooglegging kocht hij zijn eerste echte banjo van de opbrengst van illegaal gestookte whisky. En vanaf het moment dat hij in 1925 die eerste hit scoorde, was de toch al reislustige muzikant helemaal niet meer te stuiten. Met verschillende groepen speelde hij van Canada tot Montana en van Virginia tot New York op dorpspleinen, in kerken en kroegen. Beroemd om zijn stem, zijn uitstraling én zijn podiumact, waarin hij op zijn handen liep en radslagen maakte. Zijn vrouw wist vaak maanden niet waar hij uithing. Tot hij ineens weer op de stoep stond, met een kussensloop vol dollars over zijn schouder.

Geen wonder dat Wainwright er ooit van droomde een film over hem te maken, waarin hij zelf de hoofdrol zou spelen. Die film kwam er niet, maar High Wide & Handsome is een prachtig alternatief.

Bijgestaan door meer dan twintig muzikanten, onder wie zijn kinderen Rufus en Martha Wainwright, speelt hij een selectie uit Pooles eclectische repertoire, van vroege bluegrass en country tot Brits aandoende ballades en van vaudeville en minstrel songs tot gospel en swingende jazz. En ze passen hem allemaal perfect. De luchthartige feestnummers, maar ook hartverscheurend mooie tranentrekkers als Mother's last farewell kiss.

En tussendoor schreven Wainwright en Connette ook nog negen originele nummers 'in de geest van Poole' over diens leven, met als hoogtepunten Cornette's old ballyhoo, met de briljant benevelde openingsregels Mister, won't you lend a poor dime a cripple?/ I'm about a thousand dollars from my home, en het titelnummer van Wainwright.

Song, wine, and women - they're my
two favorites
Beer, gin and whisky - that's
5, 6 and 4.

Saturday night I like
eatin' and dancin'
And I sleep all day on Sunday
so's I'm ready for more.

Mocht die film er toch nog komen, dan krijgt-ie een heerlijke ironische slotscène. Want was Pooles carrière door de Great Depression zo in het slop geraakt dat hij weer in de fabriek moest gaan werken, in 1931 kreeg hij nog één muzikale kans: een filmmaatschappij bood hem een vet contract om een soundtrack te schrijven. Poole vierde het met een zuippartij die dertien dagen duurde - en dronk zich letterlijk dood. (DIRK-JAN ARENSMAN)

Website Loudon Wainwright III

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden