Pop/Klassiek: Renée Fleming - Dark hope ****

Hou u vast: Renée Fleming, een van de allermooiste klassieke sopranen van deze tijd, heeft een popplaat gemaakt. De cd, Dark hope getiteld, ligt deze week in de winkels.

In Engeland is ook al de single Endlessly verschenen. In Nederland komt het publiciteitsoffensief pas in september op gang, als Fleming in het Concertgebouw komt zingen.

Endlessly is een nummer van het populaire beatcombo Muse, waarmee zij aangegeven dat Fleming goddank geen gruwelijk voor de hand liggende greep uit het poprepertoire heeft gedaan. Integendeel. De elf nummers op Dark hope zijn voor het merendeel afkomstig uit de hoek van de indie-bands (Band of Horses, Death Cab For Cuty, The Mars Volta, Arcade Fire), aangevuld met oudere nummers van Peter Gabriel, Leonard Cohen en Jefferson Airplane. Men mag van een verantwoorde keuze spreken.

Het andere goede nieuws is dat ze de nummers niet met een geoefende klassieke stem zingt. Ze heeft hoorbaar haar best gedaan werkelijk als een popzangeres te klinken. Ze heeft zelfs een lekker hees randje.

In het Amstel Hotel gaf Fleming vorige week tekst en uitleg over dit opmerkelijke project.

Ze benadrukte dat Dark hope géén crossoverplaat is. ''Crossover is big business tegenwoordig. Denk aan Bocelli en Josh Grobin. Maar zij veranderen hun vocal production niet als ze popmuziek zingen. Zo wilde ik het niet doen. Niet mijn smaak. Ik wilde een andere stem vinden.''

En daarin is ze met vlag en wimpel geslaagd. Haar stem klinkt op Dark hope volstrekt onherkenbaar, zelfs voor haar grootste fans. Wel hoor je overduidelijk een zangeres met een voor popbegrippen grote controle over de stem. En je hoort ook dat ze zich enorm inhoudt, zoals de bestuurder van een Ferrari op een woonerf. Maar juist dat achterhouden van vermoede mogelijkheden zorgt voor een unieke spanning.

''Ik moest eigenlijk m'n opleiding uit het raam gooien. Daar ging m'n perfecte dictie, haha, want het mocht vooral niet té verstaanbaar zijn. Ik moest veel meer op spreektaal overschakelen. Dus niet going to, maar gonna. Ik moest klanken inslikken. Maar ik heb het niet goed gedaan, want toen Peter Mensch
- die samen met Cliff Bernstein de bedenker van het project is - de eerste versie van Cohens Hallelujah hoorde zei hij: 'Aha! Dus daar gaat het over! Ik heb die tekst eerder nooit kunnen verstaan'.''

Fleming moest zich naar eigen zeggen grote stemtechnische beperkingen opleggen om een geloofwaardig popgeluid te ontwikkelen.

''We kwamen uit op de spreekstem die ik heb als ik 's ochtends op sta. Om mijn hoge stem aan de praat te krijgen moet ik echt een warming-up doen. Daar was voor Dark hope geen sprake van. Juist niet. Als ik aan warming-ups had gedaan, was mijn stem meteen onbruikbaar geworden. Die spieren zijn na al die decennia zingen zo getraind op omvang en kracht. Dit vereiste iets heel anders.''

Grappig is dat Fleming had gedacht in de studio lekker te kunnen freewheelen, omdat de stringente stilistische eisen van de klassieke muziek nu niet van toepassing waren. Dat bleek een vergissing te zijn. Producer David Kahne (die onder meer verantwoordelijk was voor Paul McCartney's Driving rain) was zo mogelijk nog strenger. ''Dat verbaasde me. Het mocht nergens Las Vegas of Broadway worden. Cheesy was het woord dat hij daarvoor gebruikte.''

In het Amstel Hotel zingt ze voor de zwijmelende verslaggever de eerste regel van Hallelujah: 'I heard there was a secret chord', waarbij ze de stem op het laatste woord nadrukkelijk laat dalen.

''Kijk, als je het zo doet, ben je dus meteen een lounge lizard. Dan sta je meteen in een hotel. Het was alsof ik met de allerstrengste Mozartcoach werkte, want de stijl moest precies goed zijn. Soms vroeg ik, moet ik daar niet wat méér geven, of iets variëren, want ik ben gewend liederen te interpreteren, mijn persoonlijkheid en smaak te laten gelden. Maar dat mocht hier niet. Het drama zat in de muziek. Ik moest alleen op m'n stem vertrouwen.''

''Daar heb ik me bij neergelegd, want ik bevond me op vreemd terrein. Ik ben sinds mijn studietijd niet meer zo dicht op mijn huid gezeten. Alles was anders. Soms moest ik een frase twintig keer opnieuw zingen voordat we de goede hadden. Ik was weer een beginner. And I loved it.''

Ze is er anders door over popmuziek gaan denken. ''Ik was vroeger superelitair, maar nu heb ik veel respect gekregen. Je ziet het ook aan musicologen als Alex Ross. De elitaire blik is nadelig voor klassieke muziek. Er zijn hele generaties mensen die de boot missen als je muren gaat optrekken. En dat hebben we veel te lang gedaan.''

Maar nu even serieus. Is het wat, die plaat van die stersopraan die het poppad op gaat? Ja! Hij is verrassend goed zelfs, al moet je soms wel door de wat te kunstige arrangementen van Kahne heen luisteren. Maar ze zingt geweldig.

In Intervention van Arcade Fire lopen de rillingen je over de rug, als ze dan eindelijk de hoogte in gaat. En With twilight as my guide (misschien wel de beste track) van The Mars Volta is ronduit verrassend - het is ook Flemings eigen favoriet. In Stepping stone van Duffy klinkt ze wat vlakker dan het krakerige origineel, maar in Hallelujah laat ze alle vrouwelijke concurrentie achter zich. Het nummer is nagenoeg doodgespeeld, maar zo zit er weer nieuw leven in. Alleen dat arrangement... (ERIK VOERMANS)
(Decca)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden