Pop: Bob Dylan - Tell tale signs *****

Terwijl van de vorig jaar met veel bombarie aangekondigde Archives-reeks van Neil Young voorlopig alleen nog een trailer op het internet te bekennen is, stoomt The bootleg series van Bob Dylan onverstoorbaar voort.

Tell tale signs heet het achtste deel van de schatkistjes-in-dubbel-cd-formaat die sinds 1991 zorgvuldig worden samengesteld uit diens schijnbaar eindeloze voorraad rare and unreleased materiaal. En waar dergelijke verzamelingen bij andere artiesten vaak bol staan van de opgewarmde kliekjes waarvan je precíes begrijpt waarom ze jarenlang op de plank bleven liggen, stelden de archiefkasten van huize Zimmerman zelden teleur.

Er rolden magische live-documenten uit als The Royal Albert Hall'' concert. Je kreeg fraaie eerste schetsen en alternatieve versies van bekende liedjes te horen. En er doken altijd wel een paar songs op waarvan je je verbijsterd afvroeg waarom ze in vredesnaam nooit op een plaat terecht waren gekomen. Een wonderbaarlijke bron eigenlijk, die, zo wordt op Tell tale signs zonneklaar, nog lang niet is opgedroogd.

De bestreken periode begint dit keer in 1989, toen Dylan zich na minstens zeven magere jaren weer oprichtte, en eindigt in 2006, het jaar waarin het grimmig geniale Modern times uitkwam. Ruwweg bestreken, want hoewel van het restmateriaal van dat laatste album nog twee nummers zijn terug te vinden - alternatieve versies van Someday baby en Ain't talkin' - en van de coverplaat World gone wrong (1993) een schitterende uitvoering van Robert Johnsons 32-20 Blues is opgenomen, ontbreekt van de sessies ten tijde van Good as I been to you (1992) en Love and theft (2001) ieder spoor.

Vreemd? Misschien. Maar dat het hart van de verzameling bestaat uit opnames die ooit bedoeld waren voor Oh mercy (1989) en Time out of mind (1997), heeft wel een paar behoorlijke voordelen.

Die platen werden namelijk beide geproduceerd door de Canadese knoppengoeroe Daniel Lanois, waardoor de tracks, die hier chronologisch gezien kriskras door elkaar staan, een wonderlijk coherent geheel opleveren. Als de stem van Dylan in de acht tussenliggende jaren niet nog verweerder was gaan klinken, zou je haast denken dat er een kant-en-klaar 'verloren album' in je cd-speler lag. Een perfect opgebouwd verhaal over wanhopig smachten, sterfelijkheid en verlies in 27 liedjes.

Bovendien was de relatie tussen Lanois en Dylan, hoe vruchtbaar ook, altijd een vechtverhouding. Soms bijna letterlijk. Lanois sloeg tijdens één van de eindeloze reeks takes van Everything is broken niet voor niets uit pure frustratie zijn dobro aan barrels. Die donderende klap ontbreekt op Tell tale sign, helaas. Maar met de kale, rammelig voortstuwende uitvoering van het nummer dat je halverwege de eerste cd hoort, haalt de artiest wel met terugwerkende kracht zijn grijnzende gelijk. Ontdaan van Lanois' loodzware sfeertapijt klinkt het beter dan ooit.

Dat is trouwens, even los van het vergelijkend warenonderzoek, toch één van de fascinerende kanten van The bootleg series: alternatieve versies zijn bij Dylan zelden embryonale probeerseltjes of bleke voorstudies, maar eerder volgroeide songs uit een parallel universum. Dezelfde teksten - soms met subtiele wijzingen - worden in een totaal ander jasje gestoken, dat ze vaak minstens zo goed past. Zo openen beide cd's met een compleet andere aanpak van Mississippi - in de eerste is het een oersimpel countrybluesje met alleen een akoestische en een elektrische gitaar om de hartverscheurend kwetsbare zang te beschermen, in de tweede klinkt het alsof een slaperige bluesband zich in een rokerige jukejoint door de kleine uurtjes van de nacht sleept. De zanger kijkt lodderogig op naar het publiek, en weet precies waar het allemaal misging: There's only one thing I did wrong/Stayed in Mississippi a day to long.

Ook de typische revelaties ontbreken niet op Tell tale signs. Kleine meesterwerken die, met of zonder metamorfose, nog nergens te horen waren of werden weggestopt op obscure soundtracks. Hoogtepunten wat dat betreft: Cross the green mountain en Red river shore. Het eerste schreef Dylan bij de documentairereeks Gods and generals, en laat je op ontroerende, filmische manier kijken door de ogen van een soldaat op het slagveld van de Amerikaanse Burgeroorlog. En zei sessieorganist Jim Dickinson ooit in een interview al dat het beste nummer van Time out of mind om onbegrijpelijke redenen op de snijtafel was blijven liggen, dik tien jaar later blijkt hij zowaar volkomen gelijk te hebben.

Alleen begeleid door een kabbelende gitaar en een bas begint Dylan te zingen: Some of us turn off the lights and we live/In the moonlight shooting by/Some of us scare ourselves to death in the dark/To be where the angels fly. En terwijl orgel, drums en een bijna fluisterende Tex-Mex-accordeon inzetten, wiegt de melancholieke liefdesballade door: Pretty maids all in a row lined up/Outside my cabin door/I've never wanted any of 'em wanting me/Except the girl from the red river shore. En door, en door. Bijna acht adembenemende minuten lang.

Natuurlijk staan er ook minder interessante nummers op Tell tale signs. En dat voor een 'luxe uitvoering' met een boekwerk en een derde cd ruim honderd euro extra wordt gevraagd, is een grof schandaal. Maar door een juweel als Red river shore zou je nu al bijna ongeduldig uitkijken naar deel negen. (DIRK-JAN ARENSMAN)
(Columbia)

www.bobdylan.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden