Review

Pop: Bert Jansch - L.A. turnaround *****

Bert Jansch - Santa Barbara honeymoon **
Bert Jansch - A rare conundrum ***

Zelfs in zijn obscuurste jaren was de Schotse gitarist en singer/songwriter Bert Jansch (1943) waarschijnlijk al een te grote muzikale legende om hem op te zadelen met het label musician's musician. Want, hoe aardig die term ook klinkt, het is toch vooral een beleefde manier om te zeggen dat je naam alleen bij collega's een enthousiast belletje doet rinkelen.

In Britse folkkringen is Jansch sinds zijn debuutalbum uit 1965 een begrip. Als één van de leidende figuren van de folkrevival. Als een fenomenaal gitarist, die in zijn unieke fingerpickingstijl invloeden van de Keltische traditie, jazz, blues en de eenzame klanken van de Amerikaanse Appalachen liet samensmelten tot een prachtig, dromerig geheel. En als lid van de akoestische supergroep Pentangle die eind jaren zestig, begin jaren zeventig ongekende successen vierde.

Maar toch, collega-muzikanten waren door de jaren heen nooit te beroerd om Jansch nog hoger op het schild te tillen, tot zelfs het grote(re) publiek hem zag.

Zo verklaarde Neil Young ooit dat de Schot hetzelfde voor de akoestische gitaar had gedaan als Jimi Hendrix voor de Stratocaster, en dat hij Jansch eigenlijk liever hoorde. En biechtte Jimmy Page op dat hij volkomen geobsedéérd door hem was geweest. Al vermeldde hij dan weer níet dat hij het arrangement van Led Zeppelins Black Mountain side grotendeels jatte van Jansch' Blackwaterside ...
In 2000 zorgde het feit dat Bernard Butler (ex-Suede) en Johnny Marr (ex-The Smiths) meespeelden op zijn album Crimson moon voor een storm aan hernieuwde aandacht. 'Zonder Bert Jansch,' zei Marr 'zou de rockmuziek, zoals die zich in de jaren zestig en zeventig heeft ontwikkeld, heel anders hebben geklonken. Je hoort hem in Nick Drake, Pete Townsend, Donovan, The Beatles, Jimmy Page en Neil Young. En er zijn talloze gitaristen die niet eens weten dat ze, via een omweg door hem zijn beïnvloed.' Er verscheen een documentaire, Dreamweaver, over Jansch, een biografie en een tributeplaat; in 2001 ontving hij een BBC Radio 2 Lifetime Achievement Award en twee jaar later werd zijn zestigste verjaardag groots gevierd met een concert in de Queen Elizabeth Hall in Londen.

En toen de rust een béétje was weergekeerd, werd hij alweer (her)ontdekt door zulke uiteenlopende artiesten als Beth Orton en freakfolker Devandra Banhart, beiden te horen op het bejubelde The black swan (2006), én, vreemd genoeg, Pete Doherty, die Jansch liet meespelen op een nummer van het Babyshamblesalbum Shotter's nation (2007) en bij verschillende akoestische optredens.

De spots wisten Bert Jansch de laatste jaren kortom uitstekend te vinden. Zo goed zelfs dat drie platen die hij midden jaren zeventig maakte, nu voor het eerst op cd zijn verschenen: L.A. turnaround (1974), Santa Barbara honeymoon (1975) en A rare conundrum (1977). Verloren platen, zou je kunnen zeggen. Wat heet: Jansch zélf had L.A. Turnaround niet eens meer in huis, tot Johnny Marr hem zijn exemplaar van de elpee cadeau deed.

Dat klinkt niet veelbelovend. En sommige platen worden nu eenmaal niet voor niets vergeten, wat driftig in archieven spittende platenmaatschappijen ook zeggen. Maar, verdomd, tussen deze 'teruggevonden parels' blijkt zomaar een écht meesterwerk te zitten.

Dat L.A. turnaround dat is, is om allerlei redenen een wonder. Om te beginnen werd hij opgenomen kort nadat Pentangle - de band met zangeres Jacqui McShee, collega gitaarvirtuoos John Renbourn en jazzritmesectie Danny Thompson (bass) en Tony Cox (drum) - uit elkaar viel. Jansch was terechtgekomen bij het merkwaardige labeltje The Famous Charisma, dat onder meer Van Der Graaf Generator, Genesis en Monty Python onder contract had en waar ze volgens Jansch eigenlijk niets van folkmuziek begrepen. En dan had de excentrieke platenbaas Tony Stratton Smith ook nog het plan opgevat hem meer bij de succesvolle Amerikaanse singer/songwriters uit die dagen aan te laten sluiten door ex-Monkee Mike Nesmith als producer aan te trekken. Maar hoe rampzalig die optelsom op papier ook klinkt, het resultaat is fantastisch.

Dat begint al met de eerste track, het treffend getitelde Fresh as a sweet sunday morning, een gedragen ballade waarin die oer-Britse stem lieflijk zweeft op de door Red Rhodes bespeelde pedal steel guitar, en de grens tussen Amerikaanse country en Keltische folk zo mooi vervaagt dat-ie volstrekt betekenisloos wordt. En dat blijft-ie een kleine vijftig minuten lang -in meesterlijke instrumentale nummers als Chambertin en Lady nothing, in het pastoraal wiegende One for Jo of het loom en bluesy swingende Stone monkey. Het klinkt allemaal even ontspannen, sfeervol, avontuurlijk en puur. Met als kers op de taart een adembenemende versie van Jansch' klassieker Needle of death.

Over Santa Barbara honeymoon kunnen we kort zijn: dat is een overgeproduceerde draak. Volgeplempt met zo veel misplaatste ruis - van de complete Dixielandband(!) met achtergrondkoor in Dance lady dance tot de steel drums in Build another band - dat zelfs die vier live-opnames van het Montreux Jazz Festival 1975, die als bonusnummers zijn toegevoegd, erdoor in de verdrukking raken. En A rare conundrum? Daarop keert hij terug naar de basis: ingetogen, akoestische folk. Een verdomd verstandig besluit -en er staan zeker fraaie nummers op, maar de vonk van die eerste Famous-Charismaplaat ontbreekt.

Een aanrader voor de ware folkfans dus. Zoals Santa Barbara honeymoon dat als curiosum eigenlijk alleen is voor de ongeneeslijke Bert Janschfreak. En zoals L.A. turnaround onmisbaar is voor elke muziekliefhebber. (DIRK-JAN ARENSMAN)
(EMI)

www.bertjansch.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden