Plus PS

Pols potten: al 30 jaar een haven voor paradijsvogels

Het succes begon met die ene pot uit Spanje: Erik Pol verkocht het terracotta geval met verticale ribbels vanuit de achterbak van zijn oude Ford. Pols potten bestaat nu dertig jaar. 'Als we overgaan op lopende bandproductie is het voorbij.'

Creatief directeur Jan Wolleswinkel (links) en zakelijk directeur Theo Grootendorst van jubilerend interieurmerk pols potten Beeld Yvonne Brandwijk

In Family of Things, het lijvige fotoboek verschenen bij het dertigjarig bestaan van pols potten, zijn twee bladzijden geconfisqueerd door Moppie, het vroegere hondje van creatief directeur Jan Wolleswinkel. Het schattige vuilnisbakkie met bruin-witgevlekte vacht stond in 2009 voor het laatst op de kerstkaart van de pottenfamilie, in een bak stro met een zilveren Axel Rose-achtige pruik op, daarna verhuisde hij naar de hondenhemel.

Wolleswinkel kreeg Moppie cadeau van een Spaanse pottenbakker zonder duimen, tijdens een van de vele buitenlandse reizen die hij met oprichter Erik Pol maakte om te zoeken naar 'pareltjes van handwerk'. (Dit moest gepaard gaan met goed eten; zo schoven Pol en Wolleswinkel al aan bij restaurant El Bulli lang voordat het wereldberoemd werd.)

Moppie kon prima aarden in Nederland, in Amsterdam waar zijn nieuwe baas woonde, en in Aalsmeer, waar Erik Pol eind jaren tachtig een stel kassen huurde voor de opslag van zijn eerste lichtingen potten.

De kassen hebben lang geleden al plaatsgemaakt voor loodsen met een heleboel vierkante meters. Pols potten is groot geworden en daar hoort ruimte bij. Een magazijn van waaruit de collectie op transport gaat. Showrooms. Kantoren. Een designstudio voor de ontwerpers in vaste dienst. Nog meer opslagruimte voor spullen die ergens in de afgelopen drie decennia een toonaangevende rol speelden en nu buiten de schijnwerpers worden gekoesterd op een overvolle plank.

Feestelijk uitgestald
Het merk pols potten (nadrukkelijk niet met hoofdletters) beperkt zich allang niet meer tot voorwerpen waar je die citroengeraniumstek van je schoonmoeder in kwijt kunt. Vazen, glaswerk, serviesgoed, lampen, accessoires en meubilair, met de kruk als toonbeeld van een gebruiksvoorwerp dat een verbijsterende verscheidenheid in zich blijkt te hebben.

'Tot die tijd kon je hier alleen oma's bakstenen bloempot krijgen' Beeld Yvonne Brandwijk

Een bezoek aan het Aalsmeerse hoofdkwartier of aan het woonwarenhuis op het KNSM-eiland, waar de koopwaar in feestelijke formaties staat uitgestald, is als de eerste keer Droomvlucht in de Efteling. De family of things bestaat uit zo veel kleuren, vormen en bruikbare verrassingen dat je niet weet waar je eerst moet kijken.

Moppie heeft veel ontwikkelingen zien langskomen. Als hij in de buurt bleef tenminste. Hij ging graag de hort op, achter de dames aan, zegt Wolleswinkel, aan tafel in de gezellige bedrijfskeuken, met Chinese thee en suikerbrood. "Hoe vaak ik wel niet de morning-afterpil heb moeten betalen voor mensen die boos aanbelden met hun hondje dat een rendez-vous met Moppie had beleefd. Ja, Spaans bloed hè?"

Dingenfamilie
Als Wolleswinkel hem niet kon vinden tegen de tijd dat hij naar huis wilde en dan maar gewoon vertrok, liep Moppie vaak zelf naar Amsterdam. "Dan stond hij midden in de nacht te huilen voor onze deur. Het kwam ook weleens voor dat hij naar Amsterdam wandelde, daar niemand aantrof en dan maar weer terugging naar Aalsmeer."

"Dan was hij daarna wel een halve dag gevloerd. Ja, Moppie was echt een karakter." En de animalification van de typische pols pottensignatuur: slim, origineel, een tikje romantisch, volhardend, geestig en allesbehalve wereldvreemd.

Het magazijn Beeld Yvonne Brandwijk

Jan Wolleswinkel was vrijwel van het begin betrokken bij pols potten. In 1987 afgestudeerd aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven, sloeg hij een baan als verpakkingsontwerper bij Philips af. Het kon niet zo zijn dat de vernieuwingsdrift waar Dutch Design om bekendstond hem niets spannenders te bieden had.

Hij verhuisde naar Amsterdam waar hij Erik Pol ontmoette, en al snel ook stilist Frans Piek, de man die zich bezighoudt met de presentatie van de dingenfamilie, of het nu is op een woonbeurs of in de etalages aan de KNSM-laan.

Honderdduizenden meloentjes
Op de achterkant van het jubileumboek staat te lezen dat pols potten altijd verschillende stijlen 'vrijelijk en non-conformistisch' heeft vermengd, gestoeld op de sfeer van de eighties, 'toen Amsterdam - meer dan vandaag - leek op een fantastisch palet van subculturen; punks, gays, snobs, feministen en krakers.' Leek op? Amsterdam wás dat palet, toch? Een artistiek, tegendraads wereldje waar Pol, Piek en Wolleswinkel vrolijk in rondzwommen en daar hun voordeel mee deden.

De bedrijfskeuken Beeld Yvonne Brandwijk

Het succes begon allemaal met die ene pot uit Spanje: een bolvormig terracotta geval met verticale ribbels, genaamd 'de kleine meloen'. Vrij naar de slogan van Calvé pindakaas: welke potplant uit eind jaren tachtig, begin negentig is er niet groot in geworden? Honderdduizenden meloentjes (bijnaam: de miljoen meloen) zijn er verkocht.

Nu is het een collector's item, te aanschouwen in de iconenkast achter in de winkel. Wolleswinkel: "Vergeet niet dat we tot die tijd alleen oma's rode bakstenen bloempot met verdikte bovenrand hadden. Verder was er niets te krijgen in Nederland."

Behendige entrepeneur
Wie de begintijd van pols potten ook goed kan navertellen, is Gerda van den Berg. Zij begon 35 jaar geleden bloemenwinkel Gerda's in de Runstraat en was een van de eerste bloemisten die potten kocht van Erik Pol.

'We zijn eens vijfduizend gulden kwijtgeraakt aan een stam in afrika' Beeld Yvonne Brandwijk

"Het was destijds echt heel lastig om aan leuke potten te komen. En toen was daar ineens Erik. Hij kwam voorrijden met zijn oude Ford, rechtstreeks uit Spanje bij wijze van spreken, en verkocht zijn meegebrachte waar gewoon uit de achterbak. Hij was baanbrekend, we hadden meteen een dikke link. Net zo lyrisch als ik kan zijn over een bijzondere bloem op de veiling, was hij dat over mooie, goed gemaakte spullen."

"De dagelijkse bedrijfsvoering daarentegen vond hij, geloof ik, niet altijd even interessant. Als ik vroeg wat die of die pot moest kosten, zei hij: weet ik nog niet. Als ik dan een paar dagen later belde omdat ik toch echt wilde weten wat ik mijn klanten ervoor kon rekenen, had hij het vaak nog steeds niet bedacht."

Dat neemt niet weg dat Pol als een buitengewoon behendige entrepreneur te werk ging, zeggen Wolleswinkel en Theo Grootendorst, al bijna twintig jaar de zakelijk directeur van pols potten. Niet voor niets koos hij Aalsmeer als locatie voor de opslagondersteuning van zijn kleine winkel in de Herenstraat - waar hij de miljoen meloen en andere grensverleggende pottenkwesties met veel visueel drama voorstelde aan de grachtengordel.

'Elk plantje een ander potje'
In Aalsmeer zaten niet alleen veel bloemisten, maar natuurlijk ook de studio's van Joop van den Ende. De jongens van pols potten zijn altijd gul geweest met het uitlenen van hun collectiestukken aan stilisten, voor fotoshoots in de bladen en ook voor decors van televisieprogramma's. Het was een slimme manier om de naamsbekendheid te vergroten.

Jan Wolleswinkel: 'We werken veel met familiebedrijven in afgelegen gebieden in Azië' Beeld Yvonne Brandwijk

Inmiddels was het genre bijzondere bloempot doodgewoon geworden door de onstuitbare opkomst van de grote tuincentra, waar je, zoals Wolleswinkel zegt, 'voor elk plantje een ander potje kon kopen'. En van doodgewoon moeten ze bij pols potten niets hebben.

Grootendorst: "Wij keerden ons naar binnen, de huizen in. Eerst met vazen van prachtig gekleurd glas uit Rusland en India, gevolgd door porseleinen stukken, handgemaakt in onder meer China en Vietnam. Zo breidden we ons assortiment uit, steeds vaker met ontwerpen bedacht of aangepast in onze eigen designstudio."

Lokale vakmannen
De periode Pol duurde tien jaar. Toen de computers het bedrijf binnenkwamen en de winkel een pinautomaat kreeg, was voor hem de lol eraf. Hij vond Amsterdam ook steeds tuttiger en saaier worden, zegt Grootendorst. In 1997 kochten hij en Wolleswinkel de oprichter uit. Dat was ook het jaar dat ze de 'image store' openden in een oude loods van de Koninklijke Nederlandse Stoomvaart Maatschappij op de KNSM-laan.

Pol verhuisde naar Senegal, waar hij een huis liet bouwen naar ontwerp van een Belgische architect. Hij begon een werkplaats voor houtbewerking. Lokale vakmannen maken daar sindsdien meubels (heel veel krukjes) en accessoires van dimb, een Senegalese teakhoutsoort.

Beeldje van hout, ontworpen door Hans van Bentem, gemaakt in Senegal Beeld Yvonne Brandwijk

Sinds Wolleswinkel en Grootendorst samen aan het roer staan, is aan het dna van de dingenfamilie niet veel veranderd. Wel is de clientèle steeds internationaler geworden. Verkocht pols potten onder Pol 80 procent van de spullen binnen Nederland en 20 procent in het buitenland, nu is dat meer dan omgekeerd. De collectie gaat naar winkels in 55 landen, onder andere via Maison & Objet, de internationale woonbeurs in Parijs.

Hoeveel dit alles oplevert, willen de mannen niet zeggen. Grootendorst: "Het gaat goed, dat is altijd zo geweest eigenlijk. Eén keer zijn we vijfduizend gulden kwijtgeraakt aan een stam in Afrika die iets voor ons zou maken. Ze hebben er een feestje van gegeven, denk ik. Verder weinig ellende."

Liever praten ze over dat leuke winkeltje op de Filipijnen of in Tokio waar je het Naked girls theeservies van Esther Hörchner kunt kopen. Of over het werkplaatsje in Jingdezhen, centrum van de Chinese porseleinindustrie waar de koraalvaas van Norman Trapman wordt gemaakt.

Devil's eye stool
Global from Holland noemen ze hun werkwijze. Het bedenken van hun Dutch Design is nog hoofdzakelijk een Nederlandse aangelegenheid. Naast vier ontwerpende werknemers in loondienst zijn er een heleboel ontwerpers los-vast aan hen verbonden.

Kandelaar, geïnspireerd op de revolutionary statues in China Beeld Yvonne Brandwijk

Daar zitten bekende namen bij zoals Trapman, Bas van Beek, Hans van Bentem en Wieki Somers, maar ook jong talent dat net van een academie komt, kan zich melden bij Wolleswinkels designafdeling. Als hij een idee goed en mooi vindt, zal hij er alles aan doen om het gemaakt te krijgen.

Pols potten heeft tegenwoordig altijd ­ongeveer 750 producten in de collectie. Sommige ontwerpen doorstaan de ene na de andere tijdgeest: de Bufferlamp van Somers. De Rack oh deer: een kapstok met een gewei. De Devil's eye stool: een houten kruk met een gat in het midden.

Vaak zijn deze klassiekers tevens een bron van ­inkomsten voor intellectueel eigendomsadvocaten; de pols potten succesnummers worden intensief gekopieerd.

Paradijsvogels
Andere spullen verdwijnen sneller naar het magazijn, bijvoorbeeld omdat ze in een limited edition verschijnen of minder goed lopen. Een enkel voornemen haalt de verkoop niet. Wolleswinkel: "Soms willen we iets heel graag op de markt brengen en lukt het toch niet. We hebben de You-Horn in de collectie, een muziekinstallatie voor een iPhone in de vorm van een hoorn gebaseerd op de slurf van een olifant."

Koraalvaas van Norman Trapman Beeld Yvonne Brandwijk

"Toen we probeerden daar tegelijk een vaas van te maken, ging het mis; de telefoon flikkerde er steeds uit. We zijn er twee jaar mee bezig geweest. Gelukkig gebeurt dit soort dingen niet vaak, want we worden er allemaal een beetje verdrietig van."

Reizen doen ze bij pols potten nog steeds veel en graag. Wolleswinkel: "Al die kleine werkplaatsen zijn een feest om heen te gaan. We werken veel met familiebedrijven in afgelegen gebieden in Azië waar we al tien, twintig jaar kind aan huis zijn. Ik logeer er vaak, eet bij ze."

Wel wordt het moeilijker om goede ambachtslieden te vinden. "Ook in landen als India en China willen steeds meer mensen een baan met schone handen en een computer. Voor ons een probleem, want wij zijn afhankelijk van bijzondere handwerkkracht. Als we overgaan op lopende bandproductie is het voorbij. Dat gaat niet gebeuren. Pols potten zal altijd een haven voor paradijsvogels blijven."

Klassieker 'de kleine meloen' Beeld Yvonne Brandwijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden