Plus

Politieman Joeri Sterringa: 'Tijd om te zien dat agenten kwetsbaar zijn'

De stress overweldigt de Amsterdamse politieman Joeri Sterringa als de reanimatie van een neergestoken meisje onmogelijk blijkt. Zijn boek beschrijft de persoonlijke kant van werken aan een veilige stad.

Joeri Sterringa piekert er ondanks alles niet over om te stoppen als politieman Beeld Marc Driessen

Het is zaterdagavond 28 mei 2009, even na tienen, als Sterringa, politieagent van Bureau Raampoort, een melding krijgt om naar de Nova Zemblastraat te gaan: 'Met spoed assistentie'. Wat hem te wachten staat, weet hij niet. Op straat is het doodstil, wat hij niet verwacht bij de melding.

Sterringa haast zich de woning op 1 hoog binnen. Daar komt hij in 'een slechte nachtmerrie' terecht. Op de grond ligt een groot koksmes, ernaast zit een man geboeid op de grond. Een vrouw schreeuwt naar de man: "Je hebt mijn kind vermoord."

"Ik nam direct op verzoek van een collega de reanimatie van het meisje over. Haar keel was doorgesneden met een stanleymes. Ik wist meteen dat het heel lastig ging worden," zegt Sterringa, nu 41 jaar oud.

Pantser
Als de ambulancebroeders het overnemen, loopt hij naar buiten. "Dan zie je, na enige tijd, het bakje van de ladderwagen naar beneden komen. Ik hoopte op een wonder. Maar dat bakje was leeg. Dat was schrikken. Want ik wist meteen hoe laat het was."

Het vriendinnetje van het meisje dat boven woonde, slaakt een harde gil als zij en haar familie op de hoogte worden gesteld van de dood van Robienna. "Die schreeuw ging door merg en been. Daar heb ik later veel last van gehad."

Vaak weet Sterringa een 'schild' op te trekken als hij op weg is naar een dodelijke aanrijding of een verhanging. "Dan pantser ik me, zodat de beelden en geluiden niet zo hard binnen komen, maar in de zaak van Robienna wisten we niet wat we zouden aantreffen."

Veel te jong
Na het vertrek van de ambulance moet hij met zijn collega's terug in de woning om voor het sporenonderzoek de spullen en het lichaampje neer te leggen in de situatie zoals ze het aantroffen. "Ik heb een minuut bij het meisje gestaan. Dat contrast van die witte vloer, de witte banken en dan overal bloed. 'Veel te jong,' dacht ik. 'En dan zoiets meemaken'."

Na de dood van Robienna legden vrienden bloemen bij het huis Beeld ANP

Na de gruwelijke moord kreeg Sterringa, die vanaf 1997 tien jaar op het politiebureau Nieuwezijds Voorburgwal werkte en daarna naar de bureau Raampoort en de Lijnbaansgracht ging, heftige nachtmerries. "Elke nacht reanimeerde ik dat meisje opnieuw, en elke keer ging ze dood."

Na een dergelijk ingrijpend misdrijf of ongeval praatte hij vaak met collega's na. "Even stoom afblazen. Maar de dood van het meisje was hard bij mij binnengekomen. Ik trok het niet. De gruwelijkheid van de daad, het geluid van het reanimeren, de opzet om zo'n meisje te doden. Het is de ultieme wraak van een ex op de moeder."

Ontkennende fase
De beelden van de reanimatie wisselden in zijn nachtmerrie elkaar af met scènes uit een zaak van twee jaar eerder. Sterringa werd op 10 november 2007 naar een vechtpartij op het Koningsplein gestuurd en trachtte de 19-jarige Denny Veldwijk te reanimeren. De jongen overleefde het niet. "Ik werd door de vrienden van Denny aangevallen. Ze trokken me steeds van hem af. In mijn nachtmerries kwam die beelden steeds terug."

Slapen werd een ramp. "Ik keek 's nachts veel tv. Ik zat in de ontkennende fase en zei steeds tegen mezelf: Het hoort er allemaal bij. Maar in september viel ik echt om. Ik werd lichamelijk ziek."

In september 2009 werd bij hem PTSS geconstateerd. Hij zat een half jaar thuis en kreeg therapie. Hij heeft het inmiddels voor een groot deel verwerkt, zegt hij. "Ik heb minder en minder extreme nachtmerries. Slechts een tot twee keer per maand."

Damschreeuwer
Toch zijn er meer zaken die aan hem blijven kleven. Ook de Damschreeuwer in 2010 liet een litteken achter. "Het omvallen van die hekken op metaal klonk als schoten. Huilend en gillend renden de mensen mijn kant op. De spanning van die twee minuten beleef ik iedere herdenking op de Dam weer." 'Elk jaar speelt die schreeuw door mijn hoofd,' schrijft hij.

Ongeveer tien jaar na de dood van Denny Veldwijk en Robienna zocht Sterringa contact met hun moeders. Hij wilde weten hoe zij de dood van hun kinderen hadden verwerkt. De moeder van Robienna reageerde niet op zijn telefoontje en brief. Denny's moeder wel. "Een terugkoppeling hoe het met iemand is afgelopen, krijgen agenten eigenlijk nooit. Het was fijn om te horen wat Denny voor jongen was. Je deelt ervaringen. Maar ik wilde haar ook toestemming vragen om zijn naam te vermelden in mijn boek."

In het boek staan brieven die Sterringa op aanraden van zijn therapeut aan Robienna heeft geschreven. Een van die brieven: "Eigenlijk weet jij alleen het antwoord op al mijn vragen. Ik heb er veel, zoals: Waarom? Hoe? Heb je pijn gehad? Wat dacht je?"

Geen watje
Bang om voor watje te worden versleten, is hij niet. "Ik ben geen watje. Ik werk al 22 jaar in het centrum van Amsterdam. Er zijn veel agenten die een stressstoornis hebben opgelopen. Sommige stappen uit het leven. Dat heb ik ook weleens overwogen, maar ik zal het nooit doen."

'Ik zal nooit meer dezelfde worden als voor 28 mei 2009.' schrijft hij in het boek. Hij licht toe: "Ik ben een compleet ander persoon geworden. Ik was een vrolijk iemand. Het leven is zwaarder geworden."

Toch piekert hij er niet over om te stoppen als politieman. "Het werk dat ik zo leuk vond, heeft me ziek gemaakt. Maar ik blijf het doen. Een goede aanhouding, even meeknokken met een vechtpartij om de mensen uit elkaar te houden, het op heterdaad betrappen van een inbreker, het schoonvegen van het Leidseplein om de openbare orde te handhaven, is allemaal fantastisch om te doen. Het geeft me voldoening met elkaar voor de veiligheid te zorgen en mensen te helpen."

Niet zielig
Met dit boek wil hij de andere kant van het politiewerk laten zien en de schaamte over PTSS doorbreken. Ook hoopt hij dat er op de politieschool over stressstoornis gesproken wordt. "Ik hoef geen medelijden en ik ben niet zielig. Het wordt wel tijd dat men ziet dat wij kwetsbaar zijn. Er mag wat meer begrip van de burgerij komen over ons werk."

Hij probeert tegenwoordig te voorkomen dat de emmer overloopt. "Door niet meer altijd als eerste bij een dodelijke aanrijding, een verhanging of een dodelijke schietpartij aanwezig te zijn. Ik was altijd iemand die vooruit rende. Nu, als leidinggevende inspecteur, dwing ik mezelf niet voor de troepen uit te gaan. Ik hoef er niet meer als eerste te zijn. Ik moet ook eigenlijk achter die troepen blijven maar vind dat lastig. Ik sta er liever tussenin."

Joeri Sterringa: Van diender tot patiënt, Boekscout, 112 blz., € 17,99

Stressvolle belevenissen

Zaken waar Joeri Sterringa al dan niet direct bij betrokken was en bijdroegen aan zijn PTSS:

- 2004 Treinongeluk op het Centraal Station waarbij passagiers bekneld zaten.

- 2007 Vechtpartij waarbij de 19-jarige Denny Veldwijk werd doodgestoken. Sterringa kreeg klappen en schoppen in zijn rug van de vrienden van de jongen.

- 2008 De 28-jarige agente Gabriëlle Cevat werd in Amstelveen doodgeschoten door een man op straat die zij aansprak op zijn rijgedrag. Dit maakte diepe indruk op Sterringa.

- 2009 De 12-jarige Robienna Reboe werd door de ex van haar moeder in hun huis aan de Nova Zemblastraat met een stanleymes omgebracht. De moeder had de relatie beëindigd, wat de man niet kon verkroppen.

- 2010 De Damschreeuwer begon 4 mei bij de twee minuten stilte te schreeuwen. In de paniek vielen er negentig gewonden.

- 2012 Tijdens een vechtpartij op de Lijnbaansgracht werd de meniscus van Sterringa kapotgetrapt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden