Poëzie voor op een verre tocht

'De 100 beste gedichten van 2007', gekozen door Odile Heynders.
De Arbeiderspers, euro 9,95

Weinigen kopen een dichtbundel en nog minder mensen overzien de jaarlijkse oogst aan Nederlandse poëzie. In dat hiaat voorziet de bloemlezing 'De 100 beste gedichten van 2007', dat een beeld geeft van de huidige stand van de Nederlandse dichtkunst. Die laat zich, deels door eigen toedoen, steeds meer in de marge drukken.

De Nederlandse poëzie - het klinkt intussen haast sleets - floreert. Het aantal nieuwe dichtbundels neemt ieder jaar weer toe, om nog maar te zwijgen van het aantal heruitgaven, bloemlezingen, de vele bundels in eigen beheer, en de publicaties in tijdschriften en op weblogs. Podiumdichters trekken volle zalen. Dichters kunnen tijdens festivals, lezingen en optredens op een welwillend publiek rekenen. Daarnaast moet gezien het grote aantal Nederlanders dat zelf dicht - meer dan een half miljoen, schijnt het - de liefde voor de dichtkunst groot zijn.

Maar schijn bedriegt. Toonaangevend in het culturele en maatschappelijke debat, zoals dichters als Gorter, Marsman, Nijhoff en Lucebert waren, is de poëzie allang niet meer. De dichtkunst dreigt in een onpoëtische tijd waarin alles poëzie kan zijn, steeds meer een marginaal verschijnsel te worden. De dichtkunst preekt voor eigen parochie en vervreemdt zich van de lezers, is de klacht die almaar luider klinkt. Er wordt gepleit voor meer 'verstaanbare' poëzie, die als vanouds de burger in het dagelijks leven inspireert en stimuleert. Een begrijpelijk maar ook vreemd pleidooi, omdat die poëzie al sinds jaar en dag wordt geschreven. Zij krijgt alleen minder aandacht doordat de recensenten zich vaak blind staren op poëzie voor een selecte groep fijnproevers.

PAPAVER

Kwalitatief gezien was 2007 bovendien een matig poëziejaar. Er verschenen goede bundels, maar geen daarvan stak er met kop en schouders bovenuit. De nieuwe bundels van Rogi Wieg ('De Kam') en Remco Campert ('Nieuwe herinneringen') deden beslist niet onder voor het met de VSB Poëzieprijs 2008 bekroonde 'Bres' van Leonard Nolens of de alom bejubelde 'Spamfighter' van Anne Vegter.

Wel leverde het jaar goede gedichten op, nu deels bijeengebracht in de bloemlezing 'De 100 beste gedichten van 2007'. Enkele zijn afkomstig van debutante Sasja Jansen, die verraste met de bundel 'Papaver'. Een andere opvallende debutant was Edwin Fagel, wiens boek 'Uw afwezigheid' de Jo Peters Poëzieprijs 2008 ontving, genomineerd is voor de C. Buddingh'-prijs 2008, maar in de bloemlezing schittert hij door afwezigheid.

BOEKENKAST

De samenstelster daarvan, literatuurwetenschapper Odile Heynders, geeft toe dat haar keuze niet zaligmakend is. Zij selecteerde de gedichten die ze 'mee zou willen nemen op een verre tocht, als ik huis en boekenkast zou moeten achterlaten'. Ze heeft zich voor haar keuze laten inspireren door dichter en criticus Paul Rodenko, die een halve eeuw geleden een toonaangevend bloemlezer was. Rodenko mat 'met twee maten'. Heynders koos net als hij indertijd enerzijds voor verzen die door velen mooi worden gevonden, anderzijds voor gedichten die grenzen opzoeken of overschrijden. Maar hoe vernieuwend en experimenteel kun je nog zijn in een kunstvorm, waarin alles allang is toegestaan?

In vrijwel geen andere kunstvorm klinken zo veel verschillende stemmen op als in de Nederlandse poëzie. In deze bloemlezing vind je naast 'toegankelijke' dichters als Miriam Van hee, Marion Bloem, Wieg, Campert, Tom van Deel en Wiel Kusters dan ook 'moeilijke' dichters als Maria van Daalen, Anne Vegter, Jacques Hamelink, Erik Spinoy en Jan Lauwereyns. Maar alles is relatief, ook in de poëzie. Een onbegrijpelijk gedicht dat als geheimtaal of geraaskal overkomt, kan bij nader inzien heel toegankelijk zijn, zoals een bedrieglijk helder vers in klare taal uiterst raadselachtig kan zijn. Wie beweert dat verstaanbare dichters per definitie oninteressante poëzie schrijven, is vooringenomen. Hetzelfde geldt voor wie beweert dat moeilijke, ontoegankelijke gedichten bij voorbaat gebral en onzin zijn.

DIEPTE

Op de Nationale Gedichtendag in januari werden 'Op de Overtoom' van Campert, 'All inclusive' van Vegter en 'Geen revolver' van Wieg uitgeroepen tot de 'mooiste gedichten van 2007'. Het mooiste gedicht hoeft niet het beste zijn, want deze dichters zijn weliswaar ruim vertegenwoordigd in de bloemlezing, alleen 'het mooiste' van Campert is erin opgenomen. Terecht natuurlijk, want in 'Op de Overtoom' verkent de oude meester als in zijn beste jaren de diepte van de oppervlakte. Het is een ouderdomsgedicht dat meteen ontroert zonder sentimenteel te worden. Je kunt het herlezen zonder dat het verveelt. Een voorbeeldig gedicht dus dat een kolfje naar de hand moet zijn voor dichters, lezers en critici die snakken naar meer verstaanbare poëzie voor een breed poëzieminnend publiek. (NICO DE BOER)

Enkele gedichten (uit het poëziejaarboek 'De 100 beste gedichten van 2007')

Op de Overtoom

Het dooit op de Overtoom
maar het vriest ook alweer op
melden mijn voeten
die mijn dag verlopen
ik blijf dicht bij huis
steeds dichter
dat is mijn leeftijd
wolken worden zwaarder van onkleur
de geur van gisteren hangt nog aan me
ik at met mijn vriend
we braken het brood
en deelden de doden
we zijn al bijna uit zicht
wij lachen nog
wat moet je anders?
omhelzen elkaar ten afscheid
misschien je weet maar nooit

Remco Campert
¿¿¿¿¿¿¿

De moeder de dichter
(Voor Gerrit Kouwenaar)

Ik ging naar Gerrit om het paradijs te zien.
Ik dronk er koffie en at er appeltaart
met het zicht op dieren en bloemen. Bedaard
luisterde ik, en zag. Na een minuut of tien
begon buiten een merel luid te zingen.
Hij wees me op Adam en Eva in de tuin,
hoe rond en zacht haar buik was, roze, bijna bruin
gekleurd na zoveel eeuwig zonlicht: dingen
ontstaan in stilte, dragen namen, getwijnd
als wol, geborduurd op hun werkelijkheid
en vol van eigen ongedwongen schoonheid.
Zo las hij mij de aarde voor en ongerijmd
begreep ik voor het eerst waarom de laatste tijd
de eenhoorn mij natuurlijk opvalt in gewoonheid.

Maria van Daalen
¿¿¿¿¿¿

Teer
(Voor mijn vader)

Zo dichtbij voel je de doden
en hoewel ze weg zijn
verstopt achter een bocht
aan de andere kant van het hoofd
ze zijn er nog
Je hebt op je eentje
tweehonderd miljoen maal geademd
genoeg lucht
verzameld om een zeilschip
vijfmaal om de wereld te blazen
Zo dichtbij voel je zijn adem nu
leeggerookte longen
en hoewel hij weg is
lopend door een gang
van tong tot strot
hij is er nog

Pat Donnez

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden