Plus Interview

Plien van Bennekom: 'Ik dacht altijd dat ik dat kattenvrouwtje zou blijven'

Een fijn gezinsleven, een prachtcarrière in het cabaret, 'en dan óók nog luizenmoeder zijn'. Plien van Bennekom (46) heeft geboft, zegt ze. De komende weken speelt ze in het toneelstuk Slippers. 'De druk wordt almaar groter.'

'Als de bel ging en ik verwachtte niemand, zat ik onder tafel Beeld Ivo van der Bent

Natuurlijk helpt het dat de lente net is losgebarsten, maar Plien van Bennekom en haar man Jeroen stralen uit dat ze in een sprookje beland zijn.

Jeroen, naast zonen Tijn en Mees schoffelend in de moestuin: "Ik kan dit zelf ook nog amper geloven!"

Plien, die tussen twee honden in komt aangelopen: "Pas geleden woonden we nog in de Wilhelminastraat, en nu dit!"

Het verbaasde echtpaar scharrelt nu rond in een jarenzestigboerderij in 't Gooi, aan de rand van een woonwijk, met een groot en sympathiek rommelig terrein achter het huis. Op dat veld zou je een klein, meerdaags popfestival kunnen organiseren.

Plien: "Het is dus allemaal heel verbazingwekkend dat ik dit zo leuk vind. Ik ga nu dus ook proberen om moestuinmens te worden. Daar, bij de koeien, begint het bos. We hebben nog net geenafritsbroek en een uniseksjas, maar daar gaat het wel naartoe."

En dat was onvoorstelbaar voor jou?
"Ik heb me er hevig tegen verzet. Tess, onze jongste, heb ik er bij Jeroen echt in moeten masseren: 'Zullen we de gok wagen, nog één kind?' Hij vond het goed, áls we de stad uitgingen. Oké, dat was dan de deal. Maar toen kwam godzijdank de crisis, dus we konden niks kopen."

"Daarna hoopte ik dat Jeroen het hele idee van ­de-stad-uit vergeten was. Bleek niet zo te zijn. En moest ik mijn woord houden. Die dochter heb ik gekregen, dan mag hij zijn huisje buiten."

Hoe woonden jullie in Amsterdam?
"We hadden twee verdiepingen van elk vijftig meter. Drie kinderen. Drie katten. Een hond. Twee volwassenen. Die poezen zijn Maine Coons, van die grote, harige tijgers. Nu wij weg zijn uit de Wilhelminastraat zijn er bovendien twee motoren, een bakfiets, twee gewone fietsen en nog heel wat kinderfietsjes weg. Ik denk dat de straat nu makkelijker door te komen is."

Ben je iemand met een hang naar veel kinderen en dieren om zich heen?
"Ik vind praktische bezwaren in elk geval geen goede reden om iets te laten. 'We wonen klein, daarom hebben we maar één kind,' lees je weleens. Zo denk ik dus niet. We hadden twee verdiepingen, daar woonden vroeger meerdere gezinnen op! Wat zitten wij nou chic te doen van: iedereen moet een eigen kamer?"

Je wilt het leven naar je toe trekken?
"Ach, toen ik Jeroen leerde kennen, woonde ik alleen in de Helmersstraat en was ik een kattenvrouwtje. Ik was ervan overtuigd dat ik dat zou blijven. Ik was al 34 en vond het wel prima eigenlijk. Ik kon het goed vinden met mezelf en de twee katten die ik toen had. Dit ben ik, dacht ik, dat gekke vrouwtje. Later word ik officieel gek, dat zag ik ook voor me. Zo'n scharrelend oud vrouwtje, een beetje zonderling."

Over wie mensen zeggen: die was vroeger aan het toneel.
"Precies! Zo'n creatieve duizendpoot die totaal verwilderd is. Ja, dat was echt de stip op de horizon waar ik naartoe aan het werken was, hahaha!"

Plien: 'Het is dus allemaal heel verbazingwekkend dat ik dit zo leuk vind' Beeld Ivo van der Bent

Was je er niet mistroostig over?
"Ik heb heel goede vrienden, overal kon ik terecht als ik gezelschap nodig had, en ze kookten heerlijk voor me. Maar als ik thuis was, de bel ging en ik verwachtte niemand, zat ik onder de tafel. Ik vond het heerlijk om alleen te zijn. Heb ik nu helemaal niet meer, trouwens. Als iedereen hier weg is, denk ik helemaal niet: hè, lekker. Dan vind ik er geen fuck meer aan."

Er zijn vrouwen die totaal in paniek raken als ze rond hun 34ste nog geen man en/of kind hebben.
"Ik heb me in die tijd ook wel opgegeven om te adopteren. Die man vond ik niet zo'n bezwaar. Maar ik vroeg me af of ik mezelf het moederschap moest ontzeggen omdat ik er toevallig niet zo goed in ben om een man te schaken. Dan maar kijken hoe ver ik kom in het traject van adoptie, leek me wel een goed idee te zijn."

"Ik was al best wel ver in die procedure, was al toe aan de verplichte cursusavonden, toen ik Jeroen ontmoette. Heb ik toch maar gebeld: 'Jongens, ik stop er even mee.' Ik vond het wel een rustgevend idee om in dat traject te zitten, mocht ik het écht graag willen."

Maar met Jeroen wist je: dit is 'm?
"We liepen in elk geval heel hard van stapel. Binnen drie maanden hadden we Bram. Samen een hond, dat is nogal wat. Ik ben acht jaar ouder dan Jeroen, hij was 26 toen. Ik wilde natuurlijk meteen álles van hem, zo verliefd, maar was doodsbang dat ik de verdenking op me laadde dat ik hem overal in meesleepte. Ik dacht steeds: nu niet beginnen over eierstokken!"

"Maar het kwam allemaal van hem, echt! Na vijf weken woonde hij bij me. Ik vond het fantastisch. En dacht: ik ga gewoon mee met deze trein en ik zie wel hoe lang het leuk blijft. En of we gelijk opgaan. Dat was zo. En hij heeft bedacht dat hij graag voor zijn dertigste vader wilde worden. Dat is hem dus gelukt. Op zijn 28ste was Mees er. Op zíjn initiatief. Wil ik nog maar even gezegd hebben."

Ben je zo bang dat mensen denken dat je hem gedwongen hebt?
"Zo'n vrouw met rammelende eierstokken die meteen een kind wil - die indruk wil ik niet wekken."

Heb jij last gehad van heel dringende ambitie in je leven?
"Ik heb meer gedaan dan waar ik ooit van durfde te dromen toen ik op de Kleinkunstacademie zat."

Waar durfde je zoal van te dromen?
"Een rol in een televisieserie leek mij het hoogst haalbare te zijn. De gekke buurvrouw in een comedyserie - zoiets. Na de Kleinkunst ging ik vrij naadloos de bijstand in, toen had ik al snel iets van: ach ja, dit zal het wel zijn. Toen stelde Martine Sandifort aan Bianca en mij voor om ons in te schrijven voor Cameretten. Want de Vliegende Panters, ook van onze school, hadden net het Leids Cabaretfestival gewonnen. Martine zag er na een tijdje toch vanaf. Zijn Bianca en ik maar samen doorgegaan. Dat paste eigenlijk helemaal niet bij ons, maar ja, de bijstand. En misschien waren we toen nog wat ambitieuzer dan nu."

Zo idioot is het toch niet om na de Kleinkunstacademie aan een cabaretfestival mee te doen?
"Nee, maar er kwam ook wel een soort druk vanuit school. Dat je moest winnen, anders zou het je naam geen goed doen. Dus zelf hadden we ons nooit ingeschreven. Wij zijn totaal niet voortvarend. Dankzij Martine hebben we toen, tot onze eigen stomme verbazing, Cameretten gewonnen."

Is het tussen jou en Bianca altijd diepe liefde geweest?
"Dat was op school al. We hadden een grote gemene deler qua smaak. Lol tijdens de les, veel dingetjes samen gemaakt. En dan begin je als cabaretduo en kom je op de meest verschrikkelijke plekken. We hadden van die fysieke acts, waarbij we vaak letterlijk op het toneel lagen, in van dat kleverige, oude bier van de vorige bandjes. Jeugdhonken met afgrijselijke wc's. En natuurlijk vonden we het óók fantastisch. Want we waren wél op tournee."

"In de Daihatsu Cuore van mijn moeder door het land. Met de biljartkeus voor onze act die uit het raampje staken. 'WE ZIJN OP TOURNEE!' riepen we tegen elkaar. En soms zagen we om ons heen wat er zou kúnnen gebeuren als het allemaal lukte. Dus dat was een motivatie om ermee door te gaan. Al vrij snel stonden we in de echte theaters. De Kleine Komedie, Bellevue."

Hoe ontstaan sketches bij jullie?
"Wisten we het maar. Dat is een raadselachtig proces. Vroeger gingen we naar Concerto, urenlang platen draaien, vooral met gesproken tekst erop. We hadden zo'n act waarbij ik koningin Wilhelmina playbackte, die Juliana tot koningin maakte en ondertussen haar gebit verloor. Nou, die hadden we uit Concerto."

"Uren hingen we daar rond. Kijken naar de hoes en dan luisteren. Onze trompetact kwam ook uit Concerto. Een cd met oude televisietunes: fijne muziekjes om onder een act te zetten. Nu kijken we veel naar YouTube."

Het is nooit: met niks in een lege repetitieruimte gaan zitten en dan komt er iets?
"Ook weleens, maar we vinden het toch wel fijn om een aanknopingspunt te hebben. Dat is ook het grote verschil met Slippers dat we nu aan het repeteren zijn: Alan Ayckbourn heeft dat gewoon heel goed geschreven. Het heeft zich al vele malen over de hele wereld bewezen. Met een eigen voorstelling weet je pas na de eerste try-out of je niet per ongeluk een heel dikke, stinkende drol hebt gedraaid."

Kijk je met enige verbazing terug op de carrière die jullie gemaakt hebben?
"Ik mag mijn handjes dichtknijpen. Het is ongelofelijk wat Bianca en ik samen hebben gedaan, maar ook wat we los van elkaar doen. Zo'n programmaserie als Welkom in... Ik ben gewoon een vast personage in die meesterlijke serie, met de allerleukste mensen van Nederland. Niet normaal. Dat Pierre Bokma tegenover me zit op die bank, en dat hij dan niet heeft afgezegd omdat hij met mij moet spelen. Dat kan ik amper bevatten."

Was je niet totaal overbluft door al die testosteronjongens op de Kleinkunstacademie?
"Op de Toneelschool liep meer testosteron rond, bij ons was het vrij braaf, hoor. Wij waren de dansmariekes. En je had natuurlijk Thomas Acda en Paul de Munnik. En de Vliegende Panters. Waren ook wel van die jongens. Maar die hadden hun oog toch op heel andere dames gericht."

Voelde je jezelf niet verpieteren?
"Nee, want ik kan goed observeren. Ik zat met Bianca of Hetty Feteris op de bank te kijken wie met wie de lift in dook. Heerlijk om te zien wat er zich allemaal afspeelde onder die zestig leerlingen."

Had je zelf ook geen heftig liefdesleven?
"Totáál niet! Dat is pas later een beetje op gang gekomen. Jeroen is mijn eerste echte, grote liefde. Daarvoor heb ik vooral gemiskleund met allemaal getrouwde mensen en weet-ik-veel-wat. Gedoe."

'Ik mag mijn handjes dichtknijpen' Beeld Ivo van der Bent

"Zo'n afstandelijke liefde kon ik altijd heel lang volhouden. Daar heb ik wel diep verdriet om gehad. Vooral omdat ik mezelf zo bleek te kunnen verliezen in een liefde die nergens naartoe ging. En omdat ik er heel ver in ging om maar de ideale vrouw te zijn. Niks eisen, niks vragen, er altijd zíjn. Gewillig en braaf. Maar dat was dan niet genoeg. Dat ik zó ver bleek te kunnen gaan voor iemand, daar heb ik wel last van gehad. En dat was alleen mezelf te verwijten hoor, hij vroeg dat niet eens van me."

"Dit was ook de tijd dat ik snapte hoe je een gek, verwilderd kattenvrouwtje kunt worden. Het gekkenhuis - als je geen vangnet en een goede omgeving hebt, hoeft helemaal niet ver weg te zijn."

Jij en Bianca hebben veel samengespeeld met Paul Groot en Owen Schumacher, en gaan nu voor Slippers het ­toneel op met Bas Hoeflaak en Peter van de Witte, van Droog Brood. Hoe is het voor hen om ­tegenover jullie te staan?
"Volgens mij zijn zij wel een beetje net zoals wij. Vooral Peter van de Witte. Die benoemt al zijn angsten. 'Ja, dit vind ik gewoon heel moeilijk om te spelen!' Dat hebben wij ook! Dus prettig dat iemand het gewoon in de groep gooit als hij ergens ongemakkelijk mee is."

Moeten er in Slippers ongemakkelijke dingen worden gespeeld?
"Peter en Bianca spelen een liefdeskoppel, dus die moeten elkaar wel veel aanraken. Hoe het met Bas zit weet ik het niet, maar Peter, Bianca en ik komen dus in principe uit het klooster. Dat aanraken, daar hebben wij een dingetje mee."

"Ik heb ook weleens meegemaakt dat een acteur - ik noem geen namen - tijdens de persfoto al in mijn kont aan het knijpen was. Het kwam niet eens op de foto!"

"Als het functioneel is, valt er met mij nog wel over te praten. Maar Bas en Peter gaan gelukkig óók voorzichtig met elkaar om. Wij zijn wel van dezelfde bloedgroep. Hun voorstellingen, daar heb ik ook zo vreselijk hard om gelachen. Ik vind het heel leuk dat we dit stuk met ze gaan spelen en fijn dat we zo goed bij elkaar passen. In elk geval wat preutsheid betreft."

Wat voor stuk is het?
"Het stuk is gewoon heel knap geschreven. Don't try to be funnier than the play, ik geloof dat dat een uitspraak van Alan Ayckbourn zelf is. Zijn we nu druk mee bezig. Bas moet een paar keer heel kwaad worden, en als je Droog Brood kent wéét je dat dat heel grappig is. Ik kan in elk geval niet naar hem kijken als hij dat doet."

Hoe ben jij in de periode voor zo'n eerste voorstelling?
"Dan komt dat dikke drolmoment eraan. Dus: in paniek. Langzaam aan toewerken naar het kookpunt van 10 april, de eerste voorstelling."

Je bent en blijft zenuwachtig?
"Dat wordt alleen maar erger. Voor mijn gevoel wordt de druk ook almaar groter, ik voel me steeds minder onbespied en de door-de-mand-val-factor wordt steeds groter. Ik ben gewoon bloednerveus voor dit soort dingen. Het wordt nooit een makkelijk zittende jas. Maar als we eenmaal bij voorstelling twintig zijn en het is een succes, moet je me dán eens komen bekijken."

Is het een mirakel dat je die auditie voor de Kleinkunstacademie doorstaan hebt?
"Ik heb achter de bosjes van ons huis staan oefenen, zodat niemand het kon zien. Ik deed een tekst en een liedje van Brigitte Kaandorp. Mijn nichtje Annick Boer, die mij op piano begeleidde, had die tekst nog nooit gehoord van mij, het zingen durfde ik al nauwelijks met haar te oefenen. Toen zij die tekst voor het eerst hoorde, tijdens de auditie, lag ze onder de tafel van het lachen. De commissie begreep dat hier heel veel gêne in het spel was. Dat ze daar doorheen moest kijken."

Het was ook tamelijk verrassend dat je als kind aan het toneel wilde, las ik.
"Ik was gewoon verschrikkelijk verlegen. Toen ik auditie deed voor het schooltoneelstuk, werd ik niet aangenomen: ik keek alleen maar naar de grond, m'n hoofd was een grote dikke tomaat. Ik kan dat gevoel nog precies terughalen, dat je van die grote, zware, tintelende armen hebt."

En die jaren op de Kleinkunstacademie - afgebroken worden en dan weer opgebouwd - heb je goed doorstaan?
"Ach, afbreken en opbouwen, zo heb ik dat nooit echt gevoeld hoor. We hebben wel op een matje Als je overmorgen oud bent gezongen, heel klein voor jezelf, en dan moest je naar je eigen hand kijken: 'Stel je voor dat dat een kinderhandje is, met kleine vingertjes, en nog helemaal zonder rimpeltjes.' Nou, dan ging ik hoor. Dat waren janklessen. Maar dat vond ik niet echt afbreken."

"Ik moest wel over een enorme drempel heen om huilend te zingen. Is ook niet zo mooi om te horen. Maar ja, dat deden we allemaal. En dan later proberen te zingen zonder te huilen. Ach, dat ging de een beter af dan de ander. Bianca en ik doken al vrij snel in de verkleedkist."

En nu heb je een prachtcarrière, een mooi huis, een leuke man, drie kinderen, twee honden en drie katten.
"Het is tamelijk jaloersmakend allemaal. Ik vind het ook hartstikke leuk. Het is heerlijk dat het ook nog allemaal tegelijk kan: een gezin, een carrière, en dan óók nog luizenmoeder zijn."

Kinderfoto Plien van Bennekom Beeld -

Plien van Bennekom

20 maart 1971, Baarn

1993
Examen Kleinkunstacademie

1996
Jury- en publieksprijs Cameretten met Plien & Bianca

1997-nu
Cabaretvoorstellingen als Biks, Ngorongoro en Gaat het nog door?

1998-2003
Zaai (VPRO)

2004-nu
Koefnoen (AVRO)

2011-nu
Kanniewaarzijn (VARA)

2012
Welkom in de Gouden Eeuw

2015
Gouden bergen (SBS)

2017
Slippers

Plien van Bennekom is ­getrouwd met Jeroen Wassmer, ze hebben twee zoons (10 en 6) en een dochter (4). Ze wonen in Naarden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden