Plus Interview

Plastisch chirurg Bouman: 'Een borstvergroting is niet zoals het kopen van een trui'

Het wordt een drukke week voor plastisch chirurg Mark-Bram Bouman (46), gespecialiseerd in genderchirurgie. Hij promoveert op vaginaplastieken én hij organiseert het wereldcongres transgenderzorg. 'Als ik iets heb geleerd, is het wel hoe divers seksualiteit is.'

Plastisch chirurg Mark-Bram Bouman Beeld Imke Panhuijzen

Mark-Bram Bouman oogt ontspannen voor iemand die net zijn proefschrift naar de drukker heeft gestuurd. De avond ervoor zat hij nog details te verbeteren, aan het einde van een drukke dag in een operatiekamer van het VUmc. Bouman is plastisch chirurg, gespecialiseerd in genitale reconstructieve chirurgie en genderchirurgie. Het VUmc is het grootste kennis- en zorgcentrum voor genderdysforie ter wereld. Dat wil zeggen dat je er als genderdysfore mens voor alles terechtkunt, van psychische begeleiding tot een complete ­lichamelijke geslachtsverandering.

Twee genderchirurgen en een jonge promovendus van dit ziekenhuis promoveren op 16 juni, na jaren van onderzoek waarin ze de transgenderzorg onder het vergrootglas legden, onder andere door vragen te stellen aan mensen die ooit op hun afdeling zijn behandeld. Hoeveel complicaties waren er en waar lag dat aan? Hoeveel patiënten moesten opnieuw geopereerd worden? Wat vinden ze van het resultaat? Welk cijfer geven ze hun nieuwe geslachtsdeel? "We hebben nu een database van 1082 transvrouwen die een ­vaginaplastiek hebben gekregen bij ons. Een ongekende bak gegevens."

Het proefschrift van Bouman gaat over de darmvaginaplastiek. Dat is een vagina bij een transgendervrouw gemaakt van de penis die ze had toen ze nog man was, en van een stuk darm om meer diepte te krijgen. Bouman kan deze heel goed maken. Hij bestelt een broodje oude kaas en een glas halfvolle melk. Dan vertelt hij hoe de ingreep in zijn werk gaat, helder en to the point, alsof hij het recept van zijn lievelingsgerecht voorleest.

"De basis voor de geslachtsdeelveranderende operatie van man naar vrouw is de ­penisinversie. Je maakt een holte tussen de plasbuis en de endeldarm en de penishuid stulp je naar binnen, voor het maken van een vaginaholte. Van een deel van de eikel maak je een clitoris. Van de voorhuid maak je binnenste schaamlippen. Je kort de plasbuis in. Zwellichamen eruit. Van het scrotum heb je huid over, daar maak je de buitenste schaamlippen van. De gedachte achter deze techniek is dat het naar binnen brengen van de penis, die je in leven houdt en die vastzit aan de omgeving, een betere kwaliteit vagina oplevert dan eentje die bestaat uit huidtransplantaties van andere delen van het lichaam."

Betere kwaliteit in de zin van hoe het eruitziet of hoe het werkt?
"Dan heb ik het vooral over hoe het werkt."

Valt het kunnen krijgen van een orgasme daar ook onder?
"Ja, maar dat zit niet daar. Ik heb het nu echt over de binnenbekleding. Het eerste proefschrift, van mijn collega Marlon Buncamper, vergelijkt huidtransplantatie met penisinversie. De tevredenheid bij de patiënten blijkt, tegen onze verwachtingen in, ongeveer even groot te zijn. Een belangrijk inzicht want het geeft ons meer chirurgische vrijheid bij het maken van een vagina."

Veel transgenders die op jonge leeftijd bij jullie aankloppen, krijgen puberteitsremmers, als onderdeel van het proces om nader te onderzoeken of iemand transgender is of niet. Een van de gevolgen is dat de penis klein blijft. Compliceert dat het maken van een vaginaplastiek?
"Ja, puberteitsgeremde adolescenten hebben vaak zo weinig huid aan de penis en het scrotum dat ik er niet veel mee kan. Twee kleine schaamlippen maken, that's it. Om dat te verhelpen kan ik huid van de buik transplanteren, maar dan heb ik straks een jong kind met een grote snee van links naar rechts. We willen zo min mogelijk littekens. Daarom gebruiken we in die gevallen een stukje van de dikke darm om een diepere ­vaginaholte te krijgen. Dat doen we met laparoscopie, een kijkoperatie waarvoor slechts een klein sneetje nodig is. Bij ons is dit tegenwoordig de standaardoperatie om een vaginaplastiek te maken als er te weinig penis is."

Beeld Imke Panhuijzen

Het klinkt wel gevaarlijker, een verplaatsing van een darm in plaats van een stuk huid van de buik.
"Zoals bij elke ingreep zijn er risico's. Kijk, we halen een stuk dikke darm los, waarbij we de bloedvaten intact laten. Dat stuk verplaats je naar beneden en de dikke darm zet je weer aan elkaar. Dat laatste is het riskantst. Als de ontlasting weer op gang komt en er zit ergens een lek, dan wordt iemand doodziek."

Gebeurt dat weleens?
"Heel zelden, maar een enkele keer komt het voor. Dan moet je snel en adequaat ingrijpen. Daarom heb ik gezocht naar een goede laparoscopisch chirurg met wie ik dit durf te doen. Jeroen Meijerink en ik hebben een vrij innige vertrouwensband. Dat is belangrijk, niet alleen tijdens de operatie, maar ook daarna. Bij een complicatie staan we allebei paraat om het op te lossen, ook als we thuis zijn en geen dienst hebben. En als hij met ­vakantie is, doe ik die operatie niet. Het is een bijzondere ingreep, ook voor ons. Hoe verplaats je iets terwijl je het levend houdt? Dat is razend moeilijk."

Wat mij opviel is dat u uw proefschrift ­afsluit met een sensueel gedicht uit de dertiende eeuw, over begeerte.
"Dat heb ik er op het laatste moment uitgehaald."

O? Waarom?
"Een gedicht in een proefschrift moet kunnen, vind ik, maar dit riep toch te veel vragen op, ook op persoonlijk gebied. Dat wil ik niet."

Toen ik het las, dacht ik: wacht even, al het wetenschappelijke wat ik hiervoor heb gelezen, gaat dus eigenlijk over seks, over het bieden van de mogelijkheid tot geslachtsgemeenschap. Is dat de suggestie die u wilt vermijden?
"Ook. Als ik iets heb geleerd sinds ik dit vak doe, is het wel hoe divers seksualiteit is."

Tuurlijk, maar transgendervrouwen willen, neem ik aan, niet alleen een vaginaplastiek om zich een complete vrouw te voelen, maar ook om, zoals jullie zeggen in vaktaal, 'penetratieve seks in de vagina' te kunnen hebben?
"Ik heb ook lange tijd gedacht dat dit de voornaamste reden is waarom iemand het wil. Maar als je bekijkt hoe weinig genderdysfore patiënten daadwerkelijk seksueel actief zijn...Vooral onder de jonkies is er maar een heel kleine groep die regelmatig seks heeft in de zin van intravaginale penetratie. Dat is iets anders dan dat ze het niet zouden willen."

Wat houdt ze tegen?
"Deels onzekerheid. Een vagina- of fallo­plastiek is toch anders dan een vagina of een penis, hoe goed we ze ook kunnen maken. Vergeet ook niet dat de puberteit niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk afgeremd is. Het is niet zo dat we jonge transgenders mentaal platleggen met die puberteitsremmers - ze krijgen net als andere kinderen de koppigheid en de behoefte zich af te zetten - maar het feit dat ze genderdysforie hebben, maakt al dat ze zich op seksueel gebied minimaal ontwikkelen. Hun lijf past niet bij hen. Ze hebben niets met hun genitaal. Sterker nog, ze walgen ervan."

"Zolang ze in het verkeerde lichaam zitten, is er geen sprake van het ontdekken van hun seksualiteit. Die kinderen hebben dus op zijn minst tot de operatie een enorme achterstand. Daarna moeten ze herstellen en ontdekken wat ze hebben: wat doet het wel? Wat doet het niet? Waar zitten de littekens? Tegen de tijd dat ze het gevoel hebben dat hun identiteit overeenkomt met hun uiterlijk zijn ze midden twintig. En dan moet het leven nog beginnen."

Ziet u een toename van genderdysforie door de groeiende maatschappelijke ­acceptatie?
"Ja, er zijn niet meer transgenders, maar ze staan wel eerder op, en makkelijker. Ik liet laatst op een congres in Madrid de cijfers zien van de grote Europese centra. Het aantal explodeert. Een lichte stijging hadden we altijd al, nu gaat de lijn recht omhoog. Bij ons in het VUmc meldden zich vijf jaar geleden honderdvijftig volwassenen en ongeveer vijftig kinderen en adolescenten. Sindsdien stijgt de groep jongeren jaarlijks met vijftig procent en het aantal volwassenen met dertig procent. We zitten nu op achthonderd tot ­negenhonderd aanmeldingen per jaar, van wie uiteindelijk twintig tot dertig procent op de operatietafel terechtkomt, na de uitgebreide psychologische diagnostiek."

Had u misschien niet gedacht hè, na uw coschappen, dat u de man zou worden die zulke mooie vagina's maakt van penissen en darmen dat er een wachtlijst voor is?
"Nee, helemaal niet. Overigens doe ik niet alleen vaginaplastieken bij transvrouwen, maar ook bij biologische vrouwen die bijvoorbeeld zijn geboren zonder vagina. En ik doe ook andere vormen van genitale chirurgie, borstoperaties bij transgenders en borstreconstructies. Daarvoor moet ik alles uit de kast trekken wat ik plastisch chirurgisch in mijn mars heb: alle basistechnieken, maar ook microchirurgie. Dat maakt het technisch uitdagend."

'Cosmetische chirurgie biedt ook wat luchtigheid' Beeld Imke Panhuijzen

Waarom wilde u plastisch chirurg worden?
"Voor ik geneeskunde ging studeren wist ik al dat ik iets chirurgisch wilde doen."

Zit het in de familie?
"Nee hoor. Ik hou van dingen maken. Knutselen, timmeren. Met mijn vader timmerde ik als kind al veel. Ik heb nog nooit een bed gekocht. Alle bedden waarin ik heb geslapen, zijn zelfgemaakt. Tafels en kasten meestal ook. Daar heb ik veel lol in, thuis in mijn schuurtje. Zo is het op mijn werk ook. Ik heb de anatomische kant van de geneeskunde altijd interessant gevonden. Hoe zit zo'n lijf in elkaar? Tijdens de studie kom je overigens weinig in aanraking met plastische chirurgie. Eén college borstreconstructie en één college wondgenezing. Dat is het."

Zou dat zijn omdat plastische chirurgie niet zozeer met genezing te maken heeft maar met verbetering?
"Nee, dat denk ik niet. Het is gewoon een klein vak. We zijn niet met zoveel. Er is ook niet zo veel noodzaak voor honderden plastisch chirurgen in Nederland, als je kijkt naar de reconstructieve zorg."

In tegenstelling tot de groeiende behoefte aan cosmetisch georiënteerde chirurgen?
"Dat is een andere tak van sport, maar niet minder serieus. Het is niet niks om in een gezond lijf te snijden. Dat moet je verdomd goed doen. Alleen, je bent niet mensen aan het genezen of de functionaliteit van een lichaamsdeel duidelijk aan het verbeteren, zoals bij de reconstructieve plastische chirurgie waarmee ik me in het VUmc bezighoud."

Maar u doet ook zuiver cosmetische ­operaties in een privékliniek.
"Wat ik aan cosmetiek doe, ligt in het verlengde van mijn reconstructieve vaardig­heden."

Dat u er goed in bent, betwijfel ik niet. Maar waarom doet u het?
"Als ik borstreconstructies doe bij transgenders is het logisch dat daar ook een cosmetische kant aan zit: die vrouwen willen graag mooie borsten."

Ja, maar u opereert toch ook biologische vrouwen die grotere borsten willen of een strakkere vagina?
"Ja. Vind je dat erg?"

Helemaal niet. Ik vind het alleen wel ­opvallend dat u er tijd voor maakt terwijl u zo'n drukke en bijzondere baan heeft in de reconstructieve chirurgie.
"Cosmetische chirurgie biedt soms ook wat luchtigheid. Het is leuk om te doen. Ik zou bijna zeggen dat het ontspanning brengt. Hoewel ik me evengoed moet concentreren als bij reconstructieve chirurgie. Ook de consultvoering is bij cosmetische chirurgie niet per se makkelijker dan bij transgenders."

De verwachtingen van die twee groepen vrouwen doen niet voor elkaar onder?
"Nee. Als plastisch chirurg moet ik altijd mijn best doen om te achterhalen wat de beweegredenen zijn, en nagaan wat iemand wil en verwacht. Dat moet ik toetsen aan wat ik iemand kan bieden. Je wilt niet weten hoeveel tijd we besteden aan wat wij noemen verwachtingsmanagement."

Berend van der Lei, hoogleraar esthetische plastische chirurgie aan de Rijksuniversiteit Groningen, deed in 2009 vergelijkend onderzoek onder plastisch chirurgen, gynaecologen en huisartsen naar de perceptie van de vrouwelijke genitaliën. De eerste beroepsgroep waardeerde deze eerder als abnormaal dan de andere twee. Kunt u dat uitleggen?
"Van een zekere beroepsdeformatie is wel sprake bij ons, ja. Maar goed, we worden natuurlijk ook getraind in die manier van denken. In ons ziekenhuis hebben we een vergelijkbaar onderzoek gedaan, waarbij we cosmetische resultaten na een borstsparende operatie bij kanker voorlegden aan oncologische chirurgen en plastisch chirurgen. De eerste groep gaf de getoonde borsten een veel hogere score, gevraagd naar vorm, symmetrie en huidkwaliteit."

"Plastisch chirurgen hebben overal wat op aan te merken, is de conclusie die je daaruit kunt trekken. Dat is deels waar, maar dat hoort ook bij ons vak. Een vrouw die na de verwijdering van een grote tumor een fikse deuk in haar bestraalde borst heeft, komt niet op mijn spreekuur om te horen dat het prima is zo."

Ja, dat is natuurlijk wel waar. Een plastisch chirurg die zijn vak serieus neemt - of het nou om reconstructie of cosmetiek gaat - zet in op zo mooi mogelijk.
"Je moet oppassen met het woord mooi. Optimaal in uiterlijk en functie zou ik zeggen. Maar inderdaad, je kunt een plastisch chirurg die de hele dag bezig is met vorm en symmetrie niet kwalijk nemen dat hij zo kijkt naar de patiënten in zijn spreekkamer. Dat wil niet zeggen dat we op het strand altijd liggen te scannen wat we zoal zouden kunnen aanpakken."

Zegt u in uw cosmetische spreekkamer weleens: mevrouw, uw borsten zijn prima. Uw vagina is normaal. Gaat u uw spaargeld ergens anders aan uitgeven?
"Natuurlijk. Een van de hoogleraren bij wie ik het vak heb geleerd, deed veel faceliften. Hij kreeg een keer een welgestelde mevrouw in de spreekkamer. Ze keek erg zuur. Hij zei tegen haar: 'Mevrouw, als u nou eens wat vaker lacht, ziet u er ook veel leuker uit.' Dat was één van zijn belangrijkste lessen."

Het doet denken aan een cartoon in The New Yorker waarin een plastisch chirurg tegen een vrouw zegt: I can't make you look younger, but I can make you look like you've had a lot of plastic surgery.
"Haha, dat is een goeie, ja. Kijk, ongenoegen neem je niet altijd weg met een operatie. Een onrealistisch of zorgwekkend verlangen moet je boven water zien te krijgen tijdens een consult. En ook als ik een vrolijk meisje van begin twintig met een prachtige kleine B-cup voor mijn bureau krijg - met een moeder erbij die ook vindt dat de borstvergroting nodig is, of die er in elk geval achterstaat - laat ik duidelijk merken dat een borstvergroting niet zoiets is als het kopen van een trui. Je kunt het niet ruilen en er komt een operatie aan te pas, met alle ­risico's van dien, hoe klein de kans daarop ook is. Dat vertel ik allemaal. Maar als een volwassen vrouw die alles weet en snapt toch liever een cup D wil, wie ben ik dan om te zeggen: doe ik niet? Dan moet ik een ander vak kiezen."

Kijkt u wel eens naar uzelf door uw cosmetisch plastische bril?
"Nee. En er valt heus wel wat op me af te dingen. Ik ben ook een schijterd hoor, ik zou het niet durven."

Was u tijdens uw studie bang voor alle ziektes die u bestudeerde?
"Nee. Wel heb ik een prikfobie. Ik heb zelfs mijn verstandskiezen nog, die durf ik er niet uit te laten halen uit angst voor de verdovingsprikjes."

Geeft u zelf veel prikken?
"Zeker."

Heeft u last van plaatsvervangende angst?
"Nee, ik heb wel veel begrip voor mensen die het ook eng vinden. Je zal mij niet ergens gehaast een naald in zien jassen."

Lijkt me een goede eigenschap voor een chirurg.
"Ja, maar te veel vertragen is ook niks. Er zijn operaties waarbij 'openwondtijd', zoals dat heet, direct gerelateerd is aan de mogelijke complicaties achteraf. Het logistieke proces moet dan zo efficiënt mogelijk zijn. ­Eigenlijk gaat dat altijd op. Ik probeer mijn artsen in opleiding te leren wanneer ze vaart moeten maken en wanneer ze rustig kunnen doorwerken. Een goede chirurg weet het verschil tussen wandeltijd en rentijd, nooit haasttijd. Ik hoef me nooit te haasten in de ok en toch ben ik vrij snel."

Zit de bevrediging van het opereren vooral in het technische of meer in het idee dat u iemand ­gelukkiger maakt?
"Dat gaat samen. Vorige week haalde ik bij een jonge transjongen zijn borsten weg. Hij werd wakker met een enorme glimlach, zo blij dat hij ze kwijt was. Natuurlijk moest ik er in het begin aan wennen dat iemand ­gelukkig wordt van de verwijdering van een gezond lichaamsdeel, maar nu ik het snap, maakt het mij ook blij als ik iemand naar huis kan sturen met een lijf waarmee hij in zijn zwembroek over het strand durft te lopen. Ik red misschien geen levens in letterlijke zin, maar ik draag wel bij aan een ­gewenst leven."

Leeft u voor uw werk?
"Het is een groot deel van wie ik ben, ja. Plastische chirurgie is een leuk, boeiend en zingevend vak. Het vergt veel van je, maar ik zou het niet anders willen."



'Plastisch chirurgen hebben overal wat op aan te merken, is de conclusie die je daaruit kunt trekken' Beeld Imke Panhuijzen

CV

Mark-Bram Bouman
20 mei 1970, Amsterdam

1990-1998 Geneeskunde VUmc en co-schappen

2001-2003 Vooropleiding chirurgie, Clara ziekenhuis Rotterdam (nu Maasstad Ziekenhuis)

2003-2006 Opleiding plastische reconstructieve en hand- chirurgie, VUmc

2006-heden Plastisch chirurg bij het VUmc en in het Esthetisch Centrum Jan van Goyen

2013 Europees seksuologie-examen voor European Society For Sexual Medicine

2014 Medeoprichter ­European Association for Gender Surgeons

2014-heden Bestuurslid ­Kennis en Zorgcentrum voor ­genderdysforie

Bouman woont met zijn drie zonen in Halfweg.

Jeugdfoto Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden