Piet van Altena sloopt zijn haringkar

Als hij 'onkundige klanten' bespeurde, was Van Altena spontaan uitverkocht, om daarna voor trouwe klantjes plotseling met een nieuwe voorraad te komen. Foto Floris Lok Beeld
Als hij 'onkundige klanten' bespeurde, was Van Altena spontaan uitverkocht, om daarna voor trouwe klantjes plotseling met een nieuwe voorraad te komen. Foto Floris Lok

AMSTERDAM - Piet van Altena (63), wiens haringkar twee jaar lang dicht was, keert niet terug. Vorige week heeft hij zijn kar, die meer dan twintig jaar op zijn vertrouwde stek bij het Rijksmuseum heeft gestaan, laten fijnpersen, en afvoeren.

Van Altena heeft last van zijn bloedvaten. Maar wat hem echt nekt is een eindeloze strijd met stadsdeel Oud Zuid. Van Altena begreep de bureaucratie niet. "Het zijn bloedzuigers," zegt Van Altena in zijn woning in de Jan Tooropstraat. Hij woont boven zijn viswinkel, die in de jaren tachtig sloot toen die na het verarmen van de wijk niet meer rendeerde. Daarna kreeg Van Altena zijn kar naast het Rijksmuseum, op de hoek van de Jan Luijkenstraat.

Snel maakte hij naam. Klanten waren bij Van Altena in goede handen. "Ga er even lekker bij zitten!" Haring inpakken deed hij niet. Als een koper zich liet ontvallen dat hij ging reizen, pakte Van Altena zijn haringen terug. "Als de haring warm wordt, is-ie snel bedorven."

Als hij 'onkundige klanten' bespeurde, was Van Altena spontaan uitverkocht, om daarna voor trouwe klantjes plotseling met een nieuwe voorraad te komen. En als iemand per ongeluk bekende dat hij ergens anders haring had gegeten, had hij een groot probleem. Dan keek Van Altena alsof er een hond op zijn toonbank had gepoept en was elk verder gesprek onmogelijk.

Er was nu eenmaal een groot verschil tussen de haring van Van Altena en de rest. Volgens een aanhanger: het verschil tussen een rauwmelkse Franse kaas en een van gepasteuriseerde melk.

Van Altena stopte zijn haring in stalen pannen. Plastic zou bij het ontdooien voor oxidatie en daarmee voor een ranzige smaak zorgen. Van Altena, wiens opa kuiper, vader visboer en oom visroker was: "Mijn vader werkte met houten tonnen. Toen werd de vis nog niet ingevroren. Vriezen kan wel, maar dan moet je bij het ontdooien de temperatuur en de zoutbalans in de hand houden. Bij hoge temperaturen gaan bacteriën zich als een gek vermenigvuldigen, zoals in plastic."

Van Altena werd een begrip, maar raakte met de komst van stadsdelen verstrikt in de regels van Oud-Zuid. Stromend water aanleggen om schoon te kunnen werken? Mocht niet. Tegels in de straat, die schoon te houden waren als er haring op de grond viel? Fout! Rolluiken met een afbeelding van De Nachtwacht, twee paaltjes voor de kar die leken op haringprikkers, zonnekappen, bloembakken. Niets mocht.

Hij is bitter. "Waarom viel er nooit te praten?" Een woordvoerder van Oud-Zuid: "De kraam is twee jaar niet gebruikt. De plek verloedert, dus hebben we ingegrepen." (TON DAMEN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden