PlusKlapstoel

Peter Römer: 'De Cock is de Nederlander zoals we onszelf graag zien'

Peter Römer (1952) is auteur en acteur. Hij was hoofd drama bij Endemol. Als misdaadschrijver zet hij de Baantjer-reeks voort. Deze week verschijnt het tachtigste deel: De Cock en de Moord op Maat.

Peter RömerBeeld Harmen de Jong

Jordaan

"In de Egelantierstraat woonden we. Met z'n vijven op een halve woning. Later gingen we naar de Vijzelstraat. Naar achteraf bezien een enorm smal pandje, maar toen vonden we het een paleis: twee verdiepingen met boven een bádkámer! Of we in Hollywood waren terechtgekomen."

"23 jaar geleden ben ik uit Amsterdam weggegaan, maar ik voel me nog altijd erg verbonden met de stad. Mijn familie en mijn kinderen wonen er, ik moet er vaak zijn voor mijn werk. En ik heb een abonnement op Het Parool. Ik ben een Amsterdammer in Haarlem."

Zwarte Piet

"Wie kent hem niet? Mijn vader is heel lang de landelijke hoofdpiet geweest. Hij wilde niet ­pikzwart, maar in een lichtere kleur worden geschminkt en hij stond er op gewoon zijn eigen stem te gebruiken. Wat daar precies zijn ­gedachten bij zijn geweest, weet ik niet, maar hij liep er ver voor de troepen mee uit."

"Toen hij hoofdpiet was, geloofde ik allang niet meer, maar hij heeft Sinterklaas gespeeld op mijn ­lagere school.'s Avonds vroeg ik mijn moeder hoe het kon dat de Sint dezelfde schoenen had als pa."

"Het jaar daarop was mijn oom Paul Sinterklaas. Hij kwam aangereden in zo'n klein ­kolere autootje. Toen hij uitstapte, gooide een gedienstige Piet net iets te vroeg deur dicht. Hoorden de kindertjes de Sint toch tekeer gaan: Godgloeiendegodgodgodverrrrrrrrrrr..."

Toneelgroep Centrum

"Na de hbs had ik geen idee wat ik wilde. Zou regisseur wat zijn? Ik kon bij Centrum meelopen met Peter Oosthoek, die toen De Kannibalen van George Tabori regisseerde. Bij de repe­tities kwam een van de acteurs niet opdagen, een jonge vent die zijn tekst niet kon onthouden. Voor ik het wist, was ik acteur."

"En na een jaar of vijf, zes werd ik ook nog eens gevraagd een stuk te schrijven, samen met Ton Vorstenbosch. En die zei: 'Kind, we gaan het ook zelf ­regisseren'. Dus: bij Centrum heb ik me kunnen ontwikkelen als acteur, toneelschrijver én regisseur. Kun je je in deze tijden van bezuinigingen en gekaasschaaf niet meer indenken, maar een gezelschap had toen ook die functie. Centrum was voor mij één grote speeltuin."

Appie Baantjer

"Als ik aan hem denk, zie ik een innig tevreden mandarijn voor me. Een rechercheur die met zijn neus in een enorme bak boter was gevallen. Zijn boekjes deden het altijd al goed, maar toen er ook eens een tv-serie van werd gemaakt, begonnen ze nog beter te lopen. Zeven miljoen heeft hij er verkocht."

"Er wordt vaak meewarig over hem gedaan, maar zo veel boeken verkoop je natuurlijk niet zomaar. Ik heb het proberen te analyseren. Doorslaggevend in het succes van Baantjer is volgens mij de vloeibare gezelligheid. Appie schreef alles op met een soort van ronderigheid. Er werden moorden gepleegd in zijn boeken, er kwamen ook nare mensen in voor, maar ach... In Engeland noemen ze het genre cosy crime."

De Cock

"Met hem heeft Baantjer, ook maar per ongeluk, een figuur neergezet die een snaar raakt in ons nationale bewustzijn. De Cock is de integere pappie, de Nederlander zoals we onszelf graag zien. In Scandinavische boeken is een rechercheur altijd gescheiden en aan de drank, zijn kinderen zijn ongelukkig én hij heeft een homofiele herdershond."

"De Cock is al veertig jaar bij dezelfde vrouw, vloekt nooit en gaat al helemaal niet vreemd. Dat laatste is een handicap voor een auteur, maar ik mag daar natuurlijk niets aan veranderen. Mijn De Cock wijkt maar een klein beetje af van die van Baantjer. Bij ­Appie is hij iets bourgondischer. Ik heb hem ­gemodelleerd naar hoe mijn vader hem speelde: een mopperige man, moeilijke voeten."

Literaire thriller

"Buiten Baantjer heb ik drie misdaadboeken geschreven, die ik zelf een stuk belangrijker vind, maar die helaas niet verkopen. Toen het eerste verscheen, zei ik tegen de uitgever dat hij op het omslag maar moest zetten dat het een non-literaire thriller was."

"Literaire thriller is zo'n inflatoir begrip. Ooit stond het voor: goed geschreven, mooie karakters, gelaagd. Nu wordt bijna elk misdaadboek zo genoemd. Dat van die non-literaire thriller vond mijn uitgever niet zo'n goed idee. 'Moordroman' staat er nu op de boeken die ik onder eigen naam schrijf."

Endemol

"Wat Centrum was voor mijn toneelwezen, was Endemol voor mijn tv-wezen. In 1990 kwam ik te werken bij John de Mol. Die wist toen nog niets van drama, dus ik had alle vrijheid me te ontwikkelen als tv-maker. En die beginjaren van de commerciële tv waren een waanzinnige tijd."

"De ene dag zat in Hilversum iedereen nog lekker onderuitgezakt in zijn stoel, de volgende dag was - whaaaaaam! - alles anders. Iedereen klopte bij ons aan voor programma's, we werkten ons de kolere."

"Ik heb heel veel gemaakt, heel veel geleerd en ook heel veel gereisd - in Amerika gingen we kijken hoe zij het deden. Een tijd lang vond ik het schitterend, maar in 2010 was het genoeg, ik had er he-le-maal geen zin meer in. Ik ga er niet ondankbaar over doen, ik heb er goed van gegeten, maar ik had het gehad. Ik wilde geen manager meer zijn, werd er ook gek van dat altijd alles maar om geld ging."

Commissaris Buitendam

"In de boeken van Appie is hij een beetje stijve, aristocratische man. Mijn Buitendam is meer zoals Serge-Henri Valcke hem speelde. Toen ik werd gevraagd een theaterversie van Baantjer te maken, leek me het logisch Serge-Henri te vragen, maar die had er totaal geen zin in het hele land door te gaan. Desnoods doe ik het zelf, zei ik tegen de producent."

"Voor de grap, maar vijf minuten later werd ik teruggebeld: 'Nog even over wat je net zei...' Na Centrum had ik veel geacteerd op tv, maar toneel had ik al heel lang niet meer gedaan. Moest ik het doen? Vroeger zou ik het aan mijn vader hebben gevraagd, nu belde ik Thijs. Die zei meteen: 'Kom op, pappie! Rock-'n-roll, ga die bus in!' Het was een cadeau na 33 weer toneel te spelen."

Toots Thielemans

"Ik wilde een accordeon in de herkennings­tune, lekker Amsterdams. Maar de toenmalige directeur van John de Mol zei: 'Nee, we vragen Toots Thielemans.' Die leverde ons een muziekje met de titel A Lonely Detective in Rotterdam. Helemaal begrepen had hij de opdracht niet, maar die tune was geweldig, hij heeft echt bijgedragen aan het succes van de serie."

"Mijn vader was een keer te gast in zo'n programma van Jos Brink waarin werd teruggekeken op zijn ­leven. Helemaal aan het einde speelde Toots
de muziek van Baantjer. Echt, mijn vader kreeg er tranen in zijn ogen van. Het was de eerste keer dat ik hem zag huilen."

Formule

"Bij een signeersessie in de V&D was Appie een keer aangesproken door een lezer die niet helemaal tevreden was over zijn laatste boek. En waarom niet? Omdat Buitendam in dat deel maar één keer 'D'r uit!' tegen De Cock had geschreeuwd. In alle andere delen had hij hem altijd twee keer zijn kantoor uitgegooid."

"Dus toen wij begonnen met de serie drukte Appie me op het hart daar goed rekening mee te houden. Een verhaal van Baantjer voltrekt zich ­volgens een vaste formule. De schrijvers, regisseurs en acteurs van de serie hebben me er om gehaat dat ik erop stond dat de regels werden nageleefd, maar zo'n strak kader dwingt ook tot een grote creativiteit dan wanneer je alle mogelijkheden van de wereld hebt."

Adèle Bloemendaal

"Ja, ook alweer dood. 't Schaep Met De 5 Pooten, dat was Adèle, mijn vader en Leen Jongewaard. Alle drie kwamen ze uit de Jordaan. Adèle en Leen hadden een achtergrond in het amateurtoneel, mijn vader was zelf uit het hol gekropen. Ze deelden een zelfde verleden. Dat schiep een band, maar ze hadden ook hun onenigheden."

"Leen had een enorme faalangst, Adèle had ook zo haar problemen, maar mijn vader was juist van: d'r op! Dus dat botste. Adèle en Leen hebben mijn pa ook weleens een kunstje geflikt. Die drie hadden een verhouding van hou me vast, laat me los, hou me vast."

"Met Adéle en Leen had mijn pa een enorme hit, nummer 1 in de top 40, met Het zal je kind maar wezen. Nou, dachten mijn broers en ik:
je zal zíjn kind maar wezen. We geneerden ons de kolere voor dat nummer."

Het Concertgebouw

"Waar het tachtigste Baantjer-deel De Cock en de moord op maat zich voor een groot deel afspeelt. Het idee was een moord tijdens een blind audition en ik vond het Concertgebouw daar een mooie locatie voor. Ik ga daar dan eens rondlopen, bekijk op internet de plattegrond, dat is genoeg. Het zou mooier zijn als ik zei dat ik me voor mijn research altijd helemaal de pleuris lees, maar het is niet zo."

"Het is wel zo dat ik schrijf over zaken waar ik wat vanaf weet. Een van mijn moordromans speelt zich af in de wereld van de commerciële tv. Nou, die ken ik. Ik heb daar heel, heel veel geld zien omgaan. Ik ben ook wel op feestjes gefeest, waar ik dacht: goh, wat doet dat zelfrijzend bakmeel daar? Om die wereld te beschrijven hoef ik geen research te doen."

Karsu Dönmez

"Een zangeres? Ik ken haar niet, maar dat zegt meer over mij dan over die mevrouw. De Römers zijn niet zo van de muziek. Thuis hadden we vroeger lange tijd maar twee platen. Maar die waren wel van goud. Van mijn vader, ja."

De Cock en de Moord op Maat (uitgeverij De Fontein, €9,99) verschijnt woensdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden