Plus

Peter Krouwel werkt op een van de gevaarlijkste plekken ter wereld

Hoe breng je in Zuid-Soedan, een land in chaos met slechts één verharde weg, hulpgoederen naar 7 miljoen mensen? Amsterdammer Peter Krouwel van Unicef: 'Overal krijgen we te maken met wegversperringen, om tol te heffen.'

Peter Krouwel. De Amsterdamse logistiek manager van Unicef is gestationeerd in Zuid-Soedan. Hulpgoederen uit Oeganda importeren blijkt een meer dan lastige taak Beeld Unicef

De functie van Amsterdammer Peter Krouwel (49) lijkt best saai: logistiek manager. Maar dat hij die functie uitvoert bij Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, ín Juba, Zuid-Soedan, verraadt een leven onder hoogspanning.

Zuid-Soedan, het land dat pas zes jaar bestaat, is een van de gevaarlijkste en moeilijkste werkplekken ter wereld.

Het vervoer van één doosje medicijnen is er al een uitdaging, laat staan duizenden tonnen aan hulpgoederen. Van vaccinaties, medicijnen, watertanks, filters, noodvoedsel, melkpoeder tot aan schoolbankjes, schriftjes en krijt.

Nergens ter wereld stapelen de problemen zich zo op als in Zuid-Soedan. Vier jaar burgeroorlog verscheurt het land. Het centraal gezag heeft weinig invloed. Een in december gesloten bestand wordt voortdurend geschonden.

"Het geweld maakt mijn werk er niet gemakkelijk op," zegt Krouwel, met gevoel voor understatement.

Meer dan 2 miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. Besmettelijke ziektes maken slachtoffers. De gezondheidszorg draait op minder dan halve kracht, sociale vangnetten bestaan niet meer en publieke voorzieningen (riool, water en elektra) zijn er nooit geweest, ook in de hoofdstad niet.

Vaccinaties
De infrastructuur mag bijna nergens naam hebben. "Alles komt vanuit Oeganda. Andere grenzen zijn dicht of lastig te passeren. Er is maar één asfaltweg, naar de hoofdstad Juba. Alle andere wegen zijn onverhard, van gravel of erger. In het regenseizoen moet alle vervoer door de lucht en er zijn gebieden, 'helikopterland', waar alleen heli's het hele jaar door uitkomst brengen. En we vervoeren ook over water, met duwboten. Over de Nijl."

Het zijn allemaal reizen van de lange adem. Een voorbeeld: de afstand tussen Juba en Rumbek is 420 kilometer.

"Daar doen we in het droge seizoen misschien wel vijf dagen over." Bij aankomst is er weer 'gedoe'. "Alles wordt met de hand gelost, ook de paar duizend ton hulpgoederen uit boten." Vaccinaties krijgen een speciale behandeling, die moeten gekoeld worden vervoerd, gaan altijd door de lucht.

Dan is er nog de veiligheid. Konvooien doorkruisen frontlijnen, rijden van regeringsgebied naar opstandig gebied.

"De scheidslijnen veranderen steeds en er komen meer gewapende groepen bij," zegt Krouwel. Er is het gevaar van plunderingen. Heel grote konvooien, van honderd tot tweehonderd vrachtwagens, worden begeleid door VN-soldaten. Distributiecentra, zoals in Rumbek, Malakal en Bentiu, zijn omheind en worden bewaakt.

Bewondering
Omdat Zuid-Soedan ook economisch één groot crisisgebied is, worden overheidssalarissen niet of nauwelijks betaald. Dat betekent weer dat bijvoorbeeld lokale (leger)leiders naar andere inkomstenbronnen zoeken.

"Ze zien geld in de hulpverlening. Overal krijgen we te maken met wegversperringen, om tol te heffen. Tussen Juba en Bentiu zijn er bijvoorbeeld meer dan vijftig plekken waar chauffeurs geld moeten betalen."

Krouwel heeft een enorme bewondering voor de chauffeurs. "Die zijn weken onderweg, wonen in hun cabine. Soms worden ze onderweg helemaal gestript, komen ze letterlijk in hun onderbroek ergens aan. Vooral de Somalische chauffeurs dwingen respect af. Zij kunnen tegen een stootje, maken er het beste van."

420

Reizen duurt een eeuwigheid in Zuid-Soedan. Een konvooi dat van hoofdstad Juba naar Rumbek (420 kilometer) rijdt, is zo vijf dagen onderweg.

Krouwels team bestaat uit dertig medewerkers. "We beheren de magazijnen, regelen de import. Soms duurt het tussen de zes en acht weken om een vracht in te klaren. Voor medicijnen en luchtvervoer heb je nog eens extra vergunningen nodig. Twee collega's van me zijn daar continu mee bezig."

Kerstverlof
Hoe houdt hij dit werk vol? "Ik heb ervaring: twaalf jaar bij Unicef. Daarvoor elf jaar bij Artsen zonder Grenzen. Ik zie het als roeping. Ik krijg er veel voldoening van als er weer ergens een konvooi aankomt. Unicef zorgt er ook wel voor dat mensen niet afbranden."

"Na elke zes weken heb ik een week verlof. Dat helpt om even bij te tanken, zoals tijdens mijn kerstverlof. Ik heb in Amsterdam een dochter van 7,5 jaar. Die mis ik heel erg. Ik skype elke dag, laatst kon ik een voorstelling van haar op school live volgen. In Zuid-Soedan zit ik twee jaar. Ik zit nu bijna op de helft."

Krouwel noemt humanitair werk 'het managen van dilemma's'. "Je werkt in een wereld van tegengestelde belangen. Daar moet je je weg in weten te vinden. En ja, soms kun je dan tegenover een oorlogsmisdadiger zitten."

"Je leert snel dat de wereld niet zwart-wit is, maar grijs. Kijk naar hoe dit conflict verloopt. We gaan in Zuid-Soedan al het vijfde jaar in van grote crisis. Van het optimisme in 2013, toen Zuid-Soedan zelfstandig werd, is niets meer over. Dat is triest om te zien. In die wereld doen we ons uiterste best om hulp te blijven ­bieden."

Beeld Maps4News/Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden