Column

'Pay now, live later' is de basis van de meeste godsdiensten

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

Toen ik een jaar of vijf was, werd dicht bij mijn ouderlijk huis een oude man doodgereden. Mijn korte beentjes waren vrij snel ter plaatse. Terwijl ik een plekje zocht om de gebeurtenissen goed te kunnen zien, werd het lichaam van de man, op de plaats waar hij terecht was gekomen, door buren afgedekt met een deken.

Het moet mij duidelijk zijn geweest dat hij dood was, maar ik was niet geschokt of aangedaan. Ik zag juist met grote verwachting uit naar het moment dat hij naar de hemel zou gaan; nu kon ik dat eens van nabij meemaken.

Maar het duurde vrij lang voordat hij opsteeg en het moment suprême heb ik gemist, omdat mijn geschrokken moeder me wegsleurde. Daar was ik behoorlijk teleurgesteld over.

Mijn geloof in God was rotsvast en overzichtelijk. Dode mensen gingen naar de hemel en daar was het plezierig - ook al leken die gouden straten me wel erg glad en een tikje overdreven. (Het concept 'hel' werd pas in een veel later stadium van mijn opvoeding ingezet, toen het eigenlijk al te laat was.)

Ik moest hieraan denken toen ik vorige week las dat 53 procent van de Nederlanders, tot mijn verbazing, zegt te denken dat er leven is na de dood. En een derde van deze mensen spreekt de verwachting uit dat ze daar een hemel of 'paradijs' zullen aantreffen.

Trouw, de VU en een onderzoeksbureau hebben het uitgezocht, ik ga ervan uit dat het degelijk werk is. Er is 'niets', zegt 28 procent, en 19 procent 'weet het niet'. (Beetje ongelukkige formulering: we kunnen met zekerheid vaststellen dat 100 procent het niet weet.)

Deze uitkomst verbaasde hoogleraar theologie en religiestudies Joke van Saane helemaal niet, schreef Trouw. Ze zei: 'Als je zelf mag kiezen, ga je voor iets wat je goed bevalt.' Hoe de lezers van Trouw deze opmerking duiden, weet ik niet. Ikzelf zie in de verte het begrip 'zelfbedrog' opdoemen.

Onlangs kreeg ik bezoek van twee lieve vrouwen die er een blijmoedig geloof in Allah op na houden. Ze spreken erover op een manier die mij vertedert. Ze voelen een hoge urgentie om het goede te doen, in de hoop en ook een beetje de verwachting dat dat zich in 'een volgend leven' uitbetaalt.

Het principe 'pay now, live later' is de basis van de meeste godsdiensten.

Toen ik heel voorzichtig, ik voel geen enkele behoefte om iemand aan het wankelen te brengen, mijn positie als agnost toelichtte, zei één van hen: 'Nou ja, wij gokken, hè.'

Aan de cafétafel had ik hier wel raad mee geweten, nu liet ik het rusten, en nam nog een baklava. Mogelijk zonder het te weten refereerde ze aan wat bekendstaat als de Gok van Pascal: we weten het niet, Hij kán dus bestaan en, afwegend, loop je het minste risico door maar te geloven. Je moet alleen wat aardse genoegens opgeven. (En hopen dat Hij, neem wel de goeie, vergevingsgezind staat tegenover opportunisme.)

Die houding van 'het zekere voor het onzekere' - denk daar maar eens over na - heeft me nooit gelokt. Ik neig meer naar het praktische en vrij geestige bezwaar dat het, ook voor een almachtige, administratief ondoenlijk is om dagelijks ruim 150.000 zielen op rechtvaardige gronden te verdelen over hemel en hel.

Een lijntje met Peter Pontiac of koning Abdullah, iemand?


a.delange@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden