PlusInterview

Paulien Cornelisse: ‘Ik ben in Japan een lopende faux pas’

Lang voordat bloemschikken, bosbaden en opruimen op z’n Japans een hype werden, was Paulien Cornelisse al liefhebber van het land. Haar nieuwe boek is een handleiding Japan voor beginners.

Paulien Cornelisse: ‘Ik kan er niet over uit dat ze in Japan hele berghellingen afsmeren met glad beton: zo, klaar.’Beeld Dingena Mol

Haar liefde voor Japan begon ooit met het kleurige, mierzoet ruikende gummetje van Bobby & Kate – vergelijkbaar met Hello Kitty – dat Paulien Cornelisse (44) als klein meisje helemaal geweldig vond. Als student psychologie ontdekte ze in 1998 tijdens een halfjaar in Hiroshima dat de geur die zo nep leek, wel degelijk van een echte bloem kwam. Ze verloor haar hart aan dat bijzondere land, waar de inwoners mondkapjes dragen in plaats van zonnebrillen, werk­nemers hun haar verplicht zwart moeten verven en waar een knop voor doortrek­geluiden op de wc om je eigen gênante geluiden te overstemmen heel gewoon is. “Ik voel me daar thuis,” zegt ze, “terwijl geen enkele Japanner zal vinden dat ik daar thuis bén. Het is eenzijdige liefde.”

Volgende maand begint ook een tweede serie van Tokidoki, uw tv-programma over Japan. Wat blijft u zo aan dat land fascineren?

“Ik hou van gedetailleerde dingen, van klein gepriegel, en in Japan is dat alomtegenwoordig. Neem die spulletjes van Bobby & Kate. Aan een kleurpotlood zat een klein etuitje met piepkleine potloodjes erin, die het óók deden. Van die mate van gedetailleerdheid kan ik erg genieten. En de mensen zijn er vriendelijk. In Nederland zijn we gewend het hart op de tong te hebben en elkaar voortdurend van commentaar te voorzien. Die kant heb ik ook, maar ik vind het prettig dat Japanners van tevoren goed nadenken over wat ze zeggen en hoe dat voor de ander is. Maar ik raak ook weleens geïrriteerd van al die ingewikkelde omgangsvormen, hoor. Afscheid nemen van iemand is zo goed als onmogelijk. Je moet maar blijven buigen en zeggen: ‘Sorry, het is verschrikkelijk dat ik weg moet.’ En dat dan honderd keer.”

Japan is ook bij anderen geliefd geraakt: de laatste jaren lijkt alles wat uit Japan komt een hype te worden. Waarin schuilt die aantrekkingskracht?

“Ik denk dat dat komt doordat het zo’n ge­ïsoleerde en oude cultuur is. Japan heeft zich honderden jaren afgesloten van de rest van de wereld en daardoor heeft het land zich volkomen geïsoleerd kunnen ontwikkelen. Zelfs zaken die oorspronkelijk uit China kwamen, zoals de theeceremonie en het schrift, hebben zich ontwikkeld tot iets eigens en unieks.”

“Dat alles daar anders is dan in de rest van de wereld, maakt het zo aantrekkelijk voor ons, denk ik. Japan heeft het karakter van een eiland­staat, ze noemen dat zelf ‘eilandgeest’. Om die reden zijn ook die ingewikkelde omgangsvormen ontstaan. Op een eiland kun je niet het risico lopen te worden verstoten uit de groep. Die omgangsvormen moeten problemen in sociale interactie voorkomen.”

Kunt u een voorbeeld geven?

“Bij verschillende sociale gelegenheden is de hoek waaronder je moet buigen belangrijk: je moet weten of je heel diep moet buigen, of maar een beetje. En hoeveel seconden. Die duidelijke hiërarchie zie je ook terug in de taal: als je iemand aanspreekt die hoger geplaatst is dan jij, dien je andere woorden te gebruiken dan bij mensen op gelijk niveau.”

“Ik heb een boekje met werkwoords­vormen in het Japans en als je de eerste bladzijde openslaat, word je al depressief van hoeveel vormen er zijn en voor welke gelegenheid. Daarnaast heeft Japan ook nog drie soorten schrift. Het is echt heel ingewikkeld. Ik ben dus een lopende faux pas, omdat ik me ongrammaticaal en bot uitdruk. Dat probeer ik te compenseren door veel vriendelijk te glim­lachen.”

Hoe heeft u Japan zien veranderen in de afgelopen twintig jaar?

“Het land is sterk verouderd. Er worden weinig baby’s geboren en de bevolking wordt ook nog eens héél erg oud. In 2014 werden er meer incontinentieluiers verkocht dan babyluiers. Als ik in Japan ben, zie ik altijd wel een kromgebogen Japanner door mijn blikveld schuifelen. Hoe het komt dat ze zo’n hoge leeftijd bereiken is niet helemaal duidelijk, geloof ik. Op het eiland waar de Japanners het álleroudst worden, hoorde ik de mensen zeggen dat het komt doordat ze zoveel bruine suiker eten.”

Japan wordt ook gezien als een land van grote wijsheid. Klopt dat beeld?

“Tja… zenboeddhisme komt uit Japan, en daar zit zeker wijsheid in; niet voor niets is de mindfulnesshype in het Westen erop gebaseerd. De stoïcijnse levenshouding in Japan vind ik ook wijs: je niet continu door je primaire emoties laten meeslepen.”

“Tegelijk gebeuren er veel niet-wijze dingen. Neem opruimgoeroe Marie Kondo: wij denken bij Japan aan lege kamers met alleen het hoogst noodzakelijke erin, spullen, die dan ook nog mooi design zijn. Dat vinden wij ‘zen’. In werkelijkheid zijn veel Japanse huizen ontzettend troepig en liggen ze vol shit die ik zelf allang zou hebben weg­gegooid, dus ik denk dat Marie Kondo zo populair is geworden omdat ze in haar eigen land een groot probleem heeft gesignaleerd.”

Is er ook iets dat u stom vindt aan Japan?

“Ja, ik kan er niet over uit dat het land onder het beton wordt gestort. Van de 250 rivieren zijn er maar drie waarvan de oevers niet helemaal zijn dichtgesmeerd. De natuur is er fantástisch, want het is een vulkanisch gebied, maar de kustlijnen liggen vol met tetrapods, vierpotige betonnen constructies die zijn bedoeld om vloed­golven te breken, terwijl ze dat niet doen.”

“Vanwege de aardbevingen en tsunami’s is de natuur altijd iets ‘gevaarlijks’ geweest, en daarom wordt het beheersen ervan als iets goeds beschouwd. En dus worden berghellingen afgesmeerd met glad beton: zo, klaar. Er zit een corrupt systeem achter, met een sterke lobby. Echt vreselijk, want omdat het niet in de Japanse cultuur past om te protesteren, krijgen milieuorganisaties weinig voet aan de grond.”

Ik las in uw boek dat Jezus niet aan het kruis is gestorven, maar naar Japan schijnt te zijn verhuisd.

“Ja, dat gelovigen sommige Japanse christenen. In een dorpje op het hoofdeiland zou het graf van Jezus te vinden zijn. Ze geloven er dat de man die aan het kruis is gestorven de tweelingbroer van Jezus was, en dat Jezus zelf met een Japanse vrouw is getrouwd, een heleboel kinderen heeft gekregen en de rest van zijn leven heeft gesleten op een knoflookboerderij.”

Wat zul je nooit helemaal begrijpen?

“Het solitaire leven. Veel Japanse jongeren vinden een relatie en seks te veel gedoe. Veel vrouwen hebben denk ik niet zo’n zin in de traditionele rol van huisvrouw. Zo worden de mannen ‘graseters’, omdat ze niet meer op zoek gaan naar ‘vlees’, maar in de wei staan te grazen en af te wachten.”

“Een kwart van de dertigers heeft nog nooit een relatie gehad en veel mensen komen nooit buiten de deur. Zo heb ik een jongeman bezocht die nog bij zijn ouders woont en op afstand voor een bedrijf werkt. Eens per twee maanden komt hij een keer buiten, de rest van de tijd zit hij in z’n uppie binnen. Zijn moeder zet eten voor hem neer. ‘Maar eet je dan niet samen met je ouders?’ vroeg ik. Nee, nee, dat gaf te veel spanningen, want zijn ouders vinden zijn lifestyle niet goed. Maar hij laat dus wél zijn moeder elke dag voor hem koken. Daar stopt mijn begrip.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden