PlusReportage

Pashok als sweatshop in de Kalverstraat

In de Kalverstraat huist de komende dagen een sweatshop à la Bangladesh. Je moet 'm alleen wel eerst vinden.

In de Kalverstraat zit de komende dagen een sweatshopBeeld Jean Pierre Jans

De winkelmedewerkers in pop-upstore The Mad Rush zien eruit als vriendelijke jongens en meisjes, maar als je wat wilt passen volgt de catch: het pashok is geen pashok, maar een niet te harden heet en sjofel kledingatelier à la Bangladesh.

In de Kalverstraat hebben Schone Kleren Campagne en vrouwenorganisatie Mama Cash in samenwerking met een reclamebureau tot en met zondag een pop-upstore gebouwd. Die moet bezoekers bewustzijn bijbrengen over wat ze dragen.

Het nietsvermoedend winkelend publiek komt daartoe binnen in een - zogenaamde - kledingzaak, maar eindigt in een sweatshop inclusief hitteeffecten en zwoegende kleermakers. "Geen enkel merk in de kledingindustrie is helemaal schoon," zegt Barbara Lotti van Mama Cash.

"We hopen consumenten hiervan bewust te maken door ze letterlijk in een sweatshop te laten staan."

Geen betere plek daarvoor dan tussen de kledinggiganten in de Kalverstraat. Veel van de ketens in die straat scoren volgens duurzaamheidswebsite rank a brand een D en dat betekent dat ze weinig duurzaam zijn. Bovendien: vertéllen dat veel kleding niet duurzaam gemaakt wordt, is één ding, het laten zien is veel effectiever.

"Daarom wilden we juist híer zitten," aldus Tara Scally van Schone Kleren Campagne. Op de muur staan verhalen van naaisters in échte sweatshops. Zoals dat van Shahnaz die in Bangladesh zes dagen per week dertien uur per dag werkt. Per uur naait ze honderd kragen aan shirts. Ze is blij dat ze een baan heeft, maar tijd om naar de wc te gaan krijgt ze niet van haar baas.

In de pop-upstore in de Kalverstraat heet Shahnaz gewoon Sabine en mag ze, net als de andere honderd vrijwilligers die de komende dagen in de sweatshop zullen zitten, wel naar de wc en ook na een paar uur naar huis. Helemaal een sweatshop is het daarom niet: er zijn geen kinderen, of echt slechte arbeidsomstandigheden.

"Wel komt er nog een vrijwilligster die zwanger is," zegt Scally. Dat lijkt er dan al een beetje op. Bovendien naaien de vrijwilligers ook echt nog stoffen in elkaar: het worden tasjes. Is het eigenlijk niet gemeen om winkelende dagjesmensen zo - hops, pardoes - onder de neus te wrijven dat ze bijdragen aan een slechte wereld met hun slechte kledingaankopen?

Verschil maken
Toch niet, vindt Barbara Lotti. "We denken dat het juist goed is om de consument te confronteren met de realiteit. Als consumenten vaker zouden vragen waar hun kleding vandaan komt dan zou dat een verschil kunnen maken. Wij willen niet dat de kledingindustrie ophoudt. Dan zitten naaisters in Azië zonder baan. We hopen juist door druk van consumenten de omstandigheden te veranderen."

En als je daar nou niet op zit te wachten hier in de Kalverstraat en gewoon kwam winkelen? "Dan mag je uiteraard weg," aldus Lotti. Op de weg naar buiten kun je dan nog een van de tasjes kopen die de vrijwilligers in elkaar hebben gezet. De opbrengst gaat naar een campagne voor vrouwen in de kledingindustrie.

The Mad Rush, Kalverstraat 101, nog t/m zondag

Volgens Schone Kleren Campagne en Mama Cash verdienen kleermakers in landen als Pakistan, India en Bangladesh gemiddeld twintig cent per uur.

Dat is niet genoeg om van rond te komen. Werkomstandigheden zijn vaak slecht: productietargets zijn onhaalbaar hoog en werkdagen kunnen wel dertien uur duren.

85 procent van de werknemers in de kledingbranche is vrouw. Wie wil kijken of zijn of haar kleding duurzaam wordt geproduceerd, kan terecht op de website.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden