Om de wereld

Pas op voor het electorale addertje

In de rubriek 'om de wereld in 800 woorden' één kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Door Max Pam en Paul Brill. Deze week: de presidentiële uitbrander.

Bill Clinton in 1992 Beeld ANP

Pam

Op internet staat een filmpje met president Macron, die een Franse puber een enorme uitbrander geeft. Dat optreden vind ik nogal indrukwekkend.

De reprimande vond plaats terwijl Macron langs een menigte liep, op weg naar een viering waarbij de Marseillaise en Le Chant des Partisans worden gezongen. Dat laatste lied is het symbool van het Franse verzet ­tegen de Holocaust.

Een ceremonie dus met historische betekenis en Macron accepteerde het niet toen hij door een jongeman werd aangesproken met "Ça va, ­Manu?" In Nederlandse begrippen vertaald zou dat zoiets betekenen als: "Hé, Mark, ouwe rukker, hoe gaat het?"

Deze ouwejongenskrentenbroodbenadering wordt bij ons al snel prachtig gevonden, maar de Franse president pikte het niet. Hij keerde terug naar de puber en maakte duidelijk dat hij bij officiële bijeenkomsten met 'monsieur le Président' wordt aangesproken.

Ga eerst maar eens uw diploma halen, zei hij erbij, pas dan kunt u anderen de les lezen. De jongen luisterde beteuterd, hij zal die avond niet goed geslapen hebben.

Als ik het mij goed herinner, heeft een verslaggever van Powned ooit aan onze premier gevraagd: "Wanneer heeft u voor het laatst geneukt?" Zoiets zou in Frankrijk - en ik vermoed ook in de rest van de wereld - ondenkbaar zijn.

Levenslange verbanning naar Elba, of erger, is de laagste straf die daarop zou volgen, maar in Nederland wordt jovialiteit al snel geinig bevonden. In ons land staan etiquette en decorum bijzonder laag in aanzien, om van wat de Fransen 'grandeur' noemen maar helemaal niet te spreken.

De Nederlander wordt geacht net zo gewoon te doen als thuis en vooral geen pretenties te hebben. Daarom zijn wij een door en door democratisch land, genivelleerd tot in de diepste vezels van de maatschappij, maar het gebrek aan cultureel besef en uiterlijk vertoon werkt ook wel eens neerdrukkend.

Kijk eens naar Studio Rusland, het NPO-programma over het WK voetbal. Die lui zitten daar in hun oudste kloffie, in afgetrapte spijkerbroeken en verkreukelde T-shirts. Het geheel geeft de indruk van een grote gemelijkheid, niet in de laatste plaats door een rondscharrelende hond die het gevoel van kleinburgerlijke huiselijkheid nog extra aanzet.

Laatst liet Trump zich ontvallen dat hij ernaar verlangde om zijn onderdanen voor hem te zien opstaan, zoals de Noord-Koreanen dat doen voor Kim Jong-un. Zo ver hoeven wij in Nederland niet te gaan, maar een zeker decorum en egards voor de boven ons gestelden zou ons politieke bestel wel ten goede komen.

Max Pam

Brill

'Wanneer een ­filosoof in de politiek gaat, houdt hij meestal op filosoof te zijn," zei Walter Lippmann ooit. Een bittere variant daarop luidt: wanneer een politicus de waarheid spreekt, houdt hij meestal op politicus te zijn.

Te cynisch? Natuurlijk zijn er genoeg voorbeelden van politici die het lef hebben om onwelgevallige dingen te zeggen tegen hun achterban. Al moet je ook dan oppassen voor een electoraal addertje onder het gras.

Neem Bill Clinton tijdens de verkiezingscampagne van 1992. Hij veroorzaakte de nodige deining toen hij in een toespraak tot een Afrikaans-Amerikaans publiek scherpe kritiek uitte op de zwarte hiphopzangeres Sister Souljah.

Naar aanleiding van de rassenrellen eerder dat jaar in Los Angeles had ze in een kranteninterview gezegd er geen moeite mee te hebben dat zwarte bendeleden voor de verandering eens een week blanken vermoorden in plaats van andere zwarten. En in een videoboodschap had ze verzucht dat ze in haar leven nog nooit een fatsoenlijke blanke was tegengekomen.

De media stonden versteld. Hier hief een Democratische presidentskandidaat een vermanende vinger naar een van zijn trouwste kiezersgroepen. De zwarte leider Jesse Jackson reageerde als een gebeten hond. Sister Souljah noemde Clinton 'hypocriet'.

Hij had zijn kritische commentaar ook bepaald niet in een spontane opwelling uitgesproken. Bij gematigde ­kiezers leefde de vrees dat hij zwart extremisme te veel door de vingers zag.

Zijn staf speurde al langer naar een manier om dat beeld te corrigeren. De uitspraken van Sister Souljah boden een uitgelezen kans. Het gebeuren groeide zelfs uit tot een begrip in het handboek campagnestrategie: Clintons 'Sister Souljah Moment'.

Gelukkig is er niet altijd sprake van berekening. Innemend keurig was de reactie van John McCain tijdens een verkiezingsrally in 2008 toen een vrouw zijn tegenstander Barack Obama begon te belasteren en uitmaakte voor 'Arabier'.

McCain schudde zijn hoofd en wees haar onmiddellijk terecht. "Nee mevrouw," zei hij, "senator Obama is een deugdzame Amerikaan en een respectabel persoon, met wie ik toevallig stevige politieke meningsverschillen heb."

Hij zag zichzelf als de betere president, maar als Obama zou winnen, was er geen reden voor groot wantrouwen. Aan dat optreden kwam geen stafoverleg te pas en McCain toonde daarmee een totaal ander ­gezicht dan de presidentskandidaat die in 2016 volgaarne als cheerleader fungeerde wanneer zijn aanhang brulde: "Lock her up!"

Maar ja, Bill Clinton en de cheer­leader wonnen de verkiezingen, John McCain niet.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden