Plus

Parooljournalist Paul Vugts over zijn maanden in zware bewaking

Voor misdaadjournalist Paul Vugts van Het Parool was een moordopdracht afgegeven die criminelen aan het uitvoeren waren. Hij kreeg de zwaarst denkbare beveiliging en woonde met zijn vriendin ruim een half jaar in een safehouse. Wat doet dat met je? 'Mijn liquidatie was aanstaande.'

Beeld Sjoukje Bierma

Het is er steeds. Onmiskenbaar en indringend. In de zwaarst bepantserde bolides waarover de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) beschikt, hangen voorin steevast machinegeweren binnen handbereik van de beveiligers in hun kogelwerende vesten. Erg in het zicht.

Wie een portier opent of sluit, ontgaat nooit het gewicht: ongeveer 350 kilo per deur. Het pantser zou bestand moeten zijn tegen automatisch vuur uit kalasjnikovs ('Jouw doelgroep heeft nu eenmaal AK's'). De 'dikke bakken' wegen tussen de drie en de vier ton - waar een gemiddelde auto 1200 kilo weegt. Dat voel je op de weg.

Staat er een file of rijdt het verkeer langzaam: onze auto's gaan met zwaailicht en sirene over de vluchtstrook, of splijten zich door het verkeer als Mozes door de Rode Zee. Stilstaan is eenmaal een risico. Vrijwel alle bijzondere manoeuvres zijn de DKDB toegestaan, zolang de noodzaak is te verantwoorden. Auto's of motoren die toevallig in de buurt blijven of vreemd staan geparkeerd, worden consequent nagetrokken.

Weinig is normaal, onderweg.

Naar elke klus of afspraak, zakelijk en privé, reist een hele ploeg mee. Het beeld van de entourage van Geert Wilders is bekend. Van die mannen en (enkele) vrouwen met oortjes kennen ook mijn vriendin en ik nu de namen.

Ze doen hun stinkende best discreet aanwezig te zijn, maar daags na een bezoek aan de redactie appt een collega dat ze niet heeft kunnen slapen van het beeld. Dergelijke berichten volgen vaker.

Of het een interview is, een etentje, een rechtszaak of een afspraak met een bron: de te bezoeken ruimte en omgeving zijn ruim tevoren door de voorverkenners geïnspecteerd, deuren zijn alvast geopend voor een onbelemmerde doorgang en binnen verliezen mijn bewakers me zelden uit het oog - oké, bij het toilet wachten ze buiten, met zicht op de deur.

We krijgen gaandeweg wel bewondering voor de professionals die elk moment alert zijn, nooit een stap te weinig zetten en een oorlogje zeker zullen winnen, maar die intussen óók proberen het leven draaglijk te houden. Ja, er zijn volop aardige kleerkasten (m/v) en met de meesten kun je nog lachen ook. Toch: een leven waar alle spontaniteit en privacy uit zijn gedrukt, is een vreemd leven.

We zijn zuinig op de term bizar, maar geregeld is het bizar, excusez le mot.

Terug naar het begin, de na­zomer van 2017. Wie over zware misdaad schrijft, heeft vaker te maken met dreiging. Nooit leuk, maar meestal te behappen. Ook ogenschijnlijk ernstige dreiging is doorgaans weg te nemen.

Rond de publicatie van mijn recentste boek - Afrekeningen, over de onderwereldoorlog op straat en in de rechtszaal, gepresenteerd in juli 2017 - heb ik het in interviews nog verteld zoals ik het voelde.

In de Volkskrant: "Ik ben geen held, maar heb nog nooit mijn leven aangepast. Niet blijvend." In NRC: "Ik heb nooit iets gedaan of gelaten naar aanleiding van bedreigingen." Ik fiets door de stad in plaats van een gepantserde auto te rijden, legde ik her en der uit.

Famous last words, moet ik nu maar toegeven.

Weken na die interviews komt de eerste informatie dat vanuit een groep Nederlands-Marokkaanse criminelen opdracht is gegeven mij te vermoorden. Niet zozeer omdat ze boos zijn omdat ik iets heb geschreven dat niet klopt, maar omdat ze uit artikelen in Het Parool en uit Afrekeningen konden opmaken dat ik meer weet dan ik tot nu toe schreef over achtergronden van liquidaties.

Er heerst dan al grote onrust omdat justitie ineens over een enorme berg e-mailverkeer beschikt uit de versleutelde PGP-Blackberry's (Pretty Good Privacy), waarmee criminelen zich onbespied waanden. In die mails spreken ze, hoewel in straattaal, glashelder over te plegen liquidaties. Ook denken veel criminelen met Marokkaanse wortels dan al zeker te weten dat ook uit hun midden een kroongetuige zal opstaan.

In die paniek is bedacht dat het extra risico Paul Vugts uit de weg moet worden geruimd. Het blijft niet bij incidentele informatie. Uit een gestage stroom concrete en specifieke meldingen blijkt zonneklaar dat het menens is. Op het eerste gezicht ongeloofwaardige voorspellingen komen uit, details blijken steeds te kloppen.

Dit waait niet over.

Mijn vriendin vertel ik nooit over dreiging, om haar niet onnodig te belasten. Dat kan ik niet meer volhouden als deze kwestie een week of vijf speelt. Op een ochtend regent het hard en wil ze vertrekken in regenpak.

Normaal zijn we onmogelijk te verwarren, maar nu met alleen een stukje gezicht vrij zou ze mij kunnen zijn. Het grijpt me naar de keel. Stel dat de huurmoordenaars juist vandaag in de ruige voortuin van de buurman zitten en denken dat ík het ben op het tuinpad?

Ik houd haar met een smoes binnen, probeer onopvallend de omgeving te scannen en laat haar uiteindelijk gaan met mijn hart bonkend in mijn keel. 's Avonds vertel ik haar op hoofdlijnen wat speelt en dat het zomaar kan gebeuren dat we uit huis moeten. Ze reageert zoals je alleen kunt hopen. Rustig. Rationeel. Een half uur later hebben we het over wat anders.

Beeld Sjoukje Bierma

Helaas komt mijn voorspelling weken later uit, na weer nieuwe aanwijzingen dat mijn liquidatie aanstaande is.

Op 7 oktober pakken we op dringend advies toch nog halsoverkop onze spullen.

We gaan aanvankelijk van het ene hotel naar het andere, met nu en dan begeleiding van een arrestatieteam als we bijvoorbeeld wat spullen uit huis moeten halen.

Doordrongen van de tips die even goed bedoeld als confronterend zijn. Mijn vriendin moet in Amsterdam in de toekomst maar een meter of tien achter me lopen, zodat ze niet ook wordt doodgeschoten.

Dan vertrekken we voor een week naar Israël en de Palestijnse gebieden, voor een al geplande vakantie. De ons omringende autoriteiten beschouwen dat als zo'n beetje de veiligste plek om te zijn in mijn geval.

In Nederland escaleert het intussen verder, waardoor onze straat moet worden bewaakt én we, zeer tegen onze zin, naar buiten moeten brengen dat het geen zin heeft ons pand aan te vallen.

We zijn daar niet meer. In de communicatie gaat van alles mis, waardoor we de buren niet eens tijdig persoonlijk kunnen vertellen waarom de politie prominent in de straat staat. We brengen nét op tijd onze naaste familie het vervelende nieuws voordat het op internet zal verschijnen.

Beeld Sjoukje Bierma

Wat we zo graag hadden voorkomen, gebeurt: het nieuws dat ik ben 'ondergedoken' - de laatste term die ik zelf zou kiezen - is overal. De onwerkelijke situatie wordt almaar onwerkelijker. Op een strand met wifi (het blijft Tel Aviv) en in het café staan de iPhones niet meer stil.

Hoe verder?

Gewoon doorwerken, al zal het lastig zijn, dat zijn we snel eens. We gaan binnen alle beperkingen vol door - al komt het vrijwilligersproject waarbinnen ééns per maand een jongetje komt logeren om zijn moeder wat lucht te geven, stil te liggen.

Ik ben er vast van overtuigd dat dit soort dreiging kwadratisch zal toenemen als in het criminele milieu het idee post zou vatten dat je met intimideren (of erger) ook maar íets bereikt.

De gedachte dat het cruciaal is te blijven schrijven, heeft de volledige steun van de hoofdredactie van Het Parool en uitgeverij De Persgroep, die zich vanaf het begin in alle opzichten achter ons hebben geschaard - en nog. Dat voelt goed.

De aanhoudende steun vanuit de journalistiek is sowieso hartverwarmend - compleet met een rijk gesorteerd kerstpakket van collega-misdaadjournalisten dat via een lange omweg medio januari ons safehouse bereikt.

Een van de weinige zekerheden op weg terug naar Nederland is dat alles anders zal zijn in een nieuwe werkelijkheid die we niet overzien. Voor het eerst pikt de DKDB ons op, van Schiphol. We kwamen nooit eerder zo soepel weg bij een vliegveld. Onderweg naar een nieuw hotel een kort, zeg, intakegesprekje, dat duidelijk is gericht op het worstcasescenario.

Natuurlijk is het handig als mijn bloedgroep en eventuele allergieën bekend zijn als het mis zou gaan, dat begrijp ik, maar de vragen drukken je met de neus op de feiten. Aan een hoofdsteun hangt een super-EHBO-kit.

We leren de afkortingen waarmee het DKDB-jargon is doorspekt. Ik ben de TBP (Te Beveiligen Persoon). Elke ploeg wordt geleid door de VBA, die onderweg mijn eerste aanspreekpunt is (Verantwoordelijk Beveiligingsambtenaar). Et cetera.

Ik krijg een makkelijk te onthouden alias voor als ik in mijn nieuwe woonomgeving onverwacht mijn naam moet opgeven of als een buurman zich wil voorstellen. Net als in de film.

We maken ons de taal eigen die de beveiligingsploeg bezigt in de communicatie onderling en met de meldkamer. Als we 'de vleugels' passeren zijn we op de A4 bij Schiphol. 'De staafjes': een spoor. Mijn vriendin en ik hebben er een gezelschapsspel aan, via WhatsApp. "Wij rijden nu langs 'de smurfen'. Rara, waar ben ik?" (In Den Haag, bij Madurodam.)

Het went niet zonder privacy. Zo'n anderhalf uur voor 'de oppik' heeft de ploeg in de ochtendbriefing de details al besproken over mijn afspraken, te rijden routes en te bezoeken locaties. Plus de details over het circuit waaruit de dreiging komt en mogelijke ontwikkelingen in het dreigingsbeeld.

Op een avond moeten we mijn vriendin voor een gezamenlijke avondafspraak oppikken van haar werk ('het linkerdeurtje' heet ze, want een gast stapt in principe links achterin). Ik beschrijf haar kleurige jas en groene muts waaraan ze is te herkennen. "Ja, ja, Paul, weten we."

Haar eerste verjaardagszoenen komen na middernacht van een beveiliger.
Mijn vriendin. Wat fantastisch gaat zij met het hele gelazer om. Nuchter, koel. Cool. Vooral: ze dóet niet cool, gelukkig, want het zou buitengewoon onverstandig zijn je groot te houden. Ze is het.

Ondanks alle beperkingen waar we door míjn werk zitten ingesnoerd. Ondanks het twee uur heen én weer terug moeten treinen en fietsen tussen het safehouse en haar werk - terwijl ik vrij letterlijk als de koning word vervoerd (behalve van Wilders kent u de DKDB van het koningshuis, waar de K vandaan komt).

Waar ik wel enigszins gewend ben aan mijn beroepsrisico's, zit ook zij nu in een slechte film. Krijgt ze instructies over hoe verdachte figuren op te merken en af te schudden. De suggestie dat ze onderweg onverwacht uit de trein moet stappen om te kijken wie 'meekomen'. Die trein dan laten schieten, kijken of de 'meekomers' blijven hangen en pas weer instappen als dat niet zo blijkt te zijn.

Alsof het gereis al niet genoeg is.

Het beschermingsprogramma voorziet in begeleiding door een psycholoog die bekend staat om zijn deskundigheid op het vlak van traumatische ervaringen. We spreken hem in een zaaltje in het souterrain van het Van der Valkmotel bij Gilze-Rijen - een gepast deprimerende locatie.

Een goed, lang gesprek later zijn we er gedrieën van overtuigd dat nu geen begeleiding nodig is, maar dat het nuttig is zijn 06 in onze telefoons op te slaan. Het blijft bij die kennismaking, want we voelen ons prima en slapen goed, maar we kunnen het ons zo goed voorstellen dat dit leven somber kan stemmen.

Van buitenaf bezien ziet alles er nog een stuk ridiculer uit dan het is, beseffen we.

Het safehouse waarin we gaandeweg zijn ondergebracht, is riant en van alle gemakken voorzien (we hadden niet eerder vloerverwarming in de badkamer).

Beeld Sjoukje Bierma

Omdat ik in de omgeving daarvan niet erg bekend ben, kunnen we ons daar betrekkelijk vrij bewegen. Petje op, zonnebril soms: je voelt je een paljas maar niemand die denkt: hé, dat is... Lichtjes vermomd joggen door de mooie omgeving kan - na enig onderhandelen - op eigen houtje.

De mantra van de beveiligers: 'Zeggen jullie wat je graag wilt, ook privé, dan kijken wij wat we kunnen regelen', dringt steeds beter door.

Na een paar maanden kom ik eens onverwacht opdagen bij mijn vriendenteam om in de kelder van het Amsterdamse amateurvoetbal voor het eerst in mijn leven een wedstrijd te spelen met meer dan drie persoonlijke supporters.

We gaan met de hele entourage naar het jaarlijkse bowlingfestijn met Paroolcollega's - met daarna een borrel in een café in de Rivierenbuurt, waar de aandacht van de vrouwelijke stamgasten al snel uitgaat naar de kleerkasten met hun nulprocentbiertjes als dekmantel.

We laten ons in Paradiso ontvangen als vips. We bezoeken een thuiswedstrijd van Willem II, de voetbalclub waarvan ik al sinds mijn jeugd in Tilburg een seizoenkaart heb, ondanks 21 jaar Amsterdam.

Het kan allemaal.

Wel is alles een operatie.

Een week tevoren is de club waar ik zal voetballen al bezocht en zijn daar de routes en omgeving in kaart gebracht. In het stadion van Willem II is mijn komst al op maandag uitgebreid besproken.

Petje af voor de energie (en extreem lange werkdagen) die de DKDB in die combinatie van werk- en privéprogramma steekt. Vrijwel niets is te veel gevraagd. Na een lange werkdag én die avondwedstrijd van Willem II zoeken we op de terugweg midden in de nacht iets te eten voor mijn vriendin, omdat haar avondmaaltijd karig was. Ook in die taak leggen de beveiligers eer, ook op dit uur.

Hoe iedereen ook zijn best doet op te gaan in de om­geving en zich zo'n beetje te kleden zoals ik me kleed (pakken hoeven meestal niet, wat wordt gewaardeerd), zo'n beveiligingscircus trekt de aandacht.

Op recepties, feestjes of andere drukke plekken. De psycholoog had gewaarschuwd: je beveiliging zal altijd ­onderwerp van gesprek zijn, ook lang nadat je dat helemaal beu bent geworden. Tenzij gesprekspartners nadrukkelijk om de olifant in de kamer heen praten, wat even ongemakkelijk kan zijn.

Na twee decennia ontdek ik ineens nieuwe delen van rechtbanken, waar ik via catacomben naar voor mij gereserveerde kamertjes word gebracht, om uiteindelijk via de coulissen de rechtszaal te worden ingeleid.

In de 'bunker' van de rechtbank in Osdorp hebben mijn even­eens beveiligde collega John van den Heuvel en ik op eenhoog een geïmproviseerd perskamertje gedurende de liquidatiezaak van Willem Holleeder. De zittingen volgen we bij hem in de zaal - voor het kogelwerende glas waarachter onze collega's en het publiek zitten.

Zeker op dagen waarop ook een van Holleeders zussen wordt verhoord, vergt dat een ingewikkelde logistieke operatie. Holleeder, de getuige, John en ik komen elk met ons beveiligde transport. Iets te hard rijden de 'dikke bakken' de parkeergarage in, gefotografeerd en gefilmd door de rij bezoekers voor de deur. Een enkele keer is mijn transport, met toeters en bellen wegstuivend, op het NOS Journaal. De cameraman dacht Holleeders vervoer te zien.

Was het voor een dagje, dan was het een intrigerend spektakel.

Nu het voor onbepaalde tijd is, gaat de lol er snel af.

Vanaf de eerste dag van onze beveiliging ben ik bezig met de laatste. Hoe kom ik hier ooit van af? Het is geen vraag die alleen ik me stel. Een heel apparaat houdt zich met ons bezig en beoordeelt geregeld de dreigingsanalyse. Allerlei professionals zullen moeten instemmen als ik mijn beveiliging wil afbouwen en dit zijn, zacht uitgedrukt, geen mensen die risico's nemen.

Maar ja, een moordopdracht wordt nu eenmaal niet ingetrokken en een groene vlag wordt nooit gehesen, dus het is de kunst in te schatten wanneer de risico's van weer normaler leven aanvaardbaar zijn.

Als gaandeweg belangrijke verdachten zijn gearresteerd (voor andere zaken), anderen zijn geliquideerd en weer anderen voortvluchtig zijn terwijl nieuwe spanningen het milieu beheersen, vind ik het hoog tijd 'af te schalen'. De belangrijkste hoeder van onze veiligheid, met wie we gelukkig een stevige vertrouwensband hebben opgebouwd, snapt mijn argumenten en toetst die bij sleutelspelers binnen de opsporingsdiensten.

Beeld Sjoukje Bierma

Samen bedenken we een plan om enigszins te controleren en aannemelijk te maken dat het inderdaad verantwoord is weer door de stad te fietsen. Dat is wat ik wil. In een gepantserde auto en een huis als een bunker zien we niets meer, na een half jaar.

We besluiten dat ik me door Amsterdam ga bewegen zoals ik gewend was, juist ook in de buurten van 'mijn doelgroep', met een observatieteam onopvallend om me heen en de lange wapens uit het zicht. Ik besef dat ik veel vraag van de betrokkenen, want ik ga zeker criminelen tegenkomen en zij moeten maar net kunnen inschatten of dat goed zal gaan.

Al heel snel is het zo ver.

Als ik openlijk op een terras zit, met twee tafeltjes verderop de observanten, komt een beruchte crimineel aanlopen. Hij was heel kwaad om wat ik over hem had geschreven, maar dat is alweer een tijd geleden. Hij begint hevig gebarend over mijn berichtgeving en de jarenlange celstraf die hij volgens hem ten onrechte kreeg.

Mij is meteen duidelijk dat dit geen enkel probleem wordt, maar in mijn hoofd maalt één vraag. Hoe ziet dit er voor hén uit, hier achter me?! Ik stuur op een geschikt moment een sms. Iets als: 'crimineel, maar geen probleem'. Na een kwartier schudden we stevige handen en loopt hij door.

's Avonds vraag ik de observanten naar hun gedachten. De non-verbale communicatie is cruciaal, begrijp ik. In hun opleiding hebben ze geleerd hoe ze het aan iemands uitdrukking en gedrag kunnen zien als hij iets geks gaat doen. We vertrouwen er maar op, zoals zij op zichzelf vertrouwen.

Als wekenlang uit niets is gebleken dat op me wordt gejaagd, terwijl ik openlijk op alle lastige plekken ben geweest, besluiten we dat het mooi is geweest. Ik durf het aan zelfstandig verder te gaan en, belangrijk, de autoriteiten stemmen in.

Wel verkopen we ons huis en blijven we op een afgeschermde plek wonen, maar dat is gewoon een prima plek.

Het is nog het lastigst uit te leggen dat ik in de gehele periode - hoewel ik als gezegd heus geen held ben - nooit bang ben geweest, op die ene regenachtige ochtend na, met mijn vriendin in haar regenpak. Mijn vriendin noemt de gedachte dat ze me zullen vermoorden sinds die dag 'zo abstract en onvoorstelbaar' dat die haar gewoon niet helemaal grijpt.

De eerste maanden was er voor mijzelf steeds een reden te denken dat het vandaag niet zou gebeuren. Daarna hadden we ons privélegertje en was een geslaagde aanval ondenkbaar. Nu ben ik er diep van overtuigd dat het verantwoord is het 'restrisico' te nemen, zoals de specialisten het uitdrukken. Het mag vreemd klinken, maar het voelt zo.

De eerste dag dat we weer helemaal op onszelf zijn, besluiten we te doen zoals je doet als je in koud water gaat zwemmen. In één keer erin plonzen. We gaan naar een druk straatfeest in de binnenstad. Het heeft daar geen enkele zin schichtig de omgeving te blijven scannen op mogelijk gevaarlijke types. Het voelt prima. Wat is doodgewoon bijzonder.

In overleg met de DKDB en het Openbaar Ministerie zijn uit dit artikel alle details weggelaten over ­werkwijze en procedures.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden