Plus

Parijs had niet alleen aantrekkingskracht op Vincent van Gogh

Parijs had ruim een eeuw geleden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op kunstenaars. Vincent van Gogh was bepaald niet de enige Nederlander die erheen ging.

Tuin met geliefden: Place Saint-Pierre, Vincent van Gogh, mei 1887, Parijs. Beeld Maurice Tromp

Au Lapin Agile in de Parijse wijk Montmartre was in het belle époque in trek bij schrijvers en kunstenaars. Je kon er eten, drinken en er waren optredens van muzikanten en andere artiesten.

Het cabaret werd vereeuwigd door Picasso, die er in 1905 in opdracht van de eigenaar een schilderij van maakte. De schilder staat in een clownspak aan de bar met zijn nieuwe liefde Germaine Pichot, terwijl de eigenaar van Au Lapin Agile op de achtergrond gitaar speelt.

Au Lapin Agile bestaat nog altijd. Een verrassend klein gebouwtje met een rustiek houten hek voor de deur. Het ligt tegenover een wijngaard, een vreemd element in de stad. De schaal en sfeer van deze plek herinneren aan de negentiende-eeuwse situatie, die is te zien op schilderijen van onder anderen Vincent van Gogh. Het Montmartre van Van Gogh was een landelijke plek met velden, molens en moestuinen.

1136 kunstenaars
Het duurde niet lang meer tot de landelijkheid van Montmartre vrijwel was verdwenen, maar juist omdat Montmartre een rafelrand van Parijs was, kwamen er veel kunstenaars wonen. De huren waren relatief laag en je kon er goedkoop eten. Niet alleen Van Gogh woonde hier, ook Kees van Dongen en George Hendrik Breitner vestigden zich er.

De tentoonstelling Nederlanders in Parijs 1789-1914 toont de artistieke uitwisseling van Nederlandse en Franse kunstenaars. Gastcurator Mayken Jonkman deed er jarenlang onderzoek naar.

Zij heeft berekend dat in de periode 1789-1914 maar liefst 1136 Nederlandse kunstenaars naar Frankrijk reisden; ongeveer een op de tien professionele kunstenaars in Nederland verbleef een periode in Parijs.

De stad had veel te bieden, zoals goede opleidingen en een florerende kunstmarkt. Kunstenaars leerden van elkaar en de kunst die er te zien waren. Na een opleiding of een werkperiode gingen veel van hen goed beslagen weer terug naar Nederland. Wie het in Parijs maakte, kon de wereld aan.

Verduiveld
Leuk en aardig, 1136 kunstenaars, maar een tentoonstelling moet wel een beetje behapbaar blijven. Daarom ligt de nadruk op acht kunstenaars die lange tijd in Parijs hebben gewoond. Vincent van Gogh speelt een thuiswedstrijd: hij is het schoolvoorbeeld van een kunstenaar die vol verwachting naar Parijs ging en daar een enorme ontwikkeling doormaakte.

'Wat je hier kunt bereiken, is VOORUITGANG, en verduiveld, die kun je hier vinden,' schreef hij in 1886. Op de tentoonstelling zie je dat Van Gogh in Parijs in de ban raakte van de nieuwste ontwikkelingen. Zijn palet werd helderder, zijn onderwerpen moderner, hij ontdekte het pointillisme.

Niet lang daarvoor vond Breitner in Parijs allerlei onderwerpen die hij later in Amsterdam zou blijven gebruiken. Zo ging hij na het zien van werk van Manet en Degas naakten en ballerina's schilderen, en vooral dat laatste onderwerp was zeer ongebruikelijk in Nederland.

Johan Jongkind reisde in 1846 op 27-jarige leeftijd vol verwachting naar Parijs. Hij zou het grootste deel van leven in Frankrijk wonen en hij had ook zijn Franse collega-kunstenaars iets te bieden.

Een nieuwe generatie met Monet, ­Sisley en Signac ging naar zijn voorbeeld schilderen en zag Jongkind als de vader van het impressionisme.

Monet, die in 1864 voor het eerst zij aan zij met Jongkind werkte, zei later: "Vanaf dat moment was hij mijn ware meester, aan hem dank ik de definitieve opvoeding van mijn oog."

Verpletterend
Een schilder als Kaemmerer werd succesvol salonschilder en werd vertegenwoordigd door Goupil, een van de grootste kunsthandels van de stad. De oudste werken op de tentoonstelling, bloemstillevens van Van Spaendonck, stammen uit het eind van de achttiende eeuw.

De tentoonstelling eindigt met Mondriaan, die in 1911 op 39-jarige leeftijd voor het eerst in ­Parijs kwam. Vooral het werk van Braque en Picasso, ook te zien op de tentoonstelling, moet een verpletterende indruk op hem hebben gemaakt.

Op het laatste schilderij van de tentoonstelling is, sterk vereenvoudigd, een deel van een seinbrug over het spoor bij Gare Montparnasse af­gebeeld. Niet lang daarna verdween de alledaagse werkelijkheid uit Mondriaans werk.

Nederlanders in Parijs 1789-1914: t/m 7 januari, Van Gogh Museum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden