Plus

Parfums van de stad: Het wonderlijke verhaal van de geur van Amsterdam

Is Amsterdam in een flesje te vangen? Tijdens een zoektocht naar de parfums van de stad stuitte verslaggever Lex Boon ook op het wonderlijke verhaal achter de neus van Mona di Orio.

Beeld Bart Koetsier

In de vrij donkere ruimte in de Czaar Peterstraat hangt een vreemde, indringende geur. Niet per se vies, ook niet fris. Ik kijk om me heen en zie enkele goudkleurige flesjes.

Aan de wand hangt een grote zwart-witfoto van een jonge vrouw, de schouders ontbloot. Met haar lange nek en driehoekige gezicht lijkt ze net een koningin uit het Oude Egypte, een met een vrij forse neus. Dat moet Mona di Orio zijn, de naam die ik op de gevel had zien staan.

Er lijkt niemand aanwezig. "Hallo?" roep ik. Fredrik Dalman komt uit het souterrain. "Hi there," zegt hij met een vrolijk Scandinavisch accent.

Ik vertel hem waarnaar ik op zoek ben: een flesje Amyitis, omdat ik op het blog van iemand die zichzelf de Geurengoeroe noemt had gelezen dat het de geur van Amsterdam bevat. "Het lichte, vredige en vrije gevoel dat ik hier ruik, ruik ik in geen enkele andere stad," had Mona di Orio bij de introductie van het parfum gezegd, nu bijna tien jaar geleden.

Amyitis wordt al jaren niet meer gemaakt, zegt Fredrik, maar er zal vast nog wel ergens een flesje rondslingeren. Hij loopt naar het souterrain om te zoeken. Daar blijken honderden kleine, bruine flesjes te staan. Als Fredrik mijn verbaasde blik ziet, opent hij een van de flesjes en houdt het onder mijn neus. Een zoete, scherpe geur dringt binnen. Het is zo sterk dat het even duurt voordat ik doorheb dat het kaneel is dat ik ruik.

"Dit is mijn lab," zegt hij. "En in deze potjes zitten mijn grondstoffen."

Kruipbraam
Hij vertelt hoe hij hier druppel voor druppel parfums creëert, op zijn weegschaal die vier decimalen achter de komma weergeeft. Hier kan hij maanden aan een geur sleutelen, die vaak uit tientallen verschillende ingrediënten bestaat.

Dat maakt hem toch... "Inderdaad," zegt hij, voordat ik mijn vraag kan afmaken. "Ik ben wat men noemt een neus. Ik ben de opvolger van Mona."

Fredrik pakt een goudkleurig flesje en vraagt of ik mijn mouw wil oprollen. Op de warmte van mijn arm komt de geur sneller tot zijn recht, vertelt hij.

Ik zou willen dat ik de geur van kruipbraam, szechuanpeper, cederhout, osmanthus en muskus waarover Fredrik vertelt herken, maar ik heb geen idee wat ik ruik. Het enige wat ik weet: dit is iets nieuws. Iets van een heel andere orde dan mijn Axedeo. Een soort teer, is de enige associatie die ik heb. Fredrik glimlacht. Dat kan, zegt hij. Suède de Suède, zijn meest recente parfum, is geïnspireerd op de herinneringen aan zijn met blokhutten gevulde jeugd in de Zweedse natuur.

Fredrik zoekt tevergeefs verder naar Amyitis. Hij zal mijn telefoonnummer aan Jeroen Oude Sogtoen geven, die het parfumhuis in 2004 samen met Mona di Orio oprichtte. Misschien weet hij waar de geur is gebleven. Een dag later ruikt mijn arm nog steeds lekker.

Het waren twee zinnen op de lifestylepagina's in deze krant die me op het spoor zetten: 'Parfumhuis Le Labo vond in Amsterdam inspiratie voor de nieuwe geur Mousse de Chene 30,' schreven we. 'Deze ode aan de stad vertaalt de kenmerken van de hoofdstad - progressief én traditioneel - in een neo-chypre met mosparfum met patchoeli en pittige specerijen.'

De eerste zin snapte ik, van de tweede zin begreep ik vrij weinig. Zouden de kenmerken van Amsterdam echt in een geur te vangen zijn?

Op straat probeerde ik de stad te ruiken. Op de Stadhouderskade rook ik een vuilniswagen, op de Damstraat de geur van frituur en onder het spoorviaduct bij de Piet Heinkade moest ik denken aan een doucheputje. Kortom: ik rook de stad alleen als het stonk. De reguliere, frisse herfstlucht leek mij geurloos.

Dat lag waarschijnlijk aan mijn vrij kleine en onderontwikkelde neus, die nog nooit een echt goed parfum had geroken. Terwijl YouTube volstaat met video's van geurfanatici, waarin ze lyrisch vertellen over welk nicheparfum - de kleine luxe merken die je niet in de Ici Paris vindt - ze nu weer hebben geroken.

Eau d'Amsterdam
Mousse de Chene 30 bleek niet de enige geur gebaseerd op de stad. Zo was er ook Eau d'Amsterdam, gebaseerd op de iepen in de stad. En op het parfumblog Geurengoeroe las ik dat 'na Mona di Orio's groener-dan-groen Amyitis' de stad nu opnieuw 'olfactorisch werd geëerd' door het in Londen gevestigde Gallivant.

Bovendien wist ik dat van de kerstboom die vorig jaar op de Dam stond ook een geur werd gemaakt: Den.

Dat maakte vijf stadsgeuren. Mijn plan: ze allemaal eens ruiken, om te kijken welke geur de stad het beste vertegenwoordigt.

Daarbij was ik vooral nieuwsgierig naar Amyitis. Ik las dat Mona di Orio bij de presentatie in 2008 had gezegd dat 'een goed parfum verbaast voor dat hij het hart in al zijn diepste raakt' en dat ze met haar parfums 'verhalen en herinneringen' wilde scheppen.

Een hoop blablabla, dacht ik, maar volgens de normaal vrij kritische Geurengoeroe was het bij Mona echt meer dan 'louter gelikte pr-talk'. En misschien had Mona di Orio gelijk: zelf word ik ook eens in het jaar in een seconde teruggeworpen naar mijn eerste verliefdheid, omdat ik toevallig achter iemand fiets die Tommy Girl draagt.

Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier

Hotelshampoo
Jeroen Oude Sogtoen van het parfumhuis op de Czaar Peterstraat belt me al snel. Hij moest ergens nog wel een flacon Amyitis hebben, maar misschien wil ik eerst eens langskomen. Dan kan hij het verhaal van Mona di Orio vertellen.

Het was in 2003 dat hij bezig was met de oprichting van The College Hotel, vertelt Jeroen een paar dagen later. Voor de flesjes hotelshampoo had hij een geur in zijn hoofd die hij nergens kon vinden. Hij belde naar het Musee International de la Parfumerie in Grasse, de parfumhoofdstad van de wereld. Wisten zij iemand die kon helpen? Hij kreeg een telefoonnummer, belde het en hoorde zo voor het eerst de stem van Mona di Orio. "Het was babbelbabbel en het klikte meteen," zegt Jeroen, die ook aan een stuk door babbelbabbelt.

"Drie weken later zocht ik haar op om een paar dagen aan de shampoo te werken. Wat een rare vrouw, dacht ik, toen ik haar het hotel in Nice binnen zag lopen. En wat ruikt ze vreemd. Ze was net iemand van de vorige eeuw, heel art deco. En een beetje warrig en druk."

"Ze nam me mee naar Cabris, in de heuvels van Grasse, met een prachtig uitzicht over de Méditerranée. En toen kwam er een ongelofelijk verhaal naar boven." "Mona wist al op haar zesde dat ze parfumeur wilde worden. Jarenlang heeft ze Edmond Roudnitska brieven geschreven. Die naam zei me toen nog helemaal niets, maar hij was de grootste neus van de vorige eeuw. Diorissimo, Eau Sauvage, Dior-Dior. Echte parfumklassiekers, allemaal van zijn hand."

Roos namaken
Mona werd zijn assistent en zijn enige leerling. "Van hem heeft ze het vak op een ouderwetse manier geleerd. Voor haar eerste opdracht plukte hij een roos. Ga deze maar eens namaken. Probeer de essentie van deze roos te vangen. Dat lukt niemand, want dan ben je god. Maar Mona kwam vrij ver."

"Na drie dagen hard werken, zaten we champagne te drinken. Ik was diep onder de indruk van haar en zei: ik ga jouw kunst echt niet in een shampootje stoppen. We beginnen een parfumhuis. Zij werkte daar al zestien jaar, Monsieur Roudnitska was een paar jaar eerder overleden en ze zei: 'Oké, ik ga de wereld in.'"

"Daarna nam ze me mee naar huis. Om me een geur te laten ruiken waar ze al jaren aan werkte. Alles wat ze had geleerd kwam daar in terug. Dat was Lux, onze eerste geur die we hebben gelanceerd."

Jeroen staat op, pakt een van de goudkleurige flesjes en spuit Lux op een papiertje. De frisse geur die ik ruik, is volgens hem als een citrusvrucht die openbreekt en waarvan de zeste omhoog spuit. "Dat is het begin. Heel hoog en licht. Heel fris. In perfecte harmonie wordt het gedurende de dag steeds warmer en donkerder."

Hij legt uit hoe parfum is opgebouwd als een piramide, met bovenaan de topnoten. In dit geval: de citrus, die vrij snel vervliegt. Zoals een beetje citroen op een stuk lamsvlees trekt het de zware basisnoten los. "Het is net een opera. Het doek gaat open en je hoort één klank, de introductie. Vanaf daar bouw je het hele verhaal op."

Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier

Mist boven het water
Ik vraag hem naar Amyitis en hij vertelt hoe hij in 2004, een jaar na hun ontmoeting, met Mona rondvoer door de stad. Het was 's ochtends vroeg, met een beetje mist boven het water. Mona rook de engelwortel die langs de kade groeide. "Dat moment had een bepaald soort schoonheid en melancholie, die we in Amyitis wilden vangen." Hij heeft nog geen flacon kunnen regelen, maar hij belt als hij meer weet.

De andere vier stadsgeuren zijn niet zo moeilijk te vinden. Vooral Oud-Zuid blijkt een nicheparfumreservaat. Zo vind ik bij Babassu op de Cornelis Schuytstraat de Amsterdam by Gallivant. Bloemig en zacht. Wat ik niet ruik, is de tekst van het persbericht, waarin een fietstocht van de Warmoesstraat naar een appartement op de Prinsengracht wordt beschreven: 'Wind in je haar. Nu zijn we binnen. Het wordt donker. Het is gezellig. Warm.'

Via Skype zegt Nick Steward, de in Londen woonachtige maker van Gallivant, op een aardige manier dat ik dat wel erg letterlijk neem. "Mijn geur is een ode aan de stad, zoals ik die ken. Het is zeker niet de definitieve geur van Amsterdam. Iedereen kan er zijn eigen ervaringen op projecteren."

Bij Annindriya Perfume Lounge op de Cornelis Krusemanstraat haal ik een flesje Eau d'Amsterdam. "De iepengeur is de basisgeur van de stad. We ruiken die hier al eeuwen," zegt maker Tanja Deurloo.

Noëlle Dorenbos van Ruik, dat deze maand het geurtje Den lanceerde, vindt haar parfum ook stads. "Het is gemaakt van de kerstboom die vorig jaar op de Dam stond. Hoe Amsterdams wil je het hebben?" zegt ze, schoorvoetend toegevend dat die boom in Duitsland is gegroeid.

In de vestiging van Skins Cosmetics in het Conservatorium Hotel ontmoet ik oprichter Philip Hillege. Hij laat de 'city exclusive' ruiken die nichemerk Le Labo voor Amsterdam maakt en alleen Bij Skins Cosmetics te koop is.

Dat is, zegt Hillege, marketing die inspeelt op een maatschappelijke trend. "Mensen willen zich onderscheiden en er is een drang naar exclusiviteit. Zoals een geur die maar op één plek ter wereld te koop is."

Koude winterochtend
Hillege draagt de geur zelf, maar het doet hem niet aan Amsterdam denken. "Ik beleef de stad anders dan de makers van Le Labo. Ik woon hier, ik ken de seizoenen. De geur de ochtend na Koningsdag is anders dan de geur van de lente die op het punt van beginnen staat. En die is weer niet te vergelijken met de geur van een koude winterochtend."

Amyitis kent hij ook, maar hij herinnert zich vooral Mona. "Ik wist dat ze het vak van monsieur Roudnitska had geleerd en was betoverd toen ik haar zag. Ze was heel mysterieus. En bijna te bescheiden voor het talent dat ze had."

Dan krijg ik bericht van Jeroen Oude Sogtoen: hij heeft Amyitis gelokaliseerd. In de kelder van een vriendin in Mon­nickendam ligt nog een oude voorraad.

Als Jeroen en ik over een dijk op een kwartiertje buiten de stad rijden, wijst hij op het water. "Kijk, dat is echt Amyitis. Dat riet, die grassen. Dat is waarmee het begon."

Over een paar dagen is het zes jaar geleden dat Mona plotseling overleed. Het was een kleine chirurgische ingreep die misging. Twee dagen na de operatie overleed ze aan de complicaties. Mona di Orio, geboren in Nice, begraven in Amsterdam, werd 42 jaar.

Jeroen ziet er tegenop. Tegen de Facebookberichten. Tegen de stroom van medeleven. Hij twijfelt nog of hij zelf een bericht plaatst. Wat valt er nog te zeggen? En zijn verdriet houdt hij liever voor zich.

De periode na haar overlijden was zwaar. Stoppen was geen optie, want dan zouden ook haar geuren verdwijnen. Dus bleef Mona di Orio bestaan, als merk. Zonder Mona, met Jeroen. Als een gezin waarvan een van de twee ouders is overleden. We rijden de oprijlaan van een oude, gerenoveerde boerderij op. Hij vertelt hoe moeilijk verkoopbaar Amyitis was. En afprijzen is not done in de wereld van nichegeuren, dus haalde hij het van de markt. Een vriendin wilde de overgebleven voorraad gebruiken voor een kunstproject en legde die in de kelder.

Bij binnenkomst staat er al een flesje Amyitis op tafel en nog voordat ik het doorheb heeft Jeroen zijn arm volgespoten. "God, dit heb ik jaren niet geroken," klinkt het plotseling. Hij wrijft zijn neus driftig heen en weer over zijn arm. "Oh, dit is toch gewoon geniaal?"

Hij vertelt hoe je ruikt dat Mona opgroeide in een andere wereld, met de klassieke en strenge opleiding van Monsieur Roudnitska. "Geuren van nu zijn over het algemeen veel simpeler. Volgens Mona moesten parfums, net als kunst, in het begin altijd een beetje schuren."

Hij stopt zijn neus nog een keer in zijn elleboog. "Oh, dit is echt te gek. En superorigineel, er is niets wat zo ruikt."

Jeroen Oude Sogtoen (l) en Fredrik Dalman, op de achtergrond de foto van Mona di Orio Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier
Beeld Bart Koetsier

Koningin Amyitis
Het komkommerige in de geur doet hem denken aan die ochtend met Mona op het water, aan de engelwortel. Maar dat was slechts het startpunt. Hij vertelt hoe ze uren samen konden praten over de geur de ze wilden maken. Dag in, dag uit. En dat Mona hele dagen, soms hele weken, alleen maar op de bank kon liggen. Totaal onbereikbaar, denkend aan de juiste combinatie van ingrediënten en het juiste verhaal. En zo kwamen ze tot Amyitis.

"Het begon met water, maar de geur moest je uiteindelijk naar een tuin brengen. Niet een gewone tuin, dat vonden we te oppervlakkig, maar naar de hangende tuinen van Babylon. En we bedachten dat koningin Amyitis er die ochtend nog doorheen had gewandeld. Haar geur hangt er nog, in de vorm van een zweem saffraan."

Het ruiken van Amyitis brengt hem terug in het verleden, en daardoor ook weer naar de problemen die nog steeds hetzelfde zijn: want hoe verkoop je dit soort parfums?

"De massamarkt is nu ook gericht op nichegeuren, iedereen komt met speciale edities. En iedereen stopt fruit aan de bovenkant van het parfum, want in de winkels is het spuiten, ruiken en beslissen. En vind dan maar eens de tijd om een geur als Amyitis, gemaakt vanuit de poëzie en kunst, uit te leggen. Het is een geur voor in de kast van de collectioneur."

De grote merken hebben na Mona's dood wel bij hem aangeklopt. Hun formule voor mogelijk succes is vrij eenvoudig: haal de geuren door testpanels, maak ze toegankelijk en pomp geld in een campagne - met een beroemd acteur of Mona op billboards. "Maar dat nooit," zegt Jeroen. "We blijven langzaam groeien, op onze manier."

Hij is blij dat hij nu sinds een jaar ­Fredrik Dalman heeft, de Zweedse ­parfumeur die voor nieuw elan zorgt. "Hij begrijpt Mona precies, maar werkt totaal anders. Sneller, minder in zijn hoofd. Maar wel met dezelfde drang om iets eigens en unieks te maken, zonder concessies te doen. Ik heb wel tien geuren klaar die we willen uitbrengen. Maar weet je wat dat kost, een productie van één geur draaien?"

Ik gok: 80.000 euro. Dat blijkt te kloppen. "En dat ga je niet investeren als je ze na een tijd weer van de markt moet halen, zoals bij Amyitis."

Met de vondst van het flesje Amyitis is mijn verzameling stadsgeuren compleet. Ik ben erachter dat het vrij naïef was om te denken dat Amsterdam in één geur te vangen zou zijn. En toch wil ik weten welke van de vijf geuren de beste is. En ik weet iemand die me daarmee kan helpen.

Heilige drie-eenheid
Geurengoeroe Erik Maarten Jeroen Zwaga staat me op te wachten op station Hoogeveen in Drenthe. Hij is, na ruim dertig jaar stad, dit jaar verhuisd naar het platteland.

Hij heeft lang als journalist in de parfumindustrie gewerkt, maar tegenwoordig noemt hij zichzelf kunstenaar. Hij bewerkt graag andermans werk en noemt het 'upcyclen'. Zo maakt hij van op straat gevonden schilderijen nieuw werk, door op een oorspronkelijk detail na alles zwart te verven. Ook creëert hij eigen parfums, door bestaande parfums te mengen. Zo hoopt hij ooit de geur te vinden die alle andere overbodig maakt.

De recensies van parfum die hij plaatst op zijn blog Geurengoeroe zijn altijd opgewekt, maar kritisch bij gebrek aan kwaliteit, creativiteit en durf. Zeker als dat wordt opgepompt met slappe marketing.

Niet dat hij iets heeft tegen marketing. Integendeel. Hij spreekt zelfs van een 'heilige drie-eenheid' tussen geur, flacon en verhaal. "Ik heb niets tegens leugens. Ze moeten alleen wel goed worden verteld."

Nog voordat we beginnen met testen - zie hiernaast - weet ik al dat het een gelopen race is. Al bij binnenkomst in het atelier van de Geurengoeroe had ik een foto van Mona di Orio zien hangen.

"Er is geen neus die zo veel indruk op me heeft gemaakt als de hare." Dat wordt bevestigd als we Amyitis openen en jasmijn, ylang-ylang, capsicum, saffraan, opoponax en amber de ruimte vullen. Zwaga: "Je ziet het voor je, dat je met je hand door het water van de grachten glijdt. Dat is toch wonderlijk, dat je dit allemaal in een fles kunt stoppen?"

De 5 stadsgeuren getest
Op Geurengoeroe.com recenseert Erik Maarten Jeroen Zwaga parfums. Dit is zijn oordeel over de vijf stadsgeuren.

Beeld Bart Koetsier

Mousse de Chene 30 - Le Labo
"Mousse de Chene betekent eikenmos. Een klassiek basisingrediënt dat nu een doorstart beleeft. Hij begint wat braaf, eerst fris en groen, maar is toch donkerder dan verwacht. Als een soort schaduw van de boom, met wat peper erachter. Eerder het Amsterdamse Bos dan de stad. Maar wel interessant."

Cijfer: 7
50 ml/€264
Verkrijgbaar bij Skins Cosmetics,
Van Baerlestraat 27/Runstraat 11

Amsterdam - Gallivant
"Dit moet 'cosy' zijn qua geur. Ik weet niet wat er gezellig aan is. Alhoewel: hij is een beetje poederig, als een deken die je om je heen kunt slaan. Het roept een winters gevoel op. Niet ouderwets, maar wel sentimenteel. Maar dan weer niet als een ansichtkaart met 'groeten uit Amsterdam'. Heel erg lief, een beetje meisjesachtig. Maar met karakter. Net als Mousse de Chene zou iedereen dit eens moeten proberen, om te ontdekken hoe geuren ook kunnen ruiken."

Cijfer: 7
30 ml/€85
Verkrijgbaar bij Babassu,
Cornelis Schuytstraat 40

Den - Ruik
"Als je goed ruikt, en dat is grappig, ruik je dat terpentijnachtige. Het is het groene, harsachtige van de boom. Dit is kerstboom. Het is wel kort door de bocht voor een lichaamsgeur - bijna te basic. Ik zou er nog een extra laag over willen hebben. Hij maakt nu ook niet echt ontwikkeling door. Een cijfer? Zes min. Of nee, laat ik het zo zeggen. Geen cijfer. Het is Amsterdam in de grondsteigers. De heipalen, de contouren zijn er, de stadsgeur moet nog worden gebouwd."

Cijfer: -
50 ml/€135
Te bestellen via Ruik.org

Eau d'Amsterdam - Tanja Deurloo
"Ik heb hem eerder geroken, maar hij verrast me weer. Zeker niet slecht, diepgaander en fijnzinniger dan ik dacht. Er zit een soort totaalplaatje in wat klopt, qua vrolijkgestemdheid. Heel zomers, positief en elegant. En een soort bloemigheid die heel mooi en puur is. Maar iep? Hij is wel bescheiden, zoals al deze geuren. Je moet echt diep in iemands nek duiken om hem goed te kunnen ruiken."

Cijfer: 7,5
50 ml/€58
Onder meer verkrijgbaar bij Annindriya, Cornelis Krusemanstraat 25

Amyitis - Mona di Orio
"Zo mooi groen. Ik denk het dat de karwij en engelwortel is. Een soort geraffineerde koelheid waarna je wordt meegesleept. Amsterdam duikt soms onverwacht op. In slierten, alsof je door de stad fietst en opeens denkt: hé, wat ruik ik? Hier gebeuren dingen. Een cijfer geven is niet eerlijk voor de anderen; dit is eigenlijk een 11."

Cijfer: 10+
50 ml/€110
Niet meer verkrijgbaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden