Plus

Overzichtstentoonstelling Ans Markus: 'Schilderen heeft me altijd gered'

Ans Markus is 70; geen reden om het rustig aan te doen, wel een logisch moment voor een overzichtstentoonstelling. Te zien is recent werk in brons, veel handen en vrouwen in windsels. 'Als je verdrietig bent, verstop je je gezicht.'

Verbonden vrijheid, 2005 Beeld Ans Markus

Prinseneiland, een dubbel pakhuis. De deur wordt opengedaan door Wybe Tuinman, echtgenoot en mecenas van kunstenaar Ans Markus. "Kom je voor Ans? Zal ik je eerst even haar werkplek laten zien?" Hij loopt door naar een oude loods, nog meer ruimte.

Grote kunstwerken staan bijna oneerbiedig tegen elkaar aan geleund. Realistische portretten van Job Cohen naast pikzwarte katten, veel schilderijen van handen, maar ook doeken waar iedereen Ans Markus van kent: vrouwenfiguren in het luchtledige, gevangen in doeken - windsels, zegt ze zelf.

Het pakhuis heeft een lift en boven, aan de keukentafel, wacht de kunstenares met croissantjes, noten en chocola, in gouden schaaltjes van de Noordermarkt. "Ik ga er elke maandag heen, naar de markt. Ze kennen me allemaal." Ze is een tengere, maar krachtige verschijning, smokey eyes, rode lippen en het haar strak naar achteren.

U bent 70. Tijd om op uw lauweren te rusten?
"Dat zou ik nooit kunnen. Ik schilder nog elke dag. Het duurt maanden om een nieuw schilderij te maken. Ik maak altijd eerst een plan, dan een schets. Alles werk ik nauwgezet uit. En dan gaat het schilderen in etappes."

En u geeft ook schilderworkshops aan grote groepen, vertelde uw man.
"In het begin bijna huilend van angst. Het was zijn idee. Hij heeft me dertig jaar geleden uit Brabant naar Amsterdam gehaald. Een verzamelaar, een van de eersten die een persoonlijk werk van mij kochten. Hij bleef contact met me houden en zei dingen als dat ik voortaan mijn werk ferm met mijn eigen naam moest signeren. Hij nam me mee naar exposities, naar Amsterdam, leerde mij me te verhouden tot andere mensen."

"Vijf jaar later stond hij ineens voor de deur, bleek hij al vanaf de eerste dag verliefd op me te zijn. Ik geloofde het eigenlijk niet."

Waarom niet?
"Ik was niet gewend dat iemand mij echt belangrijk vond. Ik was zo'n kind dat het liefst onzichtbaar wilde zijn. Een beschouwend, niet al te dapper meisje. Ik woonde toen in Halfweg. 'Jij woont bij de suikerfabriek dus jij stinkt,' zeiden de grootste pestkoppen van het lyceum, een tweeling."

"Alleen voor de tekenles wilde ik nog naar school. En thuis tekende ik ook de hele dag. Mijn beste vriend was een ­dove jongen die ook heel mooi kon tekenen. Een leraar ­organiseerde tekenwedstrijden in zijn garage. Daar was ik in mijn element."

"Op mijn twintigste - mijn ouders waren inmiddels verhuisd naar Brabant - werd ik zwanger van een jeugdliefde. We moesten trouwen, zoals dat ging in die tijd. Elke dag weer maakte mijn man mij duidelijk dat hij me niet de moeite waard vond. Gelukkig had ik, los van mijn dochter, dat andere lichtpunt: het anatomische tekenclubje. De hele week leefde ik ernaar toe. Acht jaar lang was ik trouw handen en voeten en koppen aan het tekenen, de pezen, de nagels, de tanden. Hoe realistischer, hoe beter."

De godshuizen, 2008. Beeld Ans Markus

Wanneer werd schilderen uw beroep?
"Na mijn scheiding. Ik tekende portretten op de markt. Dan zat ik onder een parasol, op mijn eigen Place du Tertre. In mijn garage zette ik zeven schildersezels neer en ik plaatste een kleine advertentie in de krant voor schilderlessen. Er kwamen mensen op af. Zo lukte het me, met veel moeite, om in het onderhoud te voorzien van mij en mijn dochter. Elke keer als ik een schilderij had verkocht, dansten we door de kamer."

Voor de overzichtstentoonstelling wordt uw werk in tien zalen met diverse thema's geëxposeerd. Van de allereerste portretjes die u als kind maakte tot uw nieuwste werk: brons en porselein. En natuurlijk de grote doeken waar de meeste mensen u van kennen: de zoekende vrouwen, vaak gehuld in 'windsels'.
"Het zijn vrouwen die zichzelf onzichtbaar maken. Onder de windsels ben je onkwetsbaar, want ze zien je niet echt. Ik moest dat gewoon schilderen, jarenlang. Ik had geen geld om iemand in te huren, dus mijn dochter stond ­model. Tot aan de dag van vandaag is zij mijn muze. Je ziet haar terug in veel van die series: maskers en windsels, vrouwen gevangen in cirkels, vrouwen met de rug naar ­elkaar toe. Het is een zoektocht die ik wil verbeelden. Het diepgewortelde idee: morgen kan alles anders zijn."

In uw recente werk zijn ook mannen te zien.
"Verborgen verdriet toont mensen met hun handen voor het gezicht. Ik raakte geïnspireerd door de daklozen aan wie ik les gaf. Ik hoorde al die verhalen en wilde ze schilderen, met al hun pijn. Als je verdrietig bent, verstop je je gezicht vaak achter je handen."

"Handen staan ook centraal in de serie De pijn van oud. Ik heb de afgelopen tien jaar voor mijn moeder gezorgd, tot aan haar dood. Ik zag het verval, de troosteloosheid. Elke dag ging ik naar haar toe. En ik schilderde eindeloos haar oude, dappere handen."

"Schilderen heeft me altijd gered. Toen mijn moeder overleed, kreeg ik de behoefte te boksen, ik greep voor het eerst naar klei. Toen ben ik de bronzen gaan maken."

Van 2013 tot 2015 bracht u een hommage aan kunstenaars die u bewondert: Frida Kahlo, Egon Schiele, Paul Gauguin, Pablo Picasso, Henri Matisse, Amedeo Modigliani, Edward Hopper en Vincent van Gogh.
"Ik wilde ze schilderen als kind. Wisten ze toen al wat zij met hun kunst teweeg zouden brengen? In hoeverre is het kunstenaarschap een lotsbestemming? Ik heb mezelf ook geschilderd als jong meisje. Toen al eindeloos geïnspireerd door de mensen om me heen."

"Net als kunstenaars heb ik ook modeontwerpers geschilderd. En ik ben jaren bezig geweest met het verhaal van Medea: de vrouw die, verlaten door haar man, gruwelijk wraak neemt door haar zoontjes te vermoorden. Hoe kan dat, wat brengt ­iemand daartoe?"

In 2010 was u Kunstenaar van het jaar en kreeg u een ­koninklijke onderscheiding. Uw portretten van onder ­anderen ministers en leden van het Koninklijk Huis zijn zeer gewild. U geeft workshops, exposeert, en nu is er deze grote tentoonstelling. Kortom, u bent niet meer onzichtbaar. Of het moet dat onberispelijke uiterlijk zijn waarachter u zich verstopt.
"Ik herinner me mijn vijftigste verjaardag, ik gaf een enorm feest met alleen maar vrouwen. Nu gaat alles pas echt beginnen, dacht ik. Veel exposities, portretopdrachten. Elke dag schilderen, urenlang. Gigantische doeken maakte ik toen, van godshuizen. De introvertie fascineerde me. Ik schilder al lang geen windsels meer inderdaad. Ik gebruik ze alleen nog in mijn bronzen."

Mijn moeders handen, 2005 Beeld Ans Markus

"Maar ik blijf dat onzekere meisje. Mensen zijn vaak verbaasd. 'En u lijkt zo afstandelijk,' zeggen ze dan, als ze merken dat dat totaal niet zo is. Zo zijn bijvoorbeeld sommige daklozen echt vrienden van me geworden."

"Inmiddels weet ik: mijn niet-aflatende onzekerheid voedt me, het maakt dat ik echt naar mensen kan kijken, ook - of misschien juist - naar hun tekortkomingen. Het maakt dat ik kan blijven zoeken."

"Mijn kwetsbaarheid is mijn kracht, daar val ik mee samen als ik schilder, zonder make-up uiteraard. Maar als de bel gaat, zet ik gauw een zonnebril op, om het op zijn minst een klein beetje te verhullen."

Als ik jou was..., overzichtstentoonstelling Ans Markus, Museum Jan van der Togt, Amstelveen, 3 oktober t/m 7 januari 2018.

'Ik blijf dat onzekere meisje.' Beeld Patricia Steur
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden