Column

Overal staan koks voor de deur te roken. Ik snap dat niet

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mijn moeder en ik lopen door de straat die 6000 ­restaurantjes telt. Mannen in ongestreken polo's pogen ons naar binnen te lokken met behulp van schijnenthousiasme en allerhande joviale handgebaren, maar wij ­lopen nog even door.

Telkens als we een leuk restaurant tegenkomen, staat er een kok voor de deur van het desbetreffende restaurant te roken.

"Ik snap dat echt niet, mam. Ben jij weleens naar een stripclub geweest?"
"Ja, heel vroeger, toen Joe Cocker nog haar had."
"Ik weet niet meer welk punt ik precies wilde maken, maar ik wilde een punt maken."

"Dat is alles wat telt, zoon."

"Ik weet het weer. Stel je voor dat je voor een stripclub staat en je ziet een stripper voor de deur staan. Het is een mooie man met degelijke kuiten en lange wimpers. Maar dan stopt hij opeens een vinger in zijn neus. En echt diep hè, alsof hij zijn hersenen wil voelen denken. Wil je die man dan nog zien dansen?"

"Wat is de entreeprijs?"
"Laten we 30 euro zeggen, mam."
"Zit er ook een gratis drankje bij?"
"Vanzelfsprekend."

"En hoe degelijk zijn de kuiten van die man precies?"
"Oer. Hij heeft de kuiten van een roeier zonder armen die met zijn benen roeit. Deze man loopt geen trappen, de trappen lopen hem."
"Ik vind dit een lastige vraag, James."

"Echt? Er hangt een snotfossiel aan zijn wijsvinger. Wil je hem echt nog zien dansen op How Am I Supposed to Live Without You van Michael Bolton?"

"Draagt de stripper in kwestie een cowboyhoed?"
"Wil je dat hij een cowboyhoed draagt?"
"Liever niet."

"Oké, genoeg nu, moeder, wil je het eten van deze voor de deur rokende kok nog proeven?"

"Nee."

We lopen door. Er gaat vanavond hoe dan ook gegeten worden. Op de Prinsengracht zien we een politiebusje naast een auto met een Frans kenteken staan.

"Die krijgen vast een bekeuring voor het in een auto slapen," zegt mijn moeder.

"Wat vind jij daar nou van als voormalig hippie? Heb jij vroeger, toen Joe Cocker nog haar had, weleens in een auto geslapen?"

"Voortdurend, zoon. Ik sliep voor het eerst in een huis toen ik dik in de dertig was. Vroeger kon alles, weet je wel, tegenwoordig is alles overlast. Zelfs slapen."

"Het schijnt de mensen een onveilig gevoel te geven," zeg ik.

"O PAS OP! ER LIGT HIER EEN FRANSMAN IN EEN MOSGROENE RENAULT CLIO!! HIJ LIGT TE SLAPEN ONDER EEN POCAHONTASSLAAPZAK! BEL BENNO BAKSTEEN EN BEATRICE DE GRAAF!"

"Ik ben het niet helemaal met je eens, wel een beetje hoor, maar ik ga niet met jou discussiëren, mam."

"Waarom niet?"

"Jij hebt mij gemaakt, dus zelfs als ik deze discussie win, win jij. Al mijn meningen zijn van jouw klei ­gemaakt."

"Dat is best lief. Wel laf, maar ook lief."

"Ik heb honger, maar overal waar we komen, staan er koks voor de deur te roken. Waar heb jij zin in?" vraag ik.

"In die stripper," zegt mijn moeder.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden