Opinie

Over herdenken is altijd gesteggel, dat houdt het juist levend

Bij de blijvende belangstelling voor 'de oorlog' horen de vele monumenten en herdenkingen. En het geharrewar dat daar soms over ontstaat is niet erg, schrijft Rob van Ginkel vandaag in een opiniestuk in Het Parool.

De dodenherdenking vorig jaarBeeld ANP

Menigeen verbaast zich over de toegenomen intensiteit waarmee de Tweede Wereldoorlog tegenwoordig wordt herdacht. Het spoor van de bevrijding kon gedurende de afgelopen acht maanden met gemak worden gevolgd aan de hand van vieringen en herdenkingen in den lande. De nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers krijgt in de media, ritueel en stoffelijk meer aandacht dan ooit tevoren. Natuurlijk, de oorlog begon 75 jaar geleden en de bevrijding viert dit jaar een jubileum, maar toch.

De verbazing over de toegenomen aandacht voor het oorlogsverleden is echter niet van vandaag of gisteren. Al vele tientallen jaren wordt voorspeld dat die belangstelling nu echt zal slijten, terwijl men telkens weer moest constateren dat dit niet het geval is. Wat dit betreft is er een overeenkomst met de herinnering aan en herdenking van de Eerste Wereldoorlog, die zelfs in Nederland toenemende belangstelling trekt.

Er is echter wel degelijk een tijd geweest dat de oorlog inderdaad definitief geschiedenis leek te zullen worden. In de jaren zeventig was de deelname aan herdenkingen op een dieptepunt geraakt en opperden sommigen om er maar helemaal mee te stoppen. Nieuwe oorlogsgedenk-tekens werden nauwelijks nog gemaakt. Maar in het volgende decennium kwamen er bijna drie keer zo veel tot stand als in het voorgaande en vanaf ongeveer 1990 is er sprake van een heuse hausse: sindsdien wordt gemiddeld elke week wel ergens in Nederland een oorlogsmonument onthuld. En dan laat ik de populair geworden Stolpersteine van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig nog buiten beschouwing.

De toename hangt samen met de groeiende media-aandacht voor de oorlog in het algemeen en de vervolging van Joden in het bijzonder en de inspanningen van naar erkenning strevende slachtoffergroeperingen en zaakwaarnemers die het tot hun taak rekenen oorlogsdoden met een gedenkteken te eren. Met de reeds in mei 1942 door koningin Wilhelmina gedane belofte om de martelaren die vielen voor de bevrijding in herinnering te houden, bleef de aandacht aanvankelijk grotendeels beperkt tot Nederlandse en geallieerde militairen en verzetsstrijders. Wie zich had opgeofferd moest worden genoemd; wie aan rassenwaanzin of willekeurig geweld ten offer was gevallen, leek het vermelden in steen of brons niet waard.

Monumentenregen
Pas na decennia realiseerde men zich dat de in de oorlog zwaarst getroffenen ongenoemd waren gebleven. In veel steden en dorpen volgde een nog immer voortgaande inhaalslag. Andere groeperingen eisten vervolgens eveneens het recht op erkenning in materiële en immateriële herdenkingsvorm - de Indische herinneringsgemeenschap bijvoorbeeld. En steeds opnieuw werden en worden 'vergeten' categorieën ontdekt die ook moesten en moeten worden herdacht.

Waar sommigen direct na oorlog een 'monumentenregen' vreesden en voor regulering pleitten, lijkt er tegenwoordig dus weinig in de weg te staan om een gedenkteken tot stand te brengen. Schijn bedriegt echter: niet alle oorlogsmonumenten zijn oncontroversieel. Als vanouds wordt er gesteggeld over bijvoorbeeld de vormentaal, de teksten, de financiering en de locatie. Het nog vers in het geheugen liggende gekrakeel over het namenmonument voor de slachtoffers van vervolging en vernietiging in het Amsterdamse Wertheimpark, waarnaar het Nederlands Auschwitz Comité al jarenlang streeft, past naadloos in een lange traditie van onenigheid en geruzie over oorlogsgedenktekens.

Dat zulke discussies ook na eventuele verwezenlijking van het monument zullen doorgaan, valt te verwachten: over de esthetische vormgeving, de omvang, ontbrekende of verkeerd gespelde namen, over namen die er niet op hadden moeten staan, over wie er wel en wie niet bij herdenkingen mogen zijn. Is dat erg? Nee. Het geharrewar houdt de aandacht voor de oorlog en haar verschrikkingen vast en de herinnering levend. En dat is precies de functie van gedenktekens: niet vergeten.



Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Rob van Ginkel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden