Plus PS

Ouderwetse speciaalzaken in de stad: 'Elke buurt had een eigen poppendokter'

De ouderwetse speciaalzaak sterft uit, ook in Amsterdam. Maar een aantal diehards houdt stand, sommigen al meer dan honderd jaar. 'Ik doe het puur omdat ik het leuk vind.'

'Nu komen er vooral grachtengordelbewoners met een bootje en toeristen, maar ook horeca­ondernemers' Beeld Marc Driessen

Scheepswinkel Andries de Jong, anno 1787, is een van de oudste winkels van Amsterdam. Ian Krom (51) is de zevende generatie in het familiebedrijf op het Muntplein. Hij nam de zaak in 2000 over van zijn vader.

Aan de wand - tussen scheepsklokken, lampen, masten, touw en vlaggen - hangen de portretten van Ian Kroms voorgangers. Hij is de zevende generatie: zijn betovergrootvader nam de winkel in 1840 over van Andries de Jong jr., die de winkel in 1787 oprichtte.

Het Rokin was toen nog niet gedempt en veel klanten waren beroepsschippers. Krom: "Nu komen er vooral grachtengordelbewoners met een bootje en toeristen, maar ook horeca­ondernemers. En een tijd veel knappe dames op zoek naar een danspaal." Ook buurman club RoXY haalde destijds bar en trapleuningen bij Andries de Jong.

Er zijn genoeg anekdotes te vertellen, maar die van Dolle Dinsdag in 1944, toen Amsterdam dacht bevrijd te zijn, maakte de meeste indruk: "Mijn overgrootvader en opa hadden een partij Nederlandse vlaggen te koop aangeboden. De Duitsers hebben de hele winkel kort en klein geslagen."

De speciaalzaak staat onder druk, daarom gaat Andries de Jong ook met zijn tijd mee. Krom: "De webshop zorgt voor een kwart van de omzet. Ik heb geen idee of mijn zoons de zaak ooit overnemen, maar ik heb mijn vader gezworen dat het pand hoe dan ook in de familie blijft."

'Door de crisis was er weer vraag naar stopgaren' Beeld Marc Driessen

Bij Jan de Grote Kleinvakman op de Albert Cuyp verkopen ze al zo'n vijftig jaarknopen, garen, lint en andere fournituren. Mark Vos (48) werkt er al sinds zijn achttiende.

Bij Jan de Grote Kleinvakman op de Albert Cuypstraat komen mensen binnen met de gekste vragen. Het personeel heeft een tijd op papier de verzoeken bijgehouden: voor tochtstrippen, douchekoppen, tandenborstels, behangplaksel, muizenvallen.

Eigenaar Mark Vos: "Sorry, we zijn nét uitverkocht, zeg ik dan altijd. We zijn geen Jantje van Alles, maar een fourniturenzaak." En daar vind je biesjes, bandjes, applicaties, ruitjes, roosjes, belletjes, stripjes, lintjes, knopen, ritsen, naalden en wat verder maar aan kleren valt vast te maken.

Vos staat al dertig jaar in de winkel, hij groeide op in het bedrijf van zijn vader (bekend als de 'knopoloog'), tussen de klosjes garen, knopen en ritsen.

"De buurt veryupt en het aantal buurtklanten wordt minder, maar genoeg mensen weten ons nog te vinden. Van dames met een handwerkhobby tot studenten van de modevakscholen."

Tijdens de crisis was er opeens weer vraag naar stopgaren, voor de sokken, elleboogpatches en applicaties om een scheur in een kinderbroek mee te bedekken. "Die applicaties raakten zelfs in de mode. Naaicursussen zijn ook weer populair: als je iets bijzonder wilt dragen, moet je het zelf maken óf customizen."

Er is nog een aantal fourniturenzaken in de stad, maar niet veel. "Het is een uitstervend beroep," zegt Vos. Hij zal zijn kinderen nooit dwingen de winkel over te nemen. "Ik doe het puur omdat ik het leuk vind. Elke dag is een feestje en collega-ondernemers beschouw ik als mijn tweede familie."

Iedereen gaat weleens 'effe naar Gunters' Beeld Marc Driessen

Sinds 1826 is Gunters en Meuser dé ijzerwarenhandel van de grachtengordel. Het bedrijf werd lange tijd voortgezet door twee zoons die hun vader opvolgden en tegenwoordig is Peter Olthof (60) directeur van het bedrijf.

Iedere aannemer of professionele klusser uit Amsterdam en omgeving gaat weleens 'effe naar Gunters'. Variërend van een eenvoudig moertje of een boutje en deurkrukken met authentiek beslag, tot de meest ingewikkelde sluitsystemen. Ook buurt­bewoners lopen er zo binnen.

De vader van Peter Olthof stapte in 1946 in het bedrijf; hij werd compagnon van de heer Meuser. Gunters en Meuser begonnen in 1826 ooit als marskramers, die in de buurt langs de deuren gingen met hun ijzerwaren, inmiddels bedienen ze grote bedrijven in Amsterdam - van ziekenhuizen tot Carré.

"Als jochie speelde ik met mijn broers en zussen verstoppertje op zolder, tussen de spijkers en schroeven. Wat later mocht ik in een stofjas meehelpen in de winkel. Als beloning kreeg ik een flesje cola en een rolletje drop."

Olthof senior was zijn tijd ver vooruit; in 1966 was hij naar eigen zeggen de eerste zaak in de stad met een zelfbedieningssysteem. Zijn zoon: "Voor die tijd liepen de medewerkers zich suf naar het magazijn op de derde of vierde etage voor een moertje of een rolletje gaas." De winkel heeft vestigingen verspreid over groot-Amsterdam, de bevoorrading is volledig geautomatiseerd en er is een webshop.

Toch heerst er in de winkel op de Egelantiersgracht nog steeds de sfeer van een gemoedelijk familiebedrijf. "Als directeur neem ik ook de telefoon op of spring ik bij in de winkel."

'Elke buurt had vroeger een eigen poppendokter' Beeld Marc Driessen

Klaas Kramer (57) runt Poppendokter Fa. Kramer in de Reestraat. Hij verkoopt ook kaarsen, zelfgemaakte etherische oliën en wierook.

In de winkel ruikt het naar wierook en kaarsen, en je kunt er etherische oliën en zelfgemaakte rituele oliën kopen: Lady Luck, Satan Be Gone of Jinx Remover. Veel klanten komen oorspronkelijk uit Suriname, van de Antillen of uit Marokko, waar rituelen met kaarsen, oliën en wierook onderdeel zijn van de cultuur.

Ook moderne heksen weten de winkel te vinden. Eigenaar Klaas Kramer weet er veel van; hij schreef er zelfs een boekje over.

In een antieke kast achter in de zaak staan honderden antieke poppen. Fa. Kramer is namelijk óók poppendokter, de enige nog in Amsterdam. "Vroeger had elke buurt zijn eigen poppendokter. Een kind kreeg één knuffeldier of één pop, niet zoals nu bergen speelgoed, " zegt Kramer.

"Mijn vader nam de winkel in 1969 over, de poppendokter zat er toen al tachtig jaar. Ik groeide op tussen de poppen. Of ik dat niet griezelig vond? Welnee."

Met de komst van het massaspeelgoed in de jaren zeventig verdwenen de poppendokters, maar Fa. Kramer bleef. In het 'ziekenhuis' in de kelder liggen, tussen de poppenhoofdjes, kraalogen en armpjes, nog wel vijftig poppen. Sommige moeten nog worden opgeknapt, anderen zijn allang 'genezen'. "Soms wordt een pop na vier jaar opeens opgehaald."

Tussen de kledingketens en horeca­zaken in de Reestraat is de poppendokter de laatst overgebleven ouderwetse specialist. Kramer: "De straat is minder gezellig geworden, maar zolang we de huur kunnen betalen, zitten wij hier goed."

'Stofzuigers worden hier ter adoptie aangeboden' Beeld Marc Driessen

Steven Klijn (34) nam drie jaar geleden De Stofzuigerkoning over van zijn vader. De stofzuigerspecialist zit al sinds 1936 in de Jan van Galenstraat, in West.

"Ik ben de vijfde troonopvolger," zegt Steven Klijn van De Stofzuigerkoning. Zijn vader nam in 2008 de zaak over van de vorige eigenaar. Lang mocht dat helaas niet duren. Toen Klijn senior overleed, werd zijn zoon de eigenaar.

De Stofzuigerkoning is beroemd in de buurt en andere stadsdelen, maar er komen ook mensen van ver buiten de Ring om hun stofzuiger te laten repareren, met onderdelen uit afgedankte stofzuigers. Is een machine total loss, dan biedt hij korting op een nieuwe machine.

Klijn: "Ik lever en repareer stofzuigers voor hotels, horeca, sportscholen en alle soorten mensen uit de buurt. Goedkoop is duurkoop, geef ik mijn klanten mee. De oudere generatie snapt dat nog."

De stofzuigerspeciaalzaak sterft uit; Klijn is nog de enige in de stad. "Het is jammer, maar stiekem wel beter voor mij, want nu kan ik ervan leven." Wat ook helpt is de webshop: "Ik concurreer in prijs, maar verzend gratis en geef persoonlijk advies."

Na de renovatie van de gevels in de straat zorgde Klijn ervoor dat de opvallende neon gevelverlichting uit de jaren zestig kon terugkeren.

Op de grond staat een aantal klassieke stofzuigers te glimmen. Ze worden ter adoptie aangeboden, aldus Klijn. "De oudste, een Electrolux, dateert uit 1934 - nog ouder dan de winkel. Straks krijgen alle klassiekers een plekje aan de muur: hun eigen Wall of Fame."

Het winkeltje verdwijnt

Internationale ketens rukken op, mensen winkelen op internet en de huren blijven stijgen. Gevolg: de ouderwetse speciaalzaak verdwijnt.

Onderzoek van OIS (Onderzoek Informatie en Statistiek) toont aan dat het aantal winkels in stadsdeel Centrum daalt, terwijl de winkeloppervlakte stijgt. Oftewel: winkels worden groter en/of er komen grotere winkels en de winkeltjes verdwijnen.

Kaas- en Nutellawinkels domineren sinds 2008, het aantal toeristische winkels nam sindsdien toe van 79 tot ruim 200. De gemeente kan nu door 'branchering' (per straat selecteren welke winkels mogen komen) een nieuwe ijssalon in de binnenstad weigeren en een boekhandel of buurtwinkel toelaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden