Plus

'Ouders die drammen voor een hoger schooladvies hebben gelijk'

Drammende ouders, bijlesgekte en het vmbo-vermijdingscircus: de competitie tijdens de schoolloopbaan is moordend, schrijft onderwijskundige Louise Elffers (39) in haar boek De Bijlesgeneratie.

'Het is oogklepperig: alles is gericht op presteren en je zo veel mogelijk kunnen onderscheiden van anderen.' Beeld Renate Beense

Weet u nog dat er een zesjescultuur was in het land? Er werd nogal eens over geklaagd. Toenmalig premier Jan Peter Balkenende noemde het in 2007 nog een groot probleem. Hij vond het een mentaliteit van middelmatigheid.

Maar precies tien jaar later sprak oud-minister van Onderwijs Jet Bussemaker juist haar zorg uit over de toenemende prestatiedruk waardoor leerlingen en studenten op hun tenen moeten lopen.

Tegelijkertijd gingen de uitgaven aan bijles en examentrainingen in twintig jaar tijd van 26 naar 186 miljoen euro, nam het aantal vmbo'ers af van 66 tot 50 procent en kampen pubers met burn-out.

Louise Elffers, universitair docent onderwijskunde aan de UvA en lector beroepsonderwijs aan de HvA, zette al die ontwikkelingen eens op een rij in haar boek De Bijlesgeneratie. Opkomst van de onderwijscompetitie.

U ging zelf naar het Barlaeus Gymnasium. Hoe was u als leerling?
"Ik vond school ontzettend saai. Ik was wel gemotiveerd, als in geïnteresseerd, maar rijtjes leren vond ik verschrikkelijk. Ik ben blijven zitten, moest bijna van school. Ik heb voor wiskunde nog geregeld dat ik bijles kreeg, vooral ­omdat ik helemaal geen donder had uitgevoerd."

Nu verwijzen scholen kinderen soms zelf door naar bijles.
"Ja, dat is heftig. Zelfs kinderen in groep 4. Dat een juf zegt: 'Er zit veel meer in dan er nu uitkomt.' Wat zeg je dan als school? Wij hebben onvoldoende te bieden?"

Is het onderwijs slechter geworden?
"Nee, dat geloof ik niet. Niet zozeer het aanbod van het onderwijs is veranderd, als wel de vraag. Ouders en leerlingen willen meer individuele begeleiding en maatwerk dan het onderwijs momenteel biedt. En je ziet ook: als ­andere kinderen in de klas naar bijles gaan, doe je dat zelf ook sneller."

Op welk moment dacht u: ik moet hier een boek over schrijven?
"Ik ben al langer bezig met het onderwerp, maar het is pas sinds kort dat het echt een actueel onderwerp is. Het gaat in debatten vaak over kleine stukjes van grotere onderwijsvraagstukken. Ik wilde die stukjes meer met elkaar verbinden."

Met soms geestige en schrijnende voorbeelden uit kranten en eigen interviews schetst ze de onderwijscompetitie die rap de wereld en ons land heeft overgenomen.

Van Chinese jongeren die allemaal naar de universiteit willen waardoor diploma's minder waard zijn, tot Zuid-Korea en Taiwan waar de bijlescultuur zo is doorgeschoten dat school wordt gezien als 'een plek om te slapen' en bijles 'de plek om echt te werken'.

Ze citeert vmbo'ers die vinden dat de nadruk op laag- en hoogopgeleiden een nieuwe standenmaatschappij heeft gemaakt. En ze zegt: ik begrijp wel dat iedereen naar de havo of het vwo wil, want de hele samenleving is ingericht op het halen van een zo hoog mogelijk diploma om de ­betere banen te krijgen. En hoe meer hogeropgeleiden er zijn, hoe meer competitie er is.

De zesjescultuur is vrij geruisloos verdwenen. Is er een omslagpunt geweest?
"Dat is niet zo duidelijk. Tussen de twee speeches van Balkenende in 2007 en Bussemaker in 2017 is er iets gebeurd, maar een duidelijk omslagpunt is er niet geweest. Het is een wereldwijde ontwikkeling dat we allemaal hogeropgeleid raken. Daarbij is de manier waarop we in Nederland het onderwijs hebben ingericht ook versterkend."

"In Nederland is de invoering van het vmbo in het schooljaar van 1999/2000 een belangrijk moment ­geweest. Toen is er een aanbod van scholen ontstaan dat leerlingen steeds meer zijn gaan mijden, het 'vmbo-vermijdingscircus'."

"Het feit dat vmbo steeds verder is afgescheiden heeft de druk om een plekje op de havo te krijgen alleen maar vergroot. Het is ook steeds moeilijker om na het vmbo naar de havo te gaan. Begrijpelijk dus dat ­havo voor veel leerlingen een streven is geworden. Je wilt de mogelijkheid tot het hoger onderwijs openhouden."

Zeg je dan ook: de ouders die zeuren en drammen voor een hoger advies hebben gewoon gelijk?
"Ja. Niet dat ze moeten gaan dreigen of zo, maar het ­ergert me dat het blijft hangen in: oh, oh, die ouders. Feit is dat het vmbo geen aanlokkelijk perspectief meer is en dat heeft te maken met de positie ervan in het onderwijsstelsel. Als je leerlingen al zo vroeg tegen hun zin plaatst in die route en ze geen uitzicht geeft op meer, moet je iets doen."

Staan onderwijs en ouders tegenover elkaar?
"In de praktijk vaak wel en dat is erg treurig. Scholen zouden het beste uit leerlingen moeten halen, maar we hebben allemaal prikkels ingebouwd waardoor scholen soms dingen doen die leerlingen dwarsbomen. Het is voor scholen aantrekkelijker om een kind risicomijdend te plaatsen, dan een leerling het voordeel van de twijfel te geven met het risico dat het moet afstromen."

"Het St. Nicolaaslyceum, een havo-vwo-school in Zuid, is een voorbeeld van waar dat toe kan leiden. Zij wilden ­alleen nog kinderen met een havo-vwo-advies toelaten voor hun havo-afdeling, omdat leerlingen met een havo-advies minder vaak hun diploma haalden."

"Het mag nu niet meer, maar het laat goed zien dat sommige scholen niet bezig zijn de beste plek voor een leerling te organiseren, maar de beste leerling op hun school willen krijgen."

Schooldirecteuren zeggen vaak het tegenovergestelde: het is demotiverender om te falen dan om later een stapje op te klimmen.
"Scholen hebben het gevoel dat ze poortwachter moeten zijn. Dat ze je alleen moeten toelaten als het zeker is dat je het kunt halen. Ouders hebben gelijk dat ze hun kinderen zo hoog mogelijk willen hebben: als leerlingen het voordeel van de twijfel krijgen, redden ze het ook vaak op dat hogere niveau."

"De verschillen tussen leerlingen op het vmbo-t en de havo zijn veel minder groot dan we vaak denken. Op rekenen en taal presteren ze voor een groot deel hetzelfde."

"Maar scholen zeggen: de consequenties als het mislukt zijn verschrikkelijk. Terwijl ik zeg: de negatieve consequenties zijn zo groot als we ze zelf maken. Wat is er frustrerender voor leerlingen: dat je het hebt geprobeerd, maar toch een stapje moet terug doen? Of dat je steeds het gevoel hebt dat je meer in je mars hebt maar niet hoger mag?"

Huiswerkinstituten en bijlesclubs doen goede zaken ­tegenwoordig. Hoe erg is dat?
"Ik waarschuw er wel voor. We kunnen leren van landen die ons voorgingen. Zuid-Korea heeft bijvoorbeeld van ­alles geprobeerd om de bijlesinstituten in te dammen. Ze zijn zelfs een tijdje verboden."

"Ze hebben heel veel geïnvesteerd in het reguliere onderwijs, maar het was te laat. Iedereen vertrouwde al op de bijlesinstituten en de concurrentie is zo groot - omdat de universiteiten strenge toelatingsexamens hebben - dat het gewoon niet meer lukt."

"Ouders durven niet meer zonder. Kinderen die er geen gebruik van maken hebben een achterstand. Terwijl het extra geld kost en kinderen door de drukte doodvermoeid raken."

Hoe staat Nederland ervoor? Gaan we al richting Koreaanse toestanden?
"We zijn meer op weg dan we denken. Bijles verbieden is onzin, maar we kunnen wel de druk van de schoolloopbaan afhalen. We kunnen organiseren dat bijles niet meer zo nodig is door meer maatwerk en begeleidingsgroepjes in te roosteren op school."

"We moeten ook de selectie op je elfde eruit halen. Er is nu zo'n enorme druk om je positie veilig te stellen in het voortgezet onderwijs. Als je kinderen niet vroegtijdig ­opsluit in één route, wordt die druk minder. Verschillende scholen, zoals het IJburg College en de Vox-klassen in Amsterdam richten hun onderwijs daarom flexibeler in."

Soms wordt smalend gezegd, met al die bijles ontstaat een generatie van watjes.
"Ik weet niet of dat zo is. Het is vaak een angst dat deze leerlingen niet zelfstandig leren werken, omdat ze altijd begeleiding hebben. Toch is het ook een generatie van harde werkers, ze werken harder dan ik op school deed. Het is alleen oogklepperig: alles is gericht op presteren en je zo veel mogelijk kunnen onderscheiden van anderen."

Bijles is niet alleen populair omdat het de schoolprestaties bevordert. U schetst ook dat het voor fulltime werkende ­ouders een soort naschoolse ­opvang kan zijn.
"Ik snap dat je tijdens de paar uur dat je elkaar op een dag ziet niet nog strijd wil leveren of het huiswerk gemaakt is. Maar waarom kan dat huiswerk niet al op school worden gemaakt?"

U heeft een dochter van zeven maanden. Gaat zij later naar bijles?
"Ik heb geen enkele illusie dat ik me aan de dynamiek die ik beschrijf in het boek kan onttrekken. Ik hoop wel dat er tegen die tijd wat is veranderd. Maar ik ga niet tegen haar zeggen: nee jij mag niet op bijles, want mama heeft er een boek over geschreven."

Louise Elffers: De Bijlesgeneratie, opkomst van de onderwijscompetitie, uitgeverij AUP, €19,99. Dinsdagavond is de boekpresentatie in Pakhuis de Zwijger.

Lees ook: 'Hoogopgeleide' ouders met VMBO-kind: Hoe vinden ze dat?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden