Plus

Oud-conservator Teylers: 'Het was een sport om elk etiket te ontcijferen'

Oud-conservator van Teylers Bert Sliggers onderzocht aan de hand van oude etiketten waar het museum zijn mineralen en fossielen ooit vandaan haalde. De oprichter blijkt met Goethe te hebben gehandeld.

Bert Sliggers: 'Er zit soms een hele geschiedenis achter een onooglijke steen' Beeld Marc Driessen

Een bezoek aan de Ovale Zaal met de centraal opgestelde vitrine met gesteenten en mineralen in Teylers Museum is altijd indrukwekkend. Zo ook de collectie fossielen in de andere zalen van het oudste museum van Nederland, met de mosasauruskaak en de Zondvloedmens.

Dat beide collecties al zijn aangeschaft door de allereerste museumdirecteur Martinus van Marum (1750-1837) was bekend. Maar Bert Sliggers, jarenlang verbonden aan het museum als conservator en tentoonstellingsmaker, dook na de vondst van de oorspronkelijke achttiende-eeuwse etiketten in de toenmalige internationale handel in mineralen en fossielen.

Zijn proefschrift brengt ook een belangrijke periode in de wetenschapsgeschiedenis in beeld, waarin paleontologie en mineralogie als opkomende wetenschappen het Bijbelse scheppingsverhaal doen wankelen.

Had u als conservator van het Paleontologisch en Mineralogisch Kabinet ooit kunnen vermoeden dat een paar vergeten dozen met oude etiketten aan de basis zouden staan van uw promotieonderzoek?
"Ik had ook de hele collectie opnieuw kunnen gaan determineren, maar door mijn historische fascinatie was ik meer geïnteresseerd in de ontstaansgeschiedenis. Na de vondst was het een sport om in een verloren uurtje een etiket te kunnen ontcijferen en herleiden tot een steen of fossiel op zaal. Ik zat natuurlijk in Teylers met een collectie en een archief vol correspondentie, rekeningen en dagboeken die teruggaan tot 1784 op een goudmijn."

Van Marum bouwt als eerste museumdirecteur de elektriseermachine en apparaten voor drenkelingenzorg, hoe bijzonder is het dat hij van het bestuur ook nog geld krijgt voor de aankoop van mineralen en fossielen?
"De Nederlandse zeventiende- en achttiende-eeuwse natuurhistorische verzamelaars hadden weinig belangstelling voor de aardwetenschappen. Het is dus heel bijzonder dat hij die vrijheid krijgt. En dat in een interessant tijdperk, het Bijbelse wereldbeeld staat op zijn kop. Fossielen worden niet langer gezien als mythische dieren of overblijfselen van de zondvloed, men beseft langzaam dat ondanks de Bijbelse verhalen de wereld wel eens ouder zou kunnen zijn dan zesduizend jaar. Dat fossielen misschien uitgestorven leven vertegenwoordigden, sloeg in als een bom."

Ook Van Marum blijkt een groot verhalenverteller.
"In die kantelende wereld verzamelt hij niet alleen uit wetenschappelijk oogpunt, ook met een educatief doel. Hij koopt letterlijk alles om het verhaal over de geschiedenis van de aarde goed te kunnen uitleggen. Als Teylers in het bezit komt van een maquette van de Mont Blanc, koopt hij van de eerste beklimmer ook het topje van de berg en alle boeken en gravures van deze hoogste berg van Europa."

Een leuke ontdekking uit uw speurtocht is dat Van Marum krijtfossielen uit Maastricht heeft geruild voor minerale delfstoffen met Goethe.
"Een goed voorbeeld van hoe door onderzoek de oorspronkelijke eigenaar achter een onooglijk stukje bruinkool traceerbaar is. Goethe schreef meteen aan Schiller dat hij zo een leuke man uit Haarlem had ontmoet. Op bezoek aan het museum in Weimar heb ik weer kunnen vertellen hoe die krijtfossielen ooit in het bezit van Goethe zijn gekomen."

Waarom wordt Van Marum ondanks al zijn inspanningen in 1803 door het bestuur onder curatele gesteld?
"Ik geloof niets van de oude theorie dat het museum krap bij kas zat na een forse belastingaanslag. In 1802 krijgt hij nog geld mee als dank voor zijn internationale aankopen en mag de vitrinekast worden gebouwd voor de Ovale Zaal. Ik constateer dat hij twee jaar eerder heel extreem wordt in zijn gedachte rondom het scheppingsverhaal. Een conflict tussen deze vrijdenker en zijn doopsgezinde broodheren lijkt mij meer aannemelijk."

In hoeverre lijkt Bert Sliggers op Martinus van Marum?
"Een van mijn conclusies is dat Van Marum te lang is doorgegaan als generalist om die grote geleerde te kunnen worden die hij had willen zijn. Die droom heb ik nooit gehad, ik kon mijn ei kwijt in tientallen tentoonstellingen. In mijn proefschrift daarentegen krijgt alles een plek wat ik in mijn arbeidzame leven ben tegengekomen op het gebied van de aardwetenschappen en historisch onderzoek. Maar met even veel plezier heb ik gewerkt aan exposities over versierde mensen of zeemeerminnen!"

Bert Sliggers

Bert Sliggers
Middelburg, 9 december 1948

1960-1968
Mulo, havo, kweekschool in Bloemendaal

1968-1988
Geologisch assistent, Rijks Geologische Dienst, Haarlem

1988-2002
Hoofd presentaties Teylers Museum, Haarlem

2002-2013
Conservator paleontologisch en mineralogisch kabinet, Teylers

2017
Proefschrift De Verzamelwoede van Martinus van Marum, (1750-1837) en de ouderdom van de aarde, Universiteit Leiden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden